miniatuur|Yasser Arafat, 14 april 2002 Yasser Arafat (Arabisch: ياسر عرفات Yāsir `Arafāt; Caïro, 24 augustus 1929 – Clamart (bij Parijs), 11 november 2004) was een Palestijns verzetsstrijder en politicus en samen met Yitzhak Rabin en Shimon Peres in 1994 winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Hij was tot zijn dood president van de Palestijnse Autoriteit en leider van zowel de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) als van zijn voornaamste fractie Al Fatah. Vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij aanslagen op burgers is hij vaak, met name door Israël en de Verenigde Staten, als een terrorist aangemerkt.
Namen Arafat werd bij geboorte Mohammed Abdel Rahman Abdel Raouf Arafat Al Qudua Al Husseini genoemd. Said K. Aburish, zijn Palestijnse biografieschrijver (in Arafat: From Defender to Dictator, Bloomsbury Publishing, 1998, pagina 7) schrijft "Mohammed Abdel Rahman" zijn de voornamen; "Abdel Raouf" zijn vaders naam, "Arafat" zijn grootvaders naam; "Al Qudua" is zijn familienaam; "Al Husseini" is de clan waartoe de Al Quduas behoorden. Deze Al Husseini-clan dient niet verward te worden met de Al Husseini's uit Jeruzalem, waartoe moefti Mohammad Amin al-Hoesseini en de politicus Faisal Husseini behoorden. In tegenstelling tot wat (ook door Yasser Arafat) beweerd werd is Yasser Arafat geen directe, maar via zijn moeder wel verre familie van Mohammad Amin al-Hoesseini. "Arafat" is een belangrijke islamitische plaats bij Mekka. Yasser Arafat staat overigens ook bekend als "Yassir Arafat" of "Abu Ammar". Thuis werd hij Yasir genoemd ("gemakkelijk", "geen probleem").
Levensloop Jeugd Over zijn geboorteplaats en -datum bestond lange tijd geen zekerheid. Caïro in Egypte, 24 augustus 1929, wordt vaak als zijn geboorteplaats genoemd door mensen die hem van jongs af aan kenden. Ook zijn duidelijke Egyptisch-Caïroese accent kan hier op duiden, maar Arafat stelde steevast te zijn geboren in Jeruzalem (op 4 augustus 1923) 'zoals een Palestijns leider past'. Ook werd de stad Gaza weleens genoemd als zijn geboorteplaats. Een latere vondst van zijn geboortebewijs maakte een einde aan die onduidelijkheid, hoewel Arafat aanvankelijk volhield dat dit een vervalsing betrof. Arafat bleek toch in Caïro te zijn geboren.Tussen terrorist en staatsman, de Volkskrant, 12 november 2004
Arafat was de vierde van zeven kinderen van Abdel Rauf al-Qudwa, die omstreeks 1927 uit Gaza naar Egypte was gegaan, omdat hij daar land had geërfd. Door juridische verwikkelingen kreeg hij uiteindelijk dit stuk land nooit in zijn bezit. Als handelaar in levensmiddelen begon hij een kaasfabriek. Volgens Inam, Arafats oudste zus, was hun vader een krachtige man met een ijzeren wil, die elke dag hele afstanden aflegde om klanten te bezoeken. Hij kon schreeuwen en lichtgeraakt zijn, maar ook vriendelijk. Van het geld dat hij verdiende ging nogal wat naar armen.Arafat, Terrorist or Peacemaker, by: Alan Hart, Indiana University Press,Bloomington and Indianapolis, 4e editie, 1989, p.68 Moeder Zahwa was een Husseini. Arafat groeide op in een middenklasse-wijk van Caïro tussen Joden en Libanese christenen.
In 1933 verloor Arafat zijn moeder, die een nierziekte had. Met zijn broer Fathe werd hij naar een oom in Jeruzalem gezonden, bij wie zij vier jaar zouden blijven. Toen zijn vader hertrouwde keerden zij terug naar huis in Caïro. Het boterde helemaal niet tussen zijn stiefmoeder en de kinderen. Dit was een traumatische tijd voor Arafat. Volgens Alan Hart werd zijn vertrouwen in vrouwen geschaad.Alan Hart, Arafat, p.69 Toen hij zo'n 10 jaar oud was merkte zijn zus Inam op dat hij anders was dan andere jongens. Hij bleek een geboren leider die een groep jongens aanvoerde alsof het een legertje was. Snoep, alles deelde hij met hen.
Zij moest opletten dat hij naar school ging, maar hij ging liever naar demonstraties en wist politieke vergaderingen te bezoeken. In 1946 en 1947 hielp hij mee bij de smokkel van wapens van Egypte naar Palestina.
Studentenleider en ingenieur In Caïro studeerde Arafat voor ingenieur (aan de universiteit van Fuad I). Maar de politiek interesseerde hem meer, zeker nu het lot van Palestina op het spel stond. Hij volgde een militaire training bij de Moslimbroederschap en bleef zijn leven lang een trouw moslim, meer dan andere Arabische leiders van zijn tijd.Ruben en Colp Rubin: Yassir Arafat: A political biography, p. 18
In april 1948 zou hij in het gezelschap van Abu Sitta, een ouderejaars en een majoor van het Egyptische leger naar Palestina gegaan zijn om te vechten.Alan Hart, ibidem, p.76 Hij nam deel aan het beleg van Kfar Darome, een joodse nederzetting (Gazastrook) en aan het afslaan van een poging tot ontzetting met tanks. In mei van dat jaar riep David Ben Gurion eenzijdig de staat Israël uit, waarop legeronderdelen van vijf Arabische landen (het nog steeds grotendeels Arabische) Palestina binnenvielen. Hoewel zijn vader hem maande terug te keren naar de universiteit, bleef hij nog talmen. Pas toen hij en zijn groep door Egyptische soldaten ontwapend waren – tot zijn verdriet en ongeloof – keerde hij naar Caïro terug.
Volgens Arafat werden de Palestijnen door de Britten en door in zijn ogen corrupte Arabische regimes, die aan de leiband van de Britten liepen, verraden (bv. koning Faroek van Egypte en koning Abdoellah I van Jordanië.Alan Hart, Arafat, p.77)
Zijn politieke loopbaan begon hij in de Palestijnse Club in Egypte. In 1952 nam hij met medestudent Salah Khalaf, ook bekend als Abu Iyad, de Palestijnse Studentenbond over. Alleen daar konden jonge Palestijnen zich politiek organiseren. Hij werd verkozen tot voorzitter en organiseerde onder meer debatten en begon een studentenblad De stem van Palestina. Arafat ontmoette zodoende ook Abu Jihad, zijn andere latere medewerker. Na zijn afstuderen in 1956 werkte Arafat bij de Egyptische Cement Corporation en later aan wegenaanleg voor de overheid in Koeweit. Hij week naar dat land uit om manoeuvreerruimte te hebben, omdat in Egypte zijn gangen werden nagegaan door de veiligheidsdienst. De Egyptische regering was tegen gewapende strijd tegen Israël.
Fatah Op 10 oktober 1959 stichtte Arafat met Khalil Wazir en andere Palestijnen ondergronds Fatah in het toen nog Britse Koeweit. In feite hadden zij al eerder cellen gesticht, maar toen gaven zij een naam aan de beweging die ze begonnen waren. Zij wisten daarbij dat zij als Palestijnen alleen op zichzelf konden rekenen. Als er nu geen gewapende strijd kwam tegen de macht die – zoals zij het zagen – hun land koloniseerde, zou hun volk vergeten worden. Dat was hun grote zorg. Arafat c.s. voelden zich hierbij geïnspireerd door de verschillende revolutionaire bewegingen in de wereld, bijvoorbeeld in Algerije. Arafat verdiende goed als ingenieur en stak het geld in de beweging. Omstreeks deze tijd kwam ook het eerste nummer uit van Our Palestine, The Call to Life, het blad dat zij hadden opgericht om hun volksgenoten te informeren over de strijd om Palestina.Arafat, Alan Hart, Indiana University Press, 4e editie, 1989, blz.121 vv.
Tegen de visie van Arafat in besloot men dat Fatah geleid zou worden door een centraal comité van 10 personen, onder wie hijzelf (februari 1963). Een van de eerste besluiten daarvan was dat Wazir het kantoor in Algiers zou gaan leiden ("Bureau de la Palestine") waarvoor Ben Bella, de eerste president van Algerije, toestemming had verleend. Deze eerste vestiging bood een welkom platform voor contacten met politici wereldwijd. Een ander besluit was dat een Fatah-lid geen andere politieke bindingen mocht hebben (virginity-rule). De meerderheid van dit eerste comité was het niet eens met Arafats verlangen de strijd met Israël z.s.m. te hervatten.Hart, Arafat, p.138, 150
Hoewel men meer en meer begreep dat men op de Arabische regeringen niet kon bouwen, was een meerderheid van het Centrale comité, geleid door Khalad Hassan, er toch voor om de strategie met hen af te stemmen, met Nasser allereerst. Dit was vanuit de hoop dat de Arabische eenheid niet op regeringsniveau, maar aan de basis tot stand zou komen. De bevrijding van Palestina was immers iets wat alle Arabieren na aan het hart lag. Het gewone volk zou dan de regimes dwingen tot actie.
Palestijns leider PLO miniatuur|Arafat, Oost-Berlijn (1971) miniatuur|Rabin, Clinton en Arafat in 1993 In de jaren zestig van de 20e eeuw wist Arafat de Palestijnse kwestie op de internationale agenda te krijgen. Na de Nakba, hun verdrijving uit Palestina in 1948, leefden honderdduizenden Palestijnen o.a. in Jordaanse vluchtelingenkampen. Nog jaren daarna probeerden Palestijnen van daaruit tevergeefs naar hun landerijen en bezittingen terug te keren. Hun strijders (fedayeen) deden invallen in Israël. Ook Fatah – eerst onder de schuilnaam Assifa – begon met gerichte sabotageacties. President Nasser was hiervan door zijn veiligheidsdienst op de hoogte. Hij wilde zich niet in een oorlog met Israël laten betrekken. Na overleg met Dean Rusk, de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken, richtte hij in januari 1964 op een Arabische top in Caïro de PLO op. De Palestijnen kregen daarmee een politiek podium, maar wel een dat onder zijn controle stond.Alan Hart, Arafat, blz.160vv Vanuit en met hulp van deze organisatie gaf Arafat leiding aan de Palestijnen met als doel terug naar Palestina als eigen staat (i.p.v. Israël). De Palestijnen, die in verhouding met de oorspronkelijke Jordaanse bevolking een behoorlijke minderheid vormden, gingen zich steeds meer gedragen als een staat binnen een staat. In 1970 werd Arafat door koning Hoessein van Jordanië het land uitgezet omdat de PLO een bedreiging werd voor de eenheid van Jordanië en een mislukte staatsgreep pleegde. Arafat verplaatste zijn hoofdzetel naar de Libanese hoofdstad Beiroet. Van daaruit zette hij de strijd voor de Palestijnse zaak verder. Syrië verhinderde dat Palestijnse guerrilla's, die gebruik maakten van geweld en terreur, vanuit Libanon via Syrië Jordanië binnenvielen.
Diplomatie In de jaren jaren zeventig, enkele jaren na de bezetting in 1967 van de Westelijke Jordaanoever door Israël, betrad Arafat ook diplomatieke wegen. In 1974 sprak hij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe over het Palestijnse vraagstuk, waarbij hij o.a. zei: "Ik sta hier vandaag voor u met een olijftak en een pistool van de vrijheidsstrijder. Laat de olijftak niet uit mijn handen vallen..."https://web.archive.org/web/20160624232948/http://www.isgeschiedenis.nl/toen/november/arafats_toespraak_bij_de_verenigde_naties/
Contacten met het Israëlisch Vredesberaad In zijn column Leader without Glory (10 oktober 2015)Leader without Glory vertelt Uri Avnery, stichter van de Israëlische vredesgroep Gush Shalom, over de vele contacten die hij, samen met generaal Matti Peled van het Israëlische defensieleger en Yaakov Arnon als leden van een officiële delegatie van een Israëlisch Vredesberaad (Israeli Council for Israeli-Palestinian Peace), vanaf begin 1983 met Mahmoud Abbas in Tunis gehad heeft. Steevast spraken zij eerst met Abbas (Abu Mazen) en daarna met "de leider" (Arafat) erbij. Hij beschrijft Arafat als "flamboyant, extravert en spontaan", Abbas daarentegen als "introvert, op zijn hoede en "een pietje precies"". Het was de PLO geweest die – een tijdje na de Jom Kipoer-oorlog (1973) – contact had gezocht met de mensen van het Israëlisch Vredesberaad om over vrede te spreken.The General's Son, Miko Peled, Just World Books, Charlotteville, Virginia, USA, 2016, pag.72vv.