thumb|Met John Gavin in A Time to Love and a Time to Die (1958) Liselotte Pulver (Bern, 11 oktober 1929) is een Zwitserse actrice.

Jeugd en opleiding Liselotte Pulver werd geboren als dochter van de cultuuringenieur Fritz Eugen Pulver en zijn vrouw Germaine. Ze had een broer, genaamd Eugen Emanuel (1925 – 2016) en heeft een zus, genaamd Corinne, die later journaliste werd.

Vanaf 1945 bezocht ze de handelsschool en werkte na het behalen van het diploma in 1948 als model. Naar haar eigen zeggen was een ongelukkige liefde voor een chirurg uit Bern de inspiratie om haar geluk als actrice te beproeven bij de Schauspielschule Bern (tegenwoordig Hochschule der Künste Bern), nadat ze eerder onderricht genomen had bij Margarethe Noé von Nordberg, de moeder van Maximilian, Maria, Carl en Immy Schell. Ze speelde bij het Stadttheater Bern aanvankelijk kleine rollen en daarna de hoofdrol (als Maria) in Clavigo. Daarna werd ze gecontracteerd door het Schauspielhaus Zürich voor onder andere Faust II.

Ze debuteerde in de film Föhn met Hans Albers en werd door Ilse Alexander en Elli Silman gecontracteerd. Spoedig werd ze voor vrijpostige vrouwenrollen à la Audrey Hepburn gevraagd.

Carrière In het Duitstalige taalgebied werd ze bekend door de rol van Vreneli in de verfilmingen van de romans van Jeremias Gotthelf in Uli der Knecht en Uli der Pächter. Vanaf medio jaren 1950 groeide ze in Duitsland uit tot publiekslieveling met Der letzte Sommer, Ich denke oft an Piroschka, Die Zürcher Verlobung en Das Wirtshaus im Spessart. In 1960 speelde ze in de film Das Glas Wasser van Helmut Käutner aan de zijde van Gustaf Gründgens. In de jaren 1950 en 1960 telde ze tot de populairste vertolkers van de Duitstalige bioscoop.

In 1958 werd ze internationaal bekend dankzij haar hoofdrol in de oorlogsfilm A Time to Love and a Time to Die (Douglas Sirks verfilming van Erich Maria Remarques roman Zeit zu leben und Zeit zu sterben) en dankzij haar rol in de komedie One, Two, Three (1961) van Billy Wilder. Daarin speelde ze het blondje Fraülein Ingeborg dat Sovjet-agenten het hoofd op hol brengt door in een gespikkelde jurk op een tafel te dansen op de muziek van Aram Chatsjatoerjans Sabeldans. Internationale bekendheid kreeg ze ook door een uitnodiging in 1961 voor de wedstrijdjury van het Filmfestival van Cannes. In 1964 werd ze voor haar rol van Sonya in de filmkomedie A Global Affair genomineerd voor een Golden Globe-Award voor beste vrouwelijke bijrol.

Liselotte Pulver stond ook in enkele Franse producties voor de camera, onder meer in de tragikomedie Le Joueur (aan de zijde van Gérard Philipe, 1958), twee keer aan de zijde van Jean Gabin, in de komedies Monsieur (1964) en Le Jardinier d’Argenteuil (1966), en in de avonturenfilm Le gentleman de Cocody (aan de zijde van Jean Marais, 1965). Haar subtielste rol vertolkte ze in de door Jacques Rivette geregisseerde film La religieuse (1966), waarin ze als abdis verliefd wordt op een van haar beschermelingen (Anna Karina). Karakteristiek voor haar persoon is haar buitengewoon en hartelijk lachen, dat haar handelsmerk is geworden.

Vanaf de jaren 1970 was Pulver nog slechts zelden te zien op het grote scherm, maar ook haar tv-optredens minderden sterk. Een kleine comeback maakte ze van 1978 tot 1985 als Lilo in de kindertelevisie in de gespeelde Duitse kaderactiviteit van de Sesamstraat van de NDR. Ze was nog te zien in enkele tv-producties en bioscoopfilms, totdat ze in 2007 in de remake Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe in een cameo-rol de tot dusver laatste maal voor de camera stond. In 2012 maakte ze bekend dat ze geen rollen meer spelen wilde.

Publicaties In haar autobiografie uit 1993 … wenn man trotzdem lacht betreurde Pulver de annuleringen van veelbelovende aanbiedingen van internationale producties, waaronder Ben Hur, El Cid en Le Gendarme de Saint-Tropez wegens gezondheidsklachten. Ze heeft meerdere autobiografische boeken gepubliceerd. In 1977 verscheen onder de titel Ich lach', was soll ich weinen ook een lp met twaalf nieuwe opnamen van haar filmsongs en andere liederen.

Privéleven Pulver was van 1961 tot aan zijn dood in 1992 getrouwd met de acteur Helmut Schmid, met wie ze ook speelde in Gustav Adolfs Page, Kohlhiesels Töchter en One, Two, Three. Uit dit huwelijk stamden de twee kinderen Marc-Tell (1962) en Melisande (1968-1989), die zich op 6 juni 1989 van het Berner Münsterplattform stortte. De journaliste Corinne Pulver, de oudste zus, publiceerde in 1993 met Melindas Tod een boek over haar nicht. Pulvers (nog geblokkeerde) nalatenschap bevindt zich in de Burgerbibliotheek Bern.

Onderscheidingen 1956: Ostende Prix Femina voor Der letzte Sommer en Ich denke oft an Piroschka 1958: Deutscher Filmpreis – Zilveren Filmband als beste hoofdrolvertolkster voor Das Wirtshaus im Spessart 1960, 1961, 1963, 1966, 1968: Bronzen Bravo Otto 1963: Golden-Globe-nominatie voor A Global Affair 1963: Bambi 1964: Bambi 1964: Zilveren Bravo Otto 1965: Bambi 1967: Bambi 1967: Zilveren Bravo Otto 1968: Bambi 1980: Deutscher Filmpreis – Filmband in Gold 1986: Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland 1990: Bambi 1996: Platin Romy 1998: Bayerischer Verdienstorden 1999: Bayerischer Filmpreis voor haar levenswerk 2007: Goldene Kamera voor haar levenswerk 2008: Schweizer Fernsehpreis – Lifetime-Award 2011: Ster op de Boulevard der Stars in Berlin 2011: SwissAward – Lifetime Award voor haar levenswerk

Filmografie

Bioscoopfilms 1949: Ein Seemann ist kein Schneemann (Swiss Tour) 1950: Föhn 1951: Heidelberger Romanze 1952: Klettermaxe 1952: Fritz und Friederike 1953: Hab’ Sonne im Herzen 1953: Von Liebe reden wir später 1953: Das Nachtgespenst 1953: Ich und Du 1954: Männer im gefährlichen Alter 1954: Schule für Eheglück 1954: Uli der Knecht 1954: Der letzte Sommer 1955: Griff nach den Sternen 1955: Hanussen 1955: Uli der Pächter 1955: Ich denke oft an Piroschka (Kurt Hoffmann) 1956: Heute heiratet mein Mann 1957: Les Aventures d’Arsène Lupin (Jacques Becker) 1957: Die Zürcher Verlobung (Helmut Käutner) 1957: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull 1958: Das Wirtshaus im Spessart 1958: A Time to Love and a Time to Die (Douglas Sirk) 1958: Le Joueur (Claude Autant-Lara) 1958: Helden 1959: Das schöne Abenteuer 1959: Buddenbrooks 1. Teil 1959: Buddenbrooks 2. Teil 1960: Das Glas Wasser (Helmut Käutner) 1960: Das Spukschloss im Spessart 1960: Gustav Adolfs Page 1961: La Fayette (Jean Dréville) 1961: One, Two, Three (Billy Wilder) 1962: Maléfices (Henri Decoin) 1962: Kohlhiesels Töchter (Axel von Ambesser) 1963: Frühstück im Doppelbett 1963: Ein fast anständiges Mädchen 1964: A Global Affair (Jack Arnold) 1964: Monsieur (Jean-Paul Le Chanois) 1965: Dr. med. Hiob Prätorius 1965: Le gentleman de Cocody (Christian-Jaque) 1966: Hokuspokus oder: Wie lasse ich meinen Mann verschwinden…? 1966: La Religieuse (Jacques Rivette) 1966: Le Jardinier d’Argenteuil (Jean-Paul Le Chanois) 1967: Herrliche Zeiten im Spessart 1969: This is Your Captain Speaking (korte film) 1969: Die Hochzeitsreise 1972: Le Trefle à cinq feuilles (Edmond Freess) 1975: Orpheus in der Unterwelt (tv) 1975: Monika und die Sechzehnjährigen 1979: Brot und Steine 1996: Das Superweib 2002: Charlie Chaplin – Die vergessenen Jahre (Dokumentaire)

Televisie 1954: Unsere kleine Stadt 1956: Smaragden-Geschichte 1956: Jeanne oder Die Lerche 1966: Der Regenmacher 1969: Pistolen-Jenny 1970: Die Baumwollpflücker 1971: Timo 1971: Orpheus in der Unterwelt 1972: Hoopers letzte Jagd 1972: Die Glückspirale 1977: Café Hungaria: Werden Sie meine Witwe 1978–1985: Sesamstraße 1978: Der Alte: Ein Koffer 1979: Noch ’ne Oper 1982: Jeden Mittwoch 1986: Die Geheimschublade 1989: Mit Leib und Seele 1994: Weihnachtsfest mit Hindernissen 1996: Alles gelogen 2004: René Deltgen – Der sanfte Rebell 2007: Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe

Discografie (selectie)

Muziekopnamen

1958: Das Wirtshaus im Spessart, Original Soundtrack, Electrola 7 EGW 8467 (ep) 1960: Chansons aus Das Glas Wasser, Amiga 5 40 213 (ep) 1962: Jedes Töpfchen find´t sein Deckelchen / Bübchen, mein Bübchen, Electrola E 22364 (Single) 1977: Ich lach, was soll ich weinen, Decca (lp)

Luisterboeken en hoorspelen

1959: Peter und der Wolf. 1960: Minna von Barnhelm oder Das Soldatenglück. (lp), Liselotte Pulver in de titelrol 1978: Mary Poppins, Karussell (lp) 1982: Kasperle-Theater Nr. 1 + 2, Tudor (lp)

Autobiografieën Die Lachstory. Droemer-Knaur, Zürich 1974, (samen met Corinne Pulver). ... wenn man trotzdem lacht. Tagebuch meines Lebens. Ullstein, Frankfurt am Main en Berlijn 1993, . Bleib doch noch ein bisschen. Langen Müller, München 1996, (aktueel onder ). Meine Wunder dauern etwas länger. Geschichten und Bilder aus meinem Leben. Langen Müller, München 2000, . Das Geheimnis meines Lachens. Langen Müller, München 2004, . Dem Leben ins Gesicht gelacht. Hoffmann en Campe, Hamburg 2016, (gesprekken met Olaf Köhne en Peter Käfferlein).

Categorie:Duits acteur