miniatuur|Vervolgpaden Grootoosten der Nederlanden|260x260px De Afdeling van de Meestergraad is een Nederlandse obediëntie, oftewel een koepel van vrijmetselaarsloges, welke is opgericht in 1819. De loges worden binnen de Afdeling van de Meestergraad aangeduid als Bouwhutten, en ook wel als Vriendenkringen van broeders. Lidmaatschap van een Bouwhut is een van de mogelijke vervolgpaden voor vrijmetselaren in Nederland vanuit de symbolieke – of 'blauwe' - loges van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, waar de basisgraden van leerling, gezel en meester worden verleend.
In haar huidige vorm houdt de Afdeling van de Meestergraad zich vooral bezig met het stimuleren van de idealen van de vrijmetselarij en het in kleine intieme kring rekenschap geven van dat wat het meesterschap in de praktijk betekent. Dit wordt gerealiseerd door het werken aan persoonlijke vorming, met als doel het bijdragen aan een betere samenleving. Uitgangspunt hierbij vormt de zogeheten trias (letterlijk 'groep van drie' in het Latijn) 'Naastenliefde, Hulpvaardigheid en Verzorging'. Centraal staat de verdieping waarbij alle thema’s aan de orde kunnen komen die van belang zijn in ieders persoonlijk leven. Deze verdieping kan in een Bouwhut, in een kleine groep, makkelijker tot stand komen dan in het grotere verband van de loge. Een Bouwhut is daarbij doorgaans samengesteld uit leden van verschillende loges, waardoor verbinding over de grenzen van loges heen ontstaat. Leden van de Afdeling van de Meestergraad c.q. een Bouwhut spreken elkaar ook niet aan als 'Broeder', zoals in een loge gebruikelijk is, maar als 'Vriend'.
In de praktijk blijkt dat ook de plaats van samenkomst van belang is voor de groepsgrootte. Indien men de intimiteit van de huiskamer verkiest om - afwisselend bij de leden thuis - samen te komen zal het aantal deelnemers beperkt zijn. Een grotere groep zal veelal samenkomen in een andere gelegenheid, bijvoorbeeld een logegebouw. Een Bouwhut komt als regel maandelijks bijeen en telt tussen de 7 en 20 leden.
Ritus en graden De Afdeling van de Meestergraad werkt volgens een eigen ritus. Deze wordt uitsluitend beoefend in Nederland en kent slechts één graad, die van Uitverkoren Meester.
Structuur Om lid te kunnen worden van een Bouwhut moet men minstens een jaar meester vrijmetselaar in een symbolieke loge zijn. Het lidmaatschap is alleen op uitnodiging, ook kunnen minimaal zeven vrijmetselaren - in samenspraak met de Afdeling van de Meestergraad - zelf een nieuwe Bouwhut starten. Leden van een Bouwhut zijn automatisch ook lid van de Afdeling van de Meestergraad.
De Bouwhutten zijn verenigd onder de zogeheten Kamer van Administratie, welke haar zetel heeft in den Haag. De Kamer van Administratie bestaat uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en enkele leden. Daarnaast heeft elke Bouwhut een eigen bestuur, met aan het hoofd een Voorzittend Meester. Het bestuur bestaat verder uit een secretaris en een penningmeester.
Bouwhutten
Actieve Bouwhutten miniatuur|Historisch schootsvel Afdeling van de Meestergraad. Collectie Vrijmetselarijmuseum Anno 2024 zijn er vijfenvijftig Bouwhutten actief in Nederland
NrNaamDatum constitutieZetel01L'Union Royale28-10-1820Den Haag03Vicit Vim Virtus13-05-1826Haarlem04De Gooische Broederschap05-09-1932Hilversum06Amsterdam01-07-1937Amsterdam08De IJsel26-02-1938Zutphen09Prins Frederik04-09-1950Den Haag10Hermannus van Tongeren02-12-1950Amsterdam12Het Noordererf24-11-1951Groningen13De Cirkel03-05-1952Arnhem14Age10-03-1956Den Haag15Orde en Vlijt14-09-1958Gorinchem16Trouw27-09-1958Den Haag17De Troffel18-10-1958Bilthoven18Gooi en Eemland22-11-1958Hilversum19L'Amitié04-04-1959Zaandam20Calluna12-11-1960Groningen21De Twee Punten23-03-1963Den Haag22Vriendenkring03-12-1966Groningen23Mozaiek18-11-1967Groningen24Setia16-11-1971Amsterdam26L'Inseparable12-04-1975Bergen op Zoom27Ongescheiden08-05-1976Rotterdam28De Bouwsteen21-03-1979Alkmaar30Corona Frisia10-05-1980Leeuwarden31De Peperbus14-02-1981Zwolle32De Rechte Lijn04-04-1981Rotterdam33Verantwoordelijkheid15-01-1983Den Haag35De Stralenkrans19-01-1983Wageningen37Arbor Aurea28-03-1987Rijswijk ZH38De Noabers11-04-1987Hengelo40Eenvoud28-11-1987Velsen41De Koggeboet19-11-1988Schagen42De Rei24-01-1989Soest43Linea Recta03-06-1989Utrecht44Oost Gelre19-10-1991Winterswijk45De Maese14-02-1992Rotterdam46De Baronie11-04-1992Breda47Corona Mosae20-11-1993Maastricht48Oldehove18-12-1993Leeuwarden50L'Unanimité25-01-1997Brielle51Fides24-01-1998Bussum52De Hondsrug21-05-2000Emmen54In Vriendschap Bloeiende21-05-2000Doesburg55Lugdunum Batavorum07-10-2000Leiden56De Brug28-10-2000Kampen57Nehalennia13-10-2001Middelburg58Amicitia2006Hengelo59De Drie Kolommen2007Rotterdam60Akasha2008Roermond61Bohio17-09-2011Eindhoven62De Middenkamer10-03-2012Heerenveen64Unis par Amitié08-04-2017Eindhoven65L'Union Amicale16-09-2017Assen66De Werktafel16-11-2019Den Bosch67Teun Jacob02-11-2019Rotterdam
Inactieve Bouwhutten Twaalf Bouwhutten zijn in de loop van de jaren opgeheven (in vrijmetselaarsjargon: zij hebben de lichten gedoofd). NrNaamDatum constitutieZetel02De Waare Broedertrouw29-06-1819Gouda05De Vriendschap16-12-1933Den Haag07Het Vreedendall17-04-1937Den Haag11Ultrajectina20-10-1951Utrecht25De Kei22-01-1974Amersfoort29Aengwirden01-12-1979Heerenveen34Twee in Een12-02-1983Eindhoven36De Gulden Regel05-05-1984Nijmegen39Panta Rhei30-05-1987Bussum49Gericht op het Westen03-11-1996Deventer53Unio mystica19-02-2000Heerenveen63De Achtste Trede19-09-2015Leiden
Geschiedenis van de Afdeling van de Meestergraad
Context miniatuur|Prins Frederik als Grootmeester, ca. 1870. Schilderij B. de Poorter, collectie Vrijmetselarijmuseum De overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw ging in de Nederlanden gepaard met grote veranderingen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd veroverd door Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte en initieel getransformeerd in een vazalstaat, en later volledig geannexeerd. Na deze zogeheten Franse Tijd (1794 - 1814) ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden verenigd onder koning Willem I, de zoon van stadhouder Willem V.
Op de bijeenkomst van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden van 2 juni 1816 werd besloten om de positie van Grootmeester Nationaal van de symbolieke graden aan te bieden aan prins Frederik, de tweede zoon van koning Willem I. De volgende dag gebeurde hetzelfde op de bijeenkomst van de Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland (toentertijd nog Oppergraden geheten). Deze laatste orde vormde op dat moment het belangrijkste vervolgpad voor vrijmetselaren vanuit de symbolieke graden, daarnaast was in de Zuidelijke Nederlanden de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in opkomst.
De prins accepteerde, en op 13 oktober 1816 werd hij geïnstalleerd als Grootmeester Nationaal van de symbolieke graden, voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden. Op 15 december 1817 werd hij eveneens als Grootmeester Nationaal van de Orde der Hoge Graden geïnstalleerd.
Rond deze tijd was er echter in de Nederlandse vrijmetselarij grote verdeeldheid over het werken in de Orde der Hoge Graden. Ook de prins had zijn bedenkingen hierover al meermaals laten doorschemeren, vanwege het christelijke karakter van het rituaal van de Orde der Hoge Graden wat een belemmering kon zijn voor sommigen om lid te worden. De prins meende verder dat de verdere integratie van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden op het gebied van de vrijmetselarij alleen kon slagen wanneer men zich tot de drie symbolieke graden zou beperken.
Het Charter van Keulen Op 21 februari 1818 ontving prins Frederik via zijn secretaris een aantal oude documenten die hem anoniem waren toegestuurd. Een daarvan was een oorkonde in Latijn en maçonniek kwadraatschrift, het zogeheten Charter van Keulen. Dit document - wat later een vervalsing bleek te zijn - zou bewijzen dat de vrijmetselarij al aanwezig was in de Nederlanden in de zestiende eeuw, en bevatte de oproep dat vrijmetselaars de zuiverheid van hun doelstellingen moesten bewaken en zich niet tot buitenissigheden - zoals de Hoge Graden - laten verleiden. Het zwaartepunt lag daarbij op de meestergraad, waarbij meesters zich verder konden ontwikkelen tot elicti magistri (uitverkoren meesters) dan wel summi electi magistri (opper uitverkoren meesters). Het document was vermoedelijk afkomstig uit de omgeving van de prins, en vanuit politieke motieven opgesteld.
In de zomer van 1818 stuurde de prins een afschrift van de oorkonde toe aan alle loges en op 25 april 1819 ontvingen alle meester vrijmetselaars een brief van de prins dat hij vanaf dat moment alleen nog wilde werken in de symbolieke graden. Hij gaf hierbij aan de meestergraad niet voldoende uitgewerkt te vinden en daarom een nieuwe obediëntie op te zullen richten om deze verder te ontwikkelen, de 'Afdeelingen van de Meestergraad'. Binnen de ritus van de Afdelingen van de Meestergraad werden twee graden onderscheiden, die van Uitverkoren Meester en die van Opper Uitverkoren Meester, welke elk een eigen Afdeling vormden binnen de nieuwe obediëntie. De wens van de prins - en zijn omgeving - was dat de nieuwe obedientie uiteindelijk de bestaande vervolgpaden zou vervangen.
Een nieuwe obediëntie Bij de brief van de prins zaten de ritualen en wetten van de nieuwe obediëntie en een beginselverklaring. Meester vrijmetselaars die deze ondertekenden werden zonder verdere formaliteiten Opper Uitverkoren Meesters, zij die zich later aanmeldden moesten via de in de ritualen aangegeven inwijding worden opgenomen. Door vrijmetselaars die waren toegetreden kon binnen een bestaande symbolieke loge een 'loge van Uitverkoren en Opper Uitverkoren Meesters' worden opgericht. Op 17 februari 1820 werd de eerste loge binnen de nieuwe obediëntie geconsacreerd bij loge 'L'Union Frederic' in den Haag.
Op 22 mei 1820 legde prins Frederik de functie van Grootmeester Nationaal van de Orde der Hoge Graden neer en de volgende dag was de eerste algemene ledenvergadering van de Afdelingen van de Meestergraad. Om de nieuw opgerichte obediëntie te besturen werd in de Noordelijke Nederlanden een tijdelijke Kamer van Administratie opgericht met als zetel den Haag. In 1822 werd deze tijdelijke Kamer van Administratie omgezet in een definitieve, en in 1824 werd begonnen met het uitreiken van constitutiebrieven aan de nieuw opgerichte loges.
Het was de bedoeling om in de Zuidelijke Nederlanden eveneens een Kamer van Administratie op te richten en loges van Uitverkoren en Opper Uitverkoren Meesters. In het zuiden was echter aanzienlijk minder animo voor de nieuwe obediëntie en nam men een afwachtende houding aan. Dit mede omdat de symbolieke graden en de Hoge Graden hier veelal gezamenlijk in dezelfde loge werden verleend, in tegenstelling tot het noorden waar dit in twee aparte obediënties plaatsvond. Uiteindelijk zouden de Afdelingen van de Meestergraad in de Zuidelijke Nederlanden niet van de grond komen.
In 1830 vond de Belgische revolutie plaats en scheidden de Zuidelijke Nederlanden zich af om het Koninkrijk België te vormen. Mede onder invloed hiervan veranderde de mening van de prins en in 1834 werd een commissie benoemd om de mogelijkheden tot samenwerking te onderzoeken tussen de verschillende obediënties in Nederland. Dit leidde er toe dat er in 1835 een convenant werd gesloten waarbij prins Frederik Grootmeester Nationaal werd van alle drie de obediënties: het Grootoosten der Nederlanden, de Orde der Hoge Graden en de Afdelingen van de Meestergraad. Voor elk van de drie werd een Gedeputeerd Grootmeester benoemd, een situatie die zou blijven duren tot het overlijden van de prins in 1881. Hierna benoemde elke obediëntie voortaan een eigen Grootmeester.
Verdere ontwikkeling