Het Kalininoffensief was een gevecht aan het Oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog van 6 december 1941 tot 7 januari 1942. Nadat de Duitse aanval op Moskou was vastgelopen, zette het Rode Leger de tegenaanval in. De drie legers van het Kalininfront vormden de rechtervleugel van het offensief. De Sovjets vielen over een breedte van 200 km het Duitse 9de leger aan. Hun doel was Rzjev, een belangrijk verkeersknooppunt in de achterhoede van Heeresgruppe Mitte. Bovendien moesten ze verhinderen dat de Duitsers hun reserves naar andere bedreigde sectoren zouden verplaatsen.

Wegens een gebrek aan artillerie en tanks slaagden de Sovjetlegers er niet in om de Duitse linies te doorbreken. Het kwam tot hevige gevechten rond Kalinin, dat pas op 16 december werd bevrijd. Door de druk op de verdediging was het 9de leger niet in staat om hun rechterbuur, het 3e Pantserleger, te hulp te komen. Toen dit leger door het Klin-Solnetsjnogorsk-offensief tot een terugtocht werd gedwongen, was de zuidelijke flank van het 9de leger niet langer gedekt. Na de ontruiming van Kalinin trokken de Duitse eenheden zich geleidelijk terug naar Staritsa.

Het Kalininfront kreeg versterking van het 30ste leger en het 39ste leger, maar de opmars versnelde niet merkbaar. Onder de toenemende aanvallen van vijf Sovjetlegers trok generaal Strauss zich langzaam terug naar het westen, maar hij hield de divisies van het 9de leger goed gegroepeerd. Rond Staritsa probeerde hij stand te houden, maar de overmacht van het Kalininfront was te groot. Op 1 januari 1942 viel Staritsa en begon een nieuwe fase van het winteroffensief van het Rode Leger.

Na het Kalininoffensief was de val van Moskou definitief afgewend. Het Rode Leger had de noordelijke vleugel van Heeresgruppe Mitte 100 km teruggedreven en de Wehrmacht was in het defensief gedwongen. Het Kalininfront had een uitstekende uitgangspositie veroverd en het dreigde Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Mitte van elkaar te scheiden.

Situatie december 1941 Bij de aanvang van operatie Barbarossa, de inval in de Sovjet-Unie, rukte het 9de leger op in het spoor van Pantsergroep 3. In de slag bij Minsk vernietigde het de omsingelde Sovjetlegers van het Westelijk Front. Daarna hervatte de Duitsers de opmars naar het oosten. Enkele weken later omsingelden ze bij Smolensk opnieuw een deel van het Westelijk Front. Ondanks hun succes begon de Duitse opmars te haperen. De Sovjets bleven doorvechten in plaats van zich over te geven. Door de snelle opmars van de gemotoriseerde eenheden ontstonden er grote gaten tussen de pantserdivisies en de tragere infanteriedivisies. Steeds meer Sovjets ontkwamen door deze openingen naar het oosten. Bovendien vormden de enorme afstanden een zware belasting voor de bevoorradingslijnen van de uitgeputte Duitse divisies. thumb|Situatie op 5 december 1941

Op 19 juli 1941 bepaalde Adolf Hitler dat Moskou niet langer het hoofddoel was. In het zuiden blokkeerde het Zuidwestelijk Front de opmars van Heeresgruppe Süd en in het noorden vorderde Heeresgruppe Nord moeizaam in de richting van Leningrad. Het Duitse opperbevel dirigeerde beide pantsergroepen van Heeresgruppe Mitte naar de flanken om hun buren te helpen. Ondertussen kreeg het 9e leger bevel om halt te houden en zich in te graven. De infanteriedivisies kregen de tijd om zich te hergroeperen, verliezen te vervangen en de voorraden aan te vullen. Toen de Sovjets op 17 augustus 1941 het Doechovinska-offensief lanceerden tegen het 9de leger, trokken de Duitsers zich zonder problemen enkele kilometers terug naar een beter verdedigbare stelling. De infanteriedivisies sloegen het offensief moeiteloos af. Het oorlogsdagboek van de staf van het 9de leger meldde slechts enkele schermutselingen langsheen het front.

Ondertussen behaalde Heeresgruppe Süd een grote overwinning bij Kiev en hadden de Duitse legers begin september de rand van Leningrad bereikt. Op dat moment veranderde Adolf Hitler zijn plannen weer. Moskou werd opnieuw het doel. Beide pantsergroepen werden opnieuw aan Heeresgruppe Mitte toegevoegd en de beslissende aanval op Moskou ging op 5 oktober van start. Begin oktober leek de overwinning binnen bereik van de Duitse legers. In omsingelingen bij Brjansk en Vazyma verloor het Rode Leger meer dan 650 000 soldaten. De verdedigingslinie rond Moskou was ineengestort en georganiseerde tegenstand van de Sovjets was gebroken.

Koppig weigerde Jozef Stalin zich neer te leggen bij de nederlaag. Hij benoemde generaal Zjoekov tot bevelhebber van het Westelijk Front. Geholpen door de herfstregens en nieuwe versterkingen slaagde hij er in de Duitse opmars te vertragen. Het Duitse opperbevel probeerde het succes bij Kyiv te herhalen, maar deze keer op de noordelijke flank. Midden oktober boog pantsergroep 3 naar het noorden in een poging om het Noordwestelijk Front te omsingelen. Op 17 oktober 1941 viel Kalinin in hun handen, maar daarna stokte de opmars. Het kwam tot hevige gevechten op de weg Kalinin-Torzjok. De Duitse pantserdivisies slaagden er niet in om een doorbraak te forceren. Generaal Ivan Konev lanceerde enkele tegenaanvallen, die met veel moeite door de Duitsers werden afgeslagen. Veldmaarschalk Fedor von Bock staakte de aanval in de richting van Torzjok en hergroepeerde zijn gemotoriseerde divisies. Rond Kalinin ontstond eind oktober een patstelling. De Duitsers hielden de stad en de grote brug over de Wolga in handen en de Sovjets hadden zich ingegraven op de noordelijke oever. De Duitse eenheden hadden onvoldoende mankracht om het offensief te hervatten en de Sovjets misten vuurkracht om de stad te heroveren.

De veldtocht begon echter zijn tol te eisen van de Duitse divisies. Infanterieregimenten hadden in sommige gevallen nog slechts de sterkte van een bataljon en bij de pantserdivisies waren meer dan de helft van de voertuigen niet meer operationeel. Voorraden van munitie, kledij en brandstof waren schaars en bereikten niet of nauwelijks de frontlijn. De Duitse gemotoriseerde eenheden boekten nauwelijks nog terreinwinst. Eind oktober was de Duitse aanval vastgelopen in de modder.

Begin november begon de temperatuur te dalen, maar pas nadat de grond bevroor, was het mogelijk om de opmars te hervatten. Op 15 november 1941 ging Heeresgruppe Mitte opnieuw in de aanval. Pantsergroep 3 had al zijn infanteriedivisies overgedragen aan het 9de leger zodat de eenheid enkel uit gemotoriseerde eenheden bestond. Het einddoel was Moskou. Op 24 november 1941 veroverde Pantsergroep 3 Klin en een dag later viel ook Solnetsjnogorsk in Duitse handen. De aanvallers kregen last van het winterweer. De temperatuur daalde nog verder. Sneeuwbuien hielden de vliegtuigen van de Luftwaffe aan de grond en belemmerden de opmars. Langzaam kropen de tanks verder in de richting van Moskou, maar sneeuw en sterk verzet van het Rode Leger brachten het offensief tot stilstand. Slagorde Wehrmacht thumb|Kolonel-generaal Adolf Strauss

9de leger (kolonel-generaal Adolf Strauss) 23ste Korps (generaal der Infanterie Albrecht Schubert) 206ste Infanteriedivisie 102de Infanteriedivisie 256ste Infanteriedivisie 253ste Infanteriedivisie 251ste Infanteriedivisie 6de Korps (Generaal der Genie-troepen Otto-Wilhelm Förster) 26ste infanteriedivisie 6de infanteriedivisie 110de infanteriedivisie 27ste Korps (generaal der Infanterie Alfred Wäger) 86ste infanteriedivisie 162ste infanteriedivisie 129ste infanteriedivisie 161ste infanteriedivisie

Het 9de leger vormde de verbinding tussen Pantsergroep 3 en het 16de leger van Heeresgruppe Nord. Tijdens de aanval op Moskou kreeg generaal Strauss de opdracht om de noordelijke flank en de achterhoede te beschermen van de gemotoriseerde divisies. Naarmate Pantsergroep 3 steeds verder in de richting van Moskou oprukte, strekte het front van het 9de leger zich steeds verder uit. Op 20 november 1941 droeg het 41ste Pantserkorps van Pantsergroep 3 de verdediging van Kalinin aan het 27ste Korps van het 9de leger over. Ook werden alle infanteriedivisies overgedragen. Op 5 december 1941 was generaal Strauss verantwoordelijk voor een front van 200 kilometer tussen Osthakov en het Moskou reservoir, ten oosten van Kalinin.

Generaal Strauss concentreerde zijn troepen voornamelijk rond Kalinin, dat werd verdedigd door de vier divisies van het 27ste Korps. Generaal Wäger kreeg de opdracht contact te houden met de oprukkende pansterdivisies en hun achterhoede te beschermen. Hij verwachtte dat Pantsergroep 3 spoedig Moskou zou veroveren, dus beschouwde hij de verdediging van Kalinin als zijn voornaamste taak. De 129ste infanteriedivisie en de 161ste infanteriedvisie bevonden zich in de stad zelf. Beide divisies hadden zich stevig ingegraven. Gedurende twee weken hadden de Duitse genie-eenheden hun posities versterkt. De geschutsstellingen werden beschermd door loopgraven en omringd door prikkeldraad. Op de belangrijkste wegen lagen mijnen. De Duitse bataljons bezetten een aantal openbare gebouwen zoals postkantoren, scholen, stations en woonblokken. In deze betonnen gebouwen, die waren versterkt met zandzakken en prikkeldraad, bevonden zich machinegeweernesten en scherpschutters. De 162ste infanteriedivisie lag in de bocht van de Wolga ten zuidoosten van de stad en verdedigde de belangrijke verbindingsweg Kalinin-Klin. De 86ste infanteriedivisie vormde de uiterste rechterflank van het leger en ze bevond zich tussen Kalinin en het Moskou-reservoir.

Het 6de korps vormde het centrum van het 9de leger. Generaal Förster had zijn drie divisies op de zuidelijke oever van de Tvertsa ingegraven. De drie divisies verdedigden een frontsector met een breedte van 60 km, van Martynovo tot aan de westelijke rand van Kalinin. De steile oever van de rivier, de bossen ten westen van Kalinin en de ravijnen rond Martynovo vormden een sterke natuurlijke verdediging, die waren aangevuld met mijnenvelden en houten bunkers op strategische posities. Generaal Förster had zijn eenheden zodanig gepositioneerd dat elke bataljon vuursteun kon geven aan zijn buren.

Het 23ste korps vormde de linkerflank van het 9de leger. Het korps, bestaande uit vijf divisies, verdedigde een frontlijn van 130 km, die zich uitstrekte van Martynovo tot Osthakov. Hoewel de linie van het 23ste korps de langste sector was, had generaal Schubert een sterke verdedigingslinie opgebouwd. Sinds eind oktober 1941 was het front nauwelijks veranderd. Van deze immobiliteit hadden de Duitsers geprofiteerd om loopgraven aan te leggen, geschutstellingen te bouwen en mijnenvelden aan te leggen. Indien mogelijk maakten ze gebruik van steile heuvels en rivieren en waar deze natuurlijke verdedigingslinies ontbraken, hadden ze gebruik gemaakt van de staatsboerderijen. Duitse genietroepen hadden de betonnen gebouwen omgevormd tot kleine forten en omringd met prikkeldraad en mijnen, waarbij de artillerie de belangrijkste toegangswegen bestreek.

Slagorde Rode Leger thumb|Kolonel-generaal Ivan Konev Kalininfront (Kolonel-generaal I.S. Konev) 22ste leger (majoor-generaal V.I.Vostruhov) 249ste divisie 179ste divisie 186ste divisie 178ste divisie 220ste divisie 29ste leger (luitenant-generaal I.I.Maslennikov) 183ste divisie 246ste divisie 243ste divisie 174ste divisie 54ste cavaleriedivisie 31ste leger (generaal-majoor V.A.Joesjkevitsj) 243ste divisie 119ste divisie 250ste divisie 256ste divisie 252ste divisie 262ste divisie 5de divisie