In de Chinese schilderkunst staan de Vier Edellieden (; pinyin: Huā zhōng sìjūnzǐ) voor de orchidee, de chrysant, de Japanse abrikoos en bamboe. Deze planten vertegenwoordigen de vier seizoenen; de orchidee als de lente, bamboe als de zomer, de chrysant als de herfst en de pruim als de winter. Smithsonian Gardens: Orchids: The Four Gentlemen De 'Vier Edellieden' worden vaak gebruikt om de opvolging van seizoenen af te beelden in landschappen en vogel- en bloemschilderingen.

De term 'Vier Edellieden' is ontleend uit het Confucianisme ten tijde van de Zhou-dynastie. In die tijd werden edellieden of junzi in moreel en sociaal opzicht superieur bezien ten opzichte van het overige volk. , China. Een maatschappelijke en filosofische geschiedenis (Academia Press, 2008), p. 138 Op dezelfde wijze worden de vier planten in de Chinese cultuur geprezen om hun schoonheid en gebruikt als symbool voor menselijke kwaliteiten. Als motief worden zij sinds de periode van de Song-dynastie (960–1279) in de schilderkunst gebruikt. Met het verbreiden van de Chinese culturele invloedssfeer namen kunstenaars in Korea, Japan en Vietnam het motief over in hun schilderijen.

Afbeeldingen

Zie ook Bamboeschildering Drie Vrienden van de Winter

Categorie:Chinese schilderkunst Categorie:Genre in de beeldende kunst