Donald Hugo Dijkhuijsen (TwelloTwello was in 1818 weer samengegaan met Voorst, bij inschrijving in het geboorteregister luidde de eerste naam Donaldus, die later gecorrigeerd werd, 28 april 1821 – aldaar, 11 januari 1897) was een Nederlands organist.

Hij werd geboren binnen het gezin van Jacobus Dijkhuijsen (secretaris van de schout van Voorst) en Johanna MacKaij. Hun dochter Pittronella Margrita Dijkhuijsen (geboren 1817) huwde letterkundige, schilder, belastingontvanger en bierbrouwer Egbert van der Maaten. Hijzelf bleef vermoedelijk ongetrouwd.Zowel overlijdensakte als overlijdensadvertentie vermeldt geen vrouw of weduwe.

Hij kreeg zijn muziekopleiding van Friedrich Schneider in Dessau. Vervolgens werd hij organist in Elburg en vanaf 1845 tot 1886 in de Grote of Sint-Stevenskerk te Nijmegen. Tevens was hij in die plaatsen muziekmeester.

Van zijn hand kwam een aantal composities (verschenen onder de naam D.H. Dijkhuyzen): Gevarieerd koraal voor orgel en koperblaasinstrumenten Wie schön leuchtet der Morgenstern twee orgelsonates Psalm 23 voor koor en orkest Ouverture voor orkest (1855) een symfonie in C (1856) en enkele liederen.

Categorie:Nederlands organist