|} Lijn H of Staatslijn H is de volgens Wet op de Aanleg van Staatsspoorwegen aangelegde spoorweg tussen Utrecht en Boxtel, waar deze aansluit op de Staatslijn E, de spoorlijn van Breda over Eindhoven en Venlo naar Maastricht. De spoorlijn maakt deel uit van de eerste Staatsaanleg van spoorwegen in Nederland. Het tracé kruist drie grote rivieren en was enkele jaren de enige verbindende schakel tussen de twee, door deze rivieren gescheiden, delen van het Nederlandse spoorwegnet.
Geschiedenis De spoorlijn werd aangelegd om een verbinding te vormen tussen de spoorwegnetten ten noorden en ten zuiden van de grote rivieren van Nederland. Door de kostbare overbruggingen die nodig waren ontbrak een spoorwegverbinding tussen noord en zuid. In eerste instantie zou de spoorlijn bij Maarsbergen van de Rhijnspoorweg afsplitsen en via Amerongen en Tiel naar 's-Hertogenbosch en Boxtel lopen. Later werd besloten de lijn via Culemborg en Zaltbommel aan te leggen.
De spoorlijn werd in fasen geopend: 1 januari 1868: Vught - Boxtel 1 november 1868: Utrecht SS - Waardenburg 1 november 1868: 's-Hertogenbosch - Vught 1 november 1869: Waardenburg - Hedel 15 september 1870: Hedel - 's-Hertogenbosch In Boxtel sluit de lijn aan op de enkele jaren eerder geopende Staatslijn E, de spoorlijn van Breda over Eindhoven en Venlo naar Maastricht.
De spoorbruggen over grote rivieren kwamen over de Lek bij Culemborg (1868), over de Waal bij Zaltbommel (1869) en over de Maas bij Hedel (1870). De brug over de Lek had bij de opening de langste brugoverspanning in Europa.
Samen met de Staatslijn E vormde de spoorlijn sinds de opening de belangrijkste spoorwegverbinding tussen de Randstad en Zuid-Nederland. De exploitatie op deze staatslijnen werd verricht door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Tot 1885 was er sprake van enkelspoor. Daarna werd het grootste deel van de lijn dubbelspoor. In 1917 werd samen met de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen opgericht. Vanaf 1920 werden beide bedrijven in elkaar geschoven en werd het Nederlandse spoorwegnet door één bedrijf geëxploiteerd. Op 1 januari 1938 volgde de oprichting van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen. Dat jaar werd de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch - Eindhoven, als onderdeel van het zogenaamde Middennet, geëlektrificeerd.
thumb|Spoorwegverbinding weer hersteld in april 1947
In 2001 werd de tramlijn Houten - Houten Castellum parallel aan de Staatslijn aangelegd. Met de aanleg van de tramlijn kreeg de nieuwbouwwijk Houten Zuid een spoorverbinding. De keuze voor een tramlijn werd ingegeven doordat er door de drukke dienstregeling op de Staatslijn geen extra stop in te plannen was. In 2007 werd begonnen met de spoorverdubbeling tussen Utrecht en Houten Castellum in het kader van het project Randstadspoor. Vanwege de werkzaamheden werd het tijdelijke tramstation Houten Castellum eind 2008 gesloten om plaats te maken voor de spoorverdubbeling.
Spoorverdubbeling thumb|left|300px|Mat '24 museumwagen 'Jaap' is op 16 december 2007 onderweg van Haarlem naar Heerlen en passeert hierbij de werkzaamheden rondom de spoorverdubbeling bij Houten.Om de capaciteit van de lijn te verhogen is ProRail in 2007 begonnen met de spoorverdubbeling van het traject Utrecht Centraal - Houten Castellum. In de eerste fase is het spoor in Houten verdubbeld, tussen de Fortweg, ten zuiden van de A12 en de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. De stations Houten en Houten Castellum zijn vervangen door nieuwe stations met eilandperrons. Intercitytreinen kunnen in Houten de stoptreinen inhalen. Hierdoor is in de dienstregeling ruimte ontstaan om treinen te laten stoppen in Houten Castellum. Het in 2001 als tramlijn in gebruik genomen derde spoor is in de viersporigheid geïntegreerd.
In de tweede fase werd ook het resterende traject tussen Utrecht en Houten verdubbeld, hierbij werd het nieuwe station Utrecht Vaartsche Rijn gebouwd, kwamen er dive-unders bij de aansluiting met de spoorlijn Utrecht - Arnhem, en werd station Utrecht Lunetten vervangen door nieuwbouw. Deze fase werd afgerond in mei 2016. Intercitytreinen kunnen vanaf dat moment tussen Utrecht Centraal en Houten Castellum Sprinters en goederentreinen inhalen.
Stations en gebouwen Langs de eerste staatslijnen verschijnen tussen 1860 en 1865 de standaardstations van de Staatsspoorwegen, de zogenaamde Waterstaatstations. Omdat Staatslijn H enkele jaren later wordt aangelegd, verschijnen hier nieuwe types standaardgebouwen. In Houten, Schalkwijk, Kuilenburg, Geldermalsen en Waardenburg verschijnen in 1867 en 1868 de kleine gebouwen die als nieuw type Vijfde Klasse kunnen worden gezien. Hedel en Vught krijgen een stationsgebouw dat beschouwd kan worden als de nieuwe uitvoering van het type Vierde Klasse. In Zaltbommel verschijnt een grotere uitvoering van dit type.
In Utrecht verschijnt in 1866 een relatief klein stationsgebouw. In 1874 wordt dit gebouw alweer gesloten en rijden de treinen naar het gezamenlijke station van de NRS en NCS, het latere Centraal Station. Het gebouw bleef in gebruik, onder andere als magazijn. In december 1944 brandt het af en worden de restanten gesloopt. In 's-Hertogenbosch wordt een laag stationsgebouw van hout en cement gebouwd vanwege de beperkingen van de Vestingwet. In Boxtel was al een Waterstaatstation van het type Vierde Klasse aanwezig.
Vervanging stationsgebouwen in de 19e eeuw thumb|left|300px|Plan T treinstel 502, destijds het oudste treinstel van de NS, is op 16 december 2007 onderweg van Utrecht Centraal naar Tiel. Op de achtergrond het stationsgebouw van Geldermalsen.Boxtel krijgt al in 1872 een nieuw stationsgebouw. Het station wordt een eilandstation en het gebouw krijgt een hoog middendeel en twee lange vleugels. Enkele jaren later wordt het gebouw nog verder verlengd. Ook Geldermalsen krijgt in 1884 een groot eilandstation. Voornaamste reden was dat het station vanaf dat jaar een belangrijk overstapstation is geworden door de kruising met de Betuwelijn. Beide oorspronkelijke stationsgebouwen worden na het gereedkomen van de nieuwbouw gesloopt.
In 1896 wordt het eenvoudige stationsgebouw van 's-Hertogenbosch vervangen door een monumentaal bakstenen gebouw naar ontwerp van Eduard Cuypers. Het gebouw wordt een paar honderd meter zuidelijker gebouwd, en de sporen werden wat westelijker gelegd. Belangrijkste reden was het aanzicht van het gebouw vanuit de binnenstad. Men liep voortaan rechtstreeks vanuit de stad rechtuit het station in. Het gebouw was 140 meter lang en gebouwd in neorenaissance stijl.
Sluiting en vervanging van stations Door de economische situatie, de introductie van nieuwe vervoermiddelen en versnelling van de treindiensten wordt in de jaren 30 een groot aantal spoorlijnen en stations gesloten. Langs Staatslijn H blijven eind jaren 30 alleen de stations Culemborg, Geldermalsen, Zaltbommel, 's-Hertogenbosch en Vught in gebruik. De stationsgebouwen van Schalkwijk, Waardenburg en Hedel worden na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. Het gebouw van Houten blijft bewaard. Omdat het gebouw bij de spoorverdubbeling in de weg stond, werd het in 2007 verplaatst naar een locatie 150 meter zuidelijker langs het spoor.
Nadat het tweede station van 's-Hertogenbosch tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd was geraakt, werd het niet meer hersteld. In 1951 worden de restanten vervangen door een bescheiden, modern gebouw naar ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn. De oorspronkelijke perronoverkapping is hierbij behouden. Ook een paar karakteristieke kunstwerken van het tweede stationsgebouw worden bewaard. In 1998 wordt het gebouw alweer vervangen door nieuwbouw. Het station bestaat voornamelijk uit de passage -Passerelle- boven de sporen, die de feitelijke stationshal en de toegang tot de perrons vormt. De oude overkapping blijft opnieuw grotendeels bewaard. Het derde stationsgebouw wordt gesloopt.
Ondertussen krijgt Culemborg in 1974 een nieuw stationsgebouw van twee verdiepingen, datzelfde jaar wordt het oude gebouw gesloopt. In 1982 kreeg Houten een nieuw station dat onderdeel uitmaakte van het nieuwe centrum dat Houten toen als groeikern bouwde (dit station is rond 2007 weer vervangen door een groter en hoger liggend station). In 1984 krijgt ook Zaltbommel een nieuw stationsgebouw. Het nieuwe gebouw komt 700 meter dichter bij de stad te liggen. Het oude stationsgebouw wordt gesloopt. In 1998 wordt ook het stationsgebouw van Boxtel gesloopt. Het gebouw maakt plaats voor de uitbreidingen die te maken hebben met de spoorverdubbelingen tussen de plaats en Eindhoven. In 2000 verschijnt een klein stationsgebouw op het voorplein en komt er een glazen luchtbrug over de sporen.
Nieuwe stations In 1980 wordt de voorstadshalte Utrecht Lunetten geopend. In 1992 wordt een keet voor de kaartverkoop bij de halte geplaatst. Omdat Houten in de jaren zeventig als groeikern was aangewezen, steeg het inwonertal gestaag. Om deze reden werd in 1982 opnieuw een station in de plaats geopend. Het wordt een viaductstation dat geïntegreerd is in de bebouwing van het nieuwe centrum.
In 2001 wordt de voorstadshalte Houten Castellum geopend. Omdat de krappe dienstregeling geen stop van de reguliere stoptreinen mogelijk maakt, wordt de halte met een aparte tramlijn vanuit Houten bediend. Eind 2008 is de halte gesloten om de aanleg van de spoorverdubbeling mogelijk te maken. Deze spoorverdubbeling, alsmede de nieuwe stations Houten en Houten Castellum was eind 2010 gereed. Tot 2010 reed er een busdienst tussen Houten en Houten Castellum.
Treindienst De Staatslijn is vanaf het begin een belangrijke schakel tussen de steden in de noordelijke Randstad enerzijds en steden in Brabant en Limburg anderzijds. Over het traject rijdt dan ook sinds jaar en dag een groot aantal doorgaande treinen. De meeste treinen rijden vanuit Amsterdam via de Rhijnspoorweg en de Staatslijn naar Eindhoven. Vanuit Eindhoven wordt in eerste instantie over Staatslijn E naar Venlo en Maastricht gereden. Pas in 1913 wordt de verbinding tussen Eindhoven en Weert in gebruik genomen en rijden de doorgaande treinen over de nieuwe route. Na de elektrificatie van het traject Amsterdam - Eindhoven 25 jaar later, wordt de treindienst tussen beide steden geïntensiveerd. Ook gaan er rechtstreekse treinen vanuit Rotterdam en Den Haag via Utrecht naar Eindhoven rijden.
In 1960 wordt de frequente rechtstreekse sneltreindienst tussen Amsterdam en Maastricht in gebruik genomen. In Eindhoven wordt een cross-platform-overstap geboden op de treinen vanuit Den Haag en Rotterdam naar Venlo. In de winterdienst van 1961 wordt de treindienst van Amsterdam doorgetrokken naar Zandvoort. Op het station van Zandvoort kunnen de treinen makkelijker kopmaken en rangeren dan op het nabijgelegen station Haarlem. De stoptreinen rijden het grootste deel van de jaren 60 het ene uur vanuit Den Haag/Rotterdam naar Eindhoven en het andere uur van Amsterdam via 's-Hertogenbosch naar Roosendaal. In 's-Hertogenbosch wordt vervolgens een overstap geboden op de stoptrein Nijmegen - Eindhoven.
Spoorslag '70