De UNESCO-Werelderfgoedlijst bestaat uit belangrijk materieel cultureel erfgoed en natuurerfgoed zoals beschreven in de Overeenkomst voor het Werelderfgoed van UNESCO die in 1972 is opgesteld. Spanje ondertekende de conventie op 4 mei 1982 en vanaf dat moment kwamen belangrijke historische plaatsen in het land in aanmerking voor plaatsing op de lijst.

Spaans erfgoed werd voor het eerst in de lijst opgenomen tijdens de achtste zitting van het Werelderfgoedcomité die in 1984 plaatsvond in Buenos Aires, Argentinië. Tijdens die zitting werden vijf Spaanse erfgoedlocaties toegevoegd: de "Mezquita-Katedraal van Córdoba", "De Alhambra en Generalife, Granada", de "Kathedraal van Burgos", "Klooster en plaats van het Escorial, Madrid" en "Park Güell, Palau Güell en Casa Milà, in Barcelona". In 1985 werden nogmaals vijf Spaanse erfgoedlocaties toegevoegd en nog eens vier in 1986. Afgezien van de jaren 1984, 1985 en 1986 (de eerste drie jaar dat Spanje als volwaardig lid meedeed), werd ook in 2000 het hoogste aantal van vijf in één jaar ingeschreven Spaanse erfgoedlocaties gehaald. In maart 2026 was een totaal van vijftig Spaanse erfgoedlocaties in de lijst opgenomen, waarmee Spanje de vijfde plaats inneemt van landen met de meeste ingeschreven objecten, na Italië (60), China (59), Duitsland (54) en Frankrijk (53). Van deze objecten zijn er vierenveertig materieel cultureel erfgoed, vier natuurerfgoed en twee gemengd (beantwoordend aan zowel culturele en natuurhistorische criteria), zoals vastgesteld aan de hand van de selectiecriteria van het Werelderfgoedcomité.

Drie objecten bevinden zich op de Balearen en vier op de Canarische Eilanden. Het erfgoed Pyreneeën – Monte Perdido wordt gedeeld met Frankrijk, terwijl Prehistorische rotskunst in de Coa Vallei en de Siega Verde met Portugal wordt gedeeld. Daarnaast zijn de kwikzilvermijnen van Almadén in Castilië-La Mancha en die van Idrija in Slovenië samen als Erfgoed van kwik in Almadén en Idrija ingeschreven en is Spanje een van de zeventien landen die de Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio's van Europa delen. Van de zeventien autonome gemeenschappen in Spanje, bezit Castilië en León het meeste erfgoed, met zes exclusieve en twee gedeelde erfgoedlocaties.Exclusief: Kathedraal van Burgos, Oude stad Ávila met de Kerken-buiten-de-Muren, Oude stad Segovia en Aquaduct, Oude stad Salamanca, Las Médulas, Archeologische vindplaats van Atapuerca. Gedeeld: Prehistorische rotskunst in de Coa Vallei en de Siega Verde, Rotskunst van het Middellandse Zeebekken op het Iberisch Schiereiland.

Daarnaast heeft Spanje een speciale overeenkomst, de zogeheten Spanish Funds-in-Trust, gesloten met UNESCO. Deze overeenkomst werd op 18 april 2002 ondertekend door Francisco Villar, de Spaanse ambassadeur en permanente vertegenwoordiger bij UNESCO, en de directeur-generaal van UNESCO, Kōichirō Matsuura. Het fonds stelt jaarlijks € 600.000 ter beschikking aan een zelfgekozen programma. Gewoonlijk bestaan deze programma's uit hulp aan andere lidstaten, met name in Latijns-Amerika, veelal ter ondersteuning van nominatieprocessen voor erfgoed en het beoordelen van voorlopige erfgoedobjecten. Spanje was voorzitter van het Werelderfgoedcomité in 2008 en 2009, en in 2009 was het gastland van de 33e zitting van het comité in Sevilla, Andalusië.

Geografische ligging werelderfgoed in Spanje

Werelderfgoed in Spanje Onderstaande tabel bevat de volgende informatie per erfgoed: Naam: zoals ingeschreven door het Werelderfgoedcomité Locatie: stad of provincie waar het erfgoed zich bevindt Gemeenschap: een van de zeventien autonome gemeenschappen van Spanje Periode: relevante periode, gewoonlijk de bouwperiode UNESCO-data: het referentienummer van het erfgoed; het jaar van inschrijving in de werelderfgoedlijst; de inschrijvingscriteria: criteria i t/m vi zijn cultureel erfgoed, terwijl vii t/m x natuurerfgoed zijn; (de kolom sorteert op jaar van toevoeging aan de lijst) Beschrijving: beknopte beschrijving van het erfgoed