De American Honda Motor Company Inc. (AHM) is een dochteronderneming van de Japanse Honda Motor Company Ltd.. Het bedrijf werd opgericht in 1959. Het bedrijf is verantwoordelijk voor (een deel van) de productie, de verkoop en de service van alle Honda-producten (zowel onder de merknaam "Honda" als onder het "Acura"-merk) in Noord-Amerika. miniatuur|350px|Hoofdkwartier van American Honda in Torrance (Californië)

Voorgeschiedenis Soichiro Honda had al in 1954 zijn werknemers opgeroepen producten te maken die aan internationale kwaliteitsnormen voldeden. In eerste instantie om te voorkomen dat kwalitatief hoogwaardige motorfietsen uit het buitenland Honda van de Japanse markt zouden verdringen, maar ook om export mogelijk te maken. In dat jaar gingen de eerste Honda Cub F clip-on motoren naar Taiwan. Het Dream Model 4E ging naar Okinawa (toen nog "buitenland" omdat het onder Amerikaans bewind stond) en naar de Filipijnen. Als experiment werden ook enkele Honda Juno K-scooters naar de Verenigde Staten geëxporteerd.

Studiereizen Naar Europa Honda, dat indertijd alleen motorfietsen produceerde, wilde ook overzees gaan exporteren, waarvoor enkele studiereizen werden gemaakt. Directeur Honda ging eind 1956 samen met verkoopmanager Takeo Fujisawa naar Europa, vooral om de opkomende bromfietsmarkt te bestuderen. Het eindresultaat van deze reis was de ontwikkeling van de Honda Super Cub.

Naar Zuidoost-Azië Kihachiro Kawashima, die op de verkoopafdeling van Honda in het hoofdkantoor in Tokio werkte, werd naar Zuidoost-Azië gezonden om de motorfietsmarkt te bestuderen. In Zuidoost-Azië ontdekte Kawashima dat de Europese lichte motorfietsen en bromfietsen sterk in opkomst waren als dagelijks vervoer- en zelfs transportmiddel. De markt groeide zo snel dat de gemotoriseerde tweewielers op het punt stonden de fiets te verdringen. Kawasahima reisde drie weken door het gebied en keerde terug met de mededeling dat de markt in Zuidoost-Azië veelbelovend was. Daarop zond Fujisawa hem meteen naar de Verenigde Staten.

+Marktsituatie in de VS in 1959 miniatuur|Harley-Davidson leverde eind jaren vijftig nog ouderwetse zijklepmotoren zonder startmotor miniatuur|Triumph (en andere Britse merken) bediende de sportieve Amerikaanse rijders, met 650cc-paralleltwins zonder startmotor. De Amerikaanse motorfietsverkoop was - voor Japanse begrippen - klein. Men leverde slechts 50.000 à 60.000 motorfietsen per jaar af, ongeveer 10% van de Japanse verkopen, en een groot aantal motorfietsmerken vochten om hun stukje van deze kleine taart. Omdat de motorfietsen gebruikt werden door liefhebbers, waren ze in het algemeen zwaarder dan 500 cc. Het zwaarste model dat Honda in 1959 kon leveren was de 305cc-C 75 Dream. Bovendien hadden motorrijders geen goede naam als gevolg van het optreden van Outlaw-motorclubs, de Hollister Bash van 1947 en de film The Wild One uit 1953. Gewone Amerikanen hadden geen enkele interesse in motorfietsen.

Naar Noord-Amerika Tot dat moment waren de onderzoekers van Honda steeds motor- en bromfietsen in hun rol voor woon-werkverkeer en transport tegengekomen, zoals dat ook in Japan zelf was. In de VS echter speelde de motorfiets een heel andere rol. Amerika was het land van de auto, door de grote afstanden en de ruim gebouwde steden. Motorfietsen waren niet meer dan hobby-objecten die naast een auto in de garages stonden. Bovendien kozen Amerikanen dan meestal voor de zware Harley-Davidsons en Indians of - als ze sportief ingesteld waren - voor Britse machines van Associated Motor Cycles of de BSA-groep. Het was dan ook logisch dat Kawashima aan Fujisawa adviseerde om als eerste de veelbelovende export naar Zuidoost-Azië op te starten. Fujisawa was het daar echter niet mee eens. Omdat de VS het hart was van de kapitalistische wereld en het centrum van de wereldeconomie, zou bij succes daar de rest van de wereld vanzelf volgen. Hij zei: "Amerika is de moeilijkste markt om te veroveren, maar het is een belangrijke stap voor de groei van onze export."

Export uit Japan vs. import in Amerika Japanse bedrijven waren in de jaren vijftig afhankelijk van gespecialiseerde handelsmaatschappijen voor hun export. In de Verenigde Staten werden (voornamelijk Europese) motorfietsen ingevoerd door importeurs, die een dealernetwerk opzetten om de producten te verkopen en te onderhouden. Vooral de familie Berliner was erg actief met merken als Ducati, AJS, Matchless, Moto Guzzi, Norton, Sachs, Zündapp en het eigen merk J-Be (Joe-Berliner). Zo ontstond een vrij lange route: producent → importeur → dealer → klant. Voor de Japanners was de route nog langer: producent → handelsmaatschappij → importeur → dealer → klant. Honda had altijd een zo nauw mogelijke band met zijn klanten onderhouden en Fujisawa wilde daarom de import in de Verenigde Staten zelf verzorgen via een eigen vestiging. Zo ontstond een veel kortere route: producent → dealer → klant. Dat had als voordelen dat Honda niet afhankelijk zou zijn van prioriteiten van de tussenpersonen en dat de service veel klantgerichter zou kunnen zijn.

Bedrijf American Honda Motor Company miniatuur|links|Honda leverde vanaf het begin motorfietsen speciaal voor de Amerikaanse markt, zoals deze CA 77 Dream, die een verhoogd buizenstuur had, terwijl de rest van de wereld een laag, plaatstalen stuur kreeg. Zo stuurde Takeo Fujisawa de 39-jaar oude Kihachiro Kawashima naar de Verenigde Staten om de American Honda Motor Company Inc. op te richten en algemeen directeur te worden. Hij bezocht verschillende steden en besloot in november 1958 dat Los Angeles de beste vestigingsplaats zou zijn, vooral vanwege het warme klimaat. Bovendien vond Kawashima steun bij de grote Japanse gemeenschap in Los Angeles. Er moest nog wel overeenstemming worden bereikt met de Japanse ministeries van handel en industrie en financiën. De uitvoer van Japanse valuta was aan beperkingen onderhevig en een aanvraag van 360 miljoen yen (1 miljoen Amerikaanse dollar) werd afgewezen. Dat was een van de redenen dat export via een handelsmaatschappij makkelijker zou zijn geweest. In april 1959 kreeg Kawashima toestemming voor de uitvoer van 250.000 dollar, waarvan slechts de helft in contanten en de rest in producten of in natura. Voor ongeveer $ 100.000,= kocht Kawashima een klein wit gebouwtje, een voormalige fotostudio op 4077 West Pico Boulevard in Los Angeles. Dat werd het Amerikaanse "hoofdkantoor" in de Verenigde Staten. Daardoor had hij nog ongeveer $ 20.000 om zijn bedrijfje op te starten. Verhuizingen In 1963 had American Honda behoefte aan een groter onderkomen, met name grotere loodsen en daarom verhuisde men naar 100 West Alondra in Gardena. In 1990 verhuisde het hoofdkantoor naar een grote campus met elf gebouwen in Torrance (Californië).

Honda Research of America In 1979 werd Honda Research of America Incorporated opgericht als onderdeel van Honda R&D Co. Ltd. in Japan.

Productiefaciliteiten in de VS In 1979 opende Honda haar eerste eigen fabriek in de Verenigde Staten, de Marysville Motorcycle Plant in Marysville (Ohio) voor de productie van de Honda CR 250 M Elsinore, de ATV's en de Honda Goldwing. In de jaren tachtig werden daar ook de Honda Magna-modellen gebouwd. Een jaar later opende men ook de Marysville Auto Plant voor de productie van auto's, maar ook van Goldwings. De motorfietsenfabriek werd in 2009 gesloten, maar in de loop van de jaren ontstonden er nog veel meer Honda-productiefaciliteiten in de VS: Anna (Ohio): Motorblokken East Liberty (Ohio) (East Liberty Auto Plant): Honda Civic Sedan/GX (vanaf 2009), Honda Element (tot 2011), Honda CR-V (vanaf 2006), Acura RDX (vanaf 2011). Greensboro (North Carolina): HondaJet Greensburg (Indiana): Honda Civic Sedan, Acura ILX (2012-2014) Lincoln (Alabama): Honda Odyssey, Honda Pilot, V-6 motoren, Honda Accord V-6, Acura MDX (vanaf 2013). Marysville (Ohio) (Marysville Auto Plant): Honda Accord Sedan/Coupé, Acura TL (tot 2014), Acura RDX (2006-20011), Acura ILX (vanaf 2015). Acura TLX, Honda Goldwing Marysville (Ohio) (Marysville Motorcycle Plant): Honda Goldwing, Honda Valkyrie Rune, Honda VTX 1200 C, Honda VTX 1800 C, Honda Shadow 1100 motorblokken. Russells Point (Ohio): Automatische versnellingsbakken, tandwielen en 4WD-componenten. Swepsonville (North Carolina): General Purpose-motoren, loopgrasmaaiers, sneeuwblazers, draadtrimmers, waterpompen en landbouwfrezen. Tallapoosa (Georgia): Automatische versnellingsbakken Timmonsville (South Carolina): ATV's, Side by Side UTV's, Quads, Honda Pioneer miniatuur|links|Autofabriek in East Liberty (Ohio)

Overige vestigingen Colton (Californië): Red Rider Ranch (Colton Rider Education Center), opleidingscentrum voor straat- en terreinrijders. Raymond (Ohio): Honda R&D Americas Santa Clarita (Californië): Honda Performance Development, de raceafdeling voor de VS en Canada (IndyCar Series, American Le Mans Series en voorheen ook CART IndyCar Series) en de Le Mans Series. Torrance (Californië): Hoofdkantoor, R&D / ontwerp

Motorfietsen Kawashima begon samen met zijn assistent Takayuki Kobayashi en zes lokale werknemers in september 1959 aan zijn opdracht: 1.000 motorfietsen per maand verkopen. Ze hadden de Dream, de Benly en de net ontwikkelde Super Cub (Honda 50 in de VSDe Honda 50 was feitelijk een Honda Super Cub C 100, maar die naam mocht in de Verenigde Staten niet gebruikt worden omdat het merkrecht op naam van de Piper PA-18 Super Cub stond) in de aanbieding en profiteerden van de lokale bekendheid van hun personeel, dat contacten had met motordealers in heel Zuid-Californië. Deze dealers kregen brieven, maar er werd ook geadverteerd in regionale bladen en Kawashima bezocht zelf ook motorhandelaren om zijn machines te promoten. Er kwamen er ook een aantal om testritten te maken en er werden ook enkele machines verkocht, maar het jaar werd afgesloten met 170 verkochte motorfietsen, veel minder dan 1.000 per maand. Het werd duidelijk dat het niet makkelijk zou worden de Amerikaanse markt te veroveren, ondanks het feit dat Honda met de CA 71 Dream, de CA 76 Dream, de CA 92 Benly en de CA 95 Benly speciale machines voor de Amerikaanse markt leverde.

Begin 1960 kon American Honda in elk geval enkele honderden motorfietsen per maand verkopen, maar net toen het leek dat het merk grond begon te veroveren ontstonden er problemen. De Dreams en de Benly's kampten met oververhittingsproblemen en 150 machines waren zelfs vastgelopen. Onmiddellijk werden er monteurs uit Japan gehaald om de machines te repareren, maar er waren honderd exemplaren onderweg per schip naar de haven van Los Angeles. Kawashima moest snel een oplossing bedenken. Aanvankelijk wilde hij onderdelen uit Japan laten komen om de machines nog voor de verkoop te repareren, maar uiteindelijk besloot hij alle motorfietsen met problemen terug te sturen naar Japan. Daarmee maakte hij indruk op de dealers, die de rigoureuze oplossing wisten te waarderen. Ze waren intussen al gewend aan het feit dat hun showroomvloeren droog bleven als er Honda's in stonden. Het was heel gebruikelijk dat Amerikaanse en Britse motorfietsen in de showroom al olie stonden te lekken.

miniatuur|Honda 50 Zolang er geen oplossing was voor de problemen met de Benly en de Dream moest Kawashima de Honda 50 meer onder de aandacht brengen. Deze zeer lichte 50cc-motorfiets leverde twee keer zoveel vermogen als de concurrentie, had een startmotor, een automatische koppeling, een stille viertaktmotor en beenschilden. Daardoor was de machine zeer gebruiksvriendelijk en de beenschilden voorkwam dat kleding vuil werd maar ook dat de damesrokken op zouden waaien. De Honda 50 was ook goedkoop, hij kostte slechts $ 250. Daardoor kon de machine ook interessant worden voor bijvoorbeeld studenten. Promotie Nifty, Thrifty, Honda-Fifty