Wilhelmina Anna Eleonora (Mien) Minis-van de Geijn (of -van de Geyn)Haar geboortenaam wordt soms gespeld als "van de Geijn" en soms als "van de Geyn". Wetzels (2016) gebruikt "van de Geijn"; zo ook een genealogie-website van de familie van de Geijn, geraadpleegd 2017-01-02. In veel oude jaargangen van het Natuurhistorisch Maandblad wordt haar naam gespeld als "van de Geyn" (bijv. in het eerste maandblad waarin ze wordt genoemd - zie Waage 1939). Ook in WorldCat wordt haar naam met "y" gespeld (zie van de Geyn 1937). Hoe er met de schrijfwijze van de naam wordt omgesprongen blijkt bijv. in het "jubileum-nummer" van het Natuurhistorisch Maandblad uit 1960. Op de titelpagina wordt haar naam geschreven met "y" (tot tweemaal toe); in een artikel van haar hand - één pagina verder - met een "ij". (het jubileumnr. 9-12 van de 49e jaargang is online beschikbaar via deze webpagina (geraadpleegd 2017-01-05). (Puiflijk, 21 februari 1910 – Maastricht, 19 november 2009) was een Nederlandse paleontoloog.
Ze promoveerde in 1937 als een van de eerste vrouwen in Nederland in de natuurwetenschappen en vervulde vanaf 1939 verschillende functies bij het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, waaronder die van conservator van het Natuurhistorisch Museum Maastricht.
Biografie Wilhelmina van de Geijn werd geboren in Puiflijk (gem. Druten), in het land van Maas en Waal als dochter van Maria Johanna Mathilda Janssen (1871-1945) en Gijsbertus van de Geijn (1875-1954).Willem van de Geijn genealogie, geraadpleegd 2017-01-02. Ze bezocht het gymnasium "Sint Angela" van de Ursulinen in Venray. Dat was in 1915 gesticht en was toen het eerste rooms-katholieke gymnasium voor meisjes in Nederland.Peel en Maas 5 oktober 1979, pag. 9 (geraadpleegd 2017-01-07). Ze deed in 1929 eindexamen gymnasium-β. In het gezin waar ze opgroeide was het gebruikelijk om na de middelbare school te gaan studeren, ook voor de meisjes. Mien vertrok naar Leiden, waar ze biologie studeerde. Ze deed als hoofdvak dierkunde en als bijvakken plantkunde en geologie.Waage 1939. Ze woonde onder andere in de Pieterskerkkoorsteeg.Over haar studietijd is ze in 2007 geïnterviewd. Zie Pluijmen 2007. In 1931 deed ze haar kandidaatsexamen; in 1934 haar doctoraalexamen.
thumb|tanden van Palaeogaleus faujasi. Van 1934 tot 1937 was ze werkzaam als assistente in het Rijks Geologisch Museum te Leiden, waar dr. I.M. van der Vlerk conservator was. Ze deed er onderzoek waarop ze op 2 december 1937 promoveerde. Haar proefschrift had een paleontologisch onderwerp: Das Tertiär der Niederlande mit besonderer Berücksichtigung der Selachierfauna. (het Tertiair in Nederland; met speciale aandacht voor de Elasmobranchii (haaien en roggen)).Van de Geijn 1937; de term “Selachierfauna” kan waarschijnlijk het best vertaald worden met Elasmobranchii (haaien en roggen); zie bijv. deze publicatie (geraadpleegd 2017-01-05) "Een bètavrouw die promoveerde in 1937 was een zeldzaamheid."Wetzels 2016, p. 4
Ze beschrijft in haar proefschrift onder andere de "haaientanden van Elsloo", die tevoorschijn waren gekomen bij het graven van het Julianakanaal. Deze haaientanden vormden een deel van de collectie die bijeengebracht was door dr. Hendrik Joseph Beckers (1862-1950) te Beek.zie NHM 23e jrg. nr. 5 (mei 1934); online beschikbaar via deze pagina (geraadpleegd 2017-01-08) Een nieuwe door haar in haar dissertatie beschreven soort was: Palaeogalus faujasi (Van de Geyn, 1937).
Van 1937 tot 1939 werkte ze aan het Mijnbouwkundig Instituut van de Technische Hogeschool Delft.
In 1939 werd Wilhelmina van de Geijn conservator van het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Ze volgde rector Jos. Cremers op, die sinds de oprichting van het museum in 1912 de leiding erover had. Ze was in de loop van 1937 lid geworden van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.De eerste ledenlijst waar haar naam in voorkomt is die in NHM 1938-01 (27e jrg), p. 2: dr. W. v.d. Geyn, Instituut voor Mijnbouwkunde, Delft. De benoeming tot conservator van het Natuurhistorisch Museum Maastricht, op 16 mei 1939 door de gemeenteraad van Maastricht, ging blijkens de woorden van de toenmalige voorzitter van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, rector Jos. Cremers, en van de secretaris, G.H. Waage, niet van een leien dakje. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht had, tegen de wens van het bestuur van het Genootschap in, een ander als eerste kandidaat voorgedragen. Maar de gemeenteraad koos toch voor de kandidaat van het Genootschap, en dat was Van de Geijn.Zie verslag jaarverg. 29 mei 1937 in NHM 28e jrg. nr. 6 (juni 1939), p. 57. (zie ook het verslag van de secr. op p. 58). 28e jrg. online via: deze pagina (geraadpleegd 2017-01-08)
Toen ze in 1947 trouwde met Toine Minis moest ze haar taak als conservator van het museum beëindigenWetzels 2010 en werd ze opgevolgd door Eugène Kruytzer. Haar echtgenoot was van 8 september 1959 tot 30 januari 1974 gemeentesecretaris van Maastricht.Jaarboek Maastricht 1974, p. 9; digitaal beschikbaar via deze webpagina (geraadpleegd 2017-01-06). Eind jaren 1950 was zij als docente biologie verbonden aan het pensionaat Blumenthal (beter bekend als 'Sacré-Coeur').
Wilhelmina bleef, nadat ze haar taak als conservator had moeten neerleggen, wel actief in het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg. Ze was vele jaren bestuurslid en van 1945 tot 1953 en van 1967 tot 1973 hoofdredacteur van het Natuurhistorisch Maandblad.
Gedurende haar gehele Maastrichtse tijd heeft Wilhelmina in het "Huis op de Jeker" gewoond.
In 1987 werd ze benoemd tot lid van verdienste van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.
Trivia
Wilhelmina Minis-van de Geijn is de grootmoeder van actrice en zangeres Hadewych Minis.
Bibliografie Tot de publicaties van Wilhelmina Minis-van de Geijn behoren: 1935 (met I.M. van der Vlerk): 'A Monograph on the Orbitoididae, occurring in the Tertiary of America.' In: Leidse Geologische Mededelingen, vol. 7, issue 1, p. 221-272.samenvatting en volledige tekst als pdf, op de website van Naturalis. 1937: Das Tertiär der Niederlande mit besonderer Berücksichtigung der Selachierfauna. (diss.) Leiden : Ijdo; ook gepubliceerd in: Leidse Geologische Mededelingen, vol. 9 (1937), issue 1, p. 177-361.WorldCat entry voor van de Geyn 1937; samenvatting en volledige tekst als pdf. 1937: 'Les élasmobranches du Crétacé Marin du Limbourg hollandais.' In: Natuurhistorisch Maandblad (NM), 26e jrg. nr. 2, p. 16-21; nr. 3, p. 28-32; nr. 4, p. 42-43; nr. 5, p. 56-60; nr. 6, p. 66-69De nummers van de 26e jaargang van het Natuurhistorisch Maandblad zijn online beschikbaar via deze pagina (geraadpleegd 2017-01-06). 1937: 'The age of the Elsloo-beds.' In: Proceedings of the KNAW, vol. 40, deel 9 (1937), p. 796-799.Op deze pagina van de KNAW Digital Library een link om de tekst te downloaden als pdf. 1945: 'Opvattingen in vorige eeuwen over de wording van fossielen in het algemeen, en over die van het Maastrichtse krijt in het bijzonder.' In: NM, nr. 3-4, p. 13. 1960: 'Uit de wordingsgeschiedenis van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.' In: NM, 49e jrg. nr. 9-12 (“jubileum-nummer”).Het “jubileum-nummer” van het Natuurhistorisch Maandblad is online beschikbaar via deze pagina (geraadpleegd 2017-01-05).
Minis