Een sonnettenkrans is een reeks van precies vijftien sonnetten met strenge vormeisen. Van de veertien sonnetten is steeds de slotregel de beginregel van het eerstvolgende sonnet, en de slotregel van het veertiende sonnet is gelijk aan de beginregel van het eerste sonnet. Het vijftiende sonnet (het meestersonnet geheten) moet zijn samengesteld uit de beginregels (of eindregels) van de eerste veertien sonnetten in de juiste volgorde. Een reeks sonnetten over hetzelfde onderwerp wordt per abuis ook wel sonnettenkrans genoemd, maar de juiste aanduiding daarvoor is een sonnettenreeks of -cyclus. Het genre van de sonnettenkrans zou ontstaan zijn in Italië van de vijftiende eeuw, maar daar lijken geen complete sonnettenkransen van overgebleven te zijn.Miller Williams, Patterns of Poetry: An Encyclopedia of Forms, Baton Rouge, LA, LSU Press 1986, p. 105 Volgens Giovanni Mario Crescimbeni schreef Giovanni Maria Guicciardi da Bagnacavallo in 1598 een sonnettenkrans,Giovanni Mario Crescimbeni, L’Istoria della volgar poesia, Venetië 1730, p. 444 er is echter geen boek van Guicciardi uit dat jaar bekend. De oudste vorm die lijkt op een sonnettenkrans staat in Apologia de gli academici di Banchi di Roma contra M. Lodovico Castelvetro da Modena van Annibale Caro uit 1558. In dit boek staat een krans van negen aan elkaar gekoppelde sonnetten.Annibale Caro, Apologia de gli academici di Banchi di Roma contra M. Lodovico Castelvetro da Modena, z.p. 1558, pp. 237-241 Uit min of meer dezelfde tijd komt de krans van Torquato Tasso, hij heeft twaalf sonnetten aan elkaar gekoppeld. De vraag is waarom hij niet veertien sonnetten aan elkaar gekoppeld heeft. Dit sterkt het vermoeden dat de sonnettenkrans dus niet uit de vijftiende eeuw stamt, maar van later is.Torquato Tasso, Opere di Torquato Tasso, volume V, Pisa 1832, pp. 5-11 De oudste volledige sonnettenkrans is gepubliceerd in 1748 en is geschreven door een groep van veertien dichters ter ere van de geboorte van de ideale vrouw: Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille.Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille, Napels 1748

thumb|Title page of Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille from 1748

Geschiedenis Tot de 20e eeuw Als eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur wordt die van Justus de Harduwijn genoemd: De weerlijcke liefden tot Roosen-mond.Justus du Harduwijn, De weerlijcke liefden tot Roose-mond (1613), editie O. Dambre, Zwolle 1956 Strikt genomen is dit geen krans, maar een cyclus, aangezien de sonnetten niet in elkaar gevlochten zijn en er geen sprake is van een meestersonnet. Een andere bekende cyclus (die ook wel 'krans' genoemd wordt) is de Mathilde-cyclus van Jacques Perk. De cyclus bestaat uit 72 sonnetten die het verhaal vertellen van de liefde voor Mathilde.Jacques Perk, Gedichten, editie G. Stuiveling, Culemborg 1972

miniatuur|In deze almanak publiceerde Boelen de eerste Nederlandse sonnettenkrans.

In 1876 publiceerde H.Th. Boelen de eerste Nederlandse sonnettenkrans, in de Noord en Zuid Nederlandsche Tooneelalmanak van 1876 op pagina's 187-194. Hij gaf zijn krans de titel 'Saffo-fantasie'.H.Th. Boelen, 'Saffo-fantasie', in: Noord en Zuid Nederlandsche Tooneelalmanak, Amsterdam 1876, pp. 187-194 Het meestersonnet bestaat uit de veertien slotregels: Door de eeuwen heen ligt klaar voor veler oogen, Wat eens 't genie deed schittren voor een volk, Gelijk het licht, dat doordringt door de wolk, Bij oud en jong de vreugde zal verhoogen.

Ach! Zonder kunst is ieder beeld omtogen Als met een floers, der droefheid somb’re tolk. De schoonste gaarde is slechts een zwarte kolk Als niet de zon verrijst aan ’s hemels bogen.

Materie ligt bedolven onder de aard. Is goud en diamant u alles waard, Begraaf u dan in diepe, donkre holen.

Maar, voelt ge ’t niet, ’t worde u geopenbaard: De zon heeft ook de schatten daar vergaard Drong daar zelfs door, hoe diep dan ook verscholen.

miniatuur|Omslag van 'Bloemen en knoppen', de dichtbundel met de tweede sonnettenkrans in het Nederlands.

De tweede echte sonnettenkrans uit de Nederlandse literatuur is van Eliza Laurillard. In zijn dichtbundel Bloemen en knoppen uit 1878 staat op de pagina's 51-63 zijn sonnettenkrans 'Der bloemen lof'.E. Laurillard, Bloemen en knoppen, Amsterdam 1878 Het meestersonnet is samengesteld uit de laatste regels van de voorgaande sonnetten en luidt als volgt:

Der bloemen lof zij ’t lied van stem en snaren, Een psalm voor God wordt door haar opgezonden. Wat macht, waardoor die wonderen ontstonden! Aanbid, o mensch! onmachtig tot verklaren.

’t Zijn kleur en geur, die in ’t gebloemt’ zich paren. ’t Woord: ‘God is Goed!’ wordt in de bloem gevonden. – Een bloemkrans wordt door ’t kind om ’t hoofd gebonden; De bloemenspraak is taal der liefdejaren;

De bloemen zijn ’t, die ’t schoone bruidsfeest kronen; Zij zijn ’t, die alle feestgenot verhoogen, Die aan de kunstgaaf sier en steun verlenen;

Ook bij de smart kan nog het bloempje wonen; ’t Wekt moed en kracht en kan de tranen drogen; – – Kom meê naar ’t veld! – De bloemen zijn verschenen.

De derde Nederlandstalige sonnettenkrans is van Jeanne Reyneke van Stuwe. Haar bundel Impressies (1898) opent met een echte krans van vijftien sonnetten.Jeanne Reyneke van Stuwe, Impressies, sonnetten en verzen, 's Gravenhage z.j. (1898) Dit is het meestersonnet, samengesteld uit de eerste regels van de veertien voorgaande sonnetten:

miniatuur|Titelpagina van de bundel met de derde Nederlandstalige sonnettenkrans

Kom, neem nu mijn hoofd in uw lieve handen, Kom, luister naar wat ik u zeggen wil: Toen ’t stervend kwijnd’ en dooven ging heel stil, Hebt gij mijn levenslicht weer hel doen branden

Met laaie vlam, niet doofbaar door een gril Van wind, die speelziek overwaait de landen… O, lief, mijn lief, die alle angst verbande… Die door zijn gloed verwarmde ’t stormen kil…

Ik heb u lief… ik heb u lief, mijn leven… Blij jublend roept mijn dankbaar hart het uit. Ik voel mijn leden in verrukking beven…

Wat of die groote heerlijkheid beduidt? Ik voel uw kussen op mijn lippen zweven, En in mijn ooren beeft uw stemgeluid…

20e eeuw De twintigste eeuw begint met Ideaal - een sonnettenkrans van René De Clercq uit 1900. Deze bundel bestaat uit 22 sonnetten die niet op elkaar aansluiten. Ook is er geen sprake van een meestersonnet; er is dus geen sprake van een sonnettenkrans, in weerwil van de ondertitel.René De Clercq, Ideaal - een sonnettenkrans, Gent 1900 Nico van Suchtelen geeft zijn dichtbundel Liefde's dool de ondertitel Sonnettenkrans in vier boeken mee, maar daarmee is de bundel nog geen sonnettenkrans. Integendeel, de sonnetten zijn niet met elkaar verweven en er is ook geen meestersonnet.Nico van Suchtelen, Liefde's dool - Sonnettenkrans in vier boeken, Amsterdam z.j. (1913) Agath uit 1925 van W.C. Kloot van Neukema (pseudoniem van E. du Perron heeft als ondertitel 'Een sonnettenkrans', maar is er geen. Agath bestaat uit 16 aan elkaar gekoppelde pornografische sonnetten, maar een meestersonnet ontbreekt.W.C. Kloot van Neukema, Agath, (heruitgave bezorgd door O.B. Kunst), Geyloord 2025 [moet zijn: 2022] Karel J. van Dorp publiceert Belijdenis in 1937Karel J. van Dorp, Belijdenis, een sonnettenkrans van zon en zee en ziel, Baarn 1937, voor zover bekend is dit de vierde sonnettenkrans in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. In 1943 declameert Martien Beversluis Het Zaad voor de radio gedeclameerd met een symfonieorkest. In 1944 werd het uitgegeven in boekvorm bij Uitgeverij De Gulden Ster. Strikt genomen is dit geen echte sonnettenkrans, er is weliswaar een meestersonnet op basis van de beginregels van de veertien voorgaande sonnetten, maar deze sonnetten zijn niet met elkaar verweven.Martien Beversluis, Het zaad, een sonnettenkrans, Amsterdam 1944

In 1960 publiceert Frédéric Bastet de sonnettenkrans 'Koning van Rome'. In de herdruk van 1980 staat op de achterflap dat deze sonnettenkrans 'de enige die ooit in het Nederlands is geschreven', hetgeen dus onjuist is.F.L. Bastet, Catacomben, Amsterdam 1980 Het nieuwjaarsgeschenk van Uitgeverij Váva van 1978-1979 was getiteld Een echte sonnettenkrans!, geschreven door Fiore del Campo. In tegenstelling tot wat de titel beweert is dit geen echte sonnettenkrans. De regels worden niet letterlijk overgenomen van het ene gedicht naar het andere, en in het meestersonnet worden de regels weer anders.Fiore del Campo, Een echte sonnettenkrans!, Utrecht 1979 Miguel Declercq wint in 1997 de Hugues C. Pernath-prijs voor zijn bundel Person@ges. Een onderdeel van deze bundel is de sonnettenkrans 'Olipodriga'; het bijzondere aan deze sonnetten is dat ze geen witregels hebben, verder voldoet deze krans aan alle eisen van een sonnettenkrans.Miguel Declercq, Person@ges, Amsterdam 1997 De twintigste eeuw heeft dus drie echte sonnettenkransen opgeleverd.

21e eeuw 2000 Het literair tijdschrift De Tweede Ronde plaatste in het lentenummer van 2000 een sonnettenkrans van Meindert Burger. Hij noemde deze reeks echter 'Sonnettenkroon' en het meestersonnet 'Magistraal'. Dit meestersonnet bevat het acrostichon 'jaloezie liefde'.Meindert Burger, 'Sonnettenkroon', in: De Tweede Ronde, Lente 2000, pp. 58-65 Ook uit 2000 is de dichtbundel Elektron, muon, tau van Maria van Daalen, in deze bundel staat een soort sonnettenkrans. De krans begint met 'Sonnet 0, de eerste regels', het meestersonnet dus. Daarna volgen er veertien sonnetten die niet aan elkaar gekoppeld zijn door middel van de laatste en eerste regels, wat dat betreft is het dus geen sonnettenkrans. Bijzonder is wel dat alle sonnetten ook in het Engels vertaald zijn. De achterflaptekst zegt: 'De eerste twee reeksen (...) zijn zelfs ware sonnettenkransen, ze bijten zichzelf in de staart en vormen elk een meestersonnet.' Dit is dus niet correct, niet alleen bijten de sonnetten elkaar niet in de staart, maar de tweede reeks van de bundel bestaat uit dertien sonnetten zonder meestersonnet. De eerste reeks heeft dan nog een meestersonnet en zou een soort krans mogen heten, de tweede reeks heeft helemaal niets van een sonnettenkrans.Maria van Daalen, Elektron, muon, tau, Amsterdam 2000

2001 Huub Beurskens en Wiel Kusters publiceren Woongenot & Reisplezier in 2001 als twee sonnettenkransen (in 2006 herdrukt in de bundel In duizend kamers). In de meeste gevallen zijn de laatste regels niet gelijk aan de eerste regels, de meestersonnetten ontbreken. Er is dus geen sprake van correcte sonnettenkransen.Huub Beurskens & Wiel Kusters, In duizend kamers, Amsterdam 2006

2004 Ilja Leonard Pfeijffer schreef in 2004 'een baggersonnettenkrans' (zoals hij het zelf noemde): Touwen.Ilja Leonard Pfeijffer, De man van vele manieren, verzamelde gedichten 1998-2008, Amsterdam 2014, pp. 255-271 In Het grote baggerboek komt deze sonnettenkrans weer terug, maar dan als prozahoofdstuk: met de zinnen achter elkaar door geschreven en zonder witregels.Ilja Leonard Pfeijffer, Het grote baggerboek, Amsterdam 2004

2008 In 2008 publiceerde Frank van Pamelen een sonnettenkrans in zijn bundel IKEA en andere verzen. Het meestersonnet van deze krans heeft het acrostichon 'gisterenmorgen'. Dit woord is tevens een basaltwoord (een woord dat een interne tegenstelling heeft, in dit geval dus: gisteren t.o.v. morgen).http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2008/pamelen_ikea_en_andere_verzen.html Als alternatief boekenweekgeschenk van 2013 brachten 14 Tilburgse, 14 Nijmeegse en 14 Amsterdamse dichters drie sonnettenkransen uit als e-book: Gouden Tijden.

2014 De Kruisweg bestaat uit veertien staties, en dat getal inspireerde Wouter Ydema in 2014 tot een sonnettenkrans. In Het Gerecht heeft iedere statie en eigen sonnet en samen vormen ze het meestersonnet over de kruisdood van Christus. Dit meestersonnet is samengesteld uit de eerste regels van de veertiende voorgaande.Wouter Ydema, Het Gerecht, Leiden 2014

2015