Overschild (Gronings: 't Schild) is een dorp in de gemeente Midden-Groningen in de Nederlandse provincie Groningen. De plaats telt inwoners (CBS: ) en het postcodegebied 605 inwoners (CBS: 2012).
Het huidige dorp is ontstaan in de tweede helft van de 19e eeuw. Voor die tijd bestond de buurtschap uit enkele verspreide boerderijen. De belangrijkste gebouwen van het dorp zijn de voormalige hervormde kerk en gereformeerde kerk en korenmolen Windlust.
De historische benaming Schildjers werd vanouds gebruikt voor de bewoners van beide kanten van het Schildmeer. Kornelis ter Laan noemt het in zijn Nieuw Groninger woordenboek van 1929 als de gangbare aanduiding voor de inwoners van Overschild. Sinds het midden van de 20e eeuw spreekt men eerder over Overschildjers.Kornelis ter Laan, Nieuw Groninger Woordenboek, Groningen 1929, p. 728 en 872.
Geografie Het dorp ligt in de landstreek Duurswold, even ten noordwesten van het Schildmeer. De ondergrond is instabiel, door metersdikke veen- en kleiafzettingen, die elkaar afwisselen. Het gebied ligt in de laag gelegen overgangszone tussen de klei-afzettingen van het Hogeland en het voormalige hoogveengebied van Hellum en Schildwolde. Het stond daarom vaak onder water en werd door de aangrenzende dorpen vooral gebruikt als hooiland, de zogenaamde mieden of meden. Pas in de 19e eeuw werd dit gebied effectief ontwaterd met behulp van poldermolens. Tegelijkertijd werd de verzuurde grond vruchtbaarder gemaakt met behulp van wierdegrond, onder andere van de wierde Oldersum in 1866. Vanaf ongeveer 1870 werd begonnen met het 'woelen' van het land; de kalkrijke klei onder de arme toplaag werd uitgegraven en over het land verspreid, een zeer arbeidsintensief karwei. Hierbij ontstonden kleigaten. Met de introductie van kunstmest werd hiermee gestopt. Op 19 oktober 1944 werd het gebied onder (zoet) water gezet door de Duitse bezetter om zo de opmars van de geallieerden te vertragen. Het dorp moest toen worden ontruimd. Pas op 26 mei 1945 was het water grotendeels weer weggepompt.
Onder het dorp vallen de gehuchten Blokum, De Paauwen, De Hammen en een klein deel van Schaaphok. Het dorp heeft een buurtbusverbinding met Appingedam en Ten Boer.
De plaats stond een tijdlang te boek als Graauwedijk, vernoemd naar de Graauwedijk, die vroeger door het gebied liep. De belangrijkste weg in Overschild heet nu nog zo. De andere twee grote straten die de Graauwedijk kruisen zijn de Kanaalweg, die naar het Eemskanaal leidt, en de Meerweg, die naar het Schildmeer leidt. De Graauwedijk sluit enkele kilometers ten zuidwesten van het dorp aan op de provinciale weg N865 tussen Ten Post en Schildwolde. Op 25 november 1997 raakte een groep schoolkinderen uit het dorp gewond op de Graauwedijk toen ze werden aangereden door een verkeerd ingeschatte inhaalmanoeuvre van een automobilist. Daarop werden eerst 21 verkeersdrempels geplaatst. Uiteindelijk werd de Graauwedijk tussen 2004 en 2009 heringericht volgens het principe van shared space naar de filosofie van Hans Monderman. Een groot deel van de drempels werd weer verwijderd en de stoepen werden gelijkvloers gemaakt met de bestrating. Met ijzeren beelden werd het gevaar van overstekende voetgangers benadrukt. Hierdoor daalde de gemiddelde snelheid in het dorp.
Ten zuidoosten van het dorp ligt sinds de jaren 1990 het natuurgebied Tetjehorn. In de jaren 1970 was hier een bungalowpark gepland, hetgeen echter werd geblokkeerd door de Raad van State. Tetjehorn vormt onderdeel van het herinrichtingsgebied en natuurgebied Midden-Groningen, dat weer onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland vormt.
Geschiedenis Naam en gelijknamig gehucht Overschild heeft zijn naam te danken aan zijn ligging. Vanuit Schildwolde en Hellum gezien, ligt het aan de overzijde van het Schildmeer en het Schildmaar.Berkel, G. van & K. Samplonius (2007), Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 4e dr. p. 354 Het dorp is in de 19e eeuw ontstaan in het buitengebied van deze kerspelen.
De benaming Extra Scaldmeda komt al voor in goederenlijst van de Abdij van Werden uit het tweede kwart van de 11e eeuw. Dat het hierbij om het huidige Overschild zou gaan, is echter onzeker.Volgens de amateurhistoricus Koen Heidema zou het bij Scaldmeda om het gebied tussen Wittewierum en Oling kunnen gaan, waar het naastgelegen gebied (extra = 'bezijden') dan Extra Scaldmeda zou zijn genoemd. K. Heidema, 'Plaatsnamen en hun betekenis in de Woldstreek', Het Wold: een tijdschrift over de geschiedenis van de dorpen Slochteren, Schildwolde, Overschild, Luddeweer, Woudbloem, Froombosch en Kolham, nr. 2, november 2002, p. 18. Het woord uuthmeeden werd nog in de 16e eeuw in Midwolda gebruikt voor hooiland aan de overzijde van de Dollard. Wel onderscheidde men rond 1470 landerijen die buiten en binnen de Schylt, dat is ten noorden en ten zuiden van het Schildmaar waren gelegen. In 1544 was sprake van de Ffosseweer to Hellum gelegen over den Schylt. In de 18e eeuw sprak men over de inwoners van Hellum over 't Schilt of over de Schild (1704); in 1785 wordt voor het eerst iemand van 't Overschild vermeld. De familienamen Schilthuis en Schildhuizen duiken rond 1750 op; het hele gebied werd in 1828 Schildjerhuizen genoemd. De waterstaat van het gebied werd tot het Eekwerder Klein eed gerekend, omdat boeren uit deze buurtschap hier veel hooiland hadden.
Voorgeschiedenis De plek van Overschild was op een paar boerderijen na lange tijd onbewoond. Uit de Romeinse IJzertijd dateren een aantal huiswierden, die later weer verlaten zijn. Op deze verhoogde erven werden in de middeleeuwen enkele huizen gebouwd.
Omstreeks de 13e eeuw werd onder toezicht van het Woldzijlvest de Graauwedijk aangelegd langs de oostzijde van het huidige dorp (Oude Graauwedijk) via De Hammen en Luddeweer naar Schaaphok om zo het laaggelegen gebied van Duurswold te beschermen tegen hoog water vanuit omringende wateren, zoals de Fivel. Ook de monniken van het Klooster Bloemhof waren hier vermoedelijk bij betrokken. Op het kloosterbezit ontstond het voorwerk Witte Munckhuijs, eigendom van het nonnenklooster Mariagenade te Schildwolde en later 't Susterhuis genoemd. Hier staat nu de boerderij 'Klein-Transvaal' (Graauwedijk 14). Een andere oude boerderij is Hooghammen in het streekje De Hammen, waar kogelpotscherven uit de middeleeuwen zijn gevonden.
Na de Reductie werden de kloostergoederen door de provincie eerst verpacht en vervolgens verkocht aan de boeren in het gebied. Zo liggen de boerderijen aan de Meenteweg 8 en Graauwedijk 12 op voormalige gronden van het klooster Bloemhof, de boerderijen Graauwedijk 14 ('Klein Transvaal') en 15 op gronden van het klooster te Schildwolde en de boerderijen Kanaalweg 21 en Graauwedijk 74 op gronden van het Heveskesklooster (Oosterwierum). De boerderij aan de Graauwedijk 13 (tegenwoordig 'Pait's laand' geheten) droeg vroeger de naam Provincieheerd ter herinnering aan het feit dat deze op oude kloostergronden lag die door de provincie waren geconfisqueerd.
Graauwedijk en Schildhuizen Op de plek van het huidige dorp Overschild lag rond het midden van de 19e eeuw het gehucht Graauwedijk, dat onder Schildwolde viel. Iets oostelijker, rond de Boerkenslaan-Tetjehorn lag rond 1850 de boerderij 'Schildhuis' met het gehucht Schildhuizen, dat onder Hellum viel. Volgens een sage lag hier een verdwenen borg.E.J. Huizenga-Onnekes, Groninger volksverhalen, Groningen 1930, p. 225-230. Ten zuiden van dit gehucht lag de polder Over 't Schild. Vervolgens begonnen de bewoners het zuidelijke deel van het nieuwe dorp Overschild te noemen, terwijl het noordelijke deel Graauwedijk bleef heten. De naam van het oostelijke gehucht veranderde echter ook van Schildhuizen naar Overschild, zodat er toen een dorp en een gehucht Overschild bestonden. Begin 20e eeuw begonnen ook de gemeenten Ten Boer en Loppersum het dorp Overschild te noemen.
Het huidige dorp Overschild ligt op de grens van de kerspelen Ten Boer, Loppersum, Schildwolde en Hellum. Deze kerkdorpen gingen in 1811 op in de gemeenten Ten Boer, Loppersum en Slochteren. De Graauwedijk fungeerde als westgrens van de gemeente Slochteren. De Kanaalweg, die aan westzijde haaks op de Graauwedijk staat, werd de grens tussen de gemeente Loppersum aan noordzijde en de gemeente Ten Boer aan zuidzijde. De Kanaalweg zet zich aan oostzijde verder als de Meerweg in de richting van het Schildmeer.
Bij de volkstelling van 1920 woonden er 180 mensen in de gemeente Slochteren, 53 in Ten Boer en 85 in Loppersum. In het gehucht Overschild, dat onder Slochteren viel, woonden toen verspreid over het gebied 175 mensen. Halverwege de 20e eeuw was het oostelijke gehucht niet veel meer dan een streekje, totdat in de jaren 1970 uiteindelijk ook dit toponiem van de kaart verdween.
Ontstaan van het dorp
Voordat in 1806 een eerste poldermolen werd gebouwd, was het gebied van Overschild grotendeels verlaten. 's Winters stond het land onder water, 's zomers werd er mager hooi geoogst en op hogere plekken wat haver verbouwd. De dorpspredikant Adriana Hoen verhaalt in 1880:
In de eerste jaren van deze eeuw werden in de gansche streek slechts zes schamele boerderijtjes aangetroffen, en de geheele rijkdom hunner eigenaren bestond in een beetje mager hoornvee, een paard, wat schapen, eenige ganzen, en jaarlijks een mud of wat haver, voor geen gering deel gebruikt om een varken te mesten, dat in den regel niet eenmaal ten volle voor de eigen huishouding kon behouden blijven. Doch nu leven er meer dan dertig landbouwers, onder wie die kunnen meedoen ook.T. Adriana Hoen, Rede ter inwijding van het kerkgebouw te Over 't Schild, gehouden den 8sten Aug. 1880, Groningen 1881.
Rondom het kruispunt van de Graauwedijk en de latere Kanaalweg ontstond rond het midden van de 19e eeuw het latere dorp Overschild. Tussen 1866 en 1876 werd het Eemskanaal gegraven, waardoor de ontwatering van het omringende land sterk verbeterde en het dorp een grote ontwikkeling doormaakte. In 1859 werd de korenmolen Windlust gebouwd, 1862 verrees de openbare lagere school, in 1874 werd de Graauwedijk verhard tot een grindweg, in 1879 werd een (christelijk) gereformeerde kerk gebouwd, in 1880 een hervormde kerk, in 1898 een begraafplaats en in 1903 een gereformeerde lagere school. In 1914 was het dorp zover gegroeid dat de korenmolen moest worden verhoogd tot een stellingmolen om voldoende wind te kunnen blijven vangen.
Het gebied van De Paauwen werd toen eveneens bij Overschild gevoegd.
20e eeuw Overschild was tot de jaren 1960 met Hoeksmeer (en Garrelsweer verderop) aan de andere zijde van het Eemskanaal verbonden via een draaibrug. Die werd, net als vele andere draaibruggen, bij de verbreding van het kanaal in 1962 verwijderd, waardoor Overschild sindsdien geen directe verbinding meer heeft met de overzijde van het water. In plaats daarvan werd de Graauwedijk onder de naam Groeveweg naar Laskwerd doorgetrokken. Ook de DAM-busdienst Appingedam - Overschild - Groningen reed enkele malen per dag langs dit tracé. Omdat Overschild hierdoor werd afgesneden van de rest van de gemeenten Ten Boer en Loppersum, werd in 1962 besloten tot een grenscorrectie, waarbij de gebieden aan zuidzijde van het Eemskanaal onderdeel werden van de gemeente Slochteren. Naast Overschild kwamen toen ook de buurtschappen Heidenschap en Roeksweer (onder Lageland), alsmede Blokum (onder Overschild) bij de gemeente Slochteren.