De Onstaborg was een borg aan de westzijde van het dorp Sauwerd in de Nederlandse provincie Groningen. Het was het stamslot van de familie Onsta. Het gebouw ontstond vanuit een zeer sterk steenhuis, dat in de loop der tijd meerdere malen werd verwoest. Begin 17e eeuw werd het gebouw herbouwd als borg, maar begin 18e eeuw werd het gebouw definitief afgebroken. Tegenwoordig resteert alleen nog de borgstee. Het terrein vormt tegenwoordig een weiland.

Het gebouw dient niet te worden verward met de later gebouwde Onstaborg, die ook wel Nieuw Onsta werd genoemd.

De borg Uit boringen in 1997 is gebleken dat de borg op een kwelderwal werd gebouwd. Deze kwelderwal werd verhoogd met klei die waarschijnlijk uit de grachten kwam die eromheen werden gegraven en vormde onderdeel van de wierde van Sauwerd. De gebouwen bevonden zich blijkens de boringen op het zuidoostelijke deel van de huidige borgstee. Dit deel vormde oorspronkelijk een klein eiland, waar zich waarschijnlijk het steenhuis bevond. Ernaast lag een groter L-vormig eiland, waarop zich waarschijnlijk de bijgebouwen bevonden. Deze indeling is niet zeker, maar een dergelijke opzet is ook bekend van bijvoorbeeld het Huis te Farmsum, de borg Reitsema bij Grijpskerk, de Tammingaborg bij Hornhuizen en de borg Jensema bij Oldehove. De borgstee werd waarschijnlijk in de 17e eeuw vergroot tot de huidige borgstee van 80 bij 100 meter. In het noordwestelijke deel van de huidige borgstee werden bij de boringen geen resten aangetroffen van puin en dit deel heeft dan ook mogelijk een andere functie gehad. Mogelijk stond hier de houten schuur met paardenstal die in 1415 wordt genoemd (zie verder). Aan noordoostzijde bevond zich een brug naar het terrein waar vroeger de kerk van Sauwerd stond. Van deze brug resteren nog enkele resten van de bruggehoofden.

Ontstaan en eerste bewoners De eerste verwijzingen naar het gebouw dateren uit de 14e eeuw. De eerste eeuw van het geslacht Onsta is in nevelen gehuld. In 1248 sneuvelde er een Meinoldus Onsta bij de belegering van AkenDeze persoon wordt door Wilhelm Coenders van Helpen vermeld in zijn Nobilarium (Acker Stratingh et al., 1868, pp. 310-311, noot 1)., maar een verband met Sauwerd is niet bekend. In 1325 en 1326 komt een Folcmar of Folckermarus Onsatha of Onstitha voor als vertegenwoordiger van Hunsingo. Later komt in 1364 een Folcmari Onsatha voor als hoofdeling in Sauwerd. In 1371, 1384 en 1386 komt vervolgens een Onno Onsta Ferhildema voor in Sauwerd, die stierf in 1398 en mogelijk een zoon was van de eerstgenoemde Folcmar. Onno had zeven zonen (Abeke of Abele, Eijlko, Menolt, Johan, Folcmer, Edseke en Abeke) en een dochter genaamd Everdeh (Evert).

In het genoemde jaar 1398 komt in diverse oorkonden de tweede zoon Aylko, Eijlko, Aeylike of Eylko voor met de achternaam Onstra Ferhildema. Hij is hoogstwaarschijnlijk dezelfde als de Aylko Onsta die wordt genoemd tussen 1405 en 1420. Ergens daarvoor lijkt er dus sprake te moeten zijn geweest van een huwelijk tussen beide families.In de 14e eeuw komt ook een Eduarda Verhilde voor, die volgens sommigen in of rond 1295 zou zijn gehuwd met de eerstgenoemde Folcmar en de moeder zou zijn van de genoemde Onno Onsta en van Bawe Bouwe Eduarda Onsta, die later trouwde met Ewo Tammena von Jemgum, de stamvader van het geslacht Jemgum. Andere bronnen speculeren weer dat Yde, de vrouw van Onno, Ferhilderma van achternaam zou hebben geheten. De familie Onsta wordt vervolgens ook verbonden met de borg Verhildersum, maar het is niet bekend of zij daar ook gewoond hebben. Wel hadden ze land in de buurt van deze borg.Abel Onsta bezat in 1477 bijvoorbeeld 8,5 van de 12 redschappen van de rechtstoel van Leens.

Verwoesting van de burcht Onsta in 1399 De oorkonden met betrekking tot Aylko uit 1398 handelen over het feit dat hij en Reyner Eysinga van Zandeweer het landschap Hunsingo opdroegen aan hertog Albrecht van Beieren. Zij kozen daarmee net als diverse andere grote heersers in De Ommelanden voor de partij van de vetkopers. De betreffende akte werd voorbesproken op de Onstaborg zelf. Hun tegenspelers de schieringers hadden echter de stad Groningen als bondgenoot. De stad zag Hunsingo en Fivelingo als zijn eigen achterland en wenste geen inmenging van buitenaf. Nadat de Hollanders zich terugtrokken uit Friesland en de stad een verbond had weten te sluiten met Jan van Beieren en met een aantal schieringsgezinde heersers in de Ommelanden, trok zij op naar het slot van de Onsta's. In 1400 wist de stad Groningen het steenhuis van de Onsta's daarbij in te nemen. In de kroniek van Johan van Lemego, die is opgenomen in de kroniek van Sicke Benninghe, staat over deze verovering onder leiding van Albart Wigboldus het volgende geschreven:

thumb|De vroegere gracht die vanuit de Wetsingermaar naar de borg liep is tegenwoordig niet meer dan een sloot

Dat de burcht Onsta een omvangrijke versterking vormde en de bewoners dus zeer rijk en machtig moeten zijn geweest, blijkt onder ander uit het feit dat de gebouwen op het zuidoostelijke deel van de huidige borgstee volgens opgravingen in 1997 een totale omvang van 70 bij 40 meter hebben gehad. Ervan uitgaande dat de bedoelde 'olde muurstenen' van het steenhuis in de lengterichting bedoeld zijn had de hoofdburcht waarschijnlijk muren van ongeveer 1,75 meter dik.In de breedte gemetseld zou het om muren met een onwaarschijnlijke dikte van 3,5 meter gaan (12 × ca. 30 cm). Het nobilarium van Willem Coenders van Helpen maakt overigens melding 12 voet, wat op ongeveer dezelfde dikte komt. De 5 genoemde steenhuizen op de buitenhof (uterste hoffsteede) vormden mogelijk gezamenlijk een voorburcht met 5 stenen torens, die door palissaden of muren met elkaar verbonden waren.Van der Aa maakte er in zijn artikel over de Onsta-burg (Aardrijkskundig Woordenboek, pp. 455-456) nog weer iets anders van. Volgens hem liep er een tweede muur rond de gracht, waarop zich 5 torens bevonden, waarvan een dienstdeed als poortgebouw. Deze steenhuizen of torens hadden muren van ongeveer 1,2 meter dik. Beide diktes waren groter was dan de gangbare maat in Groningen.In 1514 vaardigde de stad Groningen een verbod uit om (weerbare) huizen te bouwen van meer dan 3 stenen dik. De huidige sloten die het terrein omgeven waren waarschijnlijk oorspronkelijk 10 tot 15 meter breed. In een spionagerapport van rond 1468 in opdracht van de hertog van Bourgondië schreef Willem Salomonszoon dat Onsta net als Ewsum en twee andere steenhuizen een zeer sterk 'slot' vormde.Algra, N.E. & W. Salomonszoon (1967), Een spionagerapport van omstreeks 1468. Fryske Akademy. p. 18. De gracht die de Groningers groeven vanuit de Wetsingermaar is nog steeds aanwezig aan noordwestzijde van de borgstee en werd mogelijk later ook door de bewoners gebruikt voor de bevoorrading over water.

Het slot werd volgens het Nobilarium van Wilhelmus Coenders van Helpen 'onder voeten' geworpen en dus op zijn minst tot een ruïne gemaakt. Abekes jongere broer Johan(nes) werd gedwongen om het zegel van Hunsingo dat zich op de borg bevond terug te geven. Naast Abeke zaten ook zijn broer Aylko Onsta en Reyner van Harssens gedurende 7 jaren gevangen op de Boteringepoort. Aylko beklaagde zich erover dat de Groningers tijdens deze periode de renten op hun bezittingen vingen en dat ze hun verblijf in de gevangenis bovendien zelf moesten betalen.

Van Lemego schrijft verder dat de Onsta's in dezelfde periode bisschop Frederik van Blankenheim geld stuurden om daarmee zijn belegering van Groningen te bekostigen om zo de stad weer bij het Oversticht te voegen. Vermoedelijk gebeurde dit in reactie op de verwoesting van het huis Onsta. Historicus Redmer Alma vermoedt dat de Onsta's ook eigenaar waren van het huis Elba (19e-eeuwse naam) dat in een bocht van de Hunze bij de stad lag en eveneens rond 1400 werd verwoest.Alma, R.H., "Bewoningsgeschiedenis tot 1765". In: Broekhuizen, P.H., H. van Gangelen, K. Helfrich et al. [red.] (1994), Oudheden onder de Hunze : archeologisch en historisch onderzoek naar een steenhuis onder een Groninger nieuwbouwwijk. pp. 25-63, hier pp. 25-39.Spiekhout (2020), Het middeleeuwse kastelenlandschap van het Oversticht: De ontwikkeling van landsheerlijke burchten, adellijke huizen en versterkingen in relatie tot het landschap en de samenleving in Noordoost-Nederland tussen 1050-1450. p. 464 (Catalogus: Elba)Spiekhout, D. (2016), "De Vijf van Frederik. Bisschoppelijke kastelen- en landwerenpolitiek in het noordelijkste deel van het Oversticht", Historisch Jaarboek Groningen 2016. p. 35

In 2022 werd bij archeologisch onderzoek een granieten kogel van 55 kilo gevonden die bij de belegering op de borg werd afgeschoten vanaf een bombarde.Pleszynsky, A., "Topvondsten van de Onstaborg te Sauwerd", Stad & Lande. 2024, nr. 2. pp. 5-10. Hier p. 10.

15e eeuw In 1405 werd een vredesverdrag getekend tussen Groningen, De Ommelanden en Frederik van Blankenheim, waardoor de Onsta's weer vrijkwamen. In de jaren erop bleef het onrustig in het gebied. Zo veroverden de schieringers de stad Groningen in 1413, waarna ze de vetkopers in de Ommelanden het leven zuur maakten. In 1415 heroverden de vetkopers de stad en konden de Onsta's een begin maken met het herstel van hun eigendommen.

Abeke leefde waarschijnlijk nog in 1445.Aangenomen dat de Abeke die in 1445 wordt genoemd dezelfde is als hij. Het is niet precies duidelijk hoe de opvolging van de leiding van het steenhuis vervolgens verliep. Halverwege de 15e eeuw wordt Abel Onsta genoemd als borgheer. Hij was een zoon van Hidde Onsta, de zoon van de eerder genoemde Aylko Onsta. In 1456 en 1475 sloot hij overeenkomsten met de stad Groningen over goederen van de borg Herathema bij Eenrum. Hij was net als eerdere Onsta's een tegenstander van de stad en was bevriend met de Bourgondiërs, die in navolging van de Hollanders bleven streven naar invloed in de Friese gebieden. Na zijn dood in 1483Zijn grafsteen lag vroeger in de kerk van Sauwerd, maar werd na de afbraak van de grafkelder van de Onsta's in 1894 geschonken aan het Groninger Museum. werden zijn zonen Hiddo en Eylco hoofdelingen op het steenhuis.

Saksische Vete en tweede verwoesting in 1514 Hiddo overleed in 1491, waarna Eylco het overnam. Hij was net als zijn voorouders anti-Gronings en raakte vanaf 1498 betrokken in de Saksische Vete. Dat jaar kozen de Onsta's voor Albrecht van Saksen.Volgens Bakker stuurde de stad daarop in 1499 een leger onder leiding van Ulrich von Dornum naar Sauwerd en veroverde en vernielde het huis van de Onsta's opnieuw. Eylco zou daarop naar het buitenland zijn gevlucht. In andere bronnen wordt echter niet gesproken over een verwoesting in 1499. Bakker, J.G. e.a. (1973), De geschiedenis van Sauwerd en Omstreken. 2e dr. pp. 16-17. In 1500 landde Albrecht met zijn troepen bij Warffumerzijl en trok op naar de stad om deze tevergeefs te belegeren. Tijdens zijn verblijf in het nabijgelegen klooster Selwerd werd hij aldaar gehuldigd door onder andere Eylco Onsta.

In 1514 deden troepen vanuit de stad een uitval naar Winsum om de Saksische troepen aldaar te verjagen. Op de terugtocht verwoestten zij het huis bij Sauwerd. Volgens het Nobilarium werd het huis 'geheel geplundert en verbrand'. Eilco Onsta schreef waarschijnlijk in 1518Volgens een bron dateert de brief uit 1518. In de brief wordt door Eylco geklaagd 'Item daer to moest ick sijn van de mijnen butenlande 3 jaer unde in ander lude huijsen woenen, unde groet gelt verteren'. Een andere bron vermeld dat de brief al in 1514 werd geschreven, maar dat lijkt gezien bovenstaande (3 jaar later) niet te kloppen (Acker Stratingh et al., 1868, pp. 309, 311). een brief aan graaf Edzard I van Oost-Friesland over de verwoestingen die de Groningers hadden aangericht aan de Onstaborg en VerhildersumBewaard gebleven in het boek Nobiliarium van Coenders, dat in 1886 werd uitgegeven door H.O. Feith, waarin hij spreekt over: