Epachthosaurus is een geslacht van plantenetende sauropode dinosauriërs uit de groep van de Titanosauria, dat tijdens het late Krijt leefde in Zuid-Amerika.
Vondst en naamgeving Fragmentarische resten van Epachthosaurus zijn in 1981 door José Fernando Bonaparte gevonden in Centraal-Patagonië in Argentinië,Epachthosaurus sciuttoi. Fossilworks (geraadpleegd op 29 november 2016) zes kilometer ten noorden van de Estancia Ocho Hermanos (in Güer Aike). Het holotype, MACN-CH 1317, bestaat uit een enkele achterste ruggenwervel. Behalve die wervel werd een reeks van zes achterste ruggenwervels aangetroffen, verbonden met sacrale wervels en een aanhangsel voor het schaambeen van het rechterdarmbeen. Het moedergesteente dat deze botten omvatte, was zo hard dat men ervan afzag ze te bergen. In plaats daarvan werd er een afgietsel van gemaakt, specimen MACN-CH 18689.
In 1986 publiceerde paleontoloog Jaime Eduardo Powell voor het eerst de naam Epachthosaurus in een artikel dat Xenotarsosaurus benoemde, een theropode die op de vindplaats ontdekt was. Die vermelding ging toen echter niet gepaard aan een beschrijving zodat de naam voorlopig een ongeldige nomen nudum bleef. Op basis van het holotype beschreef en benoemde Powell uiteindelijk in 1990 de typesoort Epachthosaurus sciuttoi.Epachthosaurus sciuttoi. Global Names Index (geraadpleegd op 29 november 2016) De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgrieks ἐπαχθής, epachthès, "log". De soortaanduiding eert de geoloog Juan Carlos Sciutto die in 1980 de vindplaats ontdekte. Powell wees het afgietsel MACN-CH 18689 aan als het paraplastotype. Dat laatste was wat gedurfd en lokte kritiek uit van andere paleontologen waarvan sommigen meenden dat het holotype duidelijk verschillend was van de wervels van het "paraplastotype" dat dus een andere soort zou vertegenwoordigen. Verder werd gesteld dat het holotype geen onderscheidende kenmerken toonde en Epachthosaurus dus een nomen dubium was.
Terwijl deze discussie speelde, was er al een vondst gedaan die al deze vraagstukken kon beslissen. In 1988 meldde Rubén Dario Martínez in het kader van het project Los vertebrados de la Formación Bajo Barreal, Provincia de Chubut, Patagonia, Argentina van het Laboratorio de Paleontologia de Vertebrados van de Universidad Nacional de la Patagonia "San Juan Bosco" op dezelfde vindplaats een bijna volledig skelet in anatomisch verbandEen skelet bevindt zich in anatomisch verband wanneer de natuurlijke samenhang tussen de samenstellende beenderen bewaard gebleven is. opgegraven te hebben, specimen UNPSJB-PV 920."UNPSJB-PV" staat voor "Universidad Nacional de la Patagonia San Juan Bosco - Paleovertebrados, Comodoro Rivadavia, Argentina" Het skelet werd aangetroffen met doorgezakte achterpoten en wijd opengespreidde voorpoten, en bevond zich in tufsteenhoudende zandsteen uit het late Cenomanien - vroege Turonien van de Bajo Barreal-formatie (Chubut Group). De linkerkant is licht vervormd. De schedel, de nek, vier of vijf voorste ruggenwervels en verschillende achterste staartwervels ontbreken. Het is een van de meest volledige bekende titanosauriërskeletten. In 1989 beschreef Martínez de vondst iets meer in detail. Hij wees dit skelet toen toe aan Epachthosaurus, dus nog voor de benoeming van Powell uit 1990. Door de combinatie van vermelding van de naam en voldoende beschrijving is ook Martínez wel als naamgever gezien.
Door een foute interpretatie van de International Code of Zoological Nomenclature werd door Zuid-Amerikaanse onderzoekers ook wel aangenomen dat de benoeming van Powell uit 1990 ongeldig was want in de vorm van een gedrukte lezing gehouden tijdens een congres. In 2003 publiceerde Powell een uitgebreid artikel over de vondsten waarin ook Epachthosaurus ter sprake kwam. Daarom is ook 2003 wel gezien als het jaar van benoeming. Gepubliceerde lezingen zijn echter wel degelijk geldig, mits de publicatie uit meer bestaat dan een tijdens de lezing uitgedeelde tekst ervan.
In 2004 werd het specimen UNPSJB-PV 920 door Martínez e.a. beschreven. De conclusie was dat MACN-CH 1317, MACN-CH 18689 en UNPSJB-PV 920 een speciale bouw van de wervels deelden en dus alle drie tot Epachthosaurus behoorden dat dan geen nomen dubium was maar juist een van de best bekende titanosauriërs.
In 2010 werden door Gabriel Casal, zij het onder voorbehoud, twee aanvullende specimina aan Epachthosaurus toegewezen: UNPSJB-PV 1006, een wervel van de voorste rug, en UNPSJB-PV 956, een bekken.
In 2015 beschreef Ignacio Cerda een verbeende pees die over de doornuitsteeksels van het heiligbeen van UNPSJB-PV 920 liep.
Geologie van de Chubut Group Algemeen De Bajo Barreal-formatie waarin Epachthosaurus gevonden werd, maakt deel uit van de Chubut Group, een enorm pakket afzettingen dat een belangrijk deel van het Boven-Krijt beslaat. Een belangrijk deel daarvan komt aan het oppervlak zodat er fossielen in gevonden kunnen worden. De Krijtontsluitingen van de Chubut Group strekken zich van het midden en zuiden van de provincie Chubut tot het noorden van Santa Cruz uit.Lesta, P.J., and Ferello, R., 1972. Region extraordinaria de Chubut y norte de Santa Cruz, in Geologia regional Argentina : Cordoba, Academia Nacional de Ciencias, p. 601-654. De Chubut Group bestaat uit drie eenheden in de hooglanden van San Bernardo en omgeving, van oud naar jong: Castillo-formatie, Bajo Barreal-formatie en Laguna Palacios-formatie.Sciutto, J.C., 1981. Geologia del Codo del rio Senguerr, Chubut, Argentina. Actas del VIII Congreso Geologico Argentina, III, 203-219. De drie formaties hebben ondergrondse equivalenten in het Golfo San Jorge Basin en ontsluitingen in het noordelijke gebied. Auteurs hebben diverse varianten voorgesteld voor de onderverdeling van de Chubut Group en voor de equivalentie tussen de formaties. Op de formaties van de Chubut Group liggen in sommige gebieden discordant de Paso del Sapo- en Lefipán-formaties, die uit mariene afzettingen uit het Maastrichtien bestaan, en de Salamanca- en Río Chico-formaties. De Salamanca-formatie bestaat ook uit mariene afzettingen en de Rio Chico-formatie uit Paleocene afzettingen met uitgestrekte basaltplaten.
Bajo Barreal-formatie De "Lower Member"Een "member" is een benoemd, lithologisch onderdeel van een formatie dat men door zijn specifieke kenmerken kan onderscheiden in het stratigrafisch profiel. Niet alle formaties zijn in "members" onderverdeeld, en zelfs waar "members" als dusdanig erkend zijn, maken ze enkel deel uit van de formatie. van de Bajo Barreal-formatie bestaat uit tufsteen en zandsteen met een afwisseling van zandige tufsteen en zeldzame horizontenEen "horizon" verwijst naar ofwel een gesteente-oppervlak tussen twee lagen sedimentair gesteente met een duidelijke verandering in de lithologische samenstelling in een sedimentaire opvolging (een gesteentepakket) of in de opvolging van vulkanische gesteentelagen, ofwel naar een dunne gesteentelaag met een karakteristieke lithologische samenstelling of met een karakteristieke fossiele inhoud in een sedimentaire opvolging. met asachtige tufsteen dominant. De zandsteenlagen worden geleidelijk dikker totdat zij in het bovenste deel van de member dominant zijn. In de Bajo Barreal-formatie kan gewoonlijk een bepaalde lithostratigrafische cyclus onderscheiden worden. Deze cyclus begint met zandsteen waarin systematisch de korrelgrootte of de grootte van de klasten wijzigt van de basis van de gesteentelaag tot de top. In deze toplagen komen verspreide resten van dinosauriërs voor, zoals van Epachthosaurus. De zandsteen gaat over in tufsteen, waarop zich paleosol ontwikkeld heeft dat later door helderkleurige, gelaagde bankenEen 'bank' is een gesteentelaag met een dikte van enkele cm tot meer dan een meter, en die zich door haar individuele kenmerken zoals kleur, samenstelling en materiaal onderscheidt van de onmiddellijk eronder en erboven liggende gesteentelaag. Deze definitie is vooral van toepassing wanneer zulke bank duidelijk te onderscheiden is in de formatie waarvan ze deel uitmaakt. met tufsteen bedekt werd. De dikke zandsteenlagen van de bovenste sector bevatten grote hoeveelheden goed bewaarde fossielen van dinosauriërs. De "Upper Member" toont een duidelijke vermindering in het aantal zandsteenlagen, en bevat geleidelijk meer en meer modderige banken. Horizonten met kleine wortels en paleosols komen algemeen voor. De zandsteenlagen hebben een lensvormige doorsnede en vertonen de hydrologische kenmerken van meanderende stromen.
Tafonomie De mate van samenhang tussen de botten en de positie/lichaamshouding van specimen UNPSJB-PV 920 wijzen op een snelle inbedding van het fossiel in bedekkende sedimenten. Op de locatie van de vindplaats deden zich tijdens het late Cenomanien - vroege Turonien met een zekere regelmaat afzettingen van grote hoeveelheden sediment voor, waardoor resten van dieren snel begraven konden worden.Rodríguez, J. F. R. 1993. La depositacion de las areniscas verdes (Formación Bajo Barreal—Cretacico Tardio) y sus implicancias tafonomicas. XII Congreso Geológico Argentino y II Congreso de Exploración de Hidrocarburos Actas 1:194–199. De sedimentologische en tafonomische kenmerken van de Bajo Barreal-formatie op de Estancia "Ocho Hermanos" bevestigen dit. Het kadaver lag op de buik toen het ingebed werd, met doorgezakte achterpoten en haaks uiteenstaande voorpoten die evenwijdig aan de romp naar achteren gestrekt waren. De staart was naar rechts gebogen en uitgestrekt. Mogelijk waren oorspronkelijk de schedel en de halswervels bewaard gebleven. Aangezien de schoudergordel en meerdere voorste ruggenwervels door verwering beschadigd zijn, is het waarschijnlijk dat erosie kop en nek vernietigde. Vermoedelijk was er geen post-mortemtransport, dus een verplaatsing na de dood, voordat het kadaver ingebed werd.
Beschrijving Grootte Een volwassen exemplaar was volgens sommige schattingen achttien tot twintig meter lang en woog elf ton. De studie uit 2004 vermeldt dat T. Galarza en J. Gallegos hebben geprobeerd het gewicht bij leven van UNPSJB-PV 920 te bepalen. Ze maakten een schaalmodel van dit individu en gebruikten de methode van Robert McNeill Alexander,Alexander, R. M. 1989. Dynamics of Dinosaurs and Other Extinct Giants. Columbia Press, New York, 167 pp. het bepalen van het volume door de waterverplaatsing bij onderdompeling te meten, om tot een geschat gewicht van 11.290 kg te komen. Andere schattingen vallen lager uit. In 2016 hield Gregory S. Paul het op dertien meter bij een gewicht van vijf ton.G.S. Paul, 2016, The Princeton Field Guide to Dinosaurs, 2nd Edition, Princeton University Press, p 231 Echter, wervel UNPSJB-PV 1006 heeft anderhalfmaal de hoogte van de wervels van UNPSJB-PV 920 wat de lengte weer op een kleine twintig meter brengt.
Onderscheidende kenmerken