De tweede Slag bij Smolensk (Russisch: Смоленская операция, Smolenskaja operatsija), ook als Operatie Suvorov (Russisch: Операция «Суворов») bekend, (7 augustus - 2 oktober 1943) was een Sovjet-Russische strategische aanvalsoperatie uitgevoerd door het Rode Leger als onderdeel van de zomer en herfstcampagne van 1943. Het werd vrijwel gelijktijdig uitgevoerd met het Dnjepr-offensief (13 augustus - 22 september) en werd geleid door generaal Andrej Jeremenko die het Kalininfront onder zijn bevel had, en Vasili Sokolovski, commandant van het Westelijk Front. Doel was het verdrijven van de Duitsers uit de omgeving van Smolensk en Brjansk. Smolensk was door de Duitsers bezet sinds de eerste Slag bij Smolensk in 1941.
Ondanks de hardnekkige Duitse verdediging was het Rode Leger in staat diverse doorbraken te forceren en enkele grote steden te bevrijden zoals Smolensk en Roslavl. Als gevolg van deze operatie kon het Rode Leger plannen maken voor de bevrijding van Wit-Rusland. Door de hevige Duitse tegenstand bleef de terreinwinst bescheiden. Hoewel de operatie bij Smolensk op zichzelf belangrijk was, speelde het ook een rol in de Slag bij de Dnjepr. Geschat werd dat ongeveer 50 Duitse divisies nodig waren om bij Smolensk tegenstand te bieden - divisies die hard nodig waren om te voorkomen dat de Sovjets de Dnjepr in het zuiden zouden oversteken. Tijdens de gevechten kon het Rode Leger de Duitse strijdkrachten ook verdrijven van de belangrijkste route voor een aanval vanuit het westen op Moskou.
Het strategisch offensief bestond uit meerdere operaties: Spas-Demensk offensief (7 - 20 augustus 1943) Doechovsjtsjina-Demidov offensief (13 - 18 augustus 1943) Jelnja offensief (28 augustus - 6 september 1943) Doechovsjtsjina-Demidov offensief 2e deel (14 september - 2 oktober 1943) Smolensk-Roslavl offensief (15 september - 2 oktober 1943) Brjansk offensief (17 augustus - 3 oktober 1943)
Strategische context Sinds de Slag om Koersk in juli 1943, had Duitsland het initiatief aan het oostfront verloren. De verliezen waren groot en het leger was minder effectief dan vroeger omdat veel ervaren soldaten gesneuveld waren gedurende twee jaar van gevechten. Het Duitse leger was alleen nog in staat om te reageren op de Sovjets.
Stalin was vastbesloten de bevrijding van bezet gebied voort te zetten, een plan dat zijn eerste grote succes had aan het eind van 1942 met Operatie Uranus, wat leidde tot de bevrijding van Stalingrad. De Slag bij de Djnepr was bedoeld om de bevrijding van de Sovjetrepubliek Oekraïne te bereiken en het zuidelijk deel van het front naar het westen te bewegen. Met het oog op het verder verzwakken van de Duitse verdediging werd de Slag bij Smolensk tegelijk ingezet waarmee Duitse reserves naar het noorden werden getrokken. Beide operaties waren onderdeel van hetzelfde strategische aanvalsplan om zoveel mogelijk Sovjetgebied uit handen van Duitse controle te halen.
Dertig jaar later schreef Maarschalk van de Sovjet-Unie Andrej Vasilevski (hoofd van Stavka in 1943) in zijn memoires dat dit een enorm plan was, zowel wat betreft omvang en gedurfdheid.Marshal A.M. Vasilevsky, The matter of my whole life, Moskou, Politizdat, 1973, p. 327.
Geografie thumb|Plattegrond van het gebied met de aanvalsacties.
Het gebied waar het offensief zou plaatsvinden was een enigszins golvende vlakte met enkele ravijnen en grote bossen en moerassen die militaire bewegingen zouden belemmeren. De belangrijkste heuvels zijn 250 - 300 meter hoog en bieden gelegenheid tot verdediging door artillerie. In 1943 was het gebied grotendeels bedekt met berken- en naaldbossen en dicht struikgewas.V.P. Istomin, Smolensk offensive operation, 1943, Moscow, Mil. Lib., 1975, page 15
Meerdere rivieren stromen door het gebied, de belangrijkste zijn de Donets, Dvina, Dnjepr, Desna, Volost en Oegra. De rivieren zijn niet breed, hooguit 10 - 120 meter, en ook niet diep, 0,5 - 2,5 meter. De moerassige gebieden erlangs zijn echter moeilijk door te komen voor gemechaniseerde troepen. Bovendien is de westoever van de Dnjepr, die door de Duitsers werd gehouden, hoger en steiler dan de oostoever. Er waren weinig bruggen of veerponten beschikbaar.V.P. Istomin, p. 16
Transportmogelijkheden Voor de Sovjettroepen werd het offensief verder nog bemoeilijkt door een gebrek aan transport in het gebied waar de aanvallen zouden plaatsvinden. Het wegennet was slecht ontwikkeld, verharde wegen waren zeldzaam. Na regenval veranderden ze in modder wat de voortgang van gemotoriseerde troepen flink vertraagde en logistieke problemen opwierp. Het enige belangrijke spoortraject dat beschikbaar stond was de Rzjev-Vjazma-Kirov lijn.
De Wehrmacht beschikte over een uitgebreider netwerk van wegen en spoorwegen, met als knooppunten Smolensk en Roslavl. Deze steden waren belangrijke logistieke centra die snelle bevoorrading en aanvoer van versterkingen voor Duitse troepen mogelijk maakten. De belangrijkste spoorwegen voor de Duitse troepen waren Smolensk-Brjansk en Nevel-Orsja-Mogilev. Als onderdeel van de planning werden de Duitse spoorverbindingen aangevallen door partizanen, een van de grootste spoorwegsabotageacties in de Tweede Wereldoorlog.
De strijdende partijen Aanvalssector Sovjets thumb|Detail van het Smolensk offensief
In juli 1943 had het Sovjetfront in dit deel van Rusland een inham bij Orjol waardoor de Wehrmacht blootstond aan flankaanvallen vanuit het noorden. Langs de andere delen van het front zou de Sovjetaanval echter niet makkelijk zijn. Voor de operaties aan het front waren aangewezen de 10e Garde, het 5e, 10e, 21e, 33e, 49e en 68e Leger, het 1e Luchtleger, de 2e Garde Tanks, het 5e GemotoriseerdeKorps en de 6e Garde van de Cavalerie. Het Kalininfront zou voor de acties het 4e, 31e, 39e en 43e Leger en 3e Luchtleger gebruiken.
Duitse verdediging Vanwege de vorm van het front werden meerdere divisies van de Duitse Heeresgruppe Mitte langs dit deel van het front gelegerd wegens de vrees voor een grote aanval in deze sector. Het front had gedurende 4 tot 5 maanden op min of meer dezelfde plek gelegen (en op diverse plaatsen tot 18 maanden), en bezat geografische kenmerken die het geschikt maakten voor een sterk defensieve opzet. De Duitsers maakten daar gebruik van en hadden tijd om verdedigingslinies aan te leggen, soms vijf of zes achter elkaar en in totaal 100 – 130 km breed.Marshal N.N. Voronov, On military duty, Moscow, Lib. Milit. Ed., 1963, pp. 382
De eerste defensieve zone bestond uit de hoofdverdedigingslinie en een secundaire linie, met een totale breedte van 12 – 15 km, waar mogelijk gelokaliseerd op verhogingen in het terrein. De hoofdlinie met een breedte van 5 km bevatte loopgraven en om de 150 meter vuurposten, onderling verbonden door een communicatienetwerk. Op plaatsen waar tankaanvallen werden verwacht waren de loopgraven in feite een stevige antitankgracht met een steile westkant en voorzien van artillerie en mitrailleurnesten. Aan de voorzijde van de eerste linie bevonden zich een driedubbele prikkeldraadversperring en mijnenvelden.V.P. Istomin, p. 12
De tweede linie ongeveer 10 kilometer achter de hoofdlinie bestond uit vuurposten verbonden door loopgraven en beschermd door prikkeldraad. Achter deze linie waren zwaar kaliber kanonnen opgesteld. Een stuk achter de frontlijn bevonden zich nog enkele defensieve linies, waar mogelijk op de westelijke oever van een rivier. Belangrijke linies waren bijvoorbeeld aangelegd aan de westkant van de Dnjepr en Desna. De belangrijkste stedelijke centra op de linies, zoals Jelnja, Doechovsjtsjina en Spas-Demensk, waren versterkt en gefortificeerd om ze op een mogelijk lang gevecht voor te bereiden. Wegen werden ondermijnd en voorzien van obstakels, vuurposten werden geïnstalleerd in de belangrijkste en hoogste gebouwen.
Eerste deel (7 – 20 augustus) Belangrijkste doorbraak thumb|Het gebied bij Smolensk tijdens de slag
Het offensief begon op 7 augustus 1943 om 06:30 (met een voorbereidend bombardement om 04:40) met een doorbraak naar Roslavl. Drie legereenheden voerden het offensief uit: het 5e en 33e Leger en de 10e Garde.
De aanval ontmoette snel zware tegenstand en kwam tot staan. Duitse troepen voerden veel tegenaanvallen uit vanuit goed voorbereide defensieve posities met ondersteuning van tanks, kanonnen en mortieren. Op de eerste dag kwamen de Sovjettroepen slechts 4 km vooruit.V.P. Istomin, p.81 - 84 Ondanks hevige aanvallen werd snel duidelijk dat de drie legers niet in staat zouden zijn door de Duitse linies te komen. Sovjetcommandanten besloten daarom ook het 68e leger in te zetten dat eerst in reserve was gehouden. Aan Duitse zijde werden drie extra divisies (2e Pantserdivisie, 36e en 56e Infanteriedivisies) vanuit de Orjol-sector naar het front gestuurd om de Sovjetopmars te stoppen.
De aanval werd de volgende dag hervat met daarbij een poging tot gelijktijdige doorbraak verder naar het noorden, bij Jartsevo. Beide aanvallen werden gestopt door de zware Duitse weerstand. In de volgende vijf dagen maakten Sovjettroepen langzame voortgang door de Duitse verdediging, waarbij ze te maken kregen met zware tegenaanvallen en flinke verliezen leden. Door reservetroepen in te brengen slaagde het Rode Leger erin op 11 augustus 15 – 25 km vooruit te komen.V.P. Istomin, p. 84–88 Volgende aanvallen door bepantserde groepen en cavalerie hadden geen effect en resulteerden in grote verliezen waarna een patstelling ontstond.
Spas-Demensk offensief Bij het Spas-Demensk-offensief liep het beter voor het 10e Leger. De Wehrmacht had minder troepen en beperkte reserves in dit gebied zodat het 10e Leger door kon breken en in twee dagen 10 km vooruit kwam.
Het 5e tank korps overgebracht vanuit Kirov en ingezet om de doorbraak te exploiteren faalde, vooral omdat door een slecht georganiseerde luchtverdediging de Luftwaffe tamelijk ongestoord bommenwerpers kon inzetten om de tanks aan te vallen. Het 5e korps leed zware verliezen en moest zich terugtrekken. Sovjettroepen kwamen op 13 augustus uiteindelijk nog 25 km vooruit en bevrijdden Spas-Demensk.V.P. Istomin, p. 92–94
Doechovsjtsjina offensief Zoals bevolen door de Stavka (de Sovjet Generale Staf) begon het Doechovsjtsjina-Demidov offensief bijna een week later op 13 augustus. Zoals langs andere delen van het front ontmoetten het 39e en 43e Leger grote tegenstand. Alleen al tijdens de eerste dag deed de Wehrmacht 24 tegenaanvallen, ondersteund door tanks en vliegtuigen.V.P. Istomin, p. 94–95
Sovjettroepen kwamen in 5 dagen slechts 6 – 7 km vooruit waarbij ze de Duitsers grote verliezen toebrachten maar hun eigen verliezen waren ook groot.A.A. Grechko and al., History of Great Patriotic War, 1941–1945, Moscow, 1963, t. 3, p. 361.
Oorzaken van de patstelling Half augustus stabiliseerden de Sovjet-acties langs het front bij Smolensk. De resulterende patstelling, hoewel niet echt een nederlaag, was pijnlijk voor de Sovjet bevelhebbers, die meerdere verklaringen gaven voor hun onvermogen om vooruit te komen. Plaatsvervangend hoofd van de generale staf Aleksej Antonov verklaarde: "We hebben te maken met bossen en moerassen en met toenemende weerstand van vijandelijke troepen, versterkt door divisies die ze vanuit Brjansk lieten overkomen".G.K. Zhukov, Memoirs, Moscow, Ed. APN, 1971, p. 485
Maarschalk Nikolaj Voronov, voorheen lid van de Stavka, analyseerde de situatie in zijn memoires en beschreef wat hij als de acht belangrijke oorzaken zag.Voronov, pp. 387—388
Het Oberkommando van de Wehrmacht wist van de plannen en was erop voorbereid. Wehrmacht verdedigingslinies waren zeer goed aangelegd (vuurposten, versterkt door loopgraven, prikkeldraad, mijnenvelden etc.) Diverse infanteriedivisies van het Rode Leger waren onvoldoende voorbereid voor een aanval op een multi-linie verdediging. Dit gold vooral voor de reservedivisies die onvoldoende getraind waren.