Zoetwaarde (ook wel zoetkracht genoemd) geeft aan hoe zoet een stof smaakt in vergelijking met gewone suiker (sacharose).

Voorbeelden:

Suiker (sacharose) → zoetwaarde 1 Fructose → ongeveer 1,2 tot 1,7 keer zoeter dan suiker Aspartaam → ongeveer 200 keer zoeter Sucralose → ongeveer 600 keer zoeter Steviolglycosiden (stevia) → ongeveer 200–300 keer zoeter Erythritol → ongeveer 0,7 keer zoeter dan suiker

Dat betekent dus dat je van sommige zoetstoffen maar een heel klein beetje nodig hebt om dezelfde zoete smaak te krijgen.

Waarom is zoetwaarde belangrijk? De zoetwaarde bepaalt:

hoeveel van een zoetstof nodig is; hoeveel calorieën een product bevat; hoe een product smaakt; of een zoetstof geschikt is voor bakken of koken.

De zoetstoffen zijn onder te verdelen in 2 groepen:

Intensieve zoetstoffen zoals aspartaam of sucralose hebben een heel hoge zoetwaarde en leveren daardoor weinig calorieën. Polyolen zoals xylitol en erythritol hebben een lagere zoetwaarde, maar lijken qua structuur meer op suiker en geven volume aan producten.

Waarom smaken sommige zoetstoffen anders? Zoetstoffen hebben niet exact dezelfde smaak als suiker. Sommige geven:

een bittere nasmaak, een koel effect in de mond (zoals erythritol), of een langere zoete nasmaak.

Daarom combineren fabrikanten vaak meerdere zoetstoffen om de smaak meer op suiker te laten lijken.

Zijn zoetstoffen veilig? In Europa worden zoetstoffen streng gecontroleerd door de EFSA (Europese voedselveiligheidsautoriteit). Voor toegelaten zoetstoffen is een veilige dagelijkse hoeveelheid vastgesteld (ADI: Aanvaardbare Dagelijkse Inname).

Categorie:Smaak