miniatuur|Woerden is ontstaan op een hoge plaats langs de Rijn. In deze figuur is de hoogteligging van het maaiveld van Woerden weergegeven. De hoogte van de gebouwen is weggelaten. Het centrum van Woerden is herkenbaar als een duidelijke verhoging in het landschap. De spoorlijn die als een diagonaal zichtbaar is, is een relatief recente verhoging in het landschap. De geschiedenis van Woerden is grotendeels bepaald door de strategische ligging van deze stad langs de Rijn. In de Romeinse tijd (49–260) lag hier een castellum. Over de periode daarna is weinig bekend, totdat in 1160 het eerste middeleeuwse kasteel wordt gebouwd.

Rondom het dorp is men 150 jaar eerder al begonnen met de ontginning van het veen, onder regie van het Sticht Utrecht. In 1280 komt Woerden echter in handen van Holland. Vanwege de inklinking van het veen ontstaan blijvende problemen en in 1322 wordt het Groot Waterschap opgericht zodat de waterproblemen beter kunnen worden aangepakt. In 1372 krijgt Woerden stadsrechten en in 1410 het recht om een jaarmarkt te houden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) krijgt Woerden te maken met een beleg en een bezetting door de Spanjaarden. Ook in het rampjaar 1672 is er militaire spanning die culmineert in de Slag bij Kruipin. In de Franse tijd (1795–1813) maakten de bezetters zich schuldig aan een grote moordpartij in de stad.

Daarna treedt een periode van relatieve rust in. Belangrijke ontwikkelingen zijn de sloop van de stadspoorten in 1874 en de sloop van de vestingwerken in 1890. In deze tijd komt de emancipatie van de rooms-katholieken op gang met de bouw van een grote kerk en een klooster. In 1855 krijgt Woerden een treinstation en ontwikkelt de stad zich, terwijl plaatsen in de buurt, zoals Montfoort, achterblijven. Woerden komt de Tweede Wereldoorlog relatief ongeschonden uit, hoewel de kleine Joodse bevolking zwaar getroffen werd. Na de oorlog ging de gemeente groeien door woningbouw, maar ook door samenvoeging met de dorpen eromheen. Vanaf 1989 hoort Woerden bij de provincie Utrecht en niet meer bij de provincie Zuid-Holland. Door de instroom van mensen uit andere delen van het land, werd Woerden wel gezien als de meest gemiddelde stad van Nederland, maar dit beeld wordt ook wel betwist.

Thematische beschrijving Na de chronologische inleiding hierboven volgt hieronder een thematische beschrijving van de ontwikkeling van Woerden vanaf de eerste nederzettingen en het Romeinse kasteel aan de Rijn tot aan de Nederlandse gemeente in de 21e eeuw. Voor zover relevant komen ook ontwikkelingen in de omliggende dorpen aan de orde, deels binnen, deels buiten de huidige gemeente Woerden. Aan het eind van dit artikel is de chronologie opgenomen.

Bevolking BevolkingsgroeiJaarAantal inwoners250500-600137250015141.50016294.00016704.50018003.00018503.50018804.20018955.00019005.20019156.00019227.00019306.52019328.00019409.250194310.000196415.000197537.000201150.000201550.575201851.7582021Alle cijfers. Gearchiveerd op 8 januari 2023.52.694202453.724 De bevolking van Woerden is hecht verbonden met de Rijn. De kleiruggen langs de Rijn waren hoger dan het omringende moeraslandschap, zodat hier al vroeg mensen gingen wonen. Vanwege dezelfde rivier de Rijn had de plaats Woerden eeuwenlang een strategische ligging. Veel inwoners waren dan ook betrokken bij de militaire activiteiten. De klei langs de Rijn werd in een latere fase afgegraven en veel mensen werkten in de baksteenfabricage. Andere inwoners leefden van de kaasproductie en de kaashandel, waarbij de stad zich ontwikkelde tot een regionaal centrum. In de uitklapbare tabel hiernaast is de bevolkingsgroei door de eeuwen heen te zien, van een kleine nederzetting in de Romeinse tijd tot een stad van meer dan 50.000 inwoners in de 21e eeuw.

Prehistorie thumb|Marktplaats met Romeinen en Batavieren, zoals Charles Rochussen zich dit in de 19e eeuw voorstelde De eerste bewoners van het gebied dat later Woerden zou gaan heten, vestigden zich op de natuurlijke kleiruggen en oeverwallen langs de Rijn, die na de laatste ijstijd door Nederland meanderde. Achter deze wallen ontstond moeras, dat niet geschikt was voor bewoning. Aan de zuidoostkant van het huidige Woerden zijn vuurstenen mesjes van 375.000 tot 600.000 jaar oud gevonden. Deze zijn gebruikt door voorouders van de huidige mens, Homo heidelbergensis.

Duizenden jaren later, tijdens het Neolithicum, woonden op de oeverwallen van de toen nog ongetemde rivier de Rijn moderne mensen (Homo sapiens). Het waren jagers, vissers en verzamelaars van voedsel. De bewoning concentreerde zich op plaatsen waar andere riviertjes in de Rijn stroomden, zoals het riviertje de Linschoten. De bewoners werden rond het begin van de jaartelling door de Romeinen Cananefaten of Bataven genoemd. De grens tussen deze bevolkingsgroepen lag waarschijnlijk in het gebied van het huidige Groene Hart.

Romeinse tijd Tussen 45 en 260 woonden er op de locatie van het huidige Woerden Romeinse militairen in een castellum dat hoogstwaarschijnlijk Laurium heette. Het waren Romeinse burgers die vrijwillig dienst hadden genomen. Rondom het castellum was een nederzetting van burgers (vicus), waar allerlei diensten werden geleverd aan de militairen. Er zijn onder andere bewijzen gevonden dat er een ijzersmederij is geweest. Het is niet bekend of in de nederzetting "autochtone" bewoners woonden. In de bodem van Woerden zijn veel archeologische resten van de Romeinen aangetroffen, zoals scherven aardewerk, restanten van een bronzen beeld en gedeeltes van een altaar. Er is ook een brandlaag gevonden, die dateert uit het jaar van de Bataafse Opstand, 69. Bijna alle forten langs de Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk, werden toen afgebrand, maar daarna weer opgebouwd.

Middeleeuwen Na ongeveer 150 jaar Romeinse bezetting braken de "donkere middeleeuwen" aan. Uit deze periode, tussen 250 en 1100 na Chr., is weinig historisch materiaal bekend. Opgravingen uit 2012 hebben aangetoond dat er in de 8e eeuw bewoning was, omdat er een grafveld is aangetroffen vlak naast het hoofdgebouw van het Romeinse castellum. Ook is door archeologische vondsten bekend dat er op de hoger gelegen gronden rond het huidige Woerden mensen woonden. In 1831 werd bijvoorbeeld in Kamerik een uitgeholde stam van een eik gevonden, die als doodskist gediend had, een boomstamdoodskist. Naast een schedel en enkele botten bevatte deze kist een gouden kruisbeeldje, gemaakt tussen de 8e en 11e eeuw. In 1924 werd in Kamerik een soortgelijke kist gevonden. De mensen woonden vermoedelijk in hutten van hout en leem, waarvan geen resten zijn overgebleven.

Op het Kerkplein in Woerden is een potscherf uit de Karolingische tijd (8e–10e eeuw) gevonden. In 2012 is bij een opgraving aan de Hogewoerd een Frankische spatha gevonden – het zwaard van Woerden – op de resten van een skelet. Het zwaard dateert uit de periode 715-740 en is gezien de zilveren versiering waarschijnlijk van een lokale edelman geweest, die loyaal was aan de Frankische koning. In de omgeving van het zwaard waren nog drie andere personen begraven. Er zijn echter niet veel vondsten uit deze periode. Bij eerdere opgravingen op het Kerkplein in 2002 dateerden de vroegste middeleeuwse vondsten uit de 14e eeuw. Deze voorwerpen werden aangetroffen in diverse beerputten.

Eerste vermelding van de naam Woerden De eerste vermelding van een nederzetting die mogelijk verwijst naar het huidige Woerden dateert uit de 8e eeuw. Liudger schreef in 790 in zijn boek Vita Gregorii dat Bonifatius rond 720 te Wyrda zendingswerk deed. In latere geschriften komen namen zoals Uurdin, Worthen, Worthene, Wordene, Wrthen, Wrdan, en Worden voor. Het meest waarschijnlijk is dat de naam Woerden afkomstig is van de term Wurth voor een bewoonde hoogte, dat wil zeggen een hoger liggend gedeelte grond langs een rivier. De binnenstad van Woerden heeft dan ook een straat met de eeuwenoude naam Hogewoerd.

Ondanks de archeologische vondsten en de zending van Bonifatius tussen 719 en 722 meent men dat het vroegmiddeleeuwse nederzetting hier slechts een klein dorp was. In 1160 werd het eerste kasteel gebouwd. De bevolking begon vanaf dat moment langzaam aan te groeien.

Militairen en oorlogen Woerden had eeuwenlang een militair strategische betekenis. De lokale bevolking werkte voor de militairen, maar ook in de landbouw, veeteelt, in pannenbakkerijen en later in de handel. Woerden lag tijdens de Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen de Spaanse overheersing van 1568 tot 1648, midden in het strijdgewoel. Er was dan ook vooral een forse groei van de bevolking rond 1600. Na het beleg van Woerden door de Spanjaarden in 1575 kwam de stad tot bloei door groeiende nijverheid en door de uitbreiding van de vestingwerken. De laatste periode van de Tachtigjarige Oorlog doorstond de bevolking van Woerden echter moeizaam. Bij het vertrek van de Spanjaarden in 1637 was de helft van de circa 750 huizen beschadigd. Ook waren alle poldermolens vernield. Veel Woerdenaren verlieten de stad en gingen in het buitengebied wonen.

Epidemieën miniatuur|Cholerapatiënten in de Jura, 1854 Niet alleen de diverse oorlogen maar ook grote epidemieën hebben hun tol geëist van de bevolking. Tussen 1530 en 1664 was er elfmaal een epidemie van de pest in Woerden. Met name in 1636 waren er veel sterfgevallen door de pest. Maar de pest was niet de enige ziekte die huishield in Woerden. In 1832 heerste er, net zoals in andere delen van Nederland, een cholera-epidemie. Van de 47 patiënten overleden er 24. Er kwamen nog meer uitbraken van deze ziekte. In 1849 overleden 90 mensen, in 1859 waren er 49 sterfgevallen, en in 1866 ten slotte 95. De cholera epidemie van 1866 begon in het buitengebied, maar maakte de meeste slachtoffers in de gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, namelijk in de binnenstad en in de pannenbakkerijen, en daarbinnen vooral bij de werklieden en kinderen. De burgerij bleef volledig buiten schot. Men wist toen nog niet dat cholera door met uitwerpselen besmet water werd overgedragen. De bacterie werd namelijk pas in 1883 door de Duitser Robert Koch ontdekt. De besmetting vond mogelijk plaats via de Oude Rijn die door Woerden stroomde en die in feite een open riool was. In 1864 pleitte een commissie er al voor om de Oude Rijn vanwege gezondheidsredenen te dempen. Onder andere door de betere drinkwatervoorziening begon het voorkomen van cholera af te nemen. Woerden was vrij laat met het invoeren van een waterleiding. Terwijl in 1853 de eerste Nederlandse waterleidingmaatschappij werd opgericht, de Amsterdamse Duinwater Maatschappij, gebeurde dat in Woerden pas 50 jaar later, en voor de dorpen in het buitengebied pas 75 jaar later. Overigens was dat in Nederland het algemene beeld. Pas rond de jaren 1920 waren de meeste stedelijke regio’s aangesloten op een veilige waterleiding en pas in 1960 kreeg de laatste boerderij in Nederland een aansluiting.

Naast pest en cholera waren er nog andere epidemieën. In 1875 was er een pokkenepidemie onder kinderen. Ook dysenterie en malaria kwamen vaak voor. De kindersterfte was ook hoog door onder andere mazelen, roodvonk, tyfus en difterie.

17e en 18e eeuw Tijdens de Gouden Eeuw was de bevolking van Woerden over het algemeen welvarend dankzij de bloei van de handel. De omvang van de bevolking vertoonde periodes van groei en krimp, maar bleef gemiddeld stabiel. De bevolking van de binnenstad was echter sterk gedaald na het rampjaar 1672, omdat er veel woningen in de stad waren vernietigd. Buiten de stad groeide de bevolking wel.

19e eeuw miniatuur|De moord op Sara Levi door Franse soldaten, 1813. Ets van Willem van Senus naar een tekening van Jan Willem Pieneman