De Driekoningenweekends waren bijeenkomsten die op het kasteel Driekoningen doorgingen in Beernem in de Belgische provincie West-Vlaanderen, vanaf 1951 tot in 1982. Ze waren het initiatief van de kasteelvrouw gravin Hélène d'Hespel.

Een initiatief in het culturele leven Hoewel ze zelf vooral Franstalig was, werd Hélène d'Hespel een bekend en geapprecieerd promotor en beschermvrouw van kunstenaars en letterkundigen in Nederlandstalig België. Ze vervulde hiermee de wens die haar eerste man, Hubert van Outryve d'Ydewalle, had uitgedrukt in zijn boek Adel in Vlaanderen over de missie van de adel in het bevorderen van het geestesleven in Nederlandstalig België.

De kunstweekends Haar inzet nam de vorm aan van driemaandelijkse kunstweekends op het kasteel Driekoningen in Beernem.

De bijeenkomsten brachten telkens kunstenaars bijeen die uiteenlopende disciplines vertegenwoordigden: schrijvers, schilders, beeldhouwers, musici enz. Het ging zowel over gevestigde namen als over nieuwelingen die aan het begin van hun carrière stonden.

De samenkomsten bestonden uit 'plenaire' vergaderingen, waarop ieder aanwezige op de een of andere manier zijn inbreng deed. Beeldend kunstenaars brachten recent werk mee dat ze exposeerden en commentarieerden, schrijvers, vooral dichters, lazen voor uit eigen werk of lieten het voorlezen, musici bespeelden hun instrument. Daarnaast werd uitgebreid getafeld, gewandeld en gediscussieerd. De gravin had een persoonlijk gesprek met elkeen van haar gasten. Het residentieel karakter maakte dat men tot laat in de nacht, zelfs tot bij het ochtendgloren kon blijven discussiëren. Weldra kregen de kunstweekends op Driekoningen heel wat weerklank en een gunstige reputatie.

Er bevond zich telkens een priester onder het gezelschap, die zelf kunstenaar was of met de kunstwereld vertrouwd was. Dit had tot gevolg dat de Zondag werd aangevat met een Eucharistieviering in de kapel van het kasteel. Traditie die in de loop van de jaren zestig stilaan verdween.

In totaal werden 72 weekends georganiseerd. Vanaf 1951 waren het driemaandelijkse bijeenkomsten. Dit ritme werd volgehouden tot in 1967. Vanaf 1968 werden het twee weekends per jaar en vanaf 1975 een. De vermindering vond zijn reden in het ouder worden, van de gravin zelf en vooral ook van Jan Vercammen en zijn mede-organisatoren.

Achthonderd kunstenaars uit diverse disciplines namen aan de kunstweekends deel. Door de herhaalde aanwezigheid van sommigen onder hen, waren het in totaal 1200 deelnames die konden genoteerd worden. De grote namen uit verschillende kunsttakken kwamen er samen met meer bescheiden of beginnende kunstenaars.

Organisatoren Voor de organisatie van de Driekoningenweekends omringde de gravin zich door Albert Vermeire, rentmeester van de boomkwekerijen Driekoningen, de letterkundige Jan Vercammen en de schilder Rik Slabbinck. Vanaf 1961 kwam zich Fernand Bonneure bij de organisatoren voegen. Behoudens grote uitzondering was het trio (vanaf 1961 het quaturo) op alle kunstweekends aanwezig en was er actief als go-between en animator.

Zij waren het die delibereerden wie zou worden uitgenodigd, waarbij de voorkeuren van Jan Vercammen vaak de doorslag gaven.

Eregasten Naast de kunstenaars, waren ook vaak prominenten te gast, die hiermee hun steun aan deze artistieke activiteit kwamen betuigen. Onder hen bevonden zich: Koningin Elisabeth van België (1955). Koningin Fabiola (1966). Gouverneur Pierre van Outryve d'Ydewalle, die bij herhaling te gast was op de Driekoningenweekends. Jozef Storme, gedeputeerde voor cultuur van West-Vlaanderen (1954). Louis Roppe, gouverneur van Limburg (1957 en 1964). Alfons Botte, arrondissementscommissaris Brugge (1959). Fernand Vandamme, volksvertegenwoordiger (1959). Piet Vermeylen, minister van Binnenlandse Zaken (1960). Robert Devos, burgemeester van Moeskroen en volksvertegenwoordiger (1961). Paul Paelinck, secretaris van koningin Fabiola (1962 en 1965). Renaat Van Elslande, minister voor Cultuur (1962). Achiel Van Acker, eerste minister, Kamervoorzitter (1963). Prins Karel van Vlaanderen (1968 en 1970). André Vlerick, staatssecretaris (1968). Jos Chabert, minister voor Cultuur (1973-1974). Willy De Clercq, vice-eersteminister (1978). Rik Boel, minister van Binnenlandse zaken (1978). Marc Galle, volksvertegenwoordiger en later minister (1979). Olivier Vanneste, gouverneur van West-Vlaanderen (1980).

De kunstenaars Eerste kunstweekend 8 juli 1951 Onder de genodigden bevonden zich houtsnijder en beeldhouwer Jozef Cantré, dichteres Orpha Van der Straeten, schrijver Cyriel Verleyen, dichters Marcel Coole en priester Roger Mestdagh.

Tweede kunstweekend 7 oktober 1951 Opnieuw waren Marcel Coole en Cyriel Verleyen te gast. Samen met hen waren beeldhouwer André Taeckens, auteur André Demedts en de befaamde literatuurcriticus Albert Westerlinck aanwezig.

Derde kunstweekend 28 januari 1952 De genodigden waren de schilder Luc Peire, de componist Pieter Leemans, de schrijver Raymond Brulez, de beeldhouwer Geo Verbanck, de voordrachtkunstenaar Antoon Vander Plaetse en de priester-dichter Anton van Wilderode

Vierde kunstweekend 3 mei De op elkaar volgende weekends van mei en juni 1952 brachten in ruime mate telkens de zelfde gasten samen. De hoofdgast was de eenentachtigjarige Stijn Streuvels, begeleid door zijn dochter Isa Lateur. Waren verder ook aanwezig op 3 mei: Jan Boon, directeur-generaal van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR), kunstschilder Jack Godderis, musicus Hilmer Verdin en Antoon Vander Plaetse.

Vijfde kunstweekend 26 juni 1952 Opnieuw was Stijn Streuvels de hoofdgast samen met woordkunstenaar Antoon Vander Plaetse. Met hen zaten aan: Jan Boon, directeur-generaal van het NIR, kanunnik en erudiet Robrecht Stock, regisseur Remi van Duyn, kunstschilder Jack Godderis, musicus Hilmer Verdin, woordkunstenaar Jef Vermetten met daarnaast gasten die aan een van de eerste drie weekends hadden deelgenomen: Raymond Brulez, Jozef Cantré, Albert Westerlinck, Marcel Coole, André Taeckens, Else Van Doren en Geo Verbanck.

Zesde kunstweekend 25 oktober 1952 De genodigden waren glazenier Michel Martens, romancier Hubert van Herreweghen, de jonge schrijver Hugo Claus, musicus Jef Tinel, kunstschilders Albert Saverys en zijn zoon Jan Saverys, beeldhouwer Geo Vindevogel, Marcel De Backer. Opnieuw te gast was Hilmer Verdin.

Zevende kunstweekend 7 februari 1953 Aanwezig waren de schrijvers Filip De Pillecyn en Valeer Van Kerkhove, kunstschilder Hubert Malfait, musici Paul Collins en Prosper Van Eechaute, beeldhouwer Berten Coolens en opnieuw Jozef Cantré.

Achtste kunstweekend 16 mei 1953 De genodigden waren dichter Jos De Haes, letterkundigen Gaston Duribreux, Julia Tulkens en Willem Putman, beeldhouwer Rik Poot, schilder Paul Van Hoeydonck en dom Willibrord Schets o.s.b.

Negende kunstweekend 17-18 oktober 1953 Op dit weekend was de bejaarde Herman Teirlinck de eregast. Waren aanwezig: dichters Pieter G. Buckinx en Richard Minne, etser Frans Dille, schilders Jos De Maegd en Georgette d'Ydewalle, orgelist Gabriël Verschraegen, priester Clément Van Caillie, hoogleraar Paul Van Oye en opnieuw Jef Tinel.

Tiende kunstweekend 23 januari 1954 Op dit weekend was Ernest Claes de eregast. Verder waren aanwezig architect Huib Hoste, schilder Gilbert Swimberghe, declamator Van Vlaenderen, priester Edgard Benoot, dichter Marnix van Gavere, etser René De Coninck, musicus Steven Candael.

Elfde kunstweekend 8 mei 1954 De aanwezigen waren schrijvers Paul de Wispelaere en Staf Weyts, pianist Frans Brouw, schilder Victor Servranckx, kunstcriticus Marcel Duchateau, beeldhouwer Geo Vindevogel, Luc Ryelandt, Chris Dijckhof, Julia Tulkens, Georgette d'Ydewalle en Germaine Dijckhof.

Twaalfde kunstweekend 14 juni 1954 Het elfde kunstweekend was eerder een tuinfeest, ter gelegenheid van de jagersstoet die door het domein trok. Veel van de vroegere deelnemers waren aanwezig, met slechts een paar nieuwe gezichten: Stijn Streuvels, Filip De Pillecyn, Willem Putman, Gaston Duribreux, Valeer Van Kerkhove, Marcel Coole, Hubert van Herreweghen, Julia Tulkens, Jos De Haes, Jan Boon, Jef Tinel, Antoon Vander Plaetse, Jeroom Verten, Remi van Duyn, Albert Saverys en Jan Saverys, Paul Van Hoeydonck, Michel Martens, Rogier Vandeweghe, Jack Godderis, Hubert Malfait, Jozef Cantré, André Taeckens, Geo Verbanck, Geo Vindevogel, Berten Coolens, Rik Poot, Else Van Dooren, Roger Mestdagh, Hilmer Verdin, Prosper Van Eechaute, Paul Collins, dom Willibrord Schets, Raymond Brulez en Herman De Bruycker. Ook de vaste organisatoren van de weekends waren aanwezig: Albert Vermeire, Rik Slabbinck en Jan Vercammen.

Dertiende kunstweekend 3 juli 1954 Dit jaar waren de gasten pianist Lode Backx, dichter Herman Van Snick, architect Luc Viérin, dichter Johan Van Mechelen, beeldhouwer Robert Heylbroeck, musicoloog en cellist Herman Sabbe, tekenaar Albert Setola, schrijvers Ivo Michiels en Albert van Hoogenbemt.

Veertiende kunstweekend 2 oktober 1954 De aanwezigen waren dat jaar: Paula Sémer en haar man, regisseur van radio-toneelspelen Herman Niels, musicoloog Marcel Boereboom, architect Peter Callebout, schrijvers Paul De Ryck, Emiel van Hemeldonck en Julien De Valckenaere, beeldhouwer-keramist Luc de Gheus (° Poperinge, 1927), schilder Pierre Devos, dichter en fotograaf Luc Van Brabant, dom Bruno Groenendaal.

Vijftiende kunstweekend 19 maart 1955 Dit jaar namen deel: Lode Backx en Steven Candael, beeldhouwers Berten Coolens en Roger Bonduel, letterkundigen Marcel Matthijs, Daan Inghelram en René Seghers, kunstenaars Jules De Sutter, René De Coninck, Achiel Pauwels, kunsthistoricus Carlos Van Hooreweder.

Zestiende kunstweekend 16 juli 1955 De genodigden waren architect Jos Baert, beeldhouwers Oscar Jespers en Albert Poels, kunstschilder Octave Landuyt, stoetenbouwer Frans Vromman, componist Willy Ostyn, schrijvers Fred Germonprez en Paul Lebeau, dichter Frank Meyland.

Zeventiende kunstweekend 22 oktober 1955 Rond de eregaste koningin Elisabeth van België waren aanwezig: Marcel Coole, Frans Dille, Ivo Michiels, Frans Brouw, Clemens Quatacker, Jef Tinel, Herman Sabbe, Jos De Haes, Gaston Duribreux, Julia Tulkens, Paula Sémer, Herman Niels, Albert Saverys, Jozef Cantré, Geo Vindevogel.

Achttiende kunstweekend 18 februari 1956 Waren aanwezig: schrijvers Maria Rosseels en Valère Depauw, kunstschilder Maurits Bilcke (1913-1993), voordrachtkunstenares Nana Wittesaele, orgelist Kamiel D'Hooghe, tv-directeur Bert Janssens, hoofdconservator van de Brugse Musea Aquilin Janssens de Bisthoven, Herman Diels, Albert De Swaef (°1915) en beeldhouwer Jules Van de Veegaete.

Negentiende kunstweekend 9 juni 1956 De groep bestond uit: priester Joris Blondeel (1916-1989), Mark Braet, Raf Declercq, André Desplenter, Piet Van Lishout (°1920), Norbert Rosseau, Bérénice Devos en haar echtgenoot, de acteur Julien Schoenaerts, beeldhouwer Frans Lambrechts, kunstschilder Marcel Notebaert, tekenaar Victor Stuyvaert, professor Paul Coremans, architect Paul Felix, en NIR-directeur Corneel Mertens.

Twintigste kunstweekend 13 oktober 1956 Voor het twintigste weekend verzamelden Frans Van Isacker, Maurice D'Haese, Paul De Vree, Medard Verleye, schilder André Bogaert, musicus Frank Van Doorne, architect Peter Callebout, dom Bruno Groenendaal, Adhémar d'Alcantara, edelsmid Maurits Claeys en schilder Marc Mendelson.

Eenentwintigste kunstweekend 2 februari 1957 Waren aanwezig: kunsthistoricus Walther Van Beselaere, Nobelprijswinnaar Corneel Heymans, Brugs hoofdconservator Aquilin Janssens de Bisthoven, René Verbeeck, Edmond Vandercammen, Fernand Goddemaer, Anto Diez, Jef Tinel, Rik Vanden Abbeele (tv), acteurs Fred Engelen en Tine Balder. Voor het eerst werd een tv-reportage aan een kunstweekend gewijd.

Tweeëntwintigste kunstweekend 11 mei 1957