thumb|Herdenkingsplaat voor het sluiten van Eenheid 731, op het voormalige terrein van het biowapenfabriek thumb|Shiro Ishii, commandant van Eenheid 731 thumb|Medewerker Dr. Kitano Masaji (1944) Eenheid 731 (Japans: 731部隊, 731 butai) was een geheime divisie van het Japans Keizerlijk Leger, die vanaf 1936 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog actief was in het door Japan bezette Mantsjoerije. De divisie was vermomd als een onderdeel van het Bureau van Waterzuivering van het Kanto-leger en deed onder meer onderzoek naar biologische wapens door middel van biologische en chemische experimenten op mensen (voornamelijk Chinezen).

Geschiedenis Oprichting Eenheid 731 werd opgericht tijdens de periode na het Mantsjoerije-incident, toen Japan het hele Mantsjoerije-gebied veroverde, en de marionettenstaat Mantsjoekwo in het leven riep. Als nieuwe Japanse kolonie was het gebied erg interessant voor wetenschappelijk onderzoek. Het Kanto-leger, in 1919 opgericht om Japanse belangen en investeringen in Mantsjoerije te beschermen, had namelijk een aanzienlijke vrijheid: het moest alleen verantwoording afleggen aan de Japanse legerleiding en maakte het feitelijke bestuur van het gebied uit. Enkele jaren voor de bezetting van Mantsjoerije was de top van het Japanse leger ervan overtuigd geraakt dat biologische wapens een cruciaal wapen waren tegen het in omvang erg sterke leger van de Sovjet-Unie. Daarvan werd ook gedacht dat het in het bezit was van dergelijke wapens. Wilde Japan in een toekomstige noordelijke gebiedsuitbreiding delen van Siberië veroveren, dan moest het een eigen arsenaal aan biologische wapens bezitten. Mantsjoekwo was de aangewezen plaats voor het leger om hier onderzoek naar te doen, ook al zou dit volledig ingaan tegen het Protocol van Genève uit 1925.

De belangrijke figuur die het hele Japanse biologische wapenproject zou leiden was de militaire dokter en bacterioloog Shiro Ishii, die ook op het belang van biologische wapens had gewezen. Hij genoot de steun van prominente figuren zoals de militaire wetenschapper Koizumi Chikahiko, oorlogsminister Araki Sadao, generaal Nagata Tetsuzan, luitenant-kolonel Suzuki Yorimichi en kolonel Kajitsuka Ryuji. Hierdoor was Ishii verzekerd van de financiering van zijn project en kon in 1932 een eerste operatie van start gaan in Mantsjoekwo. In de lente van dat jaar werd een onderzoekslaboratorium in de stad Harbin gevestigd, en enkele maanden later werd ook begonnen aan een groter complex in het afgelegen dorp Beiyinhe. Hier was het mogelijk om in het geheim biologische wapens op mensen te testen. Iets later kreeg Ishii ook in Tokio faciliteiten om onderzoek te doen.

Eenheid 731 stond eerst bekend als de Togo-eenheid, vernoemd naar de bekende admiraal Heihachiro Togo. Later zou die naam nog veranderen in Ishii-eenheid, om pas in 1941 de definitieve omschrijving Eenheid 731 te krijgen. De divisie beschikte aanvankelijk over een jaarlijks budget van 200.000 yen, wat erg veel was voor die tijd, zeker voor iemand zoals Ishii, met de rang van majoor. Ieder jaar werd het budget van de divisie sterk verhoogd. Het kwam ook niets tekort op het vlak van materieel en personeel, zelfs niet tijdens de moeilijke laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog.

In 1935 vond in Beiyinhe een gevangenisopstand plaats tijdens het Japanse Midden-herfstfestival. In een onbewaakt moment slaagde een aantal gevangenen erin te ontsnappen. Hierdoor kwam de geheimhouding van het complex in Beiyinhe in gevaar. Ongeveer een jaar later ontplofte een opslagplaats van munitie, waardoor verschillende gebouwen grote schade opliepen. Het was stilaan duidelijk geworden: de faciliteit in Beiyinhe was niet langer bruikbaar.

Ishii was echter al klaar om aan een tweede fase van het ontwikkelen van biologische wapens te beginnen. Hij vertelde zijn superieuren dat hij na verschillende jaren onderzoek tot de conclusie was gekomen dat biologische wapens effectief waren voor gebruik in een oorlogssituatie en dat ze in een toekomstig conflict een belangrijke rol te spelen hadden. Ishii pleitte voor een voortzetting van zijn project, dat nog veel omvangrijker en ambitieuzer moest worden dan voorheen.

De legerleiding van het Kanto-leger stemde in met zijn eisen, en in de herfst van 1936 begon men in Ping Fan met de bouw van wat uiteindelijk in 1939 het grootste onderzoekscentrum voor biologische wapens ter wereld zou worden. Ishii werd in augustus 1936 aangesteld als hoofd van het Bureau voor Waterzuivering van het Kanto-leger, nadat een cholerauitbraak een jaar eerder enkele duizenden Japanse soldaten had gedood. Hij gebruikte dit als een handige dekmantel voor zijn hele operatie, waardoor ook op andere locaties van het Bureau voor Waterzuivering in Mantsjoerije, en later ook in China en andere veroverde landen, biologische wapens konden worden getest. Ping Fan werd de hoofdbasis voor deze hele onderneming.

Rol tijdens de oorlog Bij het uitbreken van de Tweede Chinees-Japanse Oorlog in 1937, had Japan al enige vorderingen gemaakt op het vlak van onderzoek naar en productie van biologische wapens. Tijdens de oorlog met China werden verschillende aanvallen uitgevoerd met biologische wapens. Waterbronnen in onbezette gebieden werden vergiftigd, landbouw vernietigd met herbiciden en dodelijke biologische ziekteverwekkers werden verspreid in verschillende Chinese dorpen en steden met de bedoeling epidemieën te veroorzaken.

Ook in de oorlog in de Stille Oceaan tegen de Verenigde Staten probeerde Eenheid 731 biologische wapens te gebruiken. Er waren plannen om onder meer de Amerikaanse vloot aan te vallen met dodelijke pathogenen, maar deze werden verijdeld door Amerikaans ingrijpen of slechte planning en uitvoering aan Japanse kant.

Hoewel de basis in Ping Fan bij zijn voltooiing een enorme productiecapaciteit had - Sovjet wetenschappers schatten deze na de oorlog in op zo'n 8 ton bacteriën per maand - werden veel van de geproduceerde wapens uiteindelijk nooit gebruikt. Vaak bleek bij tests dat bepaalde wapens helemaal niet efficiënt waren, waardoor het ook niet veel nut had om ze in te zetten.

De verhoopte rol die biologische wapens voor het Japanse leger zouden spelen, kon met andere woorden niet gerealiseerd worden. Niettemin vielen er tienduizenden doden door toedoen van Eenheid 731's biologische wapenprogramma, en liggen er vandaag de dag nog duizenden gevaarlijke chemische en biologische wapens begraven in Mantsjoerije en China. Ook het belang na de oorlog van de gegevens die Eenheid 731 met zijn experimenten verzamelde is niet te onderschatten. Deze zouden namelijk erg belangrijk blijken voor het biologische wapenprogramma van de Verenigde Staten.

Einde Eenheid 731 Toen de Sovjet-Unie op 8 augustus 1945 Japan de oorlog verklaarde, Mantsjoerije binnenviel en niet ver meer verwijderd was van Ping Fan, beval Ishii Shiro om het hele complex, samen met alle bewijsmaterialen, te vernietigen. Het Japanse leger ging hierbij erg nauwgezet te werk. Alle gebouwen werden opgeblazen, machines kapotgeslagen, bezwarende documenten verbrand, chemicaliën gedumpt en overgebleven gevangenen werden doodgeschoten. Alleen het gebouw in het centrum van het complex kon vanwege zijn grootte niet op tijd helemaal vernietigd worden.

Ook op andere militaire locaties werd getracht om al het bewijsmateriaal te vernietigen wanneer de Japanse inlichtingendienst het Rode Leger in de buurt van een locatie opmerkte. Dit lukte door de chaotische Japanse terugtrekking echter maar in een beperkte mate. Verschillende massagraven met menselijke en dierlijke resten werden ontdekt. Ook duizenden zieke dieren werden in de buurt van vernietigde militaire locaties opgemerkt, tot grote verbazing van Sovjet en Chinese troepen. Daarnaast werden plaatsen gevonden waar tal van chemische en biologische wapens waren begraven, wapens die tot vandaag de dag nog een reëel gevaar betekenen in China.

Verschillende kopstukken van het Kanto-leger en Eenheid 731 werden in Mantsjoerije opgepakt door de Sovjet-Unie. Andere leidinggevende figuren die al naar Japan waren teruggekeerd, werden gearresteerd door de Amerikaanse inlichtingendiensten voor ondervraging. Enkele jaren later zouden een aantal leden van het Kanto-leger tijdens de Processen van Chabarovsk van 1949 veroordeeld worden tot werkstraffen van tussen de 2 tot 25 jaar. In 1956 werden alle veroordeelden echter terug naar Japan gerepatrieerd, waardoor gespeculeerd wordt dat de Sovjet-Unie in ruil voor de testgegevens van Eenheid 731 hen vervroegd liet gaan. Ook tijdens de grootschalige onderzoeken die aan het Proces van Tokio voorafgingen, werden voormalige militairen van Eenheid 731 van misdaden beschuldigd, maar in ruil voor waardevolle testgegevens kon amnestie worden gekocht.

Amerikaanse geheimhouding Tijdens ondervragingen van kopstukken van Eenheid 731 in de eerste jaren na de oorlog, werd het de Amerikaanse inlichtingendiensten snel duidelijk dat er voor de Verenigde Staten erg aantrekkelijke informatie over biologische en chemische wapens bemachtigd kon worden. De Verenigde Staten waren pas eind 1942 van start gegaan met een eigen biologisch wapenprogramma, en hoewel er in enkele jaren tijd enorme vorderingen waren gemaakt, konden de waardevolle gegevens afkomstig van de experimenten van Eenheid 731 het land een strategische leiderspositie ten opzichte van de Sovjet-Unie opleveren op vlak van biologische oorlogsvoering. Jaren onderzoek en miljoenen dollars aan investeringen zouden vermeden kunnen worden door het op een akkoord te gooien met de Japanse militairen en wetenschappers van Eenheid 731. Dit gebeurde ook. Immuniteit werd verstrekt, geheimhouding verzekerd, en alle overgebleven informatie van Eenheid 731 over biologische wapens werd overgedragen aan het Amerikaanse leger. Later zou een aantal leden van Eenheid 731 een functie aannemen bij het Japanse ministerie van volksgezondheid, farmaceutische bedrijven of enkele Japanse medische scholen.

Het lukte echter niet om het verhaal van Eenheid 731 helemaal in de doofpot te stoppen. Na tientallen jaren kwam pas meer opheldering omtrent de rol van de Verenigde Staten ten aanzien van Eenheid 731. Na veel druk werd in 2000 de Japanese Imperial Government Disclosure Act goedgekeurd door het Amerikaanse Congres, waardoor de opdracht werd gegeven om de geheimste overheidsdocumenten over Japanse oorlogsmisdadigers en misdaden gepleegd door de Japanners tijdens de Tweede Sino-Japanse oorlog en Tweede Wereldoorlog vrij te geven. Vanaf 2003 zou deze taak overgenomen worden door de Nazi War Crimes and Japanese Imperial Government Records Interagency Working Group (IWG).

Activiteiten Ontwikkeling van chemische en biologische wapens Eenheid 731 experimenteerde tijdens zijn bestaan met zowat alle gevaarlijke virussen, bacteriën en epidemieën die toen bekend waren, zoals miltvuur, cholera, builenpest, salmonella, tyfus, tetanus, brucellose, botulisme, gasgangreen, malaria, pokken, meningokokkenmeningitis, tuberculose, tularemie en kwade droes. Tests werden - afhankelijk van de doeleinden - uitgevoerd op dieren, maar ook op mensen: krijgsgevangenen, gevangen verzetsmensen, politieke tegenstanders of 'verdachte' personen.

Gegevens van sommige experimenten werden gedeeld en gezamenlijk onderzocht door een aantal Japanse instituten en universiteiten, waaronder het Medische Legercollege in Tokio, de Keizerlijke Universiteit van Tokio en de Keizerlijke Universiteit van Kioto. Om geen argwaan te wekken werd er uiteraard niet letterlijk verwezen naar menselijke proefpersonen.