Deze lijst geeft een overzicht van de belangrijkste archeologische opgravingen op en rondom het Vrijthof in de Nederlandse stad Maastricht. De opgravingsresultaten zijn nog maar ten dele bestudeerd en gepubliceerd, maar behoren nu al tot de voornaamste bronnen over de kennis van het vroege christendom in Nederland en de continuïteit van stedelijke nederzettingen in de vroegmiddeleeuwse periode.Panhuysen (2016), p. 25.Wetzels (2019), p. 16.
Historische achtergronden Het Vrijthof en omgeving Het Vrijthof was in de Romeinse tijd een van de plaatsen langs de heerweg Boulogne sur Mer - Keulen (Via Belgica; zie opgraving 2003 in onderstaande lijst), waar de bewoners van de kleine nederzetting aan de Maas (later Mosa Trajectum genoemd) hun doden begroeven. In de laat-Romeinse en vroegmiddeleeuwse tijd groeide dit uit tot de voornaamste begraafplaats, waar vermoedelijk enkele duizenden mensen hun laatste rustplaats vonden (zie opgravingen 1953-'54 en 1969-'70). Een deel van de graven bevinden zich op een hoger Maasterras nabij de huidige straat Sint Servaasklooster. In de Romeinse tijd lag dit deel circa 11 m hoger dan het Vrijthof; door ophoging is het hoogteverschil tegenwoordig nog maar 6 m. Mogelijk gaf een begraving hier een andere sociale status aan; mogelijk ook een onderscheid tussen christenen en niet-christenen.Wetzels (2019), pp. 34-35, 64-68. Op een van deze grafvelden werd volgens de overlevering in 384 de laatste bisschop van Tongeren Sint-Servaas begraven. Opgravingen in de Sint-Servaaskerk (1 op de plattegrond hieronder) hebben aangetoond dat zich al in de laat-Romeinse tijd nabij het vermeende graf van de heilige (in de Sint-Servaascrypte) een bescheiden stenen gebouwtje bevond, mogelijk de door Gregorius van Tours genoemde cella memoriae. Later volgden op deze plek de Merovingische, de Karolingische en in de elfde eeuw de huidige kerk (zie opgraving 1985-'87 hieronder).
thumb|left|280px|Plattegrond uit 1749 met de Vrijthof-omgeving. In rood: gebouwen binnen de claustrale singel van het kapittel (voor nummering: zie tekst) De bij de grafkerk ontstane kloostergemeenschap werd waarschijnlijk al in de negende eeuw omgevormd in een kapittel van seculiere kanunniken, het later zeer machtige Sint-Servaaskapittel. De kanunniken bouwden binnen hun claustrale singel kloostergangen (2) met onder andere een refter, een kapittelzaal en een kapittelschool, een aparte parochiekerk (de Sint-Janskerk; 3), een proosdijgebouw (proosdij van Sint-Servaas; 4), kanunnikenhuizen voor zichzelf (5), een logeeradres voor hoog bezoek (het Spaans Gouvernement; 6), twee gasthuizen voor pelgrims en zieken (het Sint-Servaas- en het Sint-Jacobsgasthuis; 7 en 8; zie ook 1821 en 1971 hieronder), een spieker voor de opslag van graan (9), wijnkelders, een bakkerij, brouwerij en herberg (10) en paardenstallen voor de rijproosten (11). Het claustrale gebied was met paaltjes gemarkeerd en erbinnen gold slechts de rechtspraak van het kapittel. Net buiten dit gebied vestigden zich in de dertiende eeuw het Wittevrouwenklooster (13; zie opgravingen 1983, 1988-'89, 1998) en het dominicanenklooster (14; opgravingen 1969-'70, 2005, 2006).
Naast de geestelijken wensten ook de wereldlijke machthebbers zich nabij het graf van de heilige Servatius te vestigen. Hoewel een Karolingische palts niet met zekerheid gelokaliseerd kan worden, bevond zich deze met grote waarschijnlijkheid in de omgeving van het Vrijthof. Later, in de tiende of elfde eeuw, bouwden de hertogen van Lotharingen hun palts waarschijnlijk aan de noordzijde van het Vrijthof, op de plaats van het huidige Generaalshuis (13; zie opgraving 1988-'89). Wellicht hangt de aanwezigheid van de hertogelijke munt (later Statenhuis; 12) samen met de aanwezigheid van de palts.Ubachs/Evers (2005), p. 363 'munthuis', p. 510 'Statenhuis'. Mogelijk bouwde hertog Giselbert II de eerste(?) versterking in dit gebied, de Ottoonse muur (opgraving 1980), in de dertiende eeuw gevolgd door de eerste middeleeuwse stadsmuur (de Boichgraeve; 15; zie opgraving 1981).Panhuysen (2016), p. 48.
Opgravingen in Maastricht Traditioneel is de stadsarcheologie in Maastricht voornamelijk gericht op twee gebieden, beide gelegen rondom de twee hoofdkerken van de stad: enerzijds de Romeinse kern langs de Maas nabij de Romeinse brug, waar in de vroegmiddeleeuwse periode binnen de muren van het laat-Romeinse castellum de bisschopskerk ontstond, de latere Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, en anderzijds het Romeins-Frankische grafveld buiten de oorspronkelijke nederzettingskern, langs de grote weg naar Tongeren, waar in de zesde eeuw de eerste pelgrimskerk op het graf van Sint-Servaas verrees, de latere Sint-Servaasbasiliek. Aanvankelijk kreeg het eerstgenoemde gebied de meeste aandacht, met name door de spectaculaire opgravingen van de jaren 1950 en 60 in het Stokstraatkwartier, waarbij onder andere delen van het castellum en een Romeins badhuis (Op de Thermen) werden blootgelegd, en door de vondst van enkele honderden gebeeldhouwde fragmenten van Romeinse godenpijlers en grafmonumenten in de Maas.Panhuysen (2016), p. 49.
Opgravingen op en rondom het Vrijthof thumb|270px|Inhoud van een vrouwen- en kindergraf uit de Vrijthof-omgeving (Limburgs Museum, Venlo) Tijdens de grote opgraving in de pandhoftuin van de Sint-Servaas in 1953-54, waarbij meer dan 800 graven uit de vierde tot en met achtste eeuw werden blootgelegd, werd duidelijk dat hier een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Nederland lag. Bij de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) ontstond het besef dat de ondergrond van de Sint-Servaaskerk en de Vrijthof-omgeving veel informatie had te bieden over de vroegchristelijke geschiedenis van Maastricht en Nederland en de continuïteit van stedelijke nederzettingen in deze periode. Eind jaren zestig bevestigde de grote Vrijthof-opgraving (voorafgaand aan de bouw van een ondergrondse parkeergarage) het belang van het laat-Romeinse en vroegmiddeleeuwse grafveld op deze plek. Vanaf 1979 werd de taak van het ROB overgenomen door het nieuwgevormde Gemeentelijk Oudheidkundig Bodemonderzoek Maastricht (GOBM) o.l.v. stadsarcheoloog Titus Panhuysen. Deze dienst voerde in de jaren tachtig onder meer de spraakmakende opgravingen in de Sint-Servaaskerk uit (tijdens de kerkrestauratie). Na het Verdrag van Malta (1992) werd de taak van het GOBM overgenomen door particuliere bedrijven en instellingen.Panhuysen (2016), pp. 23-24, 28, 37-38.
Sint Servatius Project Door deze en andere opgravingen in de Vrijthof-omgeving waren de opgravingsresultaten dermate overweldigend dat een groot deel ervan lange tijd ongepubliceerd bleef. In 2002 initieerde de (toen nog) Amsterdamse hoogleraar Frans Theuws het Sint Servatius Project, dat ten doel heeft al deze opgravingen uit te werken, in onderlinge samenhang te bestuderen en te publiceren. Het project werd mede gefinancierd door de Universiteit van Amsterdam, de gemeente Maastricht en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Later kwam daar de Universiteit van Leiden bij. Medewerkers aan het project zijn/waren onder anderen Titus Panhuysen, Menno Dijkstra, Liesbeth Smits, Dieuwertje Smal, Nina Jaspers, Rafaël Panhuysen, Mirjam Kars en Chrystel Brandenburgh.'Sint Servatius Project', voorheen op website UvA, gearchiveerd op archive.is. Van de drie laatstgenoemde wetenschappers verschenen de resultaten van hun promotieonderzoeken, respectievelijk over de skeletvondsten, de grafgiften en de textielresten van (onder andere) de Vrijthof-begraafplaats.Zie Bronnen: Brandenburgh, Kars en Panhuysen, R. Daarnaast verschenen enkele wetenschappelijke artikelen (o.a. van Theuws) in diverse vakbladen. In 2016 verscheen een overzicht van de opgravingen op en rondom het Vrijthof door Titus Panhuysen in het jaarboek van het LGOG. Het artikel was een voorproefje van de op handen zijnde publicatie van de eindrapportage van het project. In mei 2017 verscheen het eerste deel van The Saint-Servatius complex in Maastricht, getiteld The Vrijthof excavations (1969-1970), onder redactie van Theuws en Kars.Theuws/Kars (2017), pp. 6-8. Het Vrijthof-onderzoek maakt tevens deel uit van het eveneens door Theuws geleide Anastasis Project, dat tot doel heeft alle Merovingische begraafplaatsen in Zuid- en Midden-Nederland te analyseren en publiceren.'The ANASTASIS project. The revival of Merovingian studies in the Netherlands' op universiteitleiden.nl.
Lijst van vondsten en opgravingen