De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP, Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei) was de partij die op 24 februari 1920 ontstond uit de Duitse Arbeiderspartij (DAP, Deutsche Arbeiterpartei). De NSDAP had als politieke ideologie het nationaalsocialisme, een mix van extreem nationalistische en extreem racistische denkbeelden, met als boegbeeld Adolf Hitler. De partij kwam in 1933 in Duitsland aan de macht met behulp van propaganda die appelleerde aan de wraakgevoelens onder de Duitse bevolking en door terreur tegen en intimidatie van politieke tegenstanders. Tot de eerste regeringsdaden behoorden de beknotting van de vrijheid van meningsuiting en het verbieden van andere politieke partijen. De partij streefde naar een rijk waarin alle Duitssprekenden verenigd waren. Daarnaast greep de partij sterk in in de economie, is verantwoordelijk voor extreme militarisering en het uitvoeren van de Holocaust.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de partij ontbonden en illegaal verklaard.

Periode 1919-1921 Op 5 januari 1919 werd de Duitse Arbeiderspartij (DAP) opgericht door Anton Drexler en Karl Harrer. Dit was de voorloper van de NSDAP. In het begin was deze partij alleen maar een van de vele extreemrechtse en racistische partijtjes die na de door het Duitse Keizerrijk verloren Grote Oorlog als paddenstoelen uit de grond schoten in de pas opgerichte Weimarrepubliek. De DAP had haar machtsbasis in het Zuid-Duitse München, de hoofdstad van Beieren. Het belangrijkste uitgangspunt van deze partij was dat Duitsland een nieuw leger moest opbouwen, wat echter verboden was volgens het Verdrag van Versailles.

In september 1919 werd Hitler lid van deze partij, waar hij steeds meer tijd in stak. Hij werd snel een van de belangrijkste leden en klom op in het bestuur ervan. Hitlers eerste publieke toespraak werd gehouden op 16 oktober 1919 in de Münchener Hofbräukeller, waar hij sprak voor een publiek van 111 mensen als de tweede spreker die avond. Op 24 februari 1920 probeerde de partij haar eerste massabijeenkomst te organiseren. Het werd een redelijk succes met een opkomst van 2000 mensen. Hitler wist met retorisch vernuft in te spelen op het alom in Duitsland aanwezig maatschappelijk onbehagen en de partij won verder aan aanhang. Rond 1921 was Karl Harrer vertrokken uit de partij en Drexler was op een zijspoor gezet zodat Hitler als de leider werd gezien. Voortaan bepaalde hij hoofdzakelijk het beleid en was hij het brein van de activiteiten van de partij. Via een slimme en doordachte manier van propaganda van de partijideologie en -standpunten kreeg Hitler geleidelijk steeds meer invloed en aanhang onder de Beierse bevolking.

Van DAP naar NSDAP Hitler bedacht in deze beginjaren verscheidene veranderingen voor de DAP om die onder een bredere groep kiezers populair te maken en transformeerde die aldus tot de NSDAP. Een van de veranderingen die Hitler suggereerde was de toevoeging van het woord 'socialist' aan de naam van de partij. Hitler was altijd tegen marxistische ideeën (zoals het concept van de klassenstrijd) als zodanig geweest (zo stelde hij dat de klassenstrijd de Duitsers onnodig tegen elkaar uitspeelde) maar moest toch erkennen dat socialisme een populaire filosofie was na de Wereldoorlog. Dit toonde zich zeer in de groei van de Duitse Sociaaldemocratische Partij (SPD). Daarom herdefinieerde Hitler socialisme door er 'Nationaal' voor te plaatsen. Maar Hitler was alleen te vinden voor gelijkheid voor wie Duits bloed had. Joden en buitenlanders hadden geen rechten en immigratie van niet-Duitsers zou moeten stoppen.

Hakenkruis Verder wenste Hitler een pakkend en direct herkenbaar symbool voor de partij: de NSDAP hees in de zomer van 1920 voor het eerst een hakenkruisvlag. Dit teken was al eerder gebruikt door eerdere Duitse nationalistische "völkische" bewegingen (waaronder het Thule-Gesellschaft, een van de vele Beierse rechts-extreme en racistische partijen waar Hitler veel van zijn gedachtegoed en nationaalsocialistische symbolen aan ontleende), die het als symbool van hun "Arische" identiteit gingen beschouwen, een concept dat door theoretici als Alfred Rosenberg gelijkgesteld zou worden met een Noords 'meesterras' dat, volgens hem, in het noorden van Europa moest zijn ontstaan.

Hitler en zijn aanhangers waren zo enthousiast over hun nieuwe vaandel met het oude "Germaanse" motief dat "de uitwerking ervan was als de uitwerking van een brand." In deze beginjaren werd er nog geëxperimenteerd met verschillende soorten hakenkruisen en op foto's en illustraties uit deze periode zijn dan ook verschillende varianten te zien van het nazisymbool. De later zo bekende vlag van nazi-Duitsland werd pas halverwege de jaren 20 door Hitler persoonlijk ontworpen. Hij zette een zwart links draaiend hakenkruis in een witte cirkel op een felrode achtergrond, naar de kleuren van de vlag van het Duitse Keizerrijk (zwart-wit-rood). Het kruis werd door Hitler een achtste slag gedraaid, om het vernieuwende van zijn nationaalsocialisme te accentueren. Verder stroomlijnden Hitler en zijn adviseurs het partijprogramma en reeds vanaf de begintijd richtte de NSDAP zich vooral op de volgende punten:

Verheerlijking van het autoritaire 'leidersprincipe' (zoals ook in het fascisme tentoongespreid oftewel een dictatuur), afkeer van de democratie en dus ook vernietiging van de Weimardemocratie Militarisme Revanchisme (revanche op de oude vijanden) Antisemitisme Herziening van het Verdrag van Versailles en met name de teruggave van de gebieden die Duitsland volgens dit verdrag had moeten afstaan. Ook de afgesproken herstelbetalingen aan de geallieerde winnaars van de Wereldoorlog zouden moeten stoppen. Afkeer van het bolsjewisme, maar toch een sterk socialistisch geïnspireerd economisch programma en een overnemen van "socialistische" symboliek; tegelijkertijd werden communisten/socialisten aangemerkt als doodsvijanden.

De ordehandhaving werd geregeld door de Sturmabteilung (afgekort SA), van oorsprong een groep uitsmijters die tegenstanders van de nazi's weerden van partijvergaderingen. Al snel, naarmate de SA meer leden kreeg, werden er knokploegen gevormd die ideologische tegenstanders (voornamelijk socialisten en communisten) op straat te lijf gingen. Als eigen mediablad had de partij de Völkischer Beobachter.

Periode 1922-1929 thumb|Adolf Hitler, Gregor Strasser, Heinrich Himmler, Franz Xaver Schwarz, Walter Buch en Alfred Rosenberg in februari 1925.

Hitler had al aan het begin van de jaren twintig een groep medestanders en vertrouwelingen rond zich verzameld waarvan de belangrijkere waren: Hermann Göring, een goede organisator die bovendien vele nuttige contacten had in het leger en de Duitse aristocratische en economische elite Rudolf Hess, plaatsvervanger van Hitler en zijn secretaris Joseph Goebbels, publicist en leider van de propaganda Ernst Röhm, de man achter de paramilitaire SA Heinrich Himmler, de leider van de SS Wilhelm Frick, voorzitter van de NSDAP-fractie in de Rijksdag Alfred Rosenberg, de theoreticus Franz Xaver Schwarz, penningmeester (Reichsschatzmeister) van de partij Gregor Strasser, ideoloog en samen met Joseph Goebbels vormden hij de linkse vleugel van de nazipartij Walter Buch, jurist en opperste rechter van de partij Julius Streicher, journalist en uitgever, bekend vanwege zijn antisemitisme en medeoprichter van de anti-Joodse Deutsch-Sozialistische Partei Emil Maurice, een van de oprichters van de SS en Hitlers persoonlijke chauffeur ondanks zijn ten dele Joodse afkomst

Het ledental van de partij groeide van 20.000 in 1922 uit tot meer dan 50.000 in het crisisjaar 1923, in die tijd vooral bestaande uit mensen van de arbeidersklasse. De partij was echter ook een onderkomen voor oud-legerofficieren en andere conservatieven. Samen met Ernst Röhm kwam Hitler op het idee om een eigen reserveleger te bouwen waarbij de contacten en expertise van de vroegere legerofficieren goed van pas zouden komen. De achterliggende gedachte was de kwakkelende economie die wellicht zou leiden tot een algemene ineenstorting van het land en collaboratie van het eigenlijke leger met de "vijanden van het Duitse volk". Hitler wilde daar een eigen volksleger tegenover stellen. Vanaf toen werd de SA uitgebouwd tot dit volksleger en tegen 1933 telde dit reserveleger zelfs 400.000 leden, meer dan het reguliere Duitse leger. Ook werd er voor de partijtop een lijfwacht opgericht. Dit was de Schutzstaffel (beter bekend onder de later beruchte afkorting SS).

Door het drukken van enorme hoeveelheden geld trachtte de Duitse overheid de inflatie, die begin jaren 20 het Duitse leven beheerste, in de kiem te smoren. Dit liep echter uit op een fiasco en de NSDAP rook haar kans. Door middel van een putsch, bekend als de Bierkellerputsch, probeerde ze op 9 november 1923 de macht in Beieren over te nemen. Het ondoordachte plan was om zo een kettingreactie van revoluties in andere deelstaten te veroorzaken waarna ten slotte Berlijn voor het grijpen zou liggen. Na een hevige strijd werden Hitler en consorten echter gearresteerd en op 26 maart berecht. De rechtszaak liep uit op een overwinning voor de nazi's, omdat Hitler heimelijk veel steun onder zijn berechters had. Hoewel Hitler werd veroordeeld tot een vijf jaar durende gevangenisstraf – in de luxegevangenis van Landsberg – wist hij bij het proces dermate veel publiciteit te trekken, dat het ook wel als een zege voor de nazi's wordt gezien. Hitlers straf werd na één jaar beëindigd en hij was weer een vrij man. Hij schreef tijdens zijn gevangenschap Mein Kampf, de 'bijbel' van het nationaalsocialisme.

Na de mislukte staatsgreep werd de NSDAP illegaal verklaard. De aanhangers en leden van de illegale NSDAP vormden samen met Noord-Duitse bondgenoten een organisatie genaamd de Nationaalsocialistische Vrijheidsbeweging. Met deze koepelorganisatie werden de nationaalsocialisten in het parlement gekozen. Begin 1925 werd het partijverbod opgeheven, zodat de NSDAP weer in het openbaar kon functioneren. Na een opleving beleefd te hebben in de verkiezingen, zakten de electorale steun aan de nationaalsocialisten langzaam weer weg tot ze in 1928 slechts circa twee procent van de stemmen verwierven. Hitler richtte zich echter op consolidatie en herorganisatie, en vormde de beweging om van een lokale Zuid-Duitse partij tot een landelijke partij. Het ledental nam toe tot ruim 100.000 in 1929. Ook splitste Hitler zijn NSDAP in twee afdelingen, aangeduid als PO-I en PO-II. PO was een afkorting voor politieke organisatie. PO-I had tot taak de ondermijning en omverwerping van de Weimarrepubliek. PO-II hield zich bezig met het vormen van een nieuwe staatsinrichting. Hiervoor bezat het zelfs afdelingen die als ministeries trachtten te functioneren. Ook de indeling in Gaue was afkomstig van PO-II.

Zowel voor als na de doorbraak waren er regio's in Duitsland waar de NSDAP populairder was dan in andere. Traditioneel deed de NSDAP het het beste in bakermat Beieren en dan met name het Frankenland. Ook in Oost-Pruisen en andere oostelijke gebieden van de deelstaat Pruisen had de partij veel aanhang onder de conservatieve bevolking en landjonkers. Nadien brak de partij eveneens door in Noord-Duitsland, waar de boeren het al vóór de ineenstorting van 1929 moeilijk hadden, en nadien in Thüringen, waar de crisis de nijverheid hard trof. De NSDAP had het moeilijker in de steden, met name in Berlijn en Hamburg, waar veel links stemmende arbeiders woonden. Ook in het Rijnland, katholiek, verstedelijkt en in veel opzichten het minst Pruisische deel van Pruisen, drong de partij trager door.