thumb|300px|Een Utrechtse schelling (6 stuiver) geklopt met pijlenbundel ten teken dat deze munt voldeed aan de eisen met betrekking tot zilvergehalte en niet was afgewaardeerd naar 5½ stuiver. Een klop (Engels: counterstamp, Frans: contremarque, Duits: Kontramarke, Gegenstempel) is in de numismatiek een kleine instempeling of inslag die meestal tot doel had de waarde of het omloopsgebied te veranderen. Het kloppen of instempelen van circulatiemunten was onderdeel van het monetaire beleid van overheden. Dit kloppen wijst altijd op een noodmaatregel, en is alleen al daarom in historisch opzicht een interessant fenomeen. Door Noord-Nederlandse overheden om monetaire redenen aangebrachte kloppen van 1555 t/m 1806 werden door die overheden gedocumenteerd, en soms is de aangetroffen munt voldoende om de reden te begrijpen. De laatste provinciale of stedelijke munten werden in 1702 geklopt en het Koninkrijk der Nederlanden heeft bij 's-Rijks Munt te Utrecht valse Koninkrijksmunten ingestempeld met Kroon en Haan in een schild van 1815 tot 1900.
1573 – 1574 Volgens een plakkaat van de Staten van Holland van 7 februari 1573 werden alle munten met nominatie boven 3½ stuiver geklopt. Bij deze maatregel werd 15% belasting geheven, die werd uitgelegd als renteloze lening voor de strijd tegen Spanje. Belastingontduiking vond op grote schaal plaats, veel munten zijn niet geklopt.thumb|center|800px| Provinciewapen Holland in gepareld ovaal, Hollandse leeuw in gepareld ovaal, Zeeuwse leeuw in gepareld ovaal, Provinciewapen Zeeland met rond ondereinde, Provinciewapen Zeeland met puntig ondereinde, Gebogen provinciewapen Zeeland met accoladevormig ondereinde in een gepareld ovaal, Gebogen provinciewapen Zeeland met rond ondereinde in een gepareld ovaal, Recht provinciewapen Zeeland met rond ondereinde in een gepareld ovaal.
1578 De stad Deventer klopte koperen noodgeld om het ongeldig te maken, nadat het was ingewisseld voor zilveren geld. Het noodgeld was waarschijnlijk geslagen om het Spaans-gezinde garnizoen te betalen tijdens het Beleg van Deventer (1578) door de Staatse Graaf van Rennenberg. thumb|center|90px|Stadswapen Deventer
1579 Volgens een plakkaat van 23 september 1579 van de stadsregering van Utrecht klopten ze Utrechte stuivers die door de Staten van Holland waren gedevalueerd van 8 naar 6 duiten. De klop zou de waarde van 8 duiten bevestigen, maar in 1581 werden ook de geklopte exemplaren gedevalueerd. thumb|center|80px|Stadswapen Utrecht
1582 – 1583 De koers van de drieplak en het reaaltje is ⅜ stuiver. De stadsraad van Deventer besloot 9 december 1582 om drie plack penningen, aangemunt buiten Deventer, Kampen of Zwolle, te devalueren naar twee plakken. Hasselt in Overijssel reageerde 29 december door de drieplakken van Deventer, Kampen en Zwolle te devalueren naar twee plakken. Alle drieplakken uit Hasselt moesten geklopt worden om hun waarde te behouden. Zutphen besloot 18 januari om Zutphense reijalkes te kloppen en de waarde te bevestigen. Op 20 juni 1590 besloot de stadsraad van Zwolle dat drieplakken uit Deventer, Kampen of Zwolle, gestempeld of ongestempeld, éen tiende stuiver waard werden en realthjens uit Hasselt, Zutphen, Nijmegen of elders, werden waardeloos. thumb|center|350px|Stadswapen Deventer, Stadswapen Kampen, Stadswapen Zwolle, Stadswapen Hasselt (Overijssel), Stadswapen Zutphen.
1584 Op 17 juli 1583 had het Nijmeegse stadsbestuur Zutphense en Berghse schellingen (6 stuiver), kwartschellingen (1½ stuiver) en kwartstuivers verboden, en Arnhemse stuivers en halve stuivers. Op 16 januari 1584 besloot Nijmegen om pertijens van 1½ stuiver en snaphaenen van 6 stuiver uit Gelderland en geslagen te Nijmegen te voorzien van een instempeling, de ongeklopte exemplaren werden respectievelijk 5½ stuiver en 1¼ stuiver waard. thumb|center|120px|Stadswapen Nijmegen, Stadswapen Nijmegen klein
1584 Op een Arnhemse halve stuiver werd het stadswapen van Arnhem geklopt. Een verband met het besluit van het Nijmeegse stadsbestuur d.d. 17 juli 1583 wordt verondersteld. thumb|center|70px|Stadswapen Arnhem
1590 De landelijke 'Unierozenobels' die in 1579 werden geïntroduceerd, hadden een officiële nominale waarde van 8 gulden en 5 stuiver. Staatse nobels, Rozenobels van Edward IV van Engeland (1461-1470) en Gorcumse imitaties daarvan alsmede nobels van Noord-Nederlandse gewesten en van Hedel en Gent circuleerden in Groningen. Op 5 maart 1590 werden de nobels geklopt en mochten voor de vastgestelde koers blijven circuleren. De koers van ongeklopte nobels werd vrijgegeven. thumb|center|85px|Stadswapen Groningen
1620 Over dubbele stuivers van Nijmegen, emissie 1619/20 werd geklaagt dat ze ver onder de muntvoet geslagen waren. Vermoedelijk werden ze geldig verklaard door deze instempeling ter onderscheiding van de (nog lichtere) Batenburgse imitaties. thumb|center|70px|Stadswapen Nijmegen
1624 – 1625 Op gouden en zilveren munten uit Antwerpen (Karolusgulden), Luik (daalder, ½ daalder, ¼ daalder), Engeland (dubbele gouden kroon) en Turkije (Zecchine) wordt het stadswapen van Breda aangetroffen. Van deze periode is het stadsarchief zeer onvolledig. thumb|center|70px|Stadswapen Breda
1693 De florijn heeft een nominale waarde van 1 gulden en 8 stuiver. Na de oorlog van 1672 –1673 met Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen werden florijnen zo'n 10% onder de muntvoet geslagen. In de loop van 1691 werd de aanmaak van florijnen in de Nederlanden gestaakt. Op 20 mei 1693 bepaalden de Staten van Holland dat binnen Holland circulerende florijnen geklopt moesten worden. Ongestempelde florijnen waren niet meer geldig. Dit werd nagedaan door Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en ommelanden, Drenthe en ten slotte de Staten-Generaal en Graafschap Lingen. thumb|center|500px|Letters HOL binnen een kader (provincie Holland), Letters UTR binnen een kader (provincie Utrecht), Gekroond provinciewapen van Friesland, Provinciewapen van Overijssel, Letters GO binnen een kader (provincie Groningen en ommelanden), Letters DR binnen een kader (provincie Drenthe), Pijlenbundel (Staten Generaal), Letter L binnen een kader (Graafschap Lingen)
1693 Hetzelfde probleem als bij de florijnen deed zich voor bij de schellingen (6 stuiver) en alle gewesten aanvaardden in 1692 een verbod op de productie van schellingen. Holland devalueerde 16 september 1692 de sinds 1685 geslagen schellingen naar 5½ stuiver en de andere gewesten volgden. Alleen Deventer liet 1 april 1693 schellingen van na 1685 circuleren voor de nominale waarde, binnen Deventer en met een klop. thumb|center|70px|Adelaar (Deventer)
1694 De Staten Generaal besloten 17 maart 1694 om de schellingen van vóor 1685 op 6 stuivers te waarderen en in te slaan met de Pijlenbundel. De ongeklopte schellingen waren definitief 5½ stuiver waard. thumb|center|70px|Pijlenbundel (Staten Generaal)
1701 – 1702 Duiten uit Deventer werden in Holland gedevalueerd tot penning (½ duit) maar binnen Deventer bevestigd als 1 duit. Alleen het besluit van Holland op 13 december 1701 is overgeleverd. Het betrof alle duiten die buiten Holland waren geslagen. thumb|center|70px|Adelaar (Deventer)
1702 Wegens het besluit van Holland op 13 december 1701 begon Utrecht duiten na 1646 geslagen te Utrecht te kloppen, maar tevergeefs. Op 3 maart 1702 werden zowel ingestempelde als ongestempelde duiten een penning waard. thumb|center|70px|Stadswapen Utrecht
1815 – 1900 Het Koninkrijk der Nederlanden heeft bij 's-Rijks Munt te Utrecht falsificaties van Koninkrijksmunten ingestempeld. Dit was een interne aangelegenheid, en alleen ontvreemde munten getuigen hiervan. thumb|center|200px|Haan in schild, 3, C, 7, Kroon
Andere vakgebieden Ook andere zaken dan munten werden geklopt. Zo werd Gouds laken voorzien van allerlei loodjes die de kwaliteit aangaven. Werd tijdens de bewerking een fout in een eerdere deelbewerking ontdekt, dan werd in een van die keurmerken een klop gezet die de aard van de tekortkoming aangaf. Zie Gouds lakenzegel.
Categorie:Numismatiek Categorie:Keurmerk