Het Antwerps (autoniem: Aantwaarps) is het stadsdialect van Antwerpen. Het behoort tot de Brabantse dialecten; over zijn plaats binnen deze dialectgroep verschillen taalkundigen van mening. Het Antwerps heeft door de eeuwen heen een grote invloed gehad, zowel op andere Brabantse dialecten als op de standaardtaal en het Verkavelingsvlaams. Hoewel het gebruik ervan terugloopt, wordt het nog steeds veel gesproken en veel gecultiveerd.
Plaatsbepaling binnen de Brabantse dialecten thumb|Het Brabants (Cuijks en Noord-Limburgs meegerekend) binnen het Nederlandse taalgebied. Men kan de Brabantse dialecten onderverdelen op onderlinge verwantschappen. Het Antwerps vertoont diverse overeenkomsten met de in Nederlands Noord-Brabant gesproken streekdialecten Markiezaats en Baronies, maar anderzijds ook met het Zuid-Brabants (Mechelen en Vlaams-Brabant). Als zodanig maakt het Antwerps deel uit van een vrij smalle overgangszone tussen noord en zuid. De oostelijk van Antwerpen gesproken Kempense dialecten vallen daar niet onder.G. De Schutter, "Het Antwerps. Een schets van zijn evolutie tussen 1898 en 1998" in Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs (redd.), Honderd jaar stadstaal, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 1999: p. 301
In de indeling volgens Jo Daan valt het Antwerps onder het Zuid-Brabants. (Zie Belgisch-Brabants) Deze groep omvat volgens haar alle Brabantse dialecten ten zuiden van de landsgrens.Jo Daan en D.P. Blok, Van Randstad tot Landrand. Amsterdam, 1969. Op grond van klankverschillen valt die indeling te verdedigen: waar de klanken van de Brabantse dialecten in Nederland veel op die van het Hollands lijken, staat de klankleer van Brabantse dialecten op Belgisch grondgebied er verder vanaf.
Belemans en Goossens (2000), die zich anders dan Daan specifiek met het Brabants bezighouden, komen tot een andere indeling. In hun optiek hoort het Antwerps samen met het Markiezaats en Baronies tot het Noordwest-Brabants. Volgens deze indeling, die gebaseerd is op een combinatie van fonetische, lexicale en grammaticale argumenten, liggen de verwantschappen van het Antwerps dus eerder bij dialecten in Nederland. Onder Antwerps verstaan zij niet alleen het Stad-Antwerps, maar ook de dialecten van de Antwerpse districten en de wijde omgeving, onder meer Brasschaat, Putte (inclusief het Nederlandse deel), Kalmthout, Essen, Wuustwezel, Schilde, Mortsel en Boom. Zuid-Brabants is bij deze taalkundigen de naam voor de dialecten van Mechelen, het Brussels gewest en grofweg de provincie Vlaams-Brabant.Folkert de Vriend, Jos Swanenberg, Roeland van Hout, Dialectgebieden in Brabant. Geografische clustering op basis van de ruwe lexicale gegevens van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten: p. 4
De laatste indeling wordt in dit artikel eveneens gehanteerd. Wanneer in het vervolg de term Zuid-Brabants valt, verwijst dit steeds naar de definitie van Belemans en Goossens. Antwerps verwijst echter in de eerste plaats naar het dialect van de stad Antwerpen, al gelden veel kenmerken eveneens voor de taal van de omgeving.
Geschiedenis Ontstaan Antwerpen ontstond in de vroege middeleeuwen. De oorspronkelijke bewoners moeten Oudnederlands hebben gesproken; in welke mate er toen al sprake was van Brabants, valt moeilijk te zeggen. Later in de middeleeuwen hebben de klankveranderingen die het Brabants maken tot wat het is (diverse umlautgrenzen, zie onder bij klankleer) in ieder geval duidelijk plaatsgevonden. Volgens de Origines Antwerpianae van Becanus, sprak Adam het Antwerpse dialect.
Opkomst thumb|In de zestiende eeuw, toen de gildehuizen aan de Grote Markt gebouwd werden, stond Antwerpen op het hoogtepunt van zijn macht en genoot zijn taal zeer veel prestige. Antwerpen was tot de late middeleeuwen een plaats van beperkt belang. Het moet talige innovaties uit zuidelijker steden als Brussel, Leuven en Mechelen vrij vlot hebben overgenomen. Zo veranderde de combinatie -ft vrij consequent in -cht (after werd achter)Zie o.m. Maartje Agatha Mooijaart, Atlas van de vroegmiddelnederlandse (sic) taalvarianten. Leiden (dissertatie), 1992 en Margrit Rem, De taal van de klerken uit de Hollandse grafelijke kanselarij (1300-1340). Naar een lokaliseringsprocedure voor het veertiende-eeuws Middelnederlands. Amsterdam, Stichting Neerlandistiek VU, 2002. en werden de ij en ui tweeklanken (ijs en huis werden tot in de late middeleeuwen als ies en huus uitgesproken, ongeveer zoals nu nog in het West-Vlaams en diverse andere dialecten).
In de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw nam het belang van Antwerpen echter gestadig toe, om uiteindelijk de meeste andere steden in Brabant te overvleugelen. Zijn taal won navenant ook aan prestige. Zodoende liet het Antwerps zijn sporen na in diverse Noord-Brabantse dialecten. Dit proces werd in de hand gewerkt doordat het markiezaat Bergen op Zoom en de baronie van Breda in het begin van de Tachtigjarige Oorlog goeddeels ontvolkt raakten en door uitgeweken Antwerpenaren opnieuw bevolkt werden.Jan Stroop, Taal in stad en land: West-Brabants. Den Haag, Sdu uitgevers, 2002. Het Brabants, en zeker het Antwerps, had ook een beslissende invloed op het ontstaan van de standaardtaal. Zo nam de Antwerpse lexicograaf Cornelis Kiliaan zijn eigen dialect als uitgangspunt bij zijn woordenboek. Ook de eerste Nederlandse grammatica werd geschreven door een Antwerpenaar (Johan Rademacher).Ooms en Van Keymeulen (2005): pp. 23-4 De humanist Johannes Goropius Becanus meende zelfs dat het Antwerps nog het dichtst bij de oertaal stond die de mensheid voor de Babylonische Spraakverwarring zou hebben gesproken.
Vanouds meent men dat Brabantse, goeddeels Antwerpse vluchtelingen in de Tachtigjarige Oorlog in belangrijke mate verantwoordelijk waren voor het Brabantse element in de standaardtaal: zij zouden hun Brabants naar Amsterdam hebben 'meegenomen'. Later onderzoek heeft dat in twijfel getrokken.Nicoline van der Sijs, Taal als mensenwerk. Het ontstaan van het ABN. Den Haag, Sdu Uitgevers, 2004.
Relatieve isolatie thumb|De negentiende-eeuwse Antwerpse dierentuin met tweetalige toegangspoort. In deze tijd is het Frans er nog de voornaamste cultuurtaal. Na de Tachtigjarige Oorlog bleven de zuidelijke Nederlanden in Spaanse handen. Hiermee raakten de Zuid-Nederlandse dialecten grotendeels los van dialecten uit de Republiek en van de zich ontwikkelende standaardtaal. Zo verwijderde het Brabants uit het zuiden zich niet alleen van het Hollands, maar ook van de Brabantse dialecten op Nederlands grondgebied. Door het afgenomen prestige van de volkstaal en het toegenomen aanzien van het Frans raakte de woordenschat geleidelijk aan verfranst. Het Antwerps was geen uitzondering.
Anders dan in de noordelijke Nederlanden ging de bovenlaag van de bevolking in het zuiden niet over op de standaardtaal, maar bleef ze dialect spreken. Vanaf de achttiende eeuw ging de elite veelal Frans spreken, maar het gebruik van het Frans bleef in Antwerpen beperkt. Naar schatting sprak halverwege de negentiende eeuw slechts 2% van de Antwerpenaren Frans, tegenover 5% van de Gentenaren en 37% van de Brusselaars.Rob Belemans, "Het stadsdialect van de Brusselse Ketjes" in Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs (redd.), Honderd jaar stadstaal. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 1999. Johan Winkler constateerde in 1874 in zijn Dialecticon: "De kern der antwerpsche burgerij is door en door nederlandsch, en spreekt in 't dagelijksche leven niets dan nederlandsch, dan den antwerpschen tongval."Johan Winkler, Dialecticon - 160. De stad Antwerpen
In concurrentie met de standaardtaal Door de opkomst van de Vlaamse Beweging, die in Antwerpen vanaf het begin veel steun vond, deed het Standaardnederlands opnieuw zijn intrede in België. Hierdoor raakte het Antwerps in concurrentie met en onder invloed van de standaardtaal. Het eeuwenlange proces van divergentie werd vanaf dit moment omgekeerd. Hoewel men aanvankelijk genoegen nam met het vernederlandsen van de openbare ruimte, ging men vooral na de Tweede Wereldoorlog steeds meer verlangen dat de Vlaming ook thuis goed Nederlands sprak. Dialecten werden als een obstakel voor het leren van de standaardtaal gezien. Vlamingen, ook Antwerpenaren, begonnen hun kinderen steeds vaker in het Nederlands op te voeden. Sommigen zochten een middenweg of konden de standaardtaal niet goed spreken; hierdoor ontstond het Verkavelingsvlaams. Niettemin kwam vanaf het einde van de twintigste eeuw ook een tegenbeweging op gang. In toenemende mate gingen artiesten zingen en schrijven in het dialect, en er verschenen diverse publicaties over het Antwerps.
Tegenwoordig Thans heeft het Antwerps in een groot deel van Vlaanderen een dominante positie. Waar de andere Brabantse dialecten in Vlaanderen steeds meer vervlakken,Miet Ooms en Jacques Van Keymeulen, Taal in stad en land: Vlaams-Brabants en Antwerps. Tielt, Lannoo, 2005: pp. 110 vv. blijft het Antwerps zijn eigenheid behouden. Het verspreidt zich zelfs merkbaar over de omgeving, niet alleen door de vervoorstedelijking (Antwerpenaren verhuizen veel naar plaatsen in de omgeving), maar ook door het aanzien van het Antwerps,De Schutter (1999): p. 303 dat "misschien wel het meest prestigieuze stadsdialect van het Nederlandse taalgebied is." Niettemin constateren velen dat het (echte) Antwerps door de jeugd weinig meer gesproken wordt, doordat ouders hun kinderen er niet meer in opvoeden.Antwerps.be - Over Antwerps en Antwerps.be Anderen echter zien het taalgebruik van de jongeren eerder als het Antwerps van een nieuwe generatie, en wijzen erop dat het dialect al eeuwen verandert.Axl Peleman, "Woord vooraf" tot Het Antwerps Zakwoordenboek. Antwerpen, Artus Uitgevers, 2011: pp. 7-8
Klankleer Klinkers Korte klinkers Het Antwerps kent de volgende korte klinkers (zie hieronder voor hun spelling en voor toegepaste voorbeelden):De Schutter (1999): p. 306. N.B.: De sjwa vermeldt hij niet; die is hier toegevoegd.
i·y u e·ø ə o a
De korte klinkers verschillen niet al te veel van het Algemeen Nederlands. Ze zijn meestal echter wel uitgesprokener: gesloten klanken zijn verder gesloten, open klanken verder open dan in de standaardtaal. De korte i en u zijn in het Antwerps geheel gesloten en klinken als de Algemeen Nederlandse ie en uu: Iek ziet ien de buus. Dit komt in de wijde omgeving van Antwerpen voor, alsook in het westen van Vlaams-Brabant.Ooms en Van Keymeulen (2005): pp. 29-31 Antwerpenaren zijn geneigd de korte i en u in hun Standaardnederlands ook zo uit te spreken.
De korte a wordt meer naar voren gedreven (als een verkorte versie van de Algemeen Nederlandse aa); de korte e klinkt geslotener (als een verkorte ee). Voor een l echter klinken beide fonemen zoals in het AN: pák, maar bal.
Voor twee korte klanken heeft het AN geen equivalent. De gesloten variant van de korte o is in het Antwerps een korte oe geworden (oep "op"). Verder heeft de korte u ook een open variant, die ofwel ontstaan is door verkorting van een lange eu (vùr "voor"), ofwel door verkorting van een ui (lùstere "luisteren") ofwel door umlaut van de korte o (stùrm "storm").
Lange klinkers Wat de lange klinkers betreft, kent het Antwerps:De Schutter (1999): p. 307
ɪː·ʏː uː ɛː·œː o: aː ɒː
De lange klinkers verschillen belangrijk meer van het Algemeen Nederlands dan de korte. Zoals veruit de meeste Brabantse dialecten heeft het Antwerps umlaut in veel woorden met een Oergermaanse ô. Hierdoor zegt men gruûn voor "groen".
Eveneens in overeenstemming met de meeste soorten Brabants maakt het Antwerps verschil tussen de zachtlange en scherplange ee en oo. Zo is er verschil tussen mèèr ("meer (waterplas)") en mieër ("meer (bijwoord)"). De scherplange oo wordt soms tot een lange uû: bruûd "brood". Dit gebeurt echter minder vaak dan in het Zuid-Brabants: tegenover het Brusselse gruut "groot" staat in het Antwerps groeët (zie onder bij de tweeklanken).