miniatuur|Vandaals keramiek uit de 3e eeuw n.Chr. De Vandalen waren een Oost-Germaanse stam die in 429 n.Chr. onder leiding van koning Geiserik Afrika binnentrok. Tegen 439 n.Chr. hadden ze in Noord-Afrika een koninkrijk gesticht met als kern de voormalige Romeinse provincie Africa met de hoofdstad Carthago. Later kwamen daar als aanvullende veroveringen nog Sicilië, Corsica, Sardinië, Malta en de Balearen bij. In 455 plunderden ze de stad Rome. Hun koninkrijk stortte ineen in de Vandaalse Oorlog (533-534), toen keizer Justinianus I de provincie Africa wist terug te veroveren op de Vandalen voor het Oost-Romeinse Rijk (ook bekend als het Byzantijnse Rijk).
Naam De naam Vandalen wordt vaak in verband gebracht met de Zweedse provincie Vendel in het landschap Uppland. Dit zou hun oorspronkelijke woongebied kunnen zijn. Het is tevens een eponiem voor de Vendelperiode van de Zweedse prehistorie, waarmee de periode vanaf de late ijzertijd tot aan de Vikingtijd wordt bedoeld. De naam kan ook afgeleid zijn van het Germaanse woord voor wandelen (Engels: wend, Duits: wandeln). R. Much oppert dat de naam kan wijzen op de aanbidding van een Germaans mythologisch figuur genaamd Aurvandil, wat vrij vertaald 'ochtendwandelaar' betekent.R. Much, Wandalische Götter, Mitteilungen der Schlesischen Gesellschaft für Volkskunde 27, 1926, 20-41. "R. Much has brought forth a relatively convincing argument to show that the very name Vandal reflects the worship of the Divine Twins." Donald Ward, The Divine Twins: An Indo-European Myth in Germanic Tradition, University of California Press, 1968, p. 53.
De naam van het volk der Vandalen heeft op zijn beurt weer de taal beïnvloed, zoals de woorden vandalisme – het moedwillig beschadigen of vernietigen van objecten die iemand anders toebehoren of openbaar bezit zijn – en vandaal. Daarnaast verwijst de naam van de Spaanse streek Andalusië misschien naar de Vandalen, die hier een tijd lang hebben gewoond. Maar daar is geen bewijs van. Met de verovering van de Maghreb kwamen de Arabieren in Tunesië in aanraking met de daar wonende Vandalen.
Geschiedenis miniatuur|Zestiende-eeuwse perceptie van de Vandalen, geïllustreerd in het kostuumboek "Théâtre de tous les peuples et nations de la terre avec leurs habits et ornemens divers, tant anciens que modernes, diligemment depeints au naturel". Gemaakt door Lucas d'Heere in de 2e helft van de 16e eeuw.
Oorsprong thumb|De migratie van de Vandalen De Vandalen worden door veel archeologen en historici als deel van de Oost-Germaanse Przeworskcultuur beschouwd. Er heerst controverse over een mogelijke connectie tussen de Vandalen en een andere stam, de Lugiërs, die weer een mengeling zouden zijn van Germaanse en Keltische volkeren. Deze Lugiërs bewoonden namelijk hetzelfde gebied, volgens Romeinse schrijvers.
Bij de Przeworskcultuur was het gebruikelijk de doden te cremeren, in plaats van te begraven. Jordanes beschrijft de Vandalen als sprekers van de Gotische taal en gelijkenissen in de namen van de twee volken ondersteunen dat het Vandaals nauw verwant is aan het Gotisch.
Aan de Vandalen worden verschillende oorsprongsgebieden toegeschreven, gebaseerd op overeenkomsten tussen de plaatsnamen en de naam Vandalen. Hieronder vallen Noorwegen (Hallingdal), Zweden (Vendel), Denemarken (Vendsyssel). Er wordt aangenomen dat de Vandalen de Oostzee zijn overgestoken rond de 2e eeuw v.Chr, waarna ze het huidige Polen introkken. Zij hebben zich vervolgens in ongeveer 120 v.Chr. gevestigd in Silezië.
Introductie in het Romeinse Rijk De Vandalen waren verdeeld in twee stammen, de Silingi en Hasdingi. De Silingi woonden in het gebied dat Tacitus beschrijft als Germania Magna. Volgens Cassius Dio leidden in de 2e eeuw twee koningen Raus en Raptus, de Hasdingi in een invasie van het Romeinse Rijk in het gebied rond de benedenloop van de Donau.Cassius Dio, Romeinse geschiedenis, 72.12
«De Hastingi, geleid door hun stamhoofden Raus en Raptus, kwamen met hun hele huishoudens naar Dacia, in de hoop zowel geld als land te verwerven in ruil voor hun diensten. Maar bij gebrek aan resultaat lieten ze hun vrouwen en kinderen achter onder de bescherming van Clemens (de gouverneur van de provincie), met als doel het land van de Costoboci met hun wapens te verwerven; maar toen ze dat volk verslagen hadden, ontstond er echter een nieuwe strijd in Dacia, niet minder dan voorheen. De Lacringi... vielen hen aan terwijl ze niet op hun hoede waren en behaalden een beslissende overwinning. Als gevolg hiervan beëindigden de Astingi hun vijandigheid tegen de Romeinen, en in reactie op hun dringende smeekbeden aan Marcus ontvingen ze van hem zowel geld als het voorrecht om land te vragen als zij in staat waren om schade aan te brengen aan degenen die in gevecht waren met de Romeinen. Nu heeft deze stam inderdaad een aantal van haar beloften waargemaakt. « Cassius Dio, Romeinse geschiedenis, 72.12
Om het middenloopgebied te beschermen sloot keizer Aurelianus vrede met de Vandalen in ruil voor een deel van West-Dacia en Pannonië. Hier vestigden zij zich, tot ze in de tijd van Constantijn de Grote in conflict kwamen met de Goten. De Vandalen waren in deze tijd omsingeld. In het oosten door de Goten, in het westen door de Marcomannen, in het noorden door de Hermunduren en in het zuiden door de Hister (Donau volken). Na een aanval door de Goten waarbij hun koning Wisimar sneuvelde in 335, migreerden de Vandalen naar Pannonië, waar keizer Constantijn hen land schonk op de rechteroever van de Donau, waar ze zestig jaar lang leefden. Rond deze tijd waren de Hasdingi al bekeerd tot het christelijke geloof. Tijdens de regeerperiode van keizer Valens (364-378) werden de Vandalen bekeerd tot het arianisme, een tak van het christelijk geloof. In 400 of 401, waarschijnlijk door aanvallen van de Hunnen, trokken de Vandalen naar het westen, Romeins grondgebied binnen. Dit gebeurde samen met de geallieerde stammen van de Sarmatische Alanen en Germaanse Sueben. Een deel van de Silingi volgde hen later. In de winter van 401-402 plunderden de Vandalen en Alanen de Romeinse provincie van Raetia, waartegen Stilicho ten strijde trok.Claudianus, De bello Getico 363–403 De historicus Peter Heather concludeert hieruit dat de Vandalen zich in deze tijd bevonden in het gebied rond de midden- en bovenloop van de Donau.Heather, 2005. p.195
In Gallië In 406 rukten de Vandalen op vanuit Pannonië westwaarts, langs de Donau. Dit lukte ze met weinig tegenstand. Toen ze de Rijn bereikten stuitten de Vandalen op tegenstand van de Franken, die de heerschappij hadden over de geromaniseerde gebieden van noordelijk Gallië. Dit mondde uit in een veldslag waarin twintigduizend Vandalen, waaronder koning Godigisel, sneuvelden. Maar met hulp van de Alanen lukte het ze toch om de Franken te verslaan. Op 31 december van het jaar 406 staken de Vandalen de Rijn over, waarna ze Gallië binnenvielen. Hier lieten ze een spoor van verwoesting achter. Al plunderend trokken de Vandalen verder westwaarts en daarna zuidwaarts door Aquitanië.
In Hispanië
Op 13 oktober 409 staken de Vandalen de Pyreneeën over, het Iberisch Schiereiland op. Eenmaal daar aangekomen kregen de Hasdingi land van de Romeinen, als 'foederati'. Ook de Silingi en de Alanen kregen land, de Silingi in Hispania Baetica en de Alanen in Lusitanië en het gebied rondom Carthago Nova. In het jaar 418 vielen de Visigoten het Iberisch Schiereiland binnen, waarbij de Alanen een zware nederlaag leden. Attaces, hun koning sneuvelde.Vasconcellos 1913, p. 551 In de nasleep van deze gebeurtenis vroegen de resterende Alanen aan de Vandaalse koning Gunderik om ook hun koning te worden. Later zouden de koningen van de Vandalen in Noord-Afrika zich dan ook Rex Wandalorum et Alanorum (Koning van de Vandalen en de Alanen) noemen.
Verovering van Noord-Afrika thumb
De Goten, die meer gewapende strijders op de been konden brengen dan de Vandalen, bleven militaire druk uitoefenen op de Vandalen en hun territorium kromp geleidelijk in totdat ze alleen nog maar een smalle strook langs de zuidkust van Spanje bezaten. Uiteindelijk, in het jaar 429, maakten de Vandalen onder hun nieuwe koning Geiserik, de oversteek naar Noord-Afrika.Collins, 2000, p.124 Het is niet precies bekend hoe groot het aantal mensen was die deze oversteek maakten. Gebaseerd op Procopius' aanname dat de groep van Vandalen en Alanen uit ongeveer 80.000 mensen bestond,Procopius Wars 3.5.18–19 in Heather, 2005, p.512 maakt Peter Heather de schatting dat ze een leger van 15.000 tot 20.000 man sterk op de been konden brengen.Heather, 2005, p.197–198 Volgens Procopius kwamen de Vandalen op verzoek van Bonifatius, een militair leider van het gebied,Procopius Wars 3.5.23–24 in Collins, 2004, p.124 maar mogelijk hoopten ze er veilig te zijn voor de Romeinen. Deze hadden de Vandalen in 422 aangevallen en de onderhandelingen over een vredesverdrag waren mislukt. Oprukkend langs de kust, belegerden de Vandalen de ommuurde stad Hippo Regius in het jaar 430.St. Augustine of Hippo, lemma in Catholic Encyclopedia, 1913 Deze stad was de thuisbasis van Augustinus van Hippo, die, na drie maanden belegering, op 8 augustus 430 stierf. Na 14 maanden belegering werden zowel de inwoners van de stad als de Vandalen buiten de muur geteisterd door hongersnood en ziektes. Er werd in 435 een vredesverdrag getekend tussen het Romeinse Rijk en de Vandalen, waarbij de Vandalen de controle kregen over een deel van de kust van Numidië).
Vandaalse rijk
In 439 koos koning Geiserik er voor om dit vredesverdrag weer te verbreken door de Romeinse provincie Africa Proconsularis binnen te vallen en de stad Carthago te belegeren. De stad werd ingenomen zonder veldslag, terwijl het merendeel van de bevolking de paardenraces bijwoonde in het Hippodroom. Geiserik riep Carthago uit tot zijn hoofdstad, en noemde zich de 'koning der Vandalen en Alanen'. Hij bouwde zijn rijk uit tot een machtige staat, en nam Sicilië, Sardinië, Corsica en de Balearen in.
Het idee van antieke bronnen als Victor Vitensis en Quodvultdeus dat de verovering van Carthago gepaard ging met verregaande vernielingen, wordt niet gestaafd door recent archeologisch onderzoek. Hoewel het Odeon van Carthago werd vernield, bleef het straatpatroon intact en werden ook een paar publieke gebouwen gerenoveerd. Er ontstonden in deze periode nieuwe industriële centra. Historicus Andy Merrills gebruikt de grote hoeveelheid Afrikaanse rode-slipaardewerk uit de Vandaalse periode dat gevonden werd in Noord-Afrika en Sicilië als bewijs dat deze periode niet een van economische stilstand was, zoals eerder werd aangenomen. Toen de Vandalen in 440 Sicilië binnenvielen was het West-Romeinse Rijk te zwaar belast door de oorlog in Gallië om te reageren. Keizer Theodosius II van het Oost-Romeinse Rijk zond een expeditie uit om de Vandalen tegen te houden. Deze haalde het maar tot Sicilië. In 442 wist keizer Valentinianus van het West-Romeinse Rijk een vredesverdrag te sluiten met de Vandalen, waarbij de Vandalen controle verkregen over Byzacena, Tripolitania en een deel van Numidië. Tevens werd hun controle over Africa Proconsularis vastgelegd. thumb|De Vandalen plunderen Rome, Heinrich Leutemann (1824-1904)
Plundering van Rome