De decemberstorm van 1703 was een verwoestende frontale depressie die vanwege de nieuwe maan gepaard ging met springvloed. Vooral Midden- en Zuid-Engeland werden zwaar getroffen, maar ook in Nederland, België en Noord-Duitsland voltrokken zich rampen. Schepen werden honderden mijlen uit de koers gedreven of vergingen; alleen al op de Goodwin Sands ten oosten van Dover verdronken meer dan elfhonderd zeesoldaten en ongeveer evenveel koopvaarders. De stormvloed joeg het water in de Theems op, zodat er vijfduizend huizen weggevaagd werden. Winden met orkaankracht deden zo'n tweeduizend schoorstenen in Londen sneuvelen en in het New Forest werden vierduizend eiken ontworteld.
Het zwaarst getroffen was een gebied van circa zevenhonderd kilometer lang vanaf Wales, via het midden en zuiden van Engeland, naar Nederland en Noord-Duitsland. Niet alleen de Engelse, maar ook de Noord-Friese kust werd getroffen door een stormvloed. Ook het zuiden van Friesland kwam blank te staan door dijkdoorbraken.
Volgens de continentale gregoriaanse kalender vond de storm plaats op 7 en 8 december, maar volgens de Juliaanse kalender die in Engeland gebruikt werd, was het 26 en 27 november; de storm werd en wordt daar genoemd.
Zwaarte van de storm Waarnemers registreerden barometerstanden van 973 hectopascal in Zuid-Essex, maar er wordt wel gesteld dat de kerndruk van het lagedrukgebied boven de Midlands ongeveer 950 hectopascal bedroeg. Het KNMI herleidde uit beschikbare gegevens een weerkaart met op 8 december een kerndruk van 950 hectopascal op de kust van Denemarken.Decemberstorm van 1703 - KNMI. Gearchiveerd op 11 mei 2023. De snelle oostwaartse verplaatsing van het lagedrukgebied zorgde voor extra windsnelheid aan de zuidkant ervan. Een hogedrukgebied dat erachteraan kwam, zorgde voor extra luchtdrukverschil. Windmetingen zijn niet beschikbaar, maar het zuiden van Engeland kreeg naar schatting windkracht 12 te verduren. Veel verslagen en dagboeken tonen aan dat het menens was.
De Engelse schrijver en journalist Daniel Defoe (auteur van Robinson Crusoe) sprak over "de ergste storm die de wereld ooit zag". Het had al twee weken lang regelmatig gestormd. Vanaf woensdag de 24e (Engelse kalender) tot en met woensdag 1 december stormde het continu, met het hoogtepunt op 26 en 27 november en nog een zware storm in de nacht van 30 november op 1 december. Dit alles leidde tot enorme schade en tal van dijkdoorbraken. Defoe spreekt van "two terrible nights". De windrichting was op de 26e (nu 7 december) eerst zuidwest, in de avond zuidzuidwest en in de loop van de nacht geleidelijk west, en steeds toenemend in kracht. Tussen 5.00 en 6.30 uur, het was inmiddels de 27e (8 december), bereikte de wind het hoogtepunt uit westnoordwest om rond 7 uur naar zuid te draaien en af te nemen. Defoe woonde in Londen, bezocht getroffen gebieden en sprak en correspondeerde met ooggetuigen. Hij schreef er een boek over: "The Storm". Daarin doet hij uitgebreid verslag van het verloop van de storm, ook van de dagen ervoor en erna, en van de schade. Mede daarom is dit gebeuren van ruim drie eeuwen geleden vrij goed gedocumenteerd.The Storm, Defoe Meldingen van tornadoverschijnselen en onweer door Engelse zeelui zijn echter niet verifieerbaar.
Schade In Londen kwamen ongeveer 2.000 schoorstenen omlaag. De loden dakbedekking werd van Westminster Abbey geblazen. Huizen, boerderijen en schuren stortten in door de windkracht; de schuren vaak nog gevuld met de oogsten van de afgelopen herfst. Op de Theems lagen tegen elkaar gesmeten zevenhonderd schepen in de Pool of London, het stroomafwaartse deel vanaf London Bridge, terwijl er vijfduizend huizen van de oevers weggevaagd werden. Alleen al in het New Forest gingen vierduizend eiken verloren. Er waren ernstige overstromingen in het westen van het land, vooral rond Bristol. Honderden mensen verdronken in de omgeving van Somerset, evenals duizenden stuks vee en schapen.
Een konvooi van honderddertig koopvaardijschepen en zes begeleidende marineschepen had beschutting gezocht in Milford Haven en de volgende dag bleek dat er dertig schepen verloren waren gegaan. Een schip dat bij Cornwall van de trossen was gerukt, strandde 320 kilometer verder en acht uur later bij het eiland Wight. In totaal gingen meer dan veertig koopvaardijschepen verloren. De Engelse marine verloor dertien schepen met ruim 1.500 opvarenden; alleen al op de Goodwin Sands vergingen er vijf met rond de 1.150 doden. De lijst marineschepen met aantallen overlevenden en verdronkenen per schip is bekend. De belangrijkste worden genoemd in onderstaande tabel. Evenals veel andere schepen werd de HMS Association van admiraal Cloudesley Shovell over de Noordzee heen naar de Nederlandse en Duitse kusten gedreven; in dit geval vanuit Harwich naar de Elbe in Duitsland. Vandaar voer men naar Göteborg om reparaties te laten uitvoeren en voorraden in te nemen. Later kon het schip terugkeren naar Engeland.
Een vrachtschip dat bij de zuidoostkust van de ankers werd geslagen, kwam gehavend in Noorwegen terecht. Het totale dodental op zee en op land kan slechts worden geschat; het aantal ligt tussen de 8.000 en 15.000.
Uit de verslaglegging van Defoe blijkt overigens dat het voorafgaande langdurige stormachtige weer de verliezen op zee nog enigszins beperkt hield. Schepen die geprobeerd hadden uit te varen, moesten terugkeren. Schepen die op de terugweg waren, bereikten door de harde wind sneller dan normaal de havens. Veel havens lagen ongebruikelijk vol met schepen in relatieve veiligheid, in plaats dat ze zich op zee bevonden.
Belangrijkste gezonken marineschepen naam schip aantal doden geredden locatieRestoration 387 - G.S.Northumberland 220 - G.S.Stirling Castle 206 70 G.S.Mary 269 1 G.S.Mortar-bomb 65 - G.S.Newcastle 193 40 Spithead Reserve 175 47 Yarmouth Resolution - 221 kust SussexLitchfield Prize - 108 kust Sussex
Vuurtoren van Eddystone Ongeveer veertien kilometer uit de kust bij Plymouth bevindt zich in het Kanaal het Eddystone-rif, waarvan de rotsen nauwelijks boven water uitkomen. Ondanks dit gevaar voeren schepen tijdens conflicten met Frankrijk langs de rotsen door de Plymouth Sound, liever dan langs de vijandelijke kust. Daarom werd in november 1698 de vuurtoren van Eddystone op de rotsen gebouwd, maar de storm van 1703 maakte deze vrijwel met de grond gelijk. Zes mensen zijn daarbij spoorloos verdwenen: de vuurtorenwachters en hun gezinsleden, en Henry Winstanley, de bouwmeester, die er toevallig een inspectie uitvoerde.
Stormvloed in Nederland De stormvloed van 1703 in het noorden van Nederland was een gevolg van dezelfde storm en het springtij. Ze leidde niet alleen tot enorme schade, maar ook tot tal van dijkdoorbraken.
De Noord-Friese kust werd getroffen door een hoge vloed en het zuiden van Friesland kwam blank te staan door verschillende dijkdoorbraken. Een Zeeuwse kapitein schrijft in een brief aan de Admiraliteit van Zeeland dat de storm zonder weerga was.
Bijzonderheden Volgens de Weekly Bills of Mortality vielen in Londen 21 doden doordat schoorstenen van huizen omwaaiden en dwars door de verdiepingen naar beneden vielen. Ook de Anglicaanse bisschop van Bath en Wells en zijn vrouw vonden op deze wijze de dood. De schade aan afgewaaide dakpannen was dermate groot dat het zeker twee jaar duurde voordat alles was vervangen. Veel daken werden provisorisch gerepareerd met houten platen of ander materiaal. Dankzij een droge periode van bijna drie weken, na de storm, bleef men gespaard van schade door inregenen. Langs de trechtervormige monding van de Severn, waar de storm recht in blies, kwam het water 1,80 meter hoger dan ooit. Daar verdronken enkele honderden mensen, circa 15.000 schapen en honderden stuks ander vee. Zeer groot was de schade aan fruitboomgaarden, zowel in Kent als in de cidergebieden in het westen. Talloze andere volwassen en vaak oude bomen gingen neer. Van meer dan honderd kerken werd de loden dakbedekking afgeblazen, zeven kerktorens of spitsen waaiden om, vierhonderd molens werden vernield. De aantallen omgewaaide huizen zijn minder duidelijk, de grootte-orde is in de duizenden, met daarbij nog een vergelijkbaar aantal boerenschuren, met daarin de voorraden van de afgelopen oogst. Apart is dat de graanprijzen daalden, omdat veel landbouwers tegelijk gingen dorsen om de voorraden te redden. Weilanden waren tot 35 kilometer landinwaarts zodanig verzilt dat schapen er slecht van aten. De storm had een zoutnevel vanuit zee landinwaarts geblazen. Ook de wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek, woonachtig te Delft, constateerde een waas op de ruiten van zijn woning. Onder de microscoop gelegd, bleek het te gaan om zeezout. Hij meldde tevens (in een brief aan Defoe) dat hij op 8 december (Eng.: 27 nov.) rond 08.00 uur de laagste barometerstand aflas die hij ooit had gezien. Een getal wordt niet genoemd.
Categorie:Overstroming in Nederland 1703 Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:1703 Categorie:Geschiedenis van Engeland Categorie:Admiraliteit van Engeland Categorie:Natuurramp in het Verenigd Koninkrijk