De Neder-Germaanse limes vormde de buitengrens, de limes, van het Romeinse Rijk in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior).De provincie Germania Inferior ontstond pas in 89 nadat deze was afgesplitst van Gallia Belgica, in het begin van de 4e eeuw werd het Germania Secunda genoemd. Samen met de Opper-Germaans-Raetische limes vormde het de Limes Germanicus.Opper-Germanië is de provincie ten zuiden van Neder-Germanië, Raetia was de provincie, die ten oosten van het Bodenmeer en ten zuiden van de Donau lag.
Archeologen spreken ook van de "natte limes".
Geschiedenis De ontwikkeling van de limes startte in 19 v.Chr. De limes bleef deels functioneren tot het jaar 454, toen de Franken Colonia Claudia Ara Agrippinensium (het huidige Keulen) veroverden.
In het huidige Nederland werden langs de Rijn circa twintig grotere (castra) en kleinere forten (castella) gebouwd, die over land verbonden waren via de Limesweg. Grote transporten en langeafstandtransport vonden grotendeels over water plaats.Popul. wetenschappelijke kroniek - De Romeinen in Nederland, deel II, Het Nieuws van de Dag, 13 juli 1922, voorpagina (geraadpleegd 4 augustus 2021) Aan de limesweg lagen wachttorens waarvan de onderlinge afstand zodanig was dat men van de ene naar de andere wachttoren lichtsignalen kon afgeven.Verschillende wachttorens zijn teruggevonden bij de opgravingen in de Vinex-locatie Leidsche Rijn. De gemiddelde afstand tussen de castella bedroeg 6,5 kilometer;T. Bloemers, Een eerste stap naar stedelijkheid in de Rijndelta, in: Colenbrander e.a. (red.) Limes Atlas, p. 24. op grond hiervan zouden er nog verborgen of weggespoelde castella in Nederland moeten zijn. De forten stonden meestal aan of tegenover een zijrivier van de Rijn. Bij de militaire constructies ontstonden burgernederzettingen (vici).
Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat in de tijd van de keizers Trajanus en Hadrianus fors is geïnvesteerd in de uitbouw en het onderhoud van de weg.
Op 27 juli 2021 zijn tijdens de vergadering van het Werelderfgoedcomité van de UNESCO in het Chinese Fuzhou de meest complete en best bewaarde onderdelen van de Neder-Germaanse limes de status van Werelderfgoed toegekend.Ook Neder-Germaanse Limes toegevoegd aan Werelderfgoedlijst UNESCO, www.nos.nl; 27 juli 2021NAR staat voor Nederlandse Archeologische Rapporten.
Topografie thumb Het woord limes werd in het Latijn gebruikt als landgrens, maar in de archeologie worden de Neder-Germaanse limes beschouwd als het geheel van militaire objecten aan de noordgrens van de Romeinse provincie Gallia Belgica, waarvan in het jaar 89 Germania Inferior afgesplitst werd.
De gebieden De Neder-Germaanse limes loopt door vijf verschillende topografische gebieden. Hij begint in het zuiden op de linkeroever van de Rijn bij de Vinxtbach, waar op de rechteroever van de Rijn de Opper-Germaans-Raetische limes eindigt. Remagen behoort nog tot het Midden-Rijndal, dat in de Romeinse tijd weinig ruimte bood voor grotere nederzettingen. Noordwaarts tot aan Bonn loopt de limes door het Rijnlands Leisteenplateau, vervolgens door de Keulse Bocht, grenzend aan het Bergse Land en de Eifel. De Keulse Bocht heeft een vruchtbare lössbodem, zodat hier veel boerderijen en landgoederen gevestigd werden. In het gebied rond legioenskamp Novasesium, het huidige Neuss bij Düsseldorf loopt de limes door de Nederrijnse Laagvlakte en vervolgens via het moeraslandschap dat door Rijn en Maas was gevormd naar de Noordzee.
Tot de limes wordt ook het gebied rond het huidige Nijmegen en Berg en Dal en het kustgebied aan de Noordzee gerekend vanaf Katwijk aan Zee tot aan de Maasmonding met forten als kustverdediging.Ten zuiden van de Maasmonding tot aan het Sincfal (Zwin) waren er forten bij Aardenburg en Brugge. Het is nog een open discussie of deze forten tot de Neder-Germaanse limes behoren. Dit kustgebied wordt - blijkbaar uit eigen ervaring - door Plinius de Oudere dramatisch als volgt beschreven: de effecten van de getijden, die regelmatig "met onmetelijke golven in het land" doordringen en het bedekken met hun zoute getijden, zodat men zou kunnen twijfelen "of de grond tot de aarde of behoren tot het water ”.Plinius Nat. Hist. XVI 2 f Archeologisch onderzoek met name in de periode 1997 tot 2020 heeft echter aangetoond, dat de kuststreek niet zo onherbergzaam was als lang werd aangenomen.
Soms wordt ook de kustverdediging ten zuiden van de Maasmonding (bij Aardenburg), de kustverdediging ten noorden van de Katwijkse monding van de Rijn (bij Velsen) en het kamp bij Ermelo gerekend tot de militaire installaties behorende bij de Neder-Germaanse limes).NAR 71 Part II 4.6
De plaatsen De limes liep van west naar oost langs wat nu de Oude Rijn, de Kromme Rijn en de Nederrijn is, van Lugdunum (Katwijk) via Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen) naar Duitsland verder de Rijn stroomopwaarts volgend langs Colonia Ulpia Traiana (Xanten), Castra Novaesium (Neuss) en Colonia Claudia Ara Agrippinensium tot aan de Vinxtbach (bij Bad Breisig). Aan de kust liep de limes van de (Oude) Rijn langs het kanaal van Corbulo naar de Helinium (monding van de Maas bij Naaldwijk). Vanaf het eind van de 1e eeuw begon de limes bij Rheinbrohl.
Geschiedenis Voorgeschiedenis Nog in de tijd van de Romeinse Republiek (tot 27 v.Chr.) overwon Julius Caesar in de periode van 58 v.Chr. tot 51 v.Chr. na een aantal veldtochten de stammen in Gallië (zie verder de Gallische Oorlog). Julius Caesar handelde niet in opdracht van de Romeinse regering, maar veroverde Gallië in eigen belang. Na de Slag bij Alesia werd Gallië bezet. De Rijn werd hierna door het bestuur in Rome als natuurlijke grens van het Romeinse Rijk beschouwd. Er is echter geen archeologisch bewijs gevonden van Romeinse aanwezigheid in het Neder-Germaans gebied in deze periode, noch zijn er Romeinse fortificaties aan de Neder-Germaanse limes bekend.
Het begin vanaf het Principaat Met de kroning van Caesars adoptiefzoon AugustusDe Romeinse keizers kozen adoptiefzonen als mogelijke capabele opvolgers. in 27 v. Chr. begint het Romeinse Keizerrijk, het Principaat. In 17 of 16 v. Chr. vielen Germaanse stammen van de Sugambren, Tencteren en Usipeti de gebieden ten zuiden van de Rijn binnen. Het ging daarbij met name om de Maasvallei in het noordelijk deel van de provincie Gallië, dat toen onder beheer stond van gouverneur Marcus Lollius. De Germaanse stammen versloegen de legioenen van Lollius, wellicht in het gebied ten noorden van Tongeren en Maastricht. Een van Lollius' legioenen, V Alaudae, verloor zelfs zijn adelaarsstandaard. Maar hoewel de nederlaag (Clades Lolliana) schandelijk was en vaak werd vergeleken met de ramp in het Teutoburgerwoud, was er geen reëel gevaar en waarschijnlijk heeft Lollius zelf de verloren standaard teruggevonden. Augustus moedigde de bevriende Germaanse stam van de Bataven aan om zich op de linkeroever van de Rijn te vestigen. In 12 v.Chr. stichtte hij de provincia Gallia Belgica en werd de Rijn de noordgrens van deze provincie. Het gebied aan deze Germaanse grens bleef echter wel onder militair bestuur staan; aanvankelijk van generaal Nero Claudius Drusus, meestal generaal Drusus genoemd.
De campagnes in Germania De eerste grenzen werden ingericht vanuit een offensieve strategie, met als doel de verovering van Germania Magna. Bij Nijmegen werden 2 legioenen op de Hunnerberg gelegerd, daarna een nog groter legerkamp bij Neuss ten behoeve van deze Germaanse campagnes. Drusus liet een dam aanleggen bij Herwen, teneinde de waterafvoer naar de Rijn beter te regelen, hij liet het fort bij Vechten bouwen, en voerde waterbouwkundige werken uit aan de Utrechtse Vecht richting het Oer-IJ. Een van de campagnes, was een aanval op de mondingen van Elbe en Wezer, uitgevoerd door een vloot, die via het Flevomeer en de Waddenzee naar de Noord-Duitse kust zeilde. Na de nederlaag van Publius Quinctilius Varus in de Clades Vaiana (Slag bij het Teutoburgerwoud) in het jaar 9 gaven de Romeinen de ambities om heel Germania te veroveren op en trok het Romeinse leger zich definitief terug op de linkeroever van de Rijn. Onder de regering van keizer Claudius I werd de grensversterking in 47 n.Chr. geconsolideerd en verbeterd, zoals tijdens de campagne van Corbulo in het jaar 47 tegen Friezen en Chauken, die ook het kanaal van Corbulo liet aanleggen. Hieropvolgend vond de invasie van Groot-Brittannië door Claudius I plaats, de invasievloot vertrok vanuit Gesoriacum (Boulogne-sur-Mer of Bononia) met 4 legioenen, waarvan er drie aan de Rijn gelegerd waren.
In de jaren 69 en 70 - tijdens burgeroorlogen in Rome (bekend als het Vierkeizerjaar) - werden tijdens de Bataafse Opstand (waarbij zich ook andere Germaanse stammen aansloten) veel van de forten aan de limes verwoest, maar nadat de opstand neergeslagen en het Romeins gezag hersteld was, werd veel herbouwd en meestal versterkt.
Pax Romana De Pax Romana, de periode tot het jaar 180, was (met uitzondering van de Bataafse Opstand) een betrekkelijk rustige periode in het Romeinse Rijk. Na de Bataafse Opstand werd het leger aan de limes gereorganiseerd. In 89 n.Chr. werden de provincies Germania Inferior en Germania Superior losgemaakt van Gallia Belgica, en werd Germania Inferior de meest noordelijke provincie. Tot het jaar 259 bleef het daarna relatief rustig aan de Neder-Germaanse grens, zelfs in de periode van de aanvallen van Chaucische piraten op de kuststreken van Gallië en Brittannië in de periode tussen 170 en 200 zijn er geen verwoestingen in Neder-Germanië bekend, maar hadden wel als gevolg, dat er veel werd geïnvesteerd in de kustverdediging. In het jaar 259 kwam Marcus Cassianius Latinius Postumus, de gouverneur van Neder Germanië in opstand en stichtte met de Iberische, Gallische en Britse provincies het Gallische Keizerrijk met als hoofdstad Colonia Agrippina (Keulen). In het jaar 273 werd het Gallische Rijk op een vreedzame manier weer opgenomen in het Romeinse Rijk.
Het einde van de limes De crisis van de derde eeuw De Crisis van de derde eeuw (235-284) was een periode met een interne machtsstrijd binnen het Romeinse keizerrijk, met monetaire en economische onrust en pandemieën, en zelfs met een afsplitsing van twee aparte keizerrijken, het Gallische Keizerrijk in het westen en het Palmyreense Rijk in het oostelijk Middellandse Zeegebied.
Tijdens deze crisis waren de grenzen slecht bewaakt. De Salische Franken maakten hier gebruik van om het Romeinse Rijk binnen te vallen. Rond 290 was een deel van de Rijn-delta in hun handen en belaagden zij de Romeinse scheepvaart met piraterij.
Herstel in de 4e eeuw Keizer Diocletianus (284-305) zag de noodzaak in om veel aspecten van het Romeinse Rijk te reorganiseren, zoals het leger, het monetaire systeem, en voor de Germaanse limes niet onbelangrijk, verplaatste hij de hoofdstad van Gallië van Lyon naar Trier. Ook het keizerschap zelf werd gereorganiseerd, hij introduceerde de tetrarchie met 2 keizers (Augustii) en 2 kroonprinsen (Caesar) in twee hoofdsteden Nova Roma (=Constantinopel) en Milaan.
De legerhervorming bestond uit het splitsen van het leger in een mobiel leger (de comitatenses) en de grenstroepen de (limitanei). De comitatenses vervingen op afstand de grenscohorten, aan de limes zelf werden limitanei of ripenses (aan de kust) gelegerd. Niet alle forten aan de grens werden herbemand, maar er kwamen wel nieuwe castella in Cuijk en Maastricht. De Maas werd een tweede verdedigingslinie. De heerweg Keulen-Boulogne werd versterkt met kleine forten (burgi), zoals bij Braives en Brunehaut, meerdere militaire installaties werden herbouwd, zoals het bruggenhoofdfort bij Köln-Deutz en de massieve toren van Moers-Asberg.
Het provinciaal bestuur werd opnieuw ingedeeld, Gallia Belgica werd opgedeeld in een Belgica I en II, en boven de provincies kwamen diocesen te staan. Belgica I en II en Germania I en II vielen onder diocees Gallia met als hoofdstad Keulen.