Istanbul of Istanboel (uitspraak , Turks: İstanbul, uitspraak ; historisch: Constantinopel, Byzantion) is de grootste stad van Turkije. De stad ligt verdeeld over het Europese en Aziatische deel van Turkije. Onder de naam Constantinopel was het de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk en het Byzantijnse Rijk. De stad is oorspronkelijk in 667 v.Chr. gesticht door Griekse kolonisten, onder de naam Byzantion.
Istanbul bestaat uit 27 districten, die tezamen de hoofdstad van de gelijknamige provincie vormen. Met 16 miljoen inwoners is Istanbul de 2e metropool van Europa en de 26e metropool van de wereld.
Naam Voor de herkomst van de Turkse naam İstanbul worden verschillende verklaringen gegeven. Hij zou van het Griekse Κωνσταντινουπολις (Konstantinoupolis) zijn afgeleid. Een andere verklaring is dat het van het Griekse εἰς τὴν Πόλιν (Oudgrieks eis tèn polin; Middelgrieks is tin polin) ('naar de stad') is afgeleid; in het vroegere Byzantijnse Rijk werd de hoofdstad Constantinopel vaak informeel aangeduid als "de Stad". In het Latijn heette de stad Constantinopolis, in formeel Turks: قسطنطينيه (Konstantiniyye), in veel Slavische talen sprak men van Tsargrad.Tsar is afgeleid van Julius Caesar, de grondlegger van het Romeinse Keizerrijk, wiens achternaam 'Caesar' in veel Europese talen het woord voor keizer werd. Caesar werd een synoniem voor het eerdere Latijnse rex (koning), maar hierop rustte een taboe sinds de verjaging van de laatste koning van Rome. Grad betekent in veel Slavische talen 'stad', zoals in Wolgograd ('stad aan de Wolga'). 'Tsargrad' betekent dan zoiets als 'stad van de keizer(s)'. In de Vikingtijd werd Istanbul Miklagard (de grote stad) genoemd.
In Turkse folklore bestaat het populaire bijgeloof dat de naam Istanbul zou zijn afgeleid van İslam Bol ('Veel islam') of İslam Bul ('Vind de islam'). Deze volksetymologische naamsverklaringen waren met name in trek tijdens de regeerperiode van sultan Mustafa III, toen men de naam İstanbul verving door İslambol in officiële documenten.
De naam wordt in het Turks uitgesproken met de klemtoon op de tweede lettergreep. In het Nederlands is de klemtoon op de eerste lettergreep veel gebruikelijker. Tot in de 20e eeuw luidde de Nederlandse variant van de in het Arabisch alfabet geschreven Turkse naam Stamboel. De naam Stamboel raakte in onbruik na de invoering van het Latijns alfabet in Turkije in 1928 onder invloed van de nieuwe Turkse spelling İstanbul. Hetzelfde verschijnsel deed zich ook in andere talen voor, zoals in het Engels (Istanbul) en Frans (Istanboul) waar de vorm Stamboul verdween.
Spelling in het Nederlands Zowel de spellingvariant 'Istanbul' als 'Istanboel' zijn volgens de Nederlandse Taalunie correct. Hoewel in het Turks een punt op de hoofdletter 'I' staat, wordt deze in het Nederlands niet weergegeven. In het Turks is de correcte spelling met punt, omdat deze taal een extra letter kent, de I/ı (zonder punt), waarvan de uitspraak (zoals de i in het Engelse sir) verschilt van die van de letter İ/i (met punt). De Taalunie raadt aan in het Nederlands geen punt op de hoofdletter in Istanbul te schrijven. Het Nederlands kent deze lettervariant immers niet.
Heel af en toe treft men de oude naam Constantinopel nog aan. In bepaalde talen, zoals het Grieks, is dit nog steeds de meest gebruikte naam.
Geschiedenis miniatuur|links|De Chorakerk is een van de vele nog bestaande Byzantijnse bouwwerken
Oudheid Byzantium was een oorspronkelijk Griekse stad, gesticht door kolonisten uit Megara in 667 voor Christus. Volgens de legende noemden zij de stad Byzantion naar hun koning Byzas. Byzantium is de gelatiniseerde versie van deze naam. Lange tijd was Byzantium een welvarende Griekse stadstaat totdat ze door de Macedoniërs werd veroverd. Toen Macedonië enkele eeuwen later werd verslagen door de Romeinen werd ze een belangrijke stad in het Romeinse Rijk.
De stad stelde zich aan de zijde van Pescennius Niger in diens strijd om de Romeinse keizerstroon, en werd van 193-195 belegerd door diens rivaal Septimius Severus. De stad werd ernstig beschadigd in deze belegering, maar Septimius Severus, nu keizer, herbouwde de stad en zij herwon snel haar vroegere welvaart.
miniatuur|links|Kaart van het oude Constantinopel en zijn muren
Opkomst en val van Constantinopel Keizer Constantijn de Grote, die de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar het belangrijkere Oosten van het rijk wilde verplaatsen, werd door de geschikte locatie van de stad aangetrokken. Naar werd beweerd, werd de locatie voor de nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk aangewezen in een profetische droom van Constantijn. Byzantium was inderdaad een zeer gunstige locatie: aan drie kanten omringd door water en dus relatief gemakkelijk te verdedigen, ze beheerste de strategische Bosporus en veel handelsroutes tussen Europa en Azië kwamen hier samen. De belangrijkste Romeinse rijksinstellingen, zoals onder andere administratie en belastingheffing, werden overgeplaatst naar Byzantium en door alle gerelateerde organisaties die meekwamen groeide de stad explosief. In 330 werd Byzantium officieel herdoopt als Nova Roma (Latijn voor 'Nieuw Rome'), maar de stad werd al snel beter bekend onder de naam Konstantinoupolis (Grieks voor stad van Constantijn, in het Nederlands Constantinopel). Constantinopel werd de nieuwe hoofdstad van het Rijk, hoewel de vorige, Rome, een tijdje haar politieke en economische privileges behield maar wel geleidelijk in betekenis afnam nadat de politieke en economische elite naar Constantinopel verhuisd was. De groei van de bevolking werd enorm gestimuleerd door het gratis uitdelen van brood vanaf 332, zoals in Rome.Marcel Hulspas, Uit de diepten van de hel. Keizers, bisschoppen, ketters, het verval van het christendom en de opkomst van de islam, 2019, p. 47
Constantinopel was eerst 65 jaar lang de hoofdstad van het Romeinse Rijk en vanaf 395, bij de dood van Theodosius I, toen het westelijke deel van het Rijk definitief afgescheiden was, die van het oostelijke deel, dat later het Byzantijnse Rijk zou worden genoemd. Constantinopel werd voortdurend uitgebreid en verfraaid door de opeenvolgende keizers en vooral Justinianus heeft vele grootse bouwwerken opgericht. De stad was een van de grootste en schitterendste steden ter wereld gedurende de late oudheid en de vroege- en hoge middeleeuwen. Omstreeks 500 telde de stad ongeveer 500.000 inwoners, maar tijdens de verschrikkelijke Pest van Justinianus in 542 verloren circa 230.000 mensen het leven. Later trad er weer een herstel op, maar het is twijfelachtig of het aantal van 500.000 inwoners weer werd gehaald.
miniatuur|links|Het Hippodroom, in het verleden soms het toneel van hevige supportersrellen zoals het Nika-oproer, is nu een rustig plein
Maar ook met 300.000 inwoners, of iets meer, zou Constantinopel, door de Griekssprekende Byzantijnen ook wel I Polis ("De Stad") genoemd, eeuwenlang de grootste stad van Europa zijn. Het culturele leven van het Byzantijnse Rijk was voor een zeer groot deel in de hoofdstad geconcentreerd. Talrijke merendeels rijke kloosters waren in de stad gevestigd en het hoofd van de oosterse kerk had er zijn zetel. De Griekse taal had sinds de 7de eeuw volledig de overhand gekregen op het Latijn, toen ook het hof het Grieks als officiële taal ging gebruiken. Een in ere gehouden Romeinse traditie waren nog de luxueuze badhuizen (thermen) waar men zich kon ontspannen. In Constantinopel was ook de zogenaamde Universiteit van Constantinopel gevestigd, in de 5de eeuw gesticht door Theodosius II, die waarschijnlijk voortbouwde op de oudere Atheense filosofenschool. Volgens sommige historici zou de bij deze universiteit behorende bibliotheek een groot deel van de Bibliotheek van Alexandrië hebben bewaard. De bevolking was vroom orthodox-christelijk, op het fanatieke af. Behalve om dogmatische geschillen konden de gemoederen ook hoog oplopen om de paardenraces in het grote Hippodroom van de stad, waar de fans van de "Groenen" en de "Blauwen" (twee concurrerende teams van wagenmenners die oorspronkelijk uit Rome afkomstig waren) vaak bloedig met elkaar op de vuist gingen.
miniatuur|Het Europese fort, gebouwd voor de inname van Constantinopel
In 1204 werd deze bloeiende stad echter ingenomen door de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht en werd ze door hen grondig geplunderd. De meeste in eeuwen verzamelde schatten, waarvan vele nog uit het keizerlijke Rome afkomstig waren, werden naar West-Europa versleept, vernietigd of omgesmolten. De meeste kostbaarheden gingen naar Venetië waar ze heden nog te zien zijn. De Venetianen waren trouwens ook de initiatiefnemers voor deze plundertocht want ze wilden deze gelegenheid aangrijpen om de handelsconcurrentie van Constantinopel uit te schakelen. De Venetianen hadden aangeboden de kruisvaarders naar het Midden-Oosten te vervoeren met hun handelsvloot en Constantinopel als 'tussenstop' te gebruiken. Eenmaal ontscheept bij de stad wist de meegereisde Doge van Venetië de Europese ridders over te halen om de 'ketterse' Byzantijnen aan te vallen. Hoogstwaarschijnlijk was dit dan ook een vooropgezet voornemen geweest van de Venetianen. Over het hervatten van het oorspronkelijke doel van de kruistocht (de bevrijding van Jeruzalem van de moslims) werd niet meer gesproken. De stad bleef in Latijnse handen tot 1261 waarna de Grieken erin slaagden de stad weer te heroveren. Sinds de plundering was de stad flink verarmd en slaagde ze er ook niet meer in om de handelsroutes rond de Zwarte Zee te beheersen, waar vroeger haar grootste inkomsten vandaan kwamen. Hiermee begon het verval en er werd niet veel meer gebouwd en hele wijken raakten zelfs verlaten. De gebouwen werden als steengroeve gebruikt. Het gevolg van deze situatie was dat veel Byzantijnse intellectuelen en kunstenaars naar het steeds welvarender wordende Europa trokken (met name Italië). Ze maakten met hun kennis van de klassieke oudheid mede de renaissance mogelijk.
miniatuur|De val van Constantinopel (1453) door Jean Chartier
De stad viel op 29 mei 1453, wat tevens het einde van het Byzantijnse Rijk betekende. De stad werd ingenomen door de Ottomaanse sultan Mehmed II, een gebeurtenis die soms wel wordt beschouwd als het einde van de middeleeuwen. De val van Constantinopel bracht een vluchtelingenstroom van intellectuelen op gang naar West-Europa, vooral Italië. Deze wordt gezien als een belangrijke factor in de ontwikkeling van de renaissance.
Ottomaanse tijd Sultan Mehmed II maakte de veroverde stad meteen tot hoofdstad van het Ottomaanse Rijk (de ligging bleef strategisch, ondanks het verval van de laatste eeuwen) en de stad leefde onmiddellijk op door het grootse bouwprogramma van de nieuwe heersers. De Hagia Sophia, de oude Byzantijnse kathedraal van de stad, werd verbouwd tot moskee. Ook verrezen er al snel nieuwe moskeeën zoals de blauwe moskee. Tevens werden de vervallen Byzantijnse paleizen hersteld en verrees het nieuwe Topkapıpaleis dat de hoofdzetel van de Ottomaanse Sultans werd. De bevolking nam toe en de handel trok weer aan.