miniatuur|Groothertogdom Finland in 1662 Dit artikel behandelt de geschiedenis van Finland.

Prehistorie

thumb|Benen mes uit 6500 v.Chr. om gaten in ijs te snijden om te vissen

Het gebied van het huidige Finland werd bevolkt na het einde van de laatste IJstijd. De eerste bewijzen voor permanente bewoning worden gerekend tot de mesolithische Suomusjärvicultuur, en dateren van ca. 8500 v.Chr. Van ±4200 tot ±2000 v.Chr werd het door jager-verzamelaars van de subneolithische Sperringcultuur bewoond.

Tijdens de bronstijd was Zuid-Finland deel van de Noordse bronstijd.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus maakt melding van de Fenni, een volk in het noorden van Finland, waarmee hij waarschijnlijk de Saami bedoelde.

De ijzertijd in Finland liep van ongeveer 500 v.Chr. tot ongeveer 1200 n.Chr., toen de Zweedse verovering van het land werd voltooid en de geschreven geschiedenis begon. Alle kennis van de Finse geschiedenis vóór de komst van de Zweden is alleen bekend door archeologische opgravingen en een paar verslagen van buitenstaanders in die tijd.

De drie belangrijkste dialecten van de Finse talen, gewoon Fins, Tavastisch en Karelisch, zijn waarschijnlijk ontstaan na immigratie uit het gebied van het huidige Estland in de laatste eeuw voor Christus. Archeologische vondsten van de Åland-eilanden uit die periode hebben een duidelijker Zweeds karakter dan in de rest van het land.

De vroegste vondsten van geïmporteerde ijzeren messen en lokaal bewerkte ijzeren voorwerpen dateren van de vijfde eeuw v.Chr. Vanaf ongeveer 50 v.Chr. zijn er aanwijzingen voor een intensievere uitwisseling van goederen uit kustgebieden met gebieden in het binnenland. De inwoners ruilden hun lokale producten, waarschijnlijk voorwerpen zoals bont voor wapens en sieraden, met mensen uit de Baltische staten en Scandinavië, maar ook met mensen die langs de oorspronkelijke oostelijke handelsroutes woonden. Het bestaan van graven met veel speciale voorwerpen, vooral wapens, suggereert dat er een heersende groep stamhoofden was in het zuiden en westen van het land

Als deel van het Zweedse koninkrijk (1249-1809) De recente Finse geschiedenis is nauw verbonden met vooral Zweden en Rusland. Finland was een deel van het Zweedse koninkrijk van 1249 (de Tweede Zweedse kruistocht) tot 1809.

Mikael Agricola publiceerde rond 1550 in het Fins bijbelvertalingen, waarmee hij niet alleen de Finse Reformatie grond gaf om op te staan, maar ook het Fins als geschreven taal creëerde.

Finnen speelden een belangrijke rol in het Zweedse leger tijdens de Dertigjarige Oorlog. De Finse ruiters werden gewaardeerd als uitstekende cavaleristen, maar de Finnen in de infanterie werden soms gebruikt als soldaten die men kon opofferen, als kanonnenvoer.

De hoge belastingdruk, de langdurige oorlogen en het koude klimaat van de Kleine IJstijd zorgden er voor dat de 17e eeuw, waarin Zweden een grootmacht was, een sombere periode werd voor de Finse boeren. In 1655-60 woedden de Noordse oorlogen en Finse soldaten vochten voor Zweden op slagvelden in Lijfland, Polen en Denemarken. In Midden- en Oost-Finland werden grote hoeveelheden teer geproduceerd voor de export. De Europese naties hadden dit materiaal nodig voor het onderhoud van hun vloten.

Door de Grote Noordse Oorlog tussen Zweden en Rusland verloor Zweden haar status van grote mogendheid. Tijdens de oorlog werd Finland door de Russen bezet en geteisterd door hongersnood en pest. Bij de Vrede van Nystad in 1721 kwam bijna heel Finland weer onder Zweeds bestuur, behalve het zuidoosten. De eerste krant die in het Fins werd gedrukt, verscheen in 1776. Henrik Gabriel Porthan, die aan de Academie van Turku doceerde, was de eerste die de Finse cultuur en geschiedenis bestudeerde.

Onder Russisch bestuur

In 1809 veroverde het Russische Rijk Finland, met een personele unie tot gevolg tussen de twee landen onder de naam grootvorstendom Finland (Magnus Ducatus Finlandia) met de Landdag van Porvoo. Nadat in dat jaar de Vrede van Fredrikshamn was getekend, was het land tot 1917 sterk verbonden met het keizerrijk Rusland. De tsaar van Rusland was grootvorst van Finland, dat een eigen grondwet en regering bezat.

Na de Russische nederlaag in de Eerste Wereldoorlog brak de Februarirevolutie uit en verklaarde Finland zich eenzijdig onafhankelijk op 6 december 1917. De onafhankelijkheid werd door Rusland erkend op 4 januari 1918.

Onafhankelijke Finland Na de onafhankelijkheidsverklaring volgde de bloedige Finse Burgeroorlog tussen 'Roden' (punaiset) en 'Witten' (valkoiset), waarbij de laatsten onder leiding van generaal Mannerheim wonnen en de Finse Socialistische Arbeiders Republiek ophieven. Hierna werd Finland op 9 oktober 1918 tot koninkrijk uitgeroepen met een Duitse prins Väinö I (Frederik Karel van Hessen-Kassel, een Duitse prins en zwager van keizer Wilhelm II van Duitsland) als koning (titel). De Duitse nederlaag, diplomatieke druk van Frankrijk en de afschaffing van de Duitse monarchie betekenden het einde van het monarchale experiment in Finland. Prins Frederik werd nooit tot koning gekroond, hij bezocht Finland zelfs nooit en trad op 14 december 1918 af. Op deze manier werd Finland een onafhankelijke republiek, met als eerste president Kaarlo Juho Ståhlberg.

Op 14 oktober 1920 werd in Tartu (Estland) de Vrede van Tartu gesloten met de Sovjet-Unie. Daarin zag Finland af van vroegere aanspraken op gebieden met een bevolking van Finse origine (Aunus, Noord-Ingermanland en Oost-Karelië) en verkreeg het met Petsjenga een haven aan de Barentszzee.

Door nationalisme dat was ontstaan na de burgeroorlog ontstond in 1929 de fascistische Finse Lapua-beweging, die aanvankelijk veel aanhang verwierf onder de anticommunistische bevolking. De Mäntsälä-opstand (Fins : Mäntsälän kapina) was een mislukte staatsgreep, uitgevoerd door de Lapua-beweging en militair personeel van de Witte Garde om de Finse regering omver te werpen. Het conflict duurde van 27 februari tot 2 maart 1932. Na de mislukte opstand in Mäntsälä van 1932 werden de leiders opgesloten en de beweging verboden.

Tweede Wereldoorlog thumb|Finse soldaten in de Winteroorlog thumb|Finse artillerie vuurt 's nachts tijdens de Vervolgoorlog In de winter van 1939-1940 brak de Winteroorlog (Talvisota) met de Sovjet-Unie uit.

Dit begon met een diplomatiek geschil. De Sovjet-Unie eiste een aantal eilanden pal voor de marinehaven Kronstadt bij Leningrad en een stuk van Karelië, grotendeels door etnische Russen bewoond. Als argumenten voerde Stalin aan dat kanonnen vanuit die gebieden onverhoeds respectievelijk de marinehaven en Leningrad konden bestoken. Schijnbaar vreesde Stalin een Duitse bezetting van die gebieden, want hij eiste ook dat Finland de ver van de Sovjet-Unie gelegen Ålandseilanden tegen een buitenlandse inval in verdediging zou brengen; die eilanden mochten volgens een verdrag met Zweden echter niet verdedigd worden en Zweden protesteerde dan ook tegen deze eis. In ruil bood Stalin een stuk grondgebied met een twee keer zo grote oppervlakte ten noorden van het Ladogameer, dat grotendeels door etnische Finnen bewoond werd.

Finland vond de verwerving van het gebied ten noorden van het Ladogameer wel interessant en verwierp daarom de eisen van de Sovjet-Unie niet meteen, maar wilde na enige dagen toch liever de verdedigingslinie met forten op Fins grondgebied, de zogenaamde Mannerheim-linie, houden. De Sovjets namen dit niet en eisten ter plekke dat de Finnen zich 25 kilometer van de grens zouden terugtrekken. De Finnen gingen akkoord, maar eisten hetzelfde van de Sovjet-Unie, wat niet kon omdat Leningrad dan niet langer verdedigd zou zijn.

Er was een grensincident waarbij zeven granaten op een Russische legerbasis vielen en enkele militairen doodden. Finland ontkende onmiddellijk betrokkenheid en bood aan een onderzoekscommissie in te stellen; de Sovjet-Unie viel echter al de volgende dag Finland binnen. Ondanks de ongelijke krachtsverhouding slaagde Finland erin om de Russische aanval af te slaan en onafhankelijkheid te bewaren. Wel namen de Sovjettroepen Finse grensgebieden in.Het Vaderland, september-oktober 1939.

Finland ging een bondgenootschap aan met nazi-Duitsland en nam deel aan Operatie Silberfuchs en heroverde de verloren gegane gebieden op de Sovjets in de zogenaamde Vervolgoorlog (Jatkosota). Op 5 september 1944 sloot Finland vrede met de Sovjet-Unie, waarbij de Finnen hun industriële hart moesten afstaan met Fins-Karelië en de tweede stad van Finland, Viipuri (nu Vyborg), dat wil zeggen ongeveer een achtste van hun grondgebied, en waarbij de Sovjet-Unie de beschikking kreeg over de ijsvrije haven Petsamo (nu Petsjenga) aan de Noordelijke IJszee. Ook moesten herstelbetalingen gebeuren in de vorm van industriële goederen. Hoewel de Vervolgoorlog met ingrijpende vredesvoorwaarden werd afgesloten kon Finland de onafhankelijkheid bewaren. Na het verlies van Fins-Karelië besloot Finland om een achtste van haar bevolking te verhuizen. De Sovjet-Unie bevolkte dit gebied met mensen uit onder meer de Oekraïense SSR. Tijdens de Winteroorlog, Vervolgoorlog en de periode na de Tweede Wereldoorlog werden ongeveer 70.000 kinderen geëvacueerd naar andere landen. Deze Finse oorlogskinderen werden vooral naar Zweden gestuurd om de situatie voor hun ouders makkelijker te maken die waren uitgestuurd om huizen te herbouwen in Karelië toen dat net was heroverd.

Van 1944 tot 1945 wisselde Finland van kamp en vocht de Laplandoorlog tegen Duitsland om hen uit het noorden van het land te verdrijven.

Naoorlogse geschiedenis Na de verloren oorlog zagen de Finse politici in dat de prioriteit van de buitenlandse politiek moest liggen in de Russische acceptatie van Finlands onafhankelijkheid. In de herfst van 1944 stelde Mannerheim de basis vast van wat positie van Finland ten opzichte van de Sovjet-Unie zou worden. De voornaamste premisse in zijn gedachtegoed was dat Finland de Sovjet-Unie moest overtuigen dat het absoluut geen bedreiging vormde voor de veiligheid van de USSR.

De definitieve vrede werd getekend met de Vrede van Parijs in 1947. De jaren tussen 1944 en 1947 waren riskante jaren voor Finland. De Koude Oorlog begon en de Sovjet-Unie verstevigde haar greep op wat haar Oost-Europese satellietstaten zouden worden. Voor Finland was het dus van het grootste belang om duidelijk te maken dat een niet-communistisch Finland geen bedreiging vormde voor de Sovjet-Unie zodat hun voortbestaan gegarandeerd zou zijn.

De regering van president Paasikivi – Mannerheim trad in 1946 af wegens zijn sterk verslechterde gezondheid - moest in grote lijnen die voorwaarden slikken die Finland in 1939 onacceptabel achtte en waarmee de oorlog ooit begonnen was. De machtsverhoudingen lagen nu sowieso anders sinds Finland zich in de Tweede Wereldoorlog aan de zijde van nazi-Duitsland had geschaard. Bij het akkoord in Parijs werd Finland duidelijk in de hoek van de verliezers geplaatst.