thumb|Hongaars taalgebied, met geheel oostelijk de Csángó's De Csángó's of Ceangăi vormen een Hongaarse etnische groep in Roemeens Moldavië. Ze wonen verspreid over vier districten in het gebied. De Csángó's hebben lange tijd geïsoleerd van de buitenwereld geleefd, en hebben daardoor enkele culturele tradities behouden die in de rest van Europa verloren zijn gegaan. Hun cultuur wordt echter bedreigd; enerzijds door de opkomst van de globalisering (waardoor de Csángó's hun geïsoleerde positie verliezen) en anderzijds door gedwongen assimilatie door de Roemeense autoriteiten.
Het woord Csángó laat zich in het Hongaars etymologisch ontleden als ofwel afgeleid uit csángál dat 'zwerven' of 'rondtrekken' betekent (wat het historische migratiekarakter van de Csángó’s zou benadrukken), of afkomstig van csángani dat 'bastaarden' betekent, en dat door de Székely, een westelijker in Roemenië wonende Hongaarse bevolkingsgroep, werd gebruikt om Roemenen die bekeerd waren tot het katholieke geloof mee aan te duiden.
Definitie van de Csángó's De Csángógemeenschap wordt in de traditionele Hongaarse etnografie onderverdeeld in drie groepen, op basis van het Hongaarse dialect dat ze spreken: de noordelijke Csángó's (spreken het noordelijke Csángódialect), de zuidelijke Csángó's (spreken het zuidelijke Csángódialect) en de Szekler Csángó (spreken verschillende Székelydialecten). Daarnaast bestaan er kleine groepen Csángó's in de Gyimes-pas en in een gebied dat Hétfalu (Hongaars voor 'zeven dorpen') wordt genoemd, vlak bij Brașov.
Het taalcriterium dat Hongaarse etnografen gebruiken voor het al dan niet toekennen van de Csángó-identiteit aan sommige inwoners van Moldavië werkt niet bevredigend, omdat grote delen van de Csángógemeenschap hun Hongaarse dialect hebben losgelaten en alleen nog maar Roemeens spreken. Ondanks deze taalassimilatie worden zij door de Csángógemeenschap zelf en de Roemenen in de omgeving als volledig Csángó gezien. Ook zijn er grote delen van de gemeenschap die het Hongaarse dialect slechts als tweede taal spreken, of een mengeling van Roemeens en Hongaars spreken.
Tegenwoordig worden de Csángó's (met uitzondering van de Gyimes- en de Hétfalucsángó's) op grond van de volgende kenmerken onderscheiden: aanhangers van het rooms-katholieke geloof sprekers van het Csángó-Hongaars als eerste of tweede taal wonend in Centraal-Moldavië. In de Roemeense volkstelling van 1992 verklaarden 2165 inwoners zichzelf Csángó.
De Raad van Europa schat het aantal Csángó's dat een Hongaars dialect spreekt op 60.000 à 70.000.
De Szekler Csángó's, waarvan de meesten zich pas aan het einde van de achttiende eeuw bij de Csángó's voegden, bleven zichzelf lange tijd als Szekler beschouwen. Door intensief contact verdwenen de oorspronkelijke verschillen tussen beide groepen, waardoor de meeste Szekler Csángó's zichzelf tegenwoordig als Csángó zien.
Oorsprong van de Csángó's De etnische oorsprong van de Csángó's is onzeker en blijft een bron van onenigheid tussen historici en etnografen. In de loop van de tijd zijn verschillende theorieën ontwikkeld over de afkomst van de Csángós's. Volgens een theorie stammen de Csángós af van een groep Hongaren die tijdens de Hongaarse verovering van het Karpatenbassin rond het jaar 900 van de hoofdgroep is afgesplitst. Andere theorieën zien de Csángó's als afstammelingen van de Koemanen of andere stammen die rond de eerste millenniumwisseling Moldavië bewoonden. Al deze theorieën worden door wetenschappers tegenwoordig als onwaarschijnlijk gezien omdat algemeen geaccepteerd wordt dat niemand de invasie in 1241-1242 van de Mongolen zou hebben kunnen overleven.
Sommige Roemenen hebben de theorie geopperd die stelt dat de Csángó's in feite gemagyariseerde (of geszekleriseerde) Roemenen zijn uit Transsylvanië. Naast het feit dat voor deze theorie geen enkel bewijs bestaat wordt het ook erg onwaarschijnlijk geacht dat een gemagyariseerde stam in een omgeving vol Roemenen zo sterk gehecht zouden blijven aan hun taal en geloof. In de wetenschap wordt deze theorie dan ook afgedaan als een poging van de Roemeense autoriteiten om de gedwongen assimilatie te rechtvaardigen.
De meest geaccepteerde theorie (zowel door Hongaarse als Roemeense wetenschappers) is dan ook dat de Csángó's van Hongaarse origine zijn en dat ze vanuit het westen Moldavië bereikten. Het is mogelijk dat de eerste lichting Csángó's zich in Moldavië vestigden in de dertiende eeuw, toen de Hongaarse koning Béla IV in Milko een bisschopsstoel stichtte, maar het is onwaarschijnlijk dat die groep de Mongoolse invasie overleefde. Vanaf midden veertiende eeuw worden Hongaarse, Roemeense en Saksische nederzettingen in de literatuur genoemd.
Daarnaast is het algemeen geaccepteerd dat de Csángó's zich in de strategisch gelegen bergpassen van Moldavië vestigden om het Hongaarse koninkrijk te verdedigen. Later voegden Szeklers zich bij de Csángó's in Moldavië. Vooral na de slachting door het Oostenrijkse leger van dienstontduikende Szeklers in Csíkmádéfalva in 1764 kwam de vestiging van Szeklers in Moldavië op gang. Sommige Szeklers stichten eigen nederzettingen waar andere Szeklers zich bij Csángó's in hun nederzettingen voegden.
Naast strategische redenen trok ook de vruchtbare grond van Moldavië Csángó's aan. Csángó's bezaten een machtige positie in Moldavië tot de Hongaarse nederlaag bij de eerste Slag bij Mohács (1526).
Csángó als etnische groep De Csángógemeenschap deelt enerzijds veel culturele aspecten met de Roemeense bevolking en anderzijds sommige fundamentele culturele aspecten als taal en religie met etnische Hongaren. Door deze meerduidigheid van de culturele identiteit van de Csángógemeenschap bestaat er tussen historici en etnografen van de Hongaarse en de Roemeense kant verdeeldheid over de etniciteit van de Csángó's; Roemenen zien hen als Roemenen, en Hongaren zien Csángó's als Hongaren.
Etniciteit analyseren op basis van louter culturele aspecten van een groep levert vaker problemen op. Als gevolg hiervan wordt deze manier van analyseren in de antropologie niet langer gebruikt. Volgens vele antropologen is het een misvatting te denken dat de 'cultuurdragende' eigenschap van etnische groepen het voornaamste aspect is van etniciteit. Etniciteit is in de eerste plaats dat wat de leden van de groep omschrijven als hun grondleggende basisidentiteit (basic, most-general identity). Daarnaast wordt er nadruk gelegd op de relaties tussen etnische groepen (inter-group relations) en zogenaamde etnische grenzen (ethnic boundaries), dat wil zeggen de grenzen die tussen verschillende etnische groepen bestaan en als zodanig de etniciteit van een groep bepalen.
Analyse van de Csángó-identiteit Antropoloog James Kapalo heeft de Csángógemeenschap geanalyseerd met inachtname van de modernere definities van etniciteit. Het volgende gedeelte geeft een samenvatting van zijn bevindingen.
Toekenning van de Csángó-identiteit Door de Roemeense bevolking van Moldavië wordt aan de noordelijke Csángó's, die voornamelijk Hongaars spreken, niet de Roemeense identiteit toegekend. Dit betekent dus in feite dat door de Roemeense bevolking indirect het bestaan van de etnische groep Csángó bevestigd wordt. Tevens zien de meeste Csángó's zichzelf in de eerste plaats als Csángó. Een onderzoek door Kapalo onder Csángó-schoolkinderen leverde als resultaat op dat een meerderheid van 41 van de 79 ondervraagden zichzelf zag als Csángó. 18 verklaarden zichzelf Hongaars, 13 katholiek Het katholieke geloof neemt een zeer prominente plaats in bij de Csángó's. Omdat ze op het gebied van taal verdeeld zijn in een Hongaars- en Roemeenssprekend deel is niet de taal – zoals in de meeste etnische groepen – de belangrijkste culturele factor, maar religie. Dit verklaart onder meer de keuze voor de bestempeling katholiek door sommige Csángó's., 2 Roemeens en 3 Ungor. Deze term heeft vrijwel dezelfde lading als de term Csángó. Moldavische Roemenen noemen Csángó's vaak Ungor of ‘ungurii nostri’ (onze Hongaren). Deze term staat tegenover de term Maghiar die de Roemenen alleen toepassen op de Hongaren in Transsylvanië.
Etnische grenzen en de rol van het sociale stigma De Csángó-identiteit wordt in het openbaar niet geuit (in de privé-sfeer wél) en de Csángó's staan over het algemeen onverschillig tegenover het nemen van politieke actie (zitting nemen in lokale raden, pleiten voor onderwijs in eigen taal).
De reden waarom Csángó's er niet voor kiezen de Csángó-identiteit te uiten, ligt in het feit dat Csángó’s door Roemenen als achtergebleven en onbeschaafd worden gezien. Om dit sociale stigma te ontwijken hebben Csángó's, net als bijvoorbeeld de Samische bevolking van Noorwegen, technieken ontwikkeld die 'sancties' van de lokale Roemeense bevolking moeten voorkomen. Deze technieken behelzen, naast het niet-communiceren van de Csángó-identiteit in het openbaar, ook het niet-gebruiken van het Csángó-Hongaars in publieke sferen, het niet openbaar verdedigen of zelfs het publiekelijk veroordelen van de politiek van de Hongaarse minderheid in Transsylvanië, en het zichzelf voordoen als een patriottisch Roemeen.
Dezelfde techniek wordt overigens ook toegepast wanneer de Csángó's in contact komen met Transsylvaanse Hongaren. Transsylvaanse Hongaren zien Csángó's vaak als 'etnisch besmet' en sommigen zien in hen zelfs 'etnische verraders'. Csángó-Hongaars wordt gezien als een lelijke bastaardvorm van het Hongaars. In het contact tussen Csángó's en Hongaren overdrijven Csángó’s ook dan hun Roemeens-zijn, omdat ze dan deel uitmaken van de meerderheid.
Conclusie Hoewel de Csángó's etnisch slecht georganiseerd zijn en ze hun Csángózijn naar buiten toe niet communiceren, hebben Csángó's geen moeite hun lidmaatschap van de etnische groep Csángó te onderschrijven en de etnische grenzen te handhaven. Antropoloog Don Handelman, die een typologie ontwikkelde voor het indelen van etnische groepen, deelt deze groepen in als 'etnische netwerken'. Handelman groepeerde etnische groepen in vier categorieën: Ethnic category: loose incorporation, perceived cultural difference with outsiders and a sense of boundary between us and them; Ethnic network: regular interaction between ethnic members such that resources are distributed between them; Ethnic association: members develop common interests which are expressed collectively thru political organizations; Ethnic community: possesses permanent, physically bounded territory plus interactions plus organizations. Bron: Handelman, D. (1977) The Organization of Ethnicity, geciteerd op: De conclusie van Kapalo is dan ook dat de Csángó's een op zich zelf staande etnische groep vormen die onder de categorie 'etnisch netwerk' valt.
Nationaal bewustzijn van de Csángó's De Csángó's die in verschillende lichtingen naar Moldavië trokken namen een nog zwak ontwikkeld nationaal bewustzijn met zich mee. In tegenstelling tot de Székely van Transsylvanië, hadden ze geen deel aan de ontwikkeling van het Hongaars nationaal bewustzijn die zich - net als in de rest van Europa - vooral in de negentiende eeuw voltrok. Sterker nog, ze hadden deel aan de ontwikkeling van het Roemeense nationale bewustzijn. Het grootste deel van de Csángógemeenschap voelt zich dan ook deel van de Roemeense natie. Deze situatie is niet zeldzaam in de Balkan. Kleine etnische groepen voelen zich ook in andere landen vaak verbonden met een andere natie dan die van hun etnische verwanten. De Arvanieten in Griekenland bijvoorbeeld, voelen zich volwaardige Grieken, hoewel ze een Albanees dialect spreken.