thumb|Achterzijde van de F50. De Ferrari F50 is een supersportauto van het Italiaanse automerk Ferrari. De F50 werd in 1995 geïntroduceerd als opvolger van de F40, om de vijftigste verjaardag van het automerk te vieren. De auto is gebouwd op basis van Formule 1-technieken, gebruikmakend van de kennis die het merk in vijftig jaar had opgedaan met zijn racedivisie Scuderia Ferrari. Het model is gedurende twee jaar in een gelimiteerde serie van 349 exemplaren geproduceerd.

Vanwege zijn geavanceerde techniek en beperkte oplage is de F50 gewild onder zowel liefhebbers als verzamelaars en heeft hij een prominente plek gekregen in de historische lijn van supersportwagens van Ferrari. In 2002, vijf jaar nadat de laatste F50 was gebouwd, nam de Ferrari Enzo de positie ervan over met dezelfde filosofie: een sportwagen voor gebruik op de openbare weg die een Formule 1-wagen zo dicht mogelijk benadert.

Ontstaansgeschiedenis Aanleiding In het najaar van 1989 – op het moment dat de productie van de Ferrari F40 nog in volle gang was – gaf Piero Ferrari de aanzet tot het nadenken over een nieuwe supersportauto.Piero Ferrari (geboren 22 mei 1945) is de jongste zoon van oprichter Enzo Ferrari en was op het genoemde moment de vicevoorzitter van het bedrijf. Gezien het succes waarmee de F40 de veertigste verjaardag van de sportwagenfabrikant had gemarkeerd, was het voor hem duidelijk dat er een opvolger moest komen om het vijftigjarige jubileum van Ferrari S.p.A. luister bij te zetten. Ook kon Ferrari een positieve impuls gebruiken na het overlijden van oprichter Enzo Ferrari op 90-jarige leeftijd een jaar eerder.

Daarnaast moest deze auto de homologatie van de Ferrari 333 SP voor de Amerikaanse IMSA-serie in 1994 mogelijk maken. De IMSA schreef voor dat de gebruikte motor afgeleid moest zijn van een motor die toegepast werd in auto's die aan het grote publiek werden verkocht. Daarvoor zou de motor van de Ferrari F50 moeten dienen. Deelname aan de IMSA GT-kampioenschap was belangrijk voor Ferrari, omdat het merk met de 333 SP in de prototype-klasse na een afwezigheid van twintig jaar weer aan sportwagenraces wilde gaan meedoen. Succes daar was cruciaal om het merk in de Verenigde Staten, de grootste afzetmarkt voor Ferrari, na een terugval weer populairder te maken.

Het F130-project In 1991 werd gestart met de ontwikkeling van de auto met de interne codenaam F130, onder directe supervisie van de toen net aangetreden president van het bedrijf Luca di Montezemolo. Het lag voor de hand om de Formule 1 als basis te nemen voor de ontwikkeling van de auto. Niet alleen klanten vroegen hier regelmatig om, ook was dit de raceklasse waar Ferrari zich in de technologische ontwikkeling volledig op gefocust had in de twintig jaar ervoor.

Ferrari koos als krachtbron een atmosferische V12-motorEen atmosferische motor is een motor zonder enige vorm van drukvulling, bijvoorbeeld in de vorm van een turbo of supercharger. Laatstgenoemde systemen worden gebruikt om meer vermogen uit een motor te halen., die de belangrijkste verandering ten opzichte van zijn voorgangers zou blijken te zijn. De voorgaande supersportwagens in de lijn van Ferrari – de 288 GTO en de F40 – bezaten namelijk een V8-motor met dubbele turbo's. Pininfarina, het gerenommeerde Italiaanse ontwerpbureau dat altijd al nauw had samengewerkt met Ferrari, kreeg de opdracht het ontwerp te maken. Lorenzo Ramaciotti tekende namens het bureau de auto.

Omdat in de F130 alle kennis verwerkt moest worden die Ferrari in vijftig jaar racehistorie had opgebouwd, duurde het ontwikkelproces veel langer dan bij de F40 het geval was geweest. Waar de F40 voortborduurde op de 288 GTO en zijn stalen chassis technologisch weinig hoogstaand was, werd de F130 volledig van lichtgewicht materialen zoals koolstofvezel gemaakt.

Introductie Op 6 maart 1995 werd de productieversie van de F130 als Ferrari F50 's avonds tijdens een preview in het internationale automuseum van Genève (Le Musée international de l'automobile) onthuld, voorafgaand aan de wereldwijde onthulling op de Autosalon van Genève drie dagen later. Di Montezemolo zei bij de presentatie: "Ons doel was om zoveel mogelijk Formule 1-technologie in een straatsportwagen te stoppen, maar tegelijkertijd een auto te bouwen die gemakkelijk te besturen is".

In zekere zin miste de F50 met deze lancering in 1995 twee doelstellingen die Ferrari vooraf had gesteld voor deze auto. Enerzijds kwam de F50 twee jaar te vroeg voor de viering van de vijftigste verjaardag van Ferrari – die mijlpaal zou namelijk pas in 1997 worden bereikt – en anderzijds kwam de auto een jaar te laat voor de homologatie voor de IMSA. Toch slaagde Ferrari daar alsnog in, want de IMSA-organisatie was dermate blij met de toetreding van Ferrari dat ze de homologatie van de 333 SP accepteerde met alleen de belofte dat de F50 er zou komen.

Bij de introductie van de F50 maakte Ferrari bekend dat het in een periode van twee jaar niet meer dan 349 exemplaren zou bouwen. Het was de stelregel van Enzo Ferrari dat er een exemplaar minder moest worden geproduceerd dan de beoogde marktvraag, om voldoende exclusiviteit te waarborgen. Uiteindelijk zijn er zeker 350 F50's geproduceerd in de Ferrari-fabriek te Maranello – hoewel er geruchten zijn dat er waarschijnlijk meer exemplaren gebouwd zijn op verzoek van enkele zeer vermogende klanten. De allereerste F50 is in eigendom gebleven van Ferrari en nooit te koop aangeboden.

Ook bouwde Pininfarina op verzoek van Hassanal Bolkiah, de sultan van Brunei, een op maat gemaakt exemplaar van de F50. (2018) p. 58 De auto kreeg een vast dak inclusief een airbox om de motor van voldoende lucht te voorzien, de voorkant van de auto was opnieuw ontworpen en een veel grotere achterspoiler was gemonteerd. De auto kreeg de naam Ferrari F50 Bolide. (2018) p. 58

Karakteristieken thumb|left|De atmosferische V12-motor van de F50. thumb|left|De 641 Formule 1-auto voorzag de F50 van zijn mechanische basis. thumb|left|Het interieur van de F50.

Motor en aandrijving Het hart van de F50 is een langsgeplaatste atmosferische 4,7 liter F130B V12-motor met een V-hoek van 65 graden, uitgerust met vijf kleppen per cilinder (dus zestig kleppen in totaal) en een dubbele bovenliggende nokkenas (DOHC). Via een dry-sumpsysteem wordt de smering uitgevoerd; de sequentiële elektronische injectie van benzine wordt door een Bosch Motronic 2.7 motormanagementsysteem uitgevoerd.

De motor is ontwikkeld op basis van de 3,5 liter V12 die voor het eerst werd gebruikt in de Ferrari 641 Formule 1-auto uit 1990, dat seizoen bestuurd door Alain Prost en Nigel Mansell. Met een compressieverhouding van 11,3:1 levert de hoogtoerige krachtbron een vermogen van 520 pk (383 kW) bij 8500 toeren per minuut en een koppel van 471 Nm bij 6500 toeren per minuut. Dit komt overeen met een specifiek vermogen van 109,2 pk per liter – het hoogste van alle productieauto's met een atmosferische motor van dat moment.Het specifiek vermogen van een motor geeft de verhouding weer tussen het motorvermogen en de cilinderinhoud. Het specifiek vermogen zegt iets over het karakter van de motor, waarbij een hoog specifiek vermogen vaak sportievere karakteristieken met zich meebrengt.

De motor drijft de achterwielen aan en is gekoppeld aan een handgeschakelde versnellingsbak met zes versnellingen in het voor Ferrari traditionele H-patroon, uitgerust met een droge dubbele plaatkoppeling en een gelimiteerd slipdifferentieel. Omdat de techniek nog in de kinderschoenen stond, durfde Ferrari het met het oog op levensduur nog niet aan de F50 uit te rusten met de destijds recent geïntroduceerde semiautomatische F1-versnellingsbak met schakelflippers aan het stuur.

Rubberen brandstoftanks met een gezamenlijke inhoud van 105 liter zijn aan weerszijden van de motor gemonteerd. De motor is door middel van metalen subframes direct aan het chassis bevestigd. Dit heeft als voordeel dat gewicht wordt bespaard en stijfheid wordt vergroot; nadeel is dat deze montagewijze tijdens het rijden voor veel trillingen in de cockpit zorgt. De F50 is daarmee zeker geen comfortabele auto om te besturen.

Chassis Het chassis van de F50 is een monocoque opgetrokken uit koolstofvezel, kevlar en epoxyhars en geassembleerd in een honingraatstructuur, geproduceerd door het Amerikaanse Cytec Aerospace. Voor de constructie van een enkel chassis zette Cytec Aerospace 250 strekkende meter koolstofvezel en 500 meter nylonweefsel in elkaar in ongeveer 400 uur handwerk. Ondanks het lage gewicht van 101,6 kilogram is het chassis door deze constructie zeer torsiestijf, wat de bestuurbaarheid en hanteerbaarheid van de auto ten goede komt. De F50 heeft tandheugelbesturing.

De onafhankelijke wielophanging bestaat uit titanium duwstangen en draagarmen van ongelijke lengte,Wanneer draagarmen even lang zijn en evenwijdig geplaatst worden, zal het wiel bij inveren dezelfde hoek ten opzichte van de auto aanhouden. Door de bovenste arm korter te maken dan de onderste ontstaat een trapezium en zal het wiel bij inveren een beetje naar binnen kantelen, waardoor een negatief camber ontstaat. Wanneer de auto in een bocht overhelt (ten opzichte van de carrosserie veert het wiel dan eigenlijk in) draagt dat negatieve camber bij aan een stabieler bochtgedrag van de auto. schroefveren en gasgevulde telescopische schokdempers van Bilstein die elektronisch bediend kunnen worden. De F50 is uitgerust met Brembo gietijzeren remschijven, die zijn geperforeerd voor een betere koeling, en uitgevoerd met aluminium remklauwen. Hulpsystemen als een antiblokkeersysteem, rembekrachtiging en stuurbekrachtiging heeft de F50 niet. Ferrari vond dit niet passen bij het puristische karakter van de F50.

Exterieur Pininfarina heeft met het ontwerp gekozen voor een duidelijke stijlbreuk met de voorganger van de F50: het uiterlijk is veel ronder en vloeiender dan dat van de F40. Inspiratie voor het ontwerp kwam onder andere van de conceptauto Ferrari Mythos, een eerder ontwerp van Ramaciotti. Het front van de F50 heeft een relatief kleine grille, maar forse koelopeningen tussen de koplampen. Ook aan de zijkanten, tussen de portieren en de achterwielen, zijn koelsleuven opgenomen die de stroomsnelheid van de koelende buitenlucht vergroten.

De F50 heeft een afneembaar dak (een zogenaamd targa-dak), waardoor de auto open gereden kan worden, en het dak is zo ontworpen dat de auto in dichte toestand als een volwaardige coupé door het leven kan gaan. Aangezien het afneembare dak nergens in de auto kan worden opgeborgen – de enige bagageruimte aan de voorzijde van de auto heeft het formaat van een schoenendoos – leverde Ferrari de F50 inclusief een canvas dak, dat als het niet gebruikt wordt achter de stoelen opgeborgen kan worden en met riemen op zijn plaats wordt gehouden.

De 18 inch wielen zijn voor de F50 ontwikkeld door Goodyear. De achterbanden (type 335/30 ZR-18) zijn breder en hebben een grotere diameter dan de voorbanden (type 245/35 ZR-18). De bijbehorende vijfspaaksvelgen, gefabriceerd door de Italiaanse fabrikant Speedline, zijn van een magnesiumlegering.

Het overgrote deel van de 349 verkochte F50's is geleverd in de kleur Rosso Corsa (rood, 302 stuks). Er bestaan ook exemplaren in Giallo Modena (geel, 31 stuks), Rosso Barchetta (donkerrood, 8 stuks), Argento Nurburgring (zilver, 4 stuks) en Nero Daytona (zwart, 4 stuks).

Interieur Het interieur van de F50 is met het oog op gewichtsvermindering vrij spartaans uitgevoerd. Zo bestaat het dashboard uit een koolstofvezelpaneel, slechts onderbroken door drie ventilatieopeningen, en is dit materiaal door het gehele interieur terug te vinden. De bovenzijde van het dashboard is afgewerkt met alcantara. Het sportstuur, gefabriceerd door het Milanese MOMO, heeft geen airbag.