Cornelis (Cees) Sipkes (Haarlem, 22 oktober 1895 - Oostvoorne, 2 januari 1989)De naam wordt ook gespeld als: Kees (bijv. door Coesèl 2007, door Adriani en Lensink 1985, door Holthuizen en Wolters 2015 en door Sipkes 1989. Geboorte- en sterfdata etc: geboorte, overlijdensbericht in Het Vrije Volk, 3 januari 1989 (via Delpher); ook: 'C. Sipkes (93), florist in hart en nieren, overleden,' Het Vrije Volk, 4 januari 1989 (via Delpher) en Sipkes 1989 was een Nederlandse plantenkweker en florist, die zich ontwikkelde tot tuinarchitect. Als kenner van inheemse wilde planten was hij een pionier op het gebied van de aanleg van heemtuinen en liet hij zich ook uit over beheer en inrichting van natuurterreinen, met name duingebieden.Coesèl 2007; verschillende bronnen duiden hem aan als "tuin- en landschapsarchitect", bijv. Noë 1975 in: Gorter-ter Pelkwijk e.a. 1975, p. 18 en: rkd (landschapsarchitect) (geraadpleegd 2015-10-30); zie ook: Smith 2003; Buizer 2008, p. 14 noemt hem: plantenliefhebber en 'natuuradviseur'. Adriani en Lensink 1985, p. 251 duiden hem uitdrukkelijk aan als "tuin- en landschapsarchitect (BNT)". Holthuizen en Wolters 2015 beschrijven hem als landschapsarchitect en allround botanicus. Op zijn eigen briefpapier staat: tuinarchitect (in te zien bij "Special Collections" van UB WUR). Gearchiveerd op 7 maart 2016.
Biografie Cees Sipkes groeide op in Haarlem. Zijn moeder was Therèse Johanna Voet. Zijn vader, Feiko Sipkes, kweekte aardbeien en bracht hem in contact met Jac. P. Thijsse, gezien Cees' voorkeur voor wilde planten. Na het gymnasium in Haarlem volgde Sipkes een opleiding aan de tuinbouwschool in Aalsmeer. Cees had een zuster die ruim anderhalf jaar jonger dan hij was.volgens deze genealogische informatie. Gearchiveerd op 9 juni 2023.
Kweken en wilde planten In 1918 begon Sipkes mede op aanraden van Thijsse een kwekerij van wilde planten. Hij noemde die "De Teunisbloem". Dat was een eerbetoon aan de hoogleraar Hugo de Vries, die op basis van kruisingen van de teunisbloem zijn mutatietheorie had bedacht. De kwekerij was gevestigd aan de Zijlweg tussen Haarlem en Overveen. Zijn uitgangspunt was, dat de wilde flora in tuin en park kan worden toegepast. Menig tuinontwerp werd volgens deze conceptie door hem gemaakt en uitgevoerd.Schreuder 1989, p.1
Sipkes was al 24 toen de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) werd opgericht in 1920, en kon vanwege de leeftijdsgrens van deze bond geen lid meer worden. Maar hij fungeerde wel als begeleider op kampen. Hij was ook actief lid van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV).Coesèl 2007
In 1924 publiceerde hij een artikel in De Levende Natuur over het kweken van wilde planten.Sipkes 1924 Daarin zette hij uiteen dat hij niet alles kweekte, maar een "aantal soorten (had) uitgekozen die opvallen door schoonheid, bijzondere biologische eigenschappen, of omdat ze kenmerkend zijn voor het karakter van het landschap, geschikt voor rotspartijen, voor droge terreinen of voor duinen aan zee." (p. 15) Ook hier ontbreken de zelfgemaakte foto's (o.a. van planten op zijn eigen kwekerij) niet. Hij riep op om voorzichtig te zijn met het verzamelen van planten in het wild, tenzij er sprake is van "ontginningen" van natuurgebieden, waar hij dan weer graag van op de hoogte wilde worden gesteld.
In 1945 stopte Sipkes met "De Teunisbloem" en ging hij op Voorne wonen en werken. Hij werd er beheersadviseur van het Administratiefonds Rotterdam. Dit fonds beheerde een deel van Voornes Duin, een gebied vanaf 1927 in beheer bij het Zuid-Hollands Landschap. Hij trad tijdelijk ook als beheersadviseur op voor het duinterrein van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland op Voorne.Adriani en Lensink 1985, p. 252/3
Hij was behalve kweker en adviseur vier jaar docent aan de Hogere Opleiding voor Tuinarchitectuur te Boskoop.Preesman 1981, p. 5
Reizen Cees Sipkes reisde veel en hield voordrachten over zijn reizen, onder andere voor de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde. Voor die tijd opmerkelijk was zijn reis "in zijn eentje, op de fiets, met kampeerbagage en al, in 1920 naar Marokko en Algiers."Adriani en Lensink 1985, p. 252 Andere landen van Europa die hij bezocht tijdens zijn floristische reizen waren o.a. Engeland en Ierland, België, Frankrijk, Spanje, Italië en de Balkanlanden.
Hij schreef ook over zijn reizen, bijvoorbeeld over een (botanische) reis naar Westfalen in 1914, in De Levende NatuurSipkes 1919 en over een reis naar Zuid-Engeland in oktober 1920.Sipkes 1922 Hij verlevendigde zijn artikelen met zelfgemaakte foto's. In 1938 bezocht hij de streek rond Boulogne-sur-Mer in Frankrijk; in 1939 leidde hij er een excursie van de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging.Sipkes 1940
Huwelijk Sipkes trouwde op 11 oktober 1923 met Geurtje Max, 25 jaar, geboren te Haarlem, onderwijzeres; dit huwelijk werd 17 mei 1932 ontbonden door echtscheiding.huwelijk; zie ook deze genealogische informatie - de naam van de echtgenote wordt hier geschreven als Guurtje. Gearchiveerd op 9 juni 2023. Zijn tweede echtgenote was Bep Martens.
Werk thumb|300px|De aanleg van Thijsse's Hof; de linker persoon (met de wandelstok) is waarschijnlijk Leonard Springer; de rechter (de jongeman) Cees Sipkes
Thijsse's Hof In 1925 kreeg Sipkes de opdracht om Thijsse's Hof in Bloemendaal aan te leggen en te beplanten. Thijsse's Hof was de eerste heemtuin van Nederland, ontworpen door Leonard Anthony Springer in nauw overleg met Jac. P. Thijsse.van Eck 1975 in: Gorter-ter Pelkwijk e.a. 1975, p. 14; zie ook Over de geschiedenis van Thijsse's Hof (geraadpleegd 2015-10-30) en Holthuizen en Wolters 2015. De samenwerking met Springer moet niet altijd eenvoudig geweest zijn. Zo liet de gemeente Bloemendaal met toestemming van Springer veel voedselarm zand afvoeren en zwarte grond opbrengen. Daar was Sipkes (en ook Thijsse) tegen, omdat een grote voedselrijkdom voor een tuin van wilde planten door hem minder geschikt werd geacht.Noë 1975 in: Gorter-ter Pelkwijk e.a. 1975, p. 19 en Holthuizen en Wolters 2015, p. 21 Sipkes bleef zijn hele leven als bezoeker en adviseur betrokken bij de Hof en bracht ook vaak zaden en plantmateriaal mee.Holthuizen en Wolters 2015, p. 32
Tenellaplas "Op Voorne ontplooide Sipkes zijn talenten als natuurbeschermer en natuurbeheerder. Hij bezat een welhaast ongeëvenaarde kennis van de duinflora." In het kader van zijn functie bij het Administratiefonds Rotterdam legde Sipkes in 1949/1950 bij Rockanje in een gebied dat door de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog was afgeplagd en ontzand het heempark "De Tenellaplas" aan.Mededeling in De Kampioen, februari 1949; zie ook Pilon 1989, p. 28. Gearchiveerd op 9 juni 2023. Dit was een landschapstuin van enkele hectaren groot. In de tuin werd met een zandzuiger een 0,75 ha. grote duinplas uitgegraven met geleidelijk aflopende oevers. Daardoor ontstond een nat-vochtig-droog-gradiënt met een grote soortenrijkdom. Gegeven Sipkes belangstelling kwam er een groot aantal soorten orchideeën in de tuin. De strijd tegen de konijnen - een andere passie van Sipkes - kreeg hier ook veel aandacht.Adriani en Lensink 1985, p. 253
In de omgeving kwam op vrij grote schaal het zeldzame teer guichelheil Anagallis tenella voor.In 1970 publiceerde Sipkes een artikel over teer guichelheil in De Levende Natuur; zie Sipkes 1970 Dat inspireerde Sipkes tot de naam van het heempark.
Het gehele terrein omvatte ongeveer 3,5 ha. Sipkes hoopte dat er zich na het afgraven op de oostelijke flauw-glooiende oever een vegetatie zou kunnen ontwikkelen zoals die in jonge duinvalleien voorkomt, met (fraai) duizendguldenkruid Centaurium pulchellum, knopige vetmuur Sagina nodosa, parnassia Parnassia palustris, orchideeën en gentianen. Hij verwachtte dat als de konijnen zouden wegblijven de flora na ongeveer 6 jaar op haar hoogtepunt zou kunnen zijn.ongedateerde brief van Sipkes uit archiefje project 04.029 in TUIN (tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland) van "Special Collections" van Wageningen UR Library
Na 10 jaar was het terrein uitgegroeid tot het "instructief plantsoen 'De Tenellaplas'". Ook noemde Sipkes het toen al een "heempark", waarvan de aanleg - zo merkte hij op - weliswaar niet direct als 'natuurbescherming' gezien (kan) worden, maar toch in hoge mate de natuurbeschermingsgedachte bij de bezoekers bevordert, ons leert over het beheer van natuurterreinen en ons een richting van landschapsarchitectuur laat zien die door velen gewaardeerd wordt.Sipkes, C - "Het instructief park 'De Tenellaplas' bij Rockanje". Ongedateerd stencil in archiefje project 04.029 in TUIN (WUR Library); Sipkes meldt dat de opdracht tot aanleg van het park dateert van 1950, en hij schrijft over de ontwikkeling na "een 10-tal jaren", zodat het document gedateerd kan worden om en nabij 1960.
In 1981, hij was toen inmiddels 85 jaar oud, was Sipkes, "de man van de Tenellaplas" geworden. Terugkijkend op zijn leven vertelde hij met enige trots dat hij in 1925 de eerste was die in praktijk bracht dat wilde flora in tuinen en parken kon worden ingepast. Anno 1981 konden rond de Tenellaplas 160 soorten planten worden geteld, waaronder 20 soorten orchideeën, en was Sipkes nog niet van plan met zijn werkzaamheden in het heempark aan de Tenellaplas te stoppen.Preesman 1981; zie ook Pilon 1989, p. 28
Op zijn negentigste verjaardag mocht Sipkes Koningin Beatrix rondleiden langs de Tenellaplas.Pilon 1989, p. 28
Er is wel geopperd dat de activiteiten van Sipkes rond de Tenellaplas ook wel tot vormen van floravervalsing hebben geleid. Zo wordt algemeen aangenomen dat hij de maretak Viscum album op Voorne introduceerde.Smith 2003 Bij een excursie van het laboratorium Technische Botanie uit Delft in 1956 toonde Sipkes vol trots de zaailingen van Viscum op enkele populiertjes bij de Tenellaplas (herinnering F. Lippe 2018). In een interview in 1981 zei hij: "En, afgezien van een enkel ongelukje vindt (sic) ik het een aanwinst, wanneer planten zich vanuit het park in de omgeving verspreiden."Preesman 1981, p. 6 In 1984 ging Sipkes in een artikel in De Levende Natuur in op het vraagstuk van het risico van "ontsnappingen" uit heemtuinen en botanische collecties.Sipkes 1984 Een jaar later besprak ook Londo dit vraagstuk uitgebreid in een artikel in het "Sipkes-nummer" van het tijdschrift Gorteria.Londo 1985
Andere werkzaamheden In 1979 leverde Sipkes een bijdrage aan het ontwerp van de heemtuin "Hof van Piershil" in het dorp Piershil in de Hoeksche Waard.Heemtuin Hof van Piershil. Gearchiveerd op 13 juni 2021.
Sipkes heeft ook veel zorg besteed aan het duinterrein rondom het biovakantieoord te Bergen aan Zee.Adriani en Lensink 1985, p. 254 Hij werkte er veertig jaar aan de loofhoutbeplanting van het Russenduin.Pilon 1989, p. 27
Sipkes vereerd en vernoemd Sipkes is op verschillende manieren vereerd.
Zo is er een cultivar van de Italiaanse cipres Cupressus sempervirens naar Sipkes genoemd: Cupressus sempervirens 'Cees Sipkes' (synoniem: Cupressus sempervirens 'Anja').Over C. sempervirens 'Cees Sipkes'. Gearchiveerd op 12 juni 2018.
Ook is in de duinen van Voorne een pad door de duinen ("slag") naar Sipkes genoemd. Het Zuid-Hollands Landschap vernoemde in 1960, ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag, de "C. Sipkesslag" naar hem.Adriani en Lensink 1985, p. 251; C. Sipkesslag op Openstreetmap. Gearchiveerd op 12 juni 2018.
Sipkes werd vanwege zijn bijzondere verdiensten benoemd tot erelid van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Hij was buitengewoon lid van de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur.Pilon 1989, p. 26 Hij ontving in december 1977 de Heimans en Thijsse Prijs, ingesteld door de Heimans en Thijsse Stichting. Bij die gelegenheid noemde Victor Westhoff hem "een onvervalste en waardige nazaat van Heimans en Thijsse".Geciteerd bij Coesèl 2007