Het Verdrag van Maastricht, officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie, kortweg EU-Verdrag is het stichtingsdocument van de Europese Unie. Het werd op 7 februari 1992 in Maastricht ondertekend door de (gevolmachtigde) ministers van Financiën en ministers van Buitenlandse Zaken van de twaalf lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap. Zij tekenden in kader van twee Intergouvernementele Conferenties (IGC's): een voor de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en een voor de ontwikkeling van een Europese Politieke Unie.
De lidstaten waren over de inhoud van het verdrag tot overeenstemming gekomen tijdens een topontmoeting op 9 en 10 december 1991 in Maastricht. Het verdrag trad op 1 november 1993 in werking. Met het in werking treden van het verdrag werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) hernoemd tot Europese Gemeenschap (EG). De Europese Economische Gemeenschap (EEG), Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) werden samen onderdeel van de eerste pijler van de - via het Verdrag van Maastricht - nieuw op te richten Europese Unie (EU).
Met het verdrag droegen de lidstaten op nieuwe beleidsterreinen bevoegdheden over aan de Europese Unie. Ook zorgden ze ervoor dat het Europees Parlement op verschillende beleidsterreinen medewetgever werd binnen de EU-besluitvorming. De beleidsterreinen waarover het Europees Parlement kon meebeslissen werden later met het Verdrag van Amsterdam (1997) en het Verdrag van Lissabon (2007) verder uitgebreid.
Een van de hoofdafspraken binnen het Verdrag van Maastricht betrof de oprichting van de Economische en Monetaire Unie. Besloten werd dat op termijn en in fasen een Europese eenheidsmunt zou worden ingevoerd. Het monetaire beleid zou daarbij in handen komen van de - in 1991 nog op te richten - Europese Centrale Bank. In het Verdrag van Maastricht werd de datum vastgelegd waarop de munt uiterlijk zou worden ingevoerd: 1 januari 1999.Regeling dat de munt uiterlijk op 1 januari 1999 tot stand moest komen: Verdrag van Maastricht, artikel 109J punt 4 en het Protocol betreffende de overgang naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie. De lange voorgeschiedenis van de Economische en Monetaire Unie is uitgebreid gereconstrueerd in: Kenneth Dyson & Kevin Featherstone, The Road to Maastricht. Negotiating Economic and Monetary Union. Oxford University Press 1999.
Het Verdrag van Maastricht behoort sinds 2018 tot het Europees erfgoed.'Verdrag van Maastricht heeft Europees Erfgoedlabel' op europa-nu.nl, 9 mei 2018.
Onderhandelingen
Op 1 juli 1991 nam Nederland het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen op zich. Het kabinet-Lubbers III wilde, na het ondertekenen van de Verdragen van Schengen een jaar eerder, de Europese integratie opnieuw een flinke stap vooruit helpen. De bedoeling was om tijdens het Nederlandse voorzitterschap overeenstemming te bereiken met de andere lidstaten over verdergaande samenwerking – ook op niet-economisch terrein – en te komen tot een verdrag met een blauwdruk voor een Economische en Monetaire Unie (EMU) en een Europese Politieke Unie (EPU). De EMU, met als doel de invoering van één munt en één centrale bank, stond al sinds 1988 op de agenda. De EPU, het gezamenlijk naar buiten treden van de lidstaten op terreinen als defensie en buitenlandse zaken, was in 1990 als doelstelling geformuleerd.
Voorafgaand en tijdens de "Europese top" in Maastricht vond intensief diplomatiek overleg plaats, waarbij onder anderen de Nederlandse topdiplomaat Ronald van Beuge een belangrijke rol speelde. Minister-president Ruud Lubbers telefoneerde in het rond en reisde langs de Europese hoofdsteden om iedereen op één lijn te krijgen. Vice-premier en minister van financiën Wim Kok voerde het "kwartje van Kok" in om het begrotingstekort terug te dringen en zo het goede voorbeeld te geven voor de beoogde begrotingsdiscipline. Minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek en staatssecretaris Piet Dankert leden aanvankelijk een zware nederlaag met het door hun ministerie opgestelde eerste verdragsontwerp, dat bij een bijeenkomst in Brussel van ministers van buitenlandse zaken op 30 september door een overgrote meerderheid werd weggestemd omdat het te federaal zou zijn ("zwarte maandag").'Zwarte Maandag' op anderetijden.nl, 8 juni 2004. Een week later waren de voortekenen nog steeds ongunstig bij een informele bijeenkomst van dezelfde ministers op Kasteel de Haar. Op 12 november kwamen de ministers bijeen in Noordwijk en was het tij gekeerd. De Nederlanders grepen uiteindelijk terug naar een eerder dat jaar door de Luxemburgers opgestelde tekst, waar het nodige aan werd bijgeschaafd. De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, had zich echter negatief over deze tekst uitgelaten. (2007): Maastricht. Het Verdrag. The Treaty, pp. 38-43, 56. Gemeente Maastricht / Ministerie van Buitenlandse Zaken (onderdeel van "Maastricht celebrates Europe"; beperkte oplage). (online tekst op zichtopmaastricht.nl, gearchiveerd op 24 september 2018). Begin december liet Delors weten op te stappen als "Maastricht" onvoldoende resultaat zou opleveren., 'Top van Maastricht wellicht mijlpaal in geschiedenis EG'. In: Reformatorisch Dagblad, 7 december 1991.
thumb|De vergaderlocatie: het Statengebouw van het Limburgs Gouvernement aan de Maas thumb|Na het akkoord: persconferentie in het MECC, 11 dec. 1991, ca. 02:00u 's nachts.Van links naar rechts: ?, Wim Kok, Hans van den Broek, Jacques Delors en Ruud Lubbers Op 9 en 10 december kwam de Europese Raad van regeringsleiders bijeen voor een topconferentie ("Europese top" of "Eurotop") in het Gouvernement aan de Maas in Maastricht. Ook een groot aantal andere ministers waren bij het overleg aanwezig. Voor dat doel was de ronde feestzaal in het Statengebouw van het provinciehuis ("Limburgs Gouvernement") omgebouwd tot vergaderzaal. Het MECC-congresgebouw fungeerde als perscentrum.Van den Akker (2007), pp. 46-49. Koningin Beatrix ontving de Franse president François Mitterrand, de elf minister-presidenten van de andere lidstaten (waaronder Helmut Kohl en John Major), alsmede commissievoorzitter Delors voor een lunch in het kasteel-restaurant Neercanne. Bij de besprekingen kwamen zowel de gezamenlijke munt als verdergaande politieke samenwerking en uitbreiding van het aantal lidstaten ter sprake. Tot op het laatste moment bleef het spannend of de bijeenkomst met een positief resultaat kon worden afgesloten. Duitsland, dat veel belang hechtte aan een stabiele munt, was bereid de Duitse mark op te geven in ruil voor Franse steun voor de Duitse hereniging. Zoals verwacht toonde het Verenigd Koninkrijk zich de grootste tegenstander van een federaal Europa. Een groot struikelpunt was het gebruik van het woord "federaal" in de openingsparagraaf bij de omschrijving van het uiteindelijke doel van de Europese Unie. Het werd pas acceptabel nadat dat woord was vervangen door "an ever closer union". Premier Major ging akkoord met het nieuwe EU-verdrag op voorwaarde dat de Britten later alsnog konden afhaken (de "opt-out"). Al in 1992 maakte het land van die mogelijkheid gebruik om niet mee te doen met de gezamenlijke munt. Ook de sociale paragraaf stuitte bij de Britten op onoverkomelijke bezwaren en werd om die reden buiten het verdrag gehouden. De andere elf lidstaten zouden dit Europees Sociaal Handvest als een afzonderlijk verdrag ondertekenen. De Europese Politieke Unie bleek in Maastricht een brug te ver; op dit gebied werd weinig voortgang geboekt. Na twee dagen moeizaam onderhandelen kon de Maastrichtse Eurotop op 11 december 1991 om half 2 's nachts worden afgesloten met een akkoord.Van den Akker (2007), pp. 5, 56-68.
Ondertekening van het Verdrag van Maastricht thumb|Overzicht van landen die het verdrag in 1992 ondertekenden. In de rood gekleurde landen vonden referenda plaats. Twee maanden later, op 7 februari 1992, vond de ondertekeningsceremonie plaats in hetzelfde gebouw waar de onderhandelingen hadden plaatsgevonden, ditmaal in de Statenzaal. Dat de ondertekening in Maastricht zou plaatsvinden – en daardoor de naam van die stad zou dragen – was niet vanzelfsprekend, omdat op dat moment Portugal het voorzitterschap van Nederland had overgenomen. De Portugezen waren echter net lid en hadden hun handen vol aan de organisatie van hun eerste topconferentie. Ze stemden er daarom in toe dat de ceremonie in Maastricht plaatsvond. De handtekeningen onder het verdrag werden gezet door de gevolmachtigde ministers van de twaalf toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschappen, in de meeste gevallen de ministers van buitenlandse zaken en die van financiën:Van den Akker (2007), 69. voor België: Mark Eyskens en Philippe Maystadt voor Denemarken: Uffe Elleman-Jensen en Anders Fogh Rasmussen voor Duitsland: Hans-Dietrich Genscher en Theodor Waigel voor Frankrijk: Roland Dumas en Pierre Bérégovoy voor Griekenland: Antonis Samaras en Efthymios Christodoulou voor Ierland: Gerard Collins en Bertie Ahern voor Italië: Gianni De Michelis en Guido Carli voor Luxemburg: Jacques Poos en Jean-Claude Juncker voor Nederland: Hans van den Broek en Wim Kok voor Portugal: João de Deus Pinheiro en Jorge Braga de Macedo voor Spanje: Francisco Fernández Ordóñez en Carlos Solchaga Catalán voor Verenigd Koninkrijk: Douglas Hurd en Francis Maude'Treaty on European Union, Official Journal C 191, 29 July 1992' op eur-lex.europa.eu. Norman Lamont, de Britse minister van Financiën, weigerde het Verdrag persoonlijk te ondertekenen. Hij kon niet verdragen dat zijn handtekening voor altijd op het Verdrag zou prijken. Francis Maude, de Financial Secretary to the Treasury, kwam in zijn plaats naar Maastricht.Norman Lamont, In Office. Warner books, 2000 (paperback), 135-136. 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px
Ratificatie van het Verdrag van Maastricht thumb|175px|Ierse oproep om "no" te stemmen in het referendum In de periode tussen de ondertekening en inwerkingtreding van het verdrag vonden volksraadplegingen plaats in drie van de twaalf lidstaten. Op 2 juni 1992 stemde een kleine meerderheid van de Denen tegen het verdrag. Door deze onverwachte uitslag kwam ratificatie op losse schroeven te staan, aangezien het verdrag alleen in werking kon treden als alle landen instemden. Op 18 juni stemden de Ieren vóór ratificatie en op 20 september deden de Fransen hetzelfde. Voor de Denen werden op de Europese top van Edinburgh in december 1992 enkele uitzonderingen gemaakt, waarna een meerderheid van de Denen bij een tweede referendum op 18 mei 1993 vóór het verdrag stemde.1991, 1992 en 1993 op europa.eu (The history of the European Union).
Na het eerste Deense referendum gingen Jacques Delors en de Europese Commissie over tot beleidswijzigingen. Wetgevingsprocessen werden afgestoten in de richting van de nationale staten en pogingen werden ondernomen om het wetgevende werk van de Europese Commissie meer open en transparant te maken.Desmond Dinan, Ever Closed Union? An Introduction to the European Commission. MacMillan, 1994, 187-190. John Major vertraagde het Britse parlementaire debat over de ratificatie tot ná het tweede Deense referendum. In de tussentijd verleenden de twaalf lidstaten tijdens een topbijeenkomst in Edinburg aan Denemarken nadere uitzonderingsposities op het terrein van de EMU en het gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidsbeleid. Na een Deense regeringswisseling werd het tweede Deense referendum gewonnen met een comfortabele 56,8%.Desmond Dinan, Ever Closer Union? An Introduction to the European Community. MacMillan, 1994, 190-193.