thumb|De Leidse ingenieursschool was gevestigd in de Faliede Bagijnkerk (nu Rapenburg 70). thumb|Zaal in de voormalige Faliede Bagijnkerk, waar door Van Ceulen rond 1600 ook schermles werd gegeven. De Leidse ingenieursschool of School voor Nederduytsche Mathematique was de eerste Nederlandse ingenieursschool voor opleiding tot militair ingenieur en vestingbouwer, gesticht in 1600 aan de Universiteit te Leiden.
De ingenieursopleiding aan de Universiteit Leiden heeft met onderbreking tussen 1681 en 1701 voortbestaan tot in de eerste helft van de 19e eeuw. In 1825 werd de school omgevormd tot het Industrie College, dat in 1843 werd opgeheven nadat in Delft de Koninklijke Akademie te Delft was begonnen.
Historie Oprichting thumb|left|upright|Prins Maurits In 1600 stichtte prins Maurits een ingenieursschool aan de universiteit te Leiden voor opleiding tot militair ingenieur of vestingbouwer op advies van Simon Stevin.Guy Janssens, Ann Marynissen (2005). Het Nederlands vroeger en nu. p. 117 De opleiding kreeg de naam Nederduytsche Mathematique, en was uniek in Europa.
De school werd gesticht halverwege de Tachtigjarige Oorlog, in een periode van voorspoed. Maurits had met zijn Veldtocht van 1597 zijn succesvolste veldtocht ooit, en in de opvolgende twee jaar gebeurde er aan Staatse zijde weinig. Voor het continueren van zijn succes zon Maurits op duurzame oplossingen. Met de wetenschappelijke aanpak, en opleiding van ingenieurs zag hij mogelijkheden om de oorlog te beëindigen en het land weer op te bouwen. Hij werd in deze zaken bijgestaan door Simon Stevin, die vond dat de ingenieurswerk van een stevig theoretisch fundament voorzien diende te worden, en dit begon met opleiding. Gezamenlijk gaven zij de aanzet tot de oprichting van de eerste ingenieursopleiding in Holland.Barry Koren. "Numerieke Wiskunde: Wetenschap en Gereedschap," 2010
thumb|upright|Instructie voor de Duytsche Mathematique, 1600 (1/6) Voor deze school schreef Simon Stevin ook een instructie. Op verzoek van de prins schreef hij voor, dat de lessen in het Nederlands moesten worden gegeven.J.A. Bruggemans. "TH Delft tot 1956" op Nationaal Archief, Den Haag 1983. (Tekst CC0). Deze instructie begint met de volgende tekst (zie afbeelding):
Enkele jaren later bundelde Stevin het lesmateriaal en eerdere enige publicaties in het boek Wisconstighe Ghedachtenissen, uitgegeven in meerdere delen in 1605 en 1608.Wisconstighe gedachtenissen door Simon Stevin op dbnl.org. Gearchiveerd op 8 februari 2023. Deze werken bevatten een scala aan onderwerpen van astronomie, kosmografie, trigionomie, navigatie op zee, rekenkunde, statistica, mechanica en grondmechanica tot tekenen van geometrische figuren en perspectief en zelfs iets over boekhoudkunde.Van den Heuvel, Charles. "De vesting als mathematisch en cultureel kennissysteem. Het onderwijs in de vestingbouw aan hovelingen, kooplui en ambachtslieden in de Hollandse Republiek (17de eeuw)." Scientiarum Historia: Tijdschrift voor de Geschiedenis van de Wetenschappen en de Geneeskunde 32.1 (2006): 99-117.
Als eerste twee lectoren aan deze ingenieurschool waren aangesteld Ludolf van Ceulen en Simon Fransz van Merwen.Antoine Lipkens. "Het 50-jarig jubileum van de Koninklijke Akademie en Polytechnische School te Delft." in: De Ingenieur, 1892. p. 673 Ludolph van Ceulen was in 1600 benoemd tot hoogleraar zowel aan de Leidse universiteit als aan de bijbehorende ingenieursschool voor de lessen in de rekenkunde, landmeetkunde en vestingbouw. Zowel de ingenieurs als de technisch/wetenschappelijke docenten hadden weinig aanzien aan de universiteit, omdat ze veelal (zo ook Van Ceulen) geen academische opleiding hadden genoten. Bovendien doceerden zij in de spreektaal (Nederlands dus) in plaats van in het Latijn.
In 1604 had de beroemde architect, vestingbouwkundige en schilder Hans Vredeman de Vries geprobeerd een aanstelling te verkrijgen om wiskunde te doceren aan de Universiteit van Leiden. Dat ging niet door en hij verhuisde in 1607 naar Hamburg waar hij twee jaar later overleed.
Ontwikkeling in de 17e en 18e eeuw thumb|Hoogleraar F. van Schooten jr. De eerste twee lectoren van de Leidse ingenieursschool overleden beiden in 1610 en werden opgevolgd door Frans van Schooten de oudere, en later door diens zoon Frans van Schooten jr. en zijn halfbroer Pieter of Petrus. Zij namen tot 1680 het onderwijs voor hun rekening.Harry Lintsen (red.), "De opleiding van staatstechnici 1600-1748: ingenieurs en landmeters," in: Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel V. Techniek, beroep en praktijk. Walburg Pers, Zutphen 1994. J. de Parival (1661) beschreef een van de lessen van Van Schooten jr. in zijn De Vermaecklijkheden van Hollandt met de volgende woorden:
In de eerste helft van de 17e eeuw leidde de ingenieursschool een "stabiel en kleurrijk bestaan binnen de universiteit." Hietbrink (2012) vat samen:
De Leuvense hoogleraar Geert Vanpaemel suggereert dat de Leidse ingenieursschool in de eerste helft van de 17e eeuw wellicht ook van invloed is geweest op de publicatie van verschillende architectuur- en fortificatietractaten door lokale privaatdocenten. In die tijd verscheen in Leiden van de Duitse schrijver en architectuurtheoreticus Nicolaus Goldmann, Elementorvm Architectvrae Militaris Libri IV in 1643 en La Nouvelle Fortification in 1645; en van Adam Freytag het Architectvra Militaris Nova et aucta in 1642. In Amsterdam publiceerde Andreas Cellarius het Architectvra Militaris in 1645 en van Matthias Dögen het Architectvra Militaris Moderna in 1647.Geert Vanpaemel. "Michiel-Florent Van Langren (ca. 1600-1675) als ingenieur en astronoom,"in: Studium 1 (2008) 13-31 Na de beëindiging van de Tachtigjarige Oorlog werd de opleiding tot militaire ingenieur en vestingbouwer van minder belang, en ging zich meer richten op landmeters.
Geleidelijk groeide bij de leerkrachten het verzet tegen het doceren in de landstaal. Aan dit verzet nam Petrus van Schooten, die in 1660 de leerstoel van zijn overleden halfbroer Frans van Schooten jr. had overgenomen, de leiding. De kwestie liep zó hoog op, dat het Curatorium in de zaak werd betrokken. In 1669 kregen de docenten van de curatoren toestemming om lessen in het Latijn te geven, zoals toen gebruikelijk was aan de universiteiten. Dit besluit betekende in 1681 het einde van de opleiding, omdat de meeste leerlingen niet voldoende vooropleiding hadden om lessen in een vreemde taal te volgen.
De 8 mei 1681 sloot de ingenieursschool haar deuren en bleef twintig jaar gesloten tot 1701. Gerrit van Dijk (2015) stelt hierover:
In de 18e eeuw kwam er naast de ingenieursschool ook enige krijgs- en artilleriescholen. In 1735 deed kolonel Sebastiaan Glabbeek, commandant van de Nederlandse artillerie, een voorstel tot het oprichten van krijgs- en artilleriescholen. Zijn voorstel werd verworpen. In 1789 deed Paravicini di Capelli, eveneens commandant van de Nederlandse artillerie, opnieuw een voorstel tot de oprichting van artilleriescholen. De staten gaven daarop toestemming tot het stichten van drie artilleriescholen, die gevestigd werden in Zutphen, Breda en 's-Gravenhage.
Laatste dagen in de 19e eeuw Onder het bewind van Lodewijk Napoleon Bonaparte werd in 1806 voorgesteld om van de ingenieursschool een polytechnische school te maken, naar voorbeeld van de École Polytechnique opgericht in 1794 in Parijs. Dit plan sneuvelde echter.
Sinds 1763 was Johannes Arent Fas (1742-1817) in Leiden aangesteld als lector in de wiskunde, en hij 52 jaar lang een stabiele kracht in de ingenieursschool. Hij doceerde in de moedertaal, en gaf sinds 1796 ook les in sterren- en zeevaartkunde. Van Dijk (2015) beweert dat met Fas' emeritaat in 1815 de ingenieursschool werd gesloten.Van Dijk (2015, p. 33)
Volgens Koren (2010), liep de ingenieursschool nog tien jaar verder, en werd in 1825 omgezet in het Industrie College. Deze ingenieursopleiding liep tot 1843, en werd opgeheven nadat in Delft de Koninklijke Akademie ter opleiding van burgerlijk ingenieurs – de huidige TU Delft – was gestart. Rond dezelfde tijd was de Leidse hoogleraar Anthony Hendrik van der Boon Mesch in Leiden voor de industrie met technisch-chemisch onderwijs gestart, wat wel succesvol was.Harry Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel V. Techniek, beroep en praktijk. Walburg Pers, Zutphen 1994. p. 249. Gearchiveerd op 30 januari 2023.
Staf en studenten Simon Stevin, initiator van de Leidse ingenieursschool Symon Fransz. van Merwen, lector aan de ingenieursschool van 1600 tot 1610 Ludolf van Ceulen, lector aan de ingenieursschool van 1600 tot 1610 Frans van Schooten sr., lector vanaf 1611 en hoogleraar aan de Universiteit Leiden vanaf 1615 Frans van Schooten (1615-1660), wiskundige en docent aan de Leidse ingenieursschool Petrus van Schooten (1634-1679), docent vanaf 1660, en later de leidinggevende. Hendrik Coets, gewoon lector Nederduytsche Mathematique van 1701 tot 1730Van Dijk (2015, p. 24) Wilhelmus la Bordus (1693-1757)Van Dijk (2015, p. 28)Zijn intreerede was: Willem la Bordus, Redenvoering over het nut der Wiskunde, Leyden: Samuel Luchtmans (1734) (fragment online) Adrianus Cuijpers (1714-1759)Van Dijk (2015, p. 31) Pibo Steenstra (†1788)Van Dijk (2015, p. 32) Johannes Arent Fas (1742-1817)
Publicaties Jantien Dopper. "Duytsche Mathematicque," in: Euclydes, 85, 6, p. 230-233. Charles van den Heuvel. "De vesting als mathematisch en cultured kennissysteem. Het onderwijs in de vestingbouw aan hovelingen, kooplui en ambachtslieden in de Hollandse Republiek (17e eeuw)," in: Scientiarum Historia 32 (2006), 99-117Dit werk bevat een hoofdstuk over "De Duytsche Mathematique en onderricht in vestingbouw voor ambachtslieden." Bron: Van den Heuvel (2006, p. 108-113) Krüger, J.H.J. " De Duytsche Mathematique in Leiden, 1600–1681," in: Actoren en factoren achter het wiskundecurriculum sinds 1600, Utrecht University Repository, 2014. p. 24-100.
Externe links De vijf academies op onderwijserfgoed.nl Stevin en de Ingenieursschool
Categorie:Technische wetenschappen Categorie:Universiteit Leiden