Artikel 117 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar het plegen van een aanslag op internationaal beschermd persoon,Verantwoording naam delict: , 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 117. voluit aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon.Officiële tekst op : "1. De aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie. 2. Indien de aanslag op het leven de dood ten gevolge heeft of met voorbedachte rade wordt ondernomen, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.". Gearchiveerd op 11 december 2015. De figuur van de 'aanslag' wordt in de Nederlandse strafwet uitsluitend gebruikt om de Nederlandse staat en staatsinrichting bijzondere bescherming te bieden.Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 79, paragraaf 2. Het misdrijf is in Titel III van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht opgenomen,Titel III draagt het opschrift: "Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen". dat "in dit verband de belangen van het diplomatiek en consulair verkeer tussen Nederland en andere staten beschermd."Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Titel III, paragraaf 1. Het is een staatsmisdrijf.
Totstandkoming Het huidige artikel 117 Wetboek van Strafrecht is nog van zeer recente datum. Het is ingevoerd bij Wet van 19 mei 1988Staatsblad 1988, 276. en trad op 4 januari 1989 in werking. De wetswijziging gaf uitvoer aan twee verdragen, namelijk het 'Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen met inbegrip van diplomaten'Originele tekst op wetten.nl. en het 'Internationaal Verdrag inzake het nemen van gijzelaars'Originele tekst op wetten.nl. Het artikel is bewust gebaseerd op de vergelijkbare misdrijven aanslag op de echtgenoot van de Koning (art. 108 Sr) en aanslag op bevriend staatshoofd (art. 115 Sr) en de begrippen 'aanslag op het leven' en 'aanslag op de vrijheid' hebben dan ook dezelfde betekenis als in die artikelen.Kamerstukken II 1983/84, 18349, nr. 3, p. 14. Wel is er bewust gekozen voor een lager strafmaximum (namelijk twaalf jaar gevangenisstraf) dan bij de voornoemde aanslagen vanwege het verschil in status tussen de beschermde personen.Kamerstukken II 1983/84, 18349, nr. 3, p. 15.
Aanslag op internationaal beschermd persoon In het wetboek wordt het delict omschreven als "de aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon wordt gestraft ...". Het begrip aanslag wordt nader gedefinieerd in artikel 79 Wetboek van Strafrecht.Volledige tekst artikel 79 Sr: "Aanslag tot een feit bestaat, zodra het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering, in de zin van artikel 45, heeft geopenbaard." Op grond van dit artikel wordt een poging tot het plegen van een aanslag op een bevriend staatshoofd gelijkgesteld met het voltooid delict. Door de poging gelijk te stellen met het voltooid delict kan de dader zich niet meer beroepen op de strafuitsluitingsgrond vrijwillige terugtred; door het begin van uitvoering is immers aan de delictsomschrijving reeds voldaan., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 79, aantekening 1a. Ook kan de dader geen aanspraak maken op de strafreductie van strafbare poging ex art. 45 Sr, simpelweg omdat artikel 45 niet van toepassing is.Artikel 45(2) Sr luidt: Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
Delictsbestandsdelen (lid 1) De aanslag moet gericht zijn op het leven. Het omvat mede doodslag en levensberoving op verzoek. Niet strafbaar onder dit artikel is hulp bij zelfdoding, omdat daar de handeling van de dader niet direct gericht is op het beëindigen van het leven en het gevolg (de dood) in beginsel niet vast staat. Ook andere misdrijven waarbij de dood een indirect gevolg is vallen niet onder de noemer op het leven.Bijvoorbeeld (zware) mishandeling met de dood tot gevolg., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 117, aantekening 2 juncto, Artikel 92, aantekening 4. De in het eerste lid genoemde aanslag op het leven ziet wel alleen op de (niet-succesvolle) poging daartoe; indien de aanslag op het leven wel succesvol is valt deze onder het tweede lid. Ook een poging tot moord valt onder het tweede, en dus niet het eerste, lid., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 117, aantekening 2 juncto 108, aantekening 1.
Met op de vrijheid gericht omvat de delicten uit Titel XVIIITitel XVIII Sr draagt het opschrift "Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid". van het Wetboek van Strafrecht. Fokkens beperkt de misdrijven uit deze titel echter alleen voor zover zij naar het normale spraakgebruik ook een 'aanslag op de vrijheid' kunnen worden genoemd., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 117, aantekening 2 juncto 108, aantekening 3. Hij sluit daarmee uit de delicten in: art. 273 Sr (mensenhandel); 274 Sr (slavenhandel); 275 Sr (schipper van een slavenschip); 276 Sr (schepeling van slavenschip); 277 Sr (vervrachten of verzekeren van schip voor slavenhandel) en 281(1) sub 1 Sr (schaking).In art. 281(1)(1) Sr. is sprake van toestemming bij het slachtoffer waardoor bezwaarlijk van een 'aanslag op de vrijheid' kan worden gesproken. Opmerkelijk is verder dat de categorie misdrijven waartegen in dit artikel bescherming geboden wordt groter is dan bij het misdrijf aanslag tegen de Koning, omdat de wet daar spreekt van een 'aanslag met het oogmerk om de Koning van zijn vrijheid te beroven'''. Een reden voor dit verschil wordt niet door de wetgever in de toelichting gegeven., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 108, aantekening 3.
De aanslag moet gericht zijn tegen een internationaal beschermd persoon. De wet geeft in artikel 87b Wetboek van Strafrecht een definitie van het begrip,Originele tekst op wetten.nl: "1. Onder internationaal beschermd persoon wordt verstaan een persoon vallende onder de omschrijving van artikel 1, eerste lid, van het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen, met inbegrip van diplomaten van 14 december 1973 (Trb. 1981, 69). 2. Onder internationaal beschermd persoon wordt mede verstaan een persoon vallende onder de omschrijving van artikel 1, onderdeel a of b, van het Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel van 9 december 1994 (Trb. 1996, 62), zoals aangevuld door het Facultatief Protocol van 8 december 2005 (Trb. 2006, 211).". Gearchiveerd op 11 december 2015. daarbij zoekt het aansluiting bij artikel 1(1) van het eerder genoemde 'Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen met inbegrip van diplomaten'Voorts: 'Verdrag van 14 december 1973'. en artikel 1 van het 'Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel'.Voorts: 'Verdrag van 9 december 1994'; originele tekst Tractatenblad op officielebekendmakingen.nl. Gearchiveerd op 15 juli 2019. Op grond van artikel 1(a) Verdrag van 14 december 1973 vallen staatshoofden, regeringshoofden en ministers van buitenlandse zaken en hun familie onder de noemer 'internationaal beschermd persoon'.Originele tekst artikel 1(a) Verdrag van 14 december 1973: "a. a Head of State, including any member of a collegial body performing the functions of a Head of State under the constitution of the State concerned, a Head of Government or a Minister for Foreign Affairs, whenever any such person is in a foreign State, as well as members of his family who accompany him;" Artikel 1(b) Verdrag van 14 december 1973 bevat echter een open norm, die per geval ingevuld dient te worden.Originele tekst artikel 1(b) Verdrag van 14 december 1973: "b. any representative or official of a State or any official or other agent of an international organization of an intergovernmental character who, at the time when and in the place where a crime against him, his official premises, his private accommodation or his means of transport is committed, is entitled pursuant to international law to special protection from any attack on his person, freedom or dignity, as well as members of his family forming part of his household;" De Nederlandse wetgever heeft in de goedkeuringswet voor het verdrag een niet-limitatieve beschrijving van deze categorie gegeven. Het gaat daarbij om "personen die «ingevolge het internationale recht» aanspraak kunnen maken op bijzondere bescherming tegen een aanslag op hun persoon, vrijheid of waardigheid."Kamerstukken II 18437 (R 1260), nr. 3, p. 11-12. Te denken valt bijvoorbeeld aan overige ministers en staatssecretarissen op bijzondere missie, functionarissen en afgevaardigden van de EU, NAVO of Raad van Europa, functionarissen van internationale hoven die in Nederland zijn gevestigd of personen die diplomatieke onschendbaarheid genieten. Op grond van artikel 1 Verdrag van 9 december 1994 zijn beschermd personen die "een operationeel-hiërarchische band met de Verenigde Naties, een van haar gespecialiseerde organisaties, of het Internationaal Atoomagentschap [hebben] ... Personeel van zelfstandig opererende intergouvernementele- of non-gouvernementele organisaties valt op grond van het bovenstaande buiten het beschermingsbereik van dit verdrag."Kamerstukken I en II 27454 (R 1668), nr. 1/41, p. 4. Echter, zal uiteindelijk in de meeste van voorbeelden per geval moeten worden gekeken of een persoon onder de noemer 'internationaal beschermd persoon' valt., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 87b, aantekening 3 en 4.; Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 117, paragraaf 7b.
Delictsbestandsdelen (lid 2) Het tweede lid voorziet in strafverzwaring indien de aanslag tegen het leven succesvol – en dus de dood ten gevolg heeft – of met voorbedachten rade is gepleegd. De vermelding van voorbedachten rade als strafverzwarende omstandigheid zorgt ervoor dat ook een poging tot moord bedreigd wordt met de hogere straf van het tweede lid.Een poging op het leven conform het eerste lid wordt met ten hoogste 12 jaren gevangenisstraf bedreigd, conform het tweede lid met levenslange gevangenisstraf of ten hoogste 30 jaar. Aangenomen wordt dat de strafverzwarende grond 'met voorbedachten rade' alleen geldt voor hen bij wie deze voorbedachten rade aanwezig is geweest of wetenschap daarvan had;, 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 117, aantekening 2 juncto 108, aantekening 4. de strafverzwarende omstandigheid 'de dood ten gevolge heeft' is geobjectiveerd en geldt daardoor voor allen die bij de aanslag betrokken zijn., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 108, aantekening 4; Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 115, paragraaf 6 en 8a juncto 108, paragraaf 8a.
Terroristisch oogmerk