Artikel 115 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar het plegen van een aanslag op bevriend staatshoofd,Verantwoording naam delict: , 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115. voluit aanslag op het leven of de vrijheid van een hoofd van een bevriende staat.Officiële tekst op wetten.nl: "1. De aanslag op het leven of de vrijheid van een hoofd van een bevriende staat wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie. 2. Indien de aanslag op het leven de dood ten gevolge heeft of met voorbedachten rade wordt ondernomen, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.". Gearchiveerd op 11 december 2015. De figuur van de 'aanslag' wordt in de Nederlandse strafwet uitsluitend gebruikt om de Nederlandse staat en staatsinrichting bijzondere bescherming te bieden.Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 79, paragraaf 2. Het misdrijf is in Titel III van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht opgenomen,Titel III draagt het opschrift: "Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen". dat "in dit verband de belangen van het diplomatiek en consulair verkeer tussen Nederland en andere staten beschermd."Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Titel III, paragraaf 1.Zie ook , 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 3: "uitdrukkelijk wordt thans in voormelde MvA opgemerkt, dat men in art. 118 e.v. ... niet het gezag als zodanig beoogt te beschermen." Het is een staatsmisdrijf.
Aanslag op bevriend staatshoofd In het wetboek wordt het delict omschreven als "De aanslag op het leven of de vrijheid van een hoofd van een bevriende staat wordt gestraft ...". Het begrip aanslag wordt nader gedefinieerd in artikel 79 Wetboek van Strafrecht.Volledige tekst artikel 79 Sr: "Aanslag tot een feit bestaat, zodra het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering, in de zin van artikel 45, heeft geopenbaard." Op grond van dit artikel wordt een poging tot het plegen van een aanslag op een bevriend staatshoofd gelijkgesteld met het voltooid delict. Door de poging gelijk te stellen met het voltooid delict kan de dader zich niet meer beroepen op de strafuitsluitingsgrond vrijwillige terugtred; door het begin van uitvoering is immers aan de delictsomschrijving reeds voldaan., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 79, aantekening 1a. Ook kan de dader geen aanspraak maken op de strafreductie van strafbare poging ex art. 45 Sr, simpelweg omdat artikel 45 niet van toepassing is.Artikel 45(2) Sr luidt: Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
Delictsbestandsdelen (lid 1) De aanslag moet gericht zijn op het leven. Het omvat mede doodslag en levensberoving op verzoek. Niet strafbaar onder dit artikel is hulp bij zelfdoding, omdat daar de handeling van de dader niet direct gericht is op het beëindigen van het leven en het gevolg (de dood) in beginsel niet vast staat. Ook andere misdrijven waarbij de dood een indirect gevolg is vallen niet onder de noemer op het leven.Bijvoorbeeld (zware) mishandeling met de dood tot gevolg., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 1 juncto, Artikel 92, aantekening 4. De in het eerste lid genoemde aanslag op het leven ziet wel alleen op de (niet-succesvolle) poging daartoe; indien de aanslag op het leven wel succesvol is valt deze onder het tweede lid. Ook (een poging tot) moord valt onder het tweede, en dus niet het eerste, lid., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 1 juncto 108, aantekening 1.
Met op de vrijheid gericht omvat de delicten uit Titel XVIIITitel XVIII Sr draagt het opschrift "Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid". van het Wetboek van Strafrecht. Fokkens beperkt de misdrijven uit deze titel echter alleen voor zover zij naar het normale spraakgebruik ook een 'aanslag op de vrijheid' kunnen worden genoemd., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 1 juncto 108, aantekening 3. Hij sluit daarmee uit de delicten in: art. 273 Sr (mensenhandel); 274 Sr (slavenhandel); 275 Sr (schipper van een slavenschip); 276 Sr (schepeling van slavenschip); 277 Sr (vervrachten of verzekeren van schip voor slavenhandel) en 281(1) sub 1 Sr (schaking).In art. 281(1)(1) Sr. is sprake van toestemming bij het slachtoffer waardoor bezwaarlijk van een 'aanslag op de vrijheid' kan worden gesproken. Opmerkelijk is verder dat de categorie misdrijven waartegen in dit artikel bescherming geboden wordt groter is dan bij het misdrijf aanslag tegen de Koning, omdat de wet daar spreekt van een 'aanslag met het oogmerk om de Koning van zijn vrijheid te beroven'''. Een reden voor dit verschil wordt niet door de wetgever in de toelichting gegeven., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 108, aantekening 3.
De aanslag moet gericht zijn tegen hoofd van een bevriende staat, de wet bevat zelf geen definitie van wie er onder het 'hoofd' van een bevriende staat moet worden gerekend. Wel bevat het Wetboek van Strafrecht in artikel 87a een definitie van 'bevriende staat', namelijk: "Onder een bevriende staat wordt verstaan een buitenlandse mogendheid waarmede Nederland niet in een gewapend conflict is gewikkeld."Originele tekst op wetten.nl. Gearchiveerd op 11 december 2015. Met bevriend wordt dus gedoeld op elke staat waar Nederland geen gewapend conflict mee heeft; de invulling van het begrip 'gewapend conflict' gebeurt feitelijk, er moet sprake zijn van gevechtshandelingen over en weer waarbij een voorafgaande oorlogsverklaring niet vereist is. Het is ook niet nodig dat Nederland diplomatieke of consulaire betrekkingen met de staat in kwestie heeft, noch dat er een "bijzondere vriendschappelijke band" tussen beide staten bestaat.Kamerstukken II 1975/76, 11249, nr. 6, p. 20. Wel moet het gaan om een "staten, die volledig subject van volkenrecht zijn", dat zijn staten die voor erkenning in aanmerking komen. Zij moeten voldoen aan de volkenrechtelijke eisen van: "de aanwezigheid van een bepaald grondgebied, een daar gevestigde bevolking en effectief overheidsgezag." Onder het hoofd valt diegene die, onverschillig de regeringsvorm, in de staat met het hoogste gezag bekleed is.Zie: , Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht: Volledige verzameling van regeeringsontwerpen, gewisselde stukken, gevoerde beraadslagingen, enz., Deel II, Tjeenk Willink: Haarlem 1891, p. 47: "In aanmerking komt hij die in elken staat, zoo onder republikeinschen als onder monarchalen regeringsvorm, bekleed is met het hoogste gezag." Fokkens meent dat daar ook de Paus en Bondspresident van Zwitserland onder vallen.De Bondspresident van Zwitserland is formeel geen staatshoofd, doch slechts voorzitter van de bondsraad., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 2. De figuur van de aanslag impliceert verder reeds opzet. Voor een veroordeling wegens het plegen van 'een aanslag tegen een bevriend staatshoofd' moet de dader zich ook bewust zijn van deze status van het staatshoofd én de aanslag opzettelijk gericht hebben tegen het staatshoofd.Kamerstukken II 1983/84, 18439, nr. 3, p. 10: "dat de dader zijn aanslag of aanranding richt op de in die artikelen bedoelde personen en dus weet, dat deze de daarin aangeduide status hebben. Zijn opzet moet op het treffen van die personen in die hoedanigheid zijn gericht."Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 115, paragraaf 6.
Delictsbestandsdelen (lid 2) Het tweede lid voorziet in strafverzwaring indien de aanslag tegen het leven succesvol – en dus de dood ten gevolg heeft – of met voorbedachten rade is gepleegd. De vermelding van voorbedachte rade als strafverzwarende omstandigheid zorgt ervoor dat ook een poging tot moord bedreigd wordt met de hogere straf van het tweede lid.Een poging op het leven conform het eerste lid wordt met ten hoogste 15 jaren gevangenisstraf bedreigd, conform het tweede lid met levenslange gevangenisstraf of ten hoogste 30 jaar. Aangenomen wordt dat de strafverzwarende grond 'met voorbedachten rade' alleen geldt voor hen bij wie deze voorbedachten rade aanwezig is geweest of wetenschap daarvan had;, 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 115, aantekening 5 juncto 108, aantekening 4. de strafverzwarende omstandigheid 'de dood ten gevolge heeft' is geobjectiveerd en geldt daardoor voor allen die bij de aanslag betrokken zijn., 'Wetboek van Strafrecht', Kluwer: gp, lemma Artikel 108, aantekening 4; Tekst en Commentaar Strafrecht, Kluwer: gp, lemma Artikel 115, paragraaf 6 en 8a juncto 108, paragraaf 8a.
Terroristisch oogmerk Een specifieke strafverzwarende omstandigheid voor de aanslag is te vinden in artikel 120a Wetboek van Strafrecht. Indien het misdrijf van artikel 115(1) Sr gepleegd wordt met een terroristisch oogmerk wordt de maximumstraf verhoogd van maximaal vijftien jaar gevangenisstraf naar levenslang of ten hoogste dertig jaar.Originele tekst op wetten.nl: "Indien een misdrijf, strafbaar gesteld in artikel 115, eerste lid, 116, 117, eerste lid, 117a of 117b, is begaan met een terroristisch oogmerk, wordt de in dat artikel bepaalde tijdelijke gevangenisstraf met de helft verhoogd en wordt, indien op het misdrijf een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren is gesteld, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren opgelegd.". Gearchiveerd op 11 december 2015. De definitie van een terroristisch oogmerk wordt in art. 83a Sr gegeven en luidt: "onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen."Zie: wetten.nl. Gearchiveerd op 11 december 2015. Het tweede lid van artikel 115 Sr is uitgesloten, omdat daar reeds de maximaal op te leggen straf voor geldt.
Samenspanning