De Belegering van Tsingtao (Duits: Belagerung von Tsingtau, Japans: 青島の戦い) vond plaats in het begin van de Eerste Wereldoorlog. De door het Duitse Keizerrijk gecontroleerde haven van Tsingtao (destijds ook Kiao-Chow genoemd, vandaag: Qingdao) was het aanvalsdoel van gecombineerde Japans-Engelse strijdkrachten. Tussen 13 september en 7 november 1914 doorstond het pachtgebied de belegering, totdat de laatste infanterieaanval de Duitsers tot overgave dwong. Het was in de Eerste Wereldoorlog de enige slag in Oost-Azië. Tijdens de slag werd in september de eerste gewapende strijd ooit geregistreerd tussen een vliegtuig en schepen.
Achtergrond miniatuur|links|Tsingtao in 1914 Duitsland verwierf de haven door de Weltpolitik, die voor het land een "plaats onder de zon" eiste. De Duitse invloed in China kende een begin na de dood van twee missionarissen. Duitsland eiste als compensatie de controle over het omliggende gebied. Na onderhandelingen werd overeengekomen dat het Duitse Keizerrijk het gebied voor een periode van 99 jaar zou pachten, te beginnen in 1898. Hierdoor konden de Duitsers hun invloed verder uitbreiden en bouwden de stad Tsingtao, met een haven. Deze haven werd de thuisbasis van het Oost-Aziatische Squadron van de Kaiserliche Marine, die in de eerste plaats gebruikt werd als bescherming voor Duits-Samoa.
De Britten zagen zich hierdoor bedreigd en "huurden" een eigen haven: Weihaiwei, evenals in de provincie Shandong; het Russische Rijk dan weer reserveerde Port Arthur voor zich en Frankrijk tenslotte controleerde Kwang-Chou-Wang. Ook Japan streefde naar het hebben van een kolonie op het Aziatische vasteland. Het werd alvast een handje geholpen door de Anglo-Japanse Alliantie, waardoor het Britse Rijk geen bezwaar meer maakte. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vroeg het Britse Rijk steun aan bondgenoot Japan. Japan wou maar al te graag meedoen, want het was de kans om de Duitse koloniën in de Stille Oceaan te veroveren.
Op 15 augustus 1914 stuurde de Japanse regering een ultimatum naar Duitsland waarin het de terugtrekking van alle Duitse oorlogsschepen uit Chinese en Japanse wateren en de overgave van Tsingtao eiste. Kamio Mitsuomi, commandant van de Japanse 18e Infanterie Divisie, was belast met de voorbereidingen voor het beleg. Na het verstrijken van het ultimatum op 23 augustus verklaarde Japan de oorlog aan Duitsland en op de 27ste van die maand begon de zeeblokkade van de Duitse kolonie.
Verloop De Britten brachten bij Tientsin, hun eigen concessiegebied, een kleine strijdmacht van 1.500 man samen die bij de Japanse belegeraars gevoegd zou worden. Marinesteun hadden de Duitsers niet meer, vanwege het vertrek van het Oost-Aziatische Eskader onder leiding van Maximilian von Spee, hierdoor kon de blokkade ongestoord verder gaan. De Japanners landden eerst in de Baai van Longkou, dat 130 km ten noorden van Tsingtao lag. Daar zetten ze een bevoorradingsbasis op. De hoofdlanding volgde enkele dagen later, op 18 september, dit keer in de buurt van de Baai van Laoshan, 25 km ten oosten van de stad. Deze militaire actie was een flagrante schending van de Chinese neutraliteit.
Bij de belegering van Tsingtao schreven de Japanners geschiedenis door voor het eerst met succes doelen te land en ter zee aan te vallen met vanaf een vliegdekschip, de Wakamiya, opstijgende vliegtuigen.
Door het slechte weer boekten de Anglo-Japanse landstrijdkrachten beperkte vooruitgang. Pas op 31 oktober lag de haven onder volledig beleg. De verdediging, onder leiding van gouverneur Meyer-Waldeck, beschikte over veel minder manschappen dan de belegeraars, 4.000 man waaronder Chinese koloniale troepen en Oostenrijk-Hongaarse matrozen van de SMS Kaiserin Elisabeth. Wel hadden ze enkele krachtige kanonnen, ingebouwd in gepantserde forten. Deze waren echter bedoeld om een aanval vanuit zee af te slaan. Vanaf eind oktober namen de Japanners de stad 10 dagen lang onder vuur, waarna de laatste infanterieaanval begon. Door de penibele situatie van de verdedigers en een tekort aan munitie gaf de gouverneur zich, samen met zijn troepen, op 7 november over.
De piloot Gunther Plüschow ontsnapte als enige, met het laatst overblijvende verkenningsvliegtuig, een Rumpler Taube. Hij publiceerde in 1916 een boek over zijn daaropvolgende odyssee, met onder andere gevangenschap in Engeland. De Duitsers verloren 624 man, waaronder 224 doden; 76 zwaargewonden werden aan de Engelsen overgedragen. De Japanners hadden 507 doden te betreuren. De Britten verloren 12 man en 53 soldaten raakten gewond. De Duitsers die zich hadden overgegeven, konden pas in 1920 naar hun heimat terugkeren, met uitzondering van 170 voormalige krijgsgevangenen, die besloten in Japan te blijven.
Na zijn ontsnapping uit Tsingtao bevond Gunther Plüschow zich tijdens zijn tocht naar huis aan boord van een schip dat door noodweer in Gibraltar moest aanleggen. Daar werd hij echter herkend en als krijgsgevangene door de Britten naar Engeland overgebracht, maar hij wist als enige Duitse krijgsgevangene van de Eerste Wereldoorlog ook daarvandaan te ontsnappen. Aan boord van de Prinses Juliana voer hij naar het neutrale Nederland en kon vervolgens naar huis terugkeren. Vervolgens werd hij in de twintiger jaren wereldberoemd door zijn ontdekkingsvluchten met de Tsingtau (een Heinkel HD 24 watervliegtuig) boven het zuiden van Zuid-Amerika en door het daaropvolgende boek en de gelijknamige filmdocumentaire Silberkondor über Feuerland (Zilveren condor boven Vuurland). Hij verongelukte in 1931 toen hij met de Tsingtau neerstortte in het Argentinomeer.
Foto's
Literatuur Waldemar Vollerthun (1920): Der Kampf um Tsingtau. Eine Episode aus dem Weltkrieg 1914/1918 nach Tagebuchblättern. Leipzig, G. Hirzel, via portal.dnb.de Berlijn: Verlag Ullstein & Co, 1916 Uit het Duits vertaald door Pauline de Chary. Londen: John Lane The Bodley Head, 1922
Tsingtao Categorie:Qingdao Categorie:Vliegdekschip Tsingtao Categorie:Veldslag tijdens de Eerste Wereldoorlog