De Griekse staatsschuldencrisis is een financiële crisis in Griekenland die in mei 2010 uitbrak. De regering van Giorgos Papandreou kreeg toen te maken met grote financiële tegenvallers. De Griekse overheid bleek jarenlang de financiële cijfers vervalst te hebben.
Het begrotingstekort van Griekenland bleek in januari 2010 niet 3,7% te bedragen, maar 12,7%. In april 2010 bleek het 13,7% te zijn. Griekenland had een schuld van 300 miljard euro, 113% van het Griekse bruto binnenlands product. Zowel christendemocratische als socialistische Griekse regeringsleiders bleken jarenlang te hebben gelogen over de stand van de Griekse overheidsbegroting. José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, probeerde het Europees parlement gerust te stellen met de opmerking dat Griekenland een "apart geval" was. Dat bleek niet waar te zijn. Al snel bleek dat ook Italië in een bijna onhoudbare schuldenpositie was gekomen. Portugal wankelde ook. Spanje had een vastgoedbubbel en Ierland een bankenbubbel. Het was allemaal het gevolg van de lage rente die de euro garandeerde. Hierdoor konden de mediterrane landen, waar de rente traditioneel hoger was, goedkoop geld lenen op de kapitaalmarkt. Via het bankwezen kwam dankzij de euro een goedkoop-geldstroom op gang van Noord naar Zuid. In mei 2010 kreeg Griekenland een bail-out van 110 miljard euro, terwijl de kredietwaardigheid van alle landen in financiële moeilijkheden verlaagd werd.Derk Jan Eppink, Het rijk der kleine koningen. Achter de schermen van het Europees parlement. Pelckman/Nieuw Amsterdam, 2015, 132-133. Derk Jan Eppink was in 2010 lid van het Europees parlement. Hij was lid van de Commissie Economische en Monetaire Zaken (Econ), de commissie die het meest met de eurocrisis te maken had.
De breuk in het vertrouwen in Griekse staatsobligaties veroorzaakte daardoor een kettingreactie, waarbij ook de terugbetaalbaarheid van schulden van andere zwakke eurolanden in twijfel werd getrokken. Bovendien hadden veel Europese banken veel Griekse staatsobligaties. Hiermee ontstond de Europese staatsschuldencrisis.
Mede als gevolg van de al oudere internationale kredietcrisis en voortgaande ongecontroleerde uitgaven raakte Griekenland in een grote financiële crisis, die ook gevolgen voor de rest van de eurozone had. Alleen met de hulp van de EU-landen en IMF kon voorkomen worden dat Griekenland failliet ging. De EU en het IMF schoten het land te hulp met leningen, maar in ruil daarvoor moest Griekenland het begrotingstekort terugdringen.
Voorgeschiedenis Griekenland had al van oudsher een zwak economisch bestel met veel corruptie, politieke cliëntelisme, grote inefficiënte staatsbedrijven, een grote staatsschuld, veel ambtenaren en beschermde markten en beroepen. De toetreding tot de euro beperkte de klassieke oplossing van een flinke devaluatie van de munt en een sanering met gedeeltelijke kwijtschelding van de staatsschulden. Er zijn genoeg voorbeelden van landen die dergelijke pijnlijke herstelprocessen hebben meegemaakt. Formeel zouden de eurolanden elkaars schulden niet garanderen. Minder kredietwaardige landen zoals Griekenland zouden door de financiële markt gedwongen worden meer rente te betalen en hierdoor gedwongen worden bezuinigingen en hervormingen uit te voeren om het vertrouwen te herstellen. In de praktijk ging de financiële wereld er echter toch van uit dat er een impliciete garantie vanuit Europa is voor de Griekse staatsobligaties. Hierdoor kreeg Griekenland toch bijna dezelfde lage rente als voor een Duitse staatsobligatie en groeide de Griekse staatsschuld. Het grootste deel van het geleende geld werd niet geïnvesteerd, maar gebruikt om lopende kosten en salarissen te betalen.
Lucas Papademos, gouverneur van de Griekse Centrale Bank van 1994 tot 2002, wordt door financiële waarnemers mede verantwoordelijk geacht voor de Griekse kredietcrisis. In 2004 verweten de ECB en Europees Commissaris voor Economische en Monetaire zaken Joaquin Almunia hem van 1997 tot 2003 de Griekse begrotingscijfers en schuldquote te hebben vervalst door overheidsschulden buiten de begroting te houden George Parker, Ralph Atkins Greece faces court action over false deficit figures, Financial Times, 2004 en deze te maskeren door de aankoop van valutaswaps bij de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs. Papademos zou dit hebben gedaan om Griekenland te formeel laten voldoen aan de convergentiecriteria die het Verdrag van Maastricht (1992) vereiste om in de eurozone te treden. Goldman Sachs details 2001; Greek derivative trades, Reuters, 22 februari 2010 Le Monde, 14 november 2011
Maart - mei 2010: crisis rond Griekse overheidsfinanciën thumb|Verloop prijzen CDS'en op Europese staatsleningen
In januari 2010 leidden twijfels omtrent de Griekse overheidsfinanciën tot een sterke daling van de koersen van Griekse staatsleningen; begin februari 2010 daalden ook de koersen van Portugese en Spaanse staatsleningen (hoewel in mindere mate). Sovereign debt worries rattle investors Het IMF raamde in februari 2010 dat de overheidsschuld van de landen van de G-20 in 2014 118% van het bruto binnenlands product (BBP) zouden bedragen; vóór de crisis was dit circa 80%. G-7 Vows to Keep Economic Stimulus Even as Budget Deficits Grow Vanaf februari 2010 kwam sovereign debt risk (het risico van leningen aan overheden) sterk in de belangstelling van de financiële markten te staan. The safety-net frays Deze spanningen kwamen onder meer tot uiting in de stijging van de prijzen van credit default swaps van staatsleningen van de landen aan wier soliditeit getwijfeld werd, zie nevenstaande grafiek.De verschillen tussen de prijzen van credit default swaps voor onderscheiden debiteuren zouden theoretisch nagenoeg gelijk moeten zijn aan de verschillen in rendementen van leningen ten laste van die debiteuren. De praktijk laat echter schommelingen zien tot enkele tientallen basispunten, doch meestal zijn de "onzuiverheden" beperkt tot minder dan 20 basispunten (0,2%). Voor een globale indicatie van de wijze waarop financiële markten het kredietrisico van debiteuren beoordelen op een concreet moment zijn prijzen van credit default swaps zeker bruikbaar.
De Griekse overheidsfinanciën bleken in februari 2010 in een zeer deplorabele staat te verkeren. Het begrotingstekort over 2009 bleek 12,7% te bedragen (ruim het viervoudige van wat onder het Verdrag van Maastricht was toegestaan, hoewel alle landen boven die norm van 3% zaten), terwijl men met behulp van diverse complexe financiële transacties de situatie op zijn minst niet verhelderd had. Medio februari 2010 besloot de Griekse regering over te gaan tot diverse bezuinigingsmaatregelen, die tot (betrekkelijk omvangrijke) stakingen leidden. De Europese Unie verleende in februari geen financiële steun; men verlangde dat Griekenland uiterlijk medio maart 2010 de nodige stappen gezet zou hebben om het tekort binnen enkele jaren aanmerkelijk te reduceren. Eind februari werd een geplande emissie van een 10-jarige staatslening van € 5 miljard uitgesteld. Greece puts bond sale on hold. Gearchiveerd op 9 maart 2012. Op 3 maart 2010 werden additionele bezuinigingen aangekondigd. Greece Announces $6.6 Billion in Budget Cuts to Seek EU Support De uitgestelde staatslening werd alsnog geëmitteerd en goed geplaatst.
Diverse politici, waaronder de Duitse bondskanselier Angela Merkel op 5 maart 2010, Greek Woes Show Swaps Must Be Curbed, Merkel Says spraken het vermoeden uit dat speculanten aan de crisis rond staatsleningen hadden bijgedragen door het gebruik van credit default swaps. In het geval van Griekenland leek dat echter niet zeer waarschijnlijk. De verhouding tussen de omvang van de credit default swaps (notional amount circa € 8 miljard) en de totale Griekse staatsschuld (ruim € 250 miljard) was niet van dien aard dat een speculatief gebruik van CDS'en tot grote marktverstorende effecten zou hebben kunnen leiden. Opmerkelijk was dat ook Griekse banken dit instrument bleken te hebben gebruikt. Op 23 maart 2010 werd bekend dat de Hellenic PostBank - nota bene eigendom van de Griekse staat - tussen augustus 2009 en oktober 2009 circa 15% van het uitstaande volume erin had gehad.TT bet against GreeceOf deze bank dit uit speculatieve motieven deed, of dat men hiermee de Griekse staatsleningen in de eigen portefeuille tegen koersdalingen wilde beschermen, werd niet bekend. Niet onaannemelijk lijkt echter dat dit laatste het geval was: het is voor een bank in overheidshanden geenszins ongebruikelijk om een deel van de middelen te beleggen in de staatsleningen van het eigen land.
Op 25 maart 2010 bereikten de landen van de eurozone een akkoord over (eventuele) steun aan Griekenland: indien Griekenland er niet in zou slagen om op de kapitaalmarkten leningen aan te trekken, zouden het IMF en de landen van de eurozone leningen verstrekken, waarbij het IMF (vermoedelijk) eisen zou stellen op het gebied van (verdere) bezuinigingen.Eurolanden akkoord met inzet IMF voor Griekenland, Financieel Dagblad 26 maart 2010. EU Steers Greece to IMF, Pledges Loans in Last-Resort, Bloomberg 26 maart 2010. Deal reached over Greece debts at Brussels summit, BBC 26 maart 2010. Gearchiveerd op 20 januari 2022. In de week van 5 april 2010 daalden de koersen van Griekse staatsleningen echter verder; de rendementsverschillen met Duitse staatsleningen (die binnen de eurozone als de meest veilige werden gezien) stegen tot recordhoogten. Greek Bonds Drop a Seventh Day, Spread Widens, on Budget Woes
Op 11 april 2010 werd door de landen van de eurozone een stand-bykrediet van € 30 miljard toegezegd, tegen rentes die 3% hoger lagen dan de laagste in de eurozone geldende tarieven. Statement on the support to Greece by Euro area Members States, 11 April 2010 Griekenland emitteerde 6-maands en 12-maands schatkistpapier tegen resp. 4,55% en 4,85% Greece Sells More Bills Than Planned as Aid Buttresses Demand, wat nog steeds als tamelijk duur kon worden beschouwd.Hoewel deze tarieven aanmerkelijk lager lagen dan enkele dagen daarvoor betaald had moeten worden, konden ze bezwaarlijk beschouwd worden als een blijk van evident vertrouwen van de financiële markten: kortlopende Nederlandse staatsleningen hadden op dat moment een rendement van duidelijk beneden 1%. Op 20 april 2010 emitteerde Griekenland € 1,95 miljard driemaands-leningen op een rendement van 3,65% Greece’s 3-Month Treasury Bill Yield Doubles on Default Concern, wat eveneens als duur kon worden beschouwd.
In de week van 19 april 2010 escaleerden de problemen: Griekse staatsleningen daalden zeer sterk in koers, met name in het kortere segment, hetgeen aanleiding gaf tot grote twijfels over de vraag of Griekenland de eerstvolgende vervallende staatslening (op 19 mei 2010) wel zou kunnen terugbetalen. Op vrijdag 23 april kondigde de Griekse regering aan het IMF en de EU om (relatief goedkope) leningen te zullen verzoeken. Papandreou Says Greece Needs to Activate EU Aid Mechanism Greek PM requests activation of EU/IMF aid package. Gearchiveerd op 9 november 2020.