De oorlog in het oosten van Oekraïne betreft een gewapend conflict in het Donetsbekken (de Donbas) in het oosten van Oekraïne tussen enerzijds het Russische leger en pro-Russische separatisten en anderzijds het Oekraïense leger.

Dit regionale conflict ontstond in het voorjaar van 2014 en hield daarna een aantal jaar min of sluimerend stand, met nu en dan nieuwe opflakkeringen van geweld. Dit bleef zo totdat het in februari 2022 met de Russische invasie van Oekraïne uitmondde in een veel grootschaligere oorlog in heel Oekraïne, die tot op heden voortduurt.

Aanloop vanaf 2004

thumb|Maidan-revolutie in Kiev op 18 februari 2014

Bij de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2004 kwam aanvankelijk de pro-Russisch gezinde Viktor Janoekovytsj als winnaar uit de bus. De uitslag van de verkiezingen werd echter door een groot deel van de bevolking niet geaccepteerd, wat leidde tot de Oranjerevolutie. De uitslag werd uiteindelijk ongeldig verklaard waarna er nieuwe verkiezingen werden gehouden. Deze werden gewonnen door de pro-Europese Viktor Joesjtsjenko. Bij de verkiezingen van 2010 werd de pro-Russische Janoekovytsj echter alsnog verkozen tot president.

Op 21 november 2013 annuleerde Janoekovytsj de onderhandelingen met de Europese Unie (EU) over een handelsakkoord waarbij een grotere integratie met Europa mogelijk was. Onder een deel van de Oekraïense bevolking leefde echter de hoop op een nauwere samenwerking met het Westen en Janoekovytsj creëerde bij hen enorm veel onbegrip met deze beslissing. Er volgden in heel het land pro-westerse protesten, die op den duur omsloegen in anti-regeringsprotesten. De Euromaidan-protesten in Kiev werden steeds gewelddadiger en resulteerden in een revolutie. Er vielen ruim honderd doden door harde confrontaties tussen binnenlandse troepen en demonstranten. Op 19 februari 2014 riep Oekraïne daarom de noodtoestand uit. Enkele dagen later ontvluchtte Janoekovytsj Kiev. Het parlement zette de president af, schreef nieuwe verkiezingen uit en stelde een nieuwe parlementsvoorzitter aan.

Het conflict in Oost-Oekraïne ontstond nadat in februari 2014 Janoekovytsj was afgezet tijdens de Revolutie van de Waardigheid in Kiev, die volgde op de maandenlange pro-westerse Euromaidan-protesten en de annexatie van de Krim door Rusland. Dit leidde vervolgens tot protesten in de voornamelijk Russischtalige oostelijke en zuidelijke delen van Oekraïne. In de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk escaleerden de protesten in een gewapend conflict, nadat separatistische rebellen vanaf 6 april 2014 diverse regeringsgebouwen bezetten en de Oekraïense regering in reactie daarop het leger inzette (de 'Anti-Terroristische Operatie (ATO)', later hernoemd tot 'Joint Forces Operation (JFO)'). De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk in handen te krijgen, alsmede het gebied ten zuidoosten daarvan tot aan de Russische grens, alwaar zij de 'volksrepubliek Donetsk' en de 'volksrepubliek Loegansk' uitriepen die, net als de Krim, onderdelen van Rusland zouden moeten worden. De facto had Oekraïne hier geen gezag meer. De overige gebieden in de Donbas-regio bleven onder het gezag van de Oekraïense overheid.

Annexatie Krim (februari 2014)

Na de afzetting van Janoekovytsj verplaatste de onrust zich op 26 februari 2014 vanuit Kiev naar de Krim in het zuiden. Dit schiereiland, dat tot 1954 bij de Russische sovjetrepubliek (die op haar beurt deel uitmaakte van de Sovjet-Unie) had gehoord, werd na het gedwongen vertrek van Janoekovytsj een twistpunt tussen Rusland en Oekraïne. Ondanks dat Rusland zich sinds de onafhankelijkheid van beide landen (zie het uiteenvallen van de Sovjet-Unie) formeel had neergelegd bij een Oekraïense Krim, vastgelegd in het Memorandum van Boedapest uit 1994 en het Vriendschapsverdrag uit 1997, bleven Russische claims op het gebied latent aanwezig. De transfer van het gebied van de Russische naar de Oekraïense sovjetrepubliek in 1954 werd in Rusland als onwettig gezien.

Op 27 februari 2014 bezetten tientallen gewapende mannen het parlementsgebouw in Simferopol, de regionale hoofdstad van de Krim. Ook andere belangrijke gebouwen werden bezet en de Oekraïense regering verloor haar greep op het gebied door de overname van de Krim door duizenden ongemarkeerde troepen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kwam bijeen, maar kwam niet tot een oplossing. Op 16 maart 2014 organiseerde het parlement van Krim een referendum waarbij 95% voor aansluiting bij Rusland zou hebben gekozen. De onafhankelijkheid van het referendum werd wereldwijd in twijfel getrokken en de Oekraïense regering verklaarde het referendum ongrondwettelijk. Naar aanleiding van het referendum verklaarde de Krim zich op 17 maart 2014 niettemin onafhankelijk. De volgende dag verklaarde Rusland de Krim en de stad Sebastopol tot deelstaten van Rusland, hetgeen door zowel Oekraïne als de meeste andere landen tot op heden niet wordt erkend.

Onrust in Donbas (voorjaar 2014) thumb|Russische minderheden in Oekraïne Tegelijkertijd groeiden in de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk, waar een relatief groot aantal Russische minderheden woonde, de protesten tegen de nieuwe regering en de nieuwe koers die er werd gevaren. De Oekraïense politie probeerde de situatie onder controle te houden, maar slaagde daar amper in. Op 6 april 2014 bestormden door Rusland gesteunde separatisten uit de Donbas-regio er overheidsgebouwen. De opstandelingen uit de oblasten Donetsk en Loehansk wilden een gelijkaardig soort referendum als in de Krim was gehouden. Op 12 april werden overheidsgebouwen in de stad Slovjansk door separatisten bezet. De eind 2005 opgerichte organisatie Donetskaja Respoeblika riep op 14 april de volksrepubliek Donetsk uit.

Verloop van het gewapend conflict Voorjaar - zomer 2014 thumb|Barricades van opstandelingen in Donetsk Op 13 april 2014 stelde de Oekraïense interim-president Oleksandr Toertsjynov een ultimatum in om de bezetting van de overheidsgebouwen, die inmiddels uitgebreid was naar nog meer steden in het oosten en zuiden van Oekraïne (zoals Horlivka, Kramatorsk en Marioepol) te beëindigen. Hiervoor werd de inzet van het leger als stok achter de deur gehouden. Zijn eis bleef echter onbeantwoord waarop het Oekraïense leger op 15 april officieel werd ingezet en met militaire acties begon. Nog diezelfde dag werd het vliegveld van Kramatorsk, dat door separatisten was ingenomen, door het Oekraïense leger heroverd. In de daaropvolgende weken slaagde het Oekraïense leger erin het gezag in diverse steden te herstellen, maar de separatisten behielden de macht in meerdere steden, waaronder de hoofdsteden van de oblasten Donetsk en Loehansk.

Op 11 mei schreven de separatisten een referendum uit over de onafhankelijkheid van Donetsk. Onafhankelijke waarnemingen waren tijdens het referendum onmogelijk, maar volgens de separatisten was 89% voor afscheiding. De volgende dag verklaarde Donetsk zich onafhankelijk. Ditzelfde scenario herhaalde zich in Loehansk, wat leidde tot de uitroeping van de onafhankelijke volksrepubliek Loegansk. Igor Girkin werd uitgeroepen tot leider van de rebellen. Hij verklaarde dat alle Oekraïense militairen en leden van de politie zich moesten onderwerpen of binnen 48 uur het gebied moesten verlaten. Anders zouden ze als terroristen worden vervolgd. Volgens Oekraïne en het Westen waren de referenda gemanipuleerd door Rusland.

thumb|left|Beschadigde huizen in Donetsk, 14 juli 2014

Rond de Oekraïense presidentsverkiezingen van 25 mei, die niet gehouden werden in de door de separatisten bezette gebieden, werden de offensieven van het Oekraïense leger stilgelegd. Nadat Petro Porosjenko tot nieuwe president was verkozen, werden de gevechten echter hervat. De separatisten in Donetsk verklaarden zich na de nieuwe offensieven in oorlog met Oekraïne. De gevechten gingen verder en tegen eind juni waren er al zeker 423 doden gevallen volgens de VN. Ondertussen had de nieuwe president op 8 juni eenzijdig een staakt-het-vuren aangekondigd, maar dat hield geen stand. Op 13 juni werd Marioepol definitief heroverd door de Oekraïense regering. Op 18 juni kwam een nieuw staakt-het-vuren tot stand, maar na mislukte onderhandelingen besloot Porosjenko het bestand niet te verlengen. Nadat een definitieve oplossing uit het zicht was geraakt, begon het Oekraïense leger een groot nieuw offensief. Op 5 juli eindigden de gevechten in Slovjansk en Kramatorsk, waarna de rebellen zich terugtrokken naar Donetsk. Het leger rukte verder op en voerde ook bombardementen uit op de rebellenkampen van Donetsk. thumb|Terugtrekking van Oekraïens oorlogsmaterieel in maart 2015

Op 25 augustus volgde een tegenoffensief van de separatisten, die probeerden hun bevoorradingslijnen in handen te houden. Het Oekraïense leger werd op verschillende plaatsen teruggedreven. De nieuwe opmars van de separatisten en het machtsevenwicht dat vervolgens ontstond zorgde ervoor dat de verschillende partijen nu wel bereid waren tot een staakt-het-vuren. Op 1 september hadden de separatisten reeds overleg mogelijk gemaakt door te stellen dat ze geen onafhankelijkheid wensten, maar een apart statuut binnen Oekraïne.

Neerschieten MH17

Op 17 juli 2014 stortte een Boeing van Malaysia Airlines met vluchtnummer MH17 neer nabij het dorp Hrabove in de oblast Donetsk. Aan boord waren vijftien bemanningsleden en 283 passagiers, waarvan 193 met de Nederlandse nationaliteit. Er waren geen overlevenden. Al snel werd geconcludeerd dat het vliegtuig moest zijn neergehaald. Volgens westerse analisten kwam de schade aan delen van het vliegtuig overeen met de inslag van shrapnel uit een luchtdoelraket. In het Westen werd de hoofdverantwoordelijkheid gelegd bij de separatistische rebellen en Rusland, terwijl van Russische zijde werd gesuggereerd dat het Oekraïense leger schuldig was aan het neerhalen van het vliegtuig. Ook ontstond veel commotie rond een Russisch konvooi dat de Oekraïense grens overstak. Volgens Moskou bood Rusland de separatisten geen militaire hulp, maar er kwamen steeds meer geruchten dat de Russen de opstandelingen actief steunden.

Staakt-het-vuren Op 5 september werd er onder internationale druk door de verschillende partijen een eerste staakt-het-vuren afgesproken middels het Akkoord van Minsk. Dit staakt-het-vuren werd in eerste instantie vrij goed nageleefd, hoewel er hier en daar schendingen plaatsvonden waarbij verschillende doden vielen. maar in de loop van 2016 laaide het geweld toch weer op.

In januari 2015 leek het er even op dat de strijdende partijen door goede gesprekken nader tot elkaar zouden komen. Echter, al snel vonden opnieuw talrijke incidenten en gevechten tussen het Oekraïense leger en de separatisten plaats, waardoor het staakt-het-vuren in de loop van januari nog maar amper nageleefd werd en beide kanten elkaar bedreigden met nieuwe offensieven. Naar aanleiding van de toenemende spanningen en conflicten riep de internationale gemeenschap op tot een nieuw staakt-het-vuren (Minsk II) dat het vorige moest hernieuwen. Op 7 februari 2015 werd het verdrag getekend door de verschillende partijen. Het nieuwe staakt-het-vuren kwam op 12 februari 2015 tot stand. Dit akkoord werd gedurende de eerste tijd daarna redelijk nageleefd. Er bleven zich gewelddadige incidenten voordoen; deze waren echter sporadisch.

Heroplaaiing van het geweld In juni 2015 laaiden de felle gevechten kortstondig weer op, met name bij de plaatsen Marjinka en Sjirokyne in de oblast Donetsk waar in korte tijd ruim twintig doden vielen. Op 17 augustus vielen in 24 uur tijd acht burgerdoden en kwamen twee soldaten om.

In augustus 2015 deden de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Franse president François Hollande en de Oekraïense president Petro Porosjenko een oproep tot een nieuw staakt-het-vuren. Begin november nam het aantal incidenten opnieuw weer toe. Op 14 november werd bekend dat in 24 uur vijf Oekraïense soldaten waren gesneuveld bij nieuwe gevechten.