Tula (geboorteplaats en -datum onbekend – Willemstad, 3 oktober 1795) was de leider van de Curaçaose slavenopstand van 1795. In 2010 werd hij uitgeroepen tot nationale held van Curaçao en in 2023 werd hij door de Nederlandse regering officieel gerehabiliteerd. Tijdens de opstand was zijn bijnaam Rigaud, naar generaal André Rigaud; de belangrijkste leider bij de succesvolle slavenopstand in de Franse kolonie Saint-Domingue (het latere Haïti).

Tula leefde en werkte in slavernij op plantage Kenepa ('Knip') in het westen van Curaçao. Hij nam het initiatief om op 17 augustus 1795 met ongeveer veertig tot vijftig medeslaven het werk neer te leggen en bij zijn eigenaar Casper Lodewijk van Uytrecht voor hun vrijheid te pleiten. Dit was het begin van de grootste slavenopstand in de geschiedenis van de Nederlandse Antillen. Onder zijn leiding trokken rond de tweeduizend slaven op naar gouverneur De Veer in Willemstad.Dalhuizen p.61

Toen tijdens de confrontatie met het koloniale leger gewapende strijd nodig bleek om zijn doel te bereiken, ging hij die niet uit de weg. Na zijn gevangenname door de Nederlandse autoriteiten werd hij ter dood veroordeeld en stierf hij de marteldood; hij werd levend geradbraakt. De opstand werd neergeslagen.

Tula wordt beschouwd als een van de belangrijkste vrijheidsstrijders van de Nederlandse Antillen. Sinds 1985 wordt jaarlijks op 17 augustus de opstand herdacht op de Dia di lucha pa libertat (Dag van de vrijheidsstrijd), ook wel de Tulaherdenking genoemd.https://web.archive.org/web/20160423025503/http://www.herdenkingslavernijverleden2013.nl/index.php/activiteiten/tula-herdenking/

Levensloop Waar en wanneer Tula precies geboren is, is niet bekend. Door verschillende auteurs zijn wel interpretaties gegeven aan het leven van Tula voor de opstand, maar feitelijke informatie over zijn eerste levensjaren en jeugd ontbreekt. Wat zeker is en is vastgelegd in verschillende documenten, is dat Tula als slaaf werkte op plantage Kenepa (Knip) in het westen van Curaçao.

Onvrede op de plantage Al in 1638 werd door de West-Indische Compagnie het allereerste slavendepot in de Nieuwe Wereld ingericht op Curaçao. Curaçao groeide daarna uit tot de belangrijkste distributiehaven van de Trans-Atlantische slavenhandel.Prade, Sonja en Al Peterson (2002). Het verzet tegen de Nederlandse slavernij. - Integraal Management, Amsterdam, p. 9. Op de plantages groeide rond 1795 de onvrede vanwege de verslechterde leef- en werkomstandigheden. Slaven klaagden over het schaarse voedsel en de dure levensmiddelen die ze zelf moesten kopen. Ze werden gedwongen om zelfs op zondag, normaal gesproken de rustdag, te gaan werken om zo hun eigen voedsel te bekostigen.Paula p. 295 Dit ging in tegen het slavenreglement, waarin de meester zijn slaven diende te voeden. Daarnaast heerste er onvrede over de onrechtvaardige en zware straffen die werden uitgedeeld.Dalhuizen p.63 Tula protesteerde tegen deze gang van zaken en wees de meesters erop dat ze zelfs niet volgens hun eigen regels handelden. Toen in 1795 de Bataafse Republiek, het latere Nederland en daarmee ook de Nederlandse Antillen, onder Frans regime kwamen en het gerucht ging dat de slaven in de Franse kolonie Saint-Domingue bevrijd waren, meende hij eindelijk stevige grond te hebben om hetzelfde op Curaçao te eisen. Samen met bastiaan Carpata, Louis Mercier, Pedro Wacao en andere slaven van plantages uit de omgeving die hetzelfde dachten over slavernij, begon hij bijeenkomsten te organiseren en binnen een paar dagen had hij een klein leger gevormd dat bereid was te vechten voor hun vrijheid.Rodriguez, J.P. Encyclopedia of Slave Resistance and Rebellion, Volume 2. Londen: Greenwood Publishing Group, 2007. Hij sprak zijn medeslaven toe en nam het initiatief om in opstand te komen.

Opstand en verslaggeving over Tula bij de onderhandelingen thumb|Monument ter nagedachtenis aan de opstand bij landhuis Kenepa

Op 17 augustus 1795 weigerde Tula te gaan werken en samen met ongeveer veertig tot vijftig medeslaven ging hij naar zijn eigenaar Caspar Lodewijk Van Uytrecht om voor hun vrijheid te pleiten, waarop zij meenden recht te hebben. Uit overmacht verwees Van Uytrecht hem door naar gouverneur De Veer in Willemstad, om bij hem zijn verhaal te doen. De groep onder Tula’s leiding trok over het eiland langs verschillende plantages, zoals Lagún, Santa Cruz, Porto Mari, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waar steeds meer slaven zich aansloten. Ze bevrijdden slaven die gevangenzaten, zodat de groep werd uitgebreid tot tweeduizend slaven. Tijdens de opstand zou een onderwijzer, meneer Sabel, achter een paard zijn gebonden, waarop deze is overleden. De Koloniale Raad probeerde de opstand tegen te gaan en de slaven terug te laten keren naar hun plantages door te onderhandelen. Verschillende gezanten werden gestuurd om met Tula te spreken als leider van de opstand en deden hier verslag over. Deze eurocentrische bronnen vormen het merendeel van wat bekend is over Tula. Een van de gezanten was franciscaner pater Jacobus Schink. In zijn geschriften vertelt hij (omgezet in modern Nederlands):“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen, en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. [...] Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn.’"Paula p.268.Dalhuizen p.62Hieruit blijkt de duidelijke leidersrol die Tula vervulde en zijn welbespraaktheid. Hij verwijst naar de ontwikkelingen in de internationale politiek en trekt hieruit logische conclusies voor de situatie op Curaçao. Tula gaat verder:[…] Heer pater, komen alle mensen niet voort uit Adam en Eva? Heb ik er kwaad aan gedaan dat ik 22 van mijn broeders verlost heb van hun boeien die hun onrechtmatig waren aangedaan? […] Ach Pater, men draagt meer zorg voor een beest: als een beest een been breekt, wordt het genezen.’”Paula p.269Ook de Bijbel wordt zo in de redevoering van Tula betrokken en hij wijst op het onrecht dat hen wordt aangedaan. Als boodschap aan de gouverneur geeft Tula als laatste aan pater Schink mee: “Wij verlangen niet anders dan onze vrijheid.”Paula p.270 Deze werd echter niet aan de slaven gegeven, waarop enkele weken van bloedige slagen met het leger van de Koloniale Raad volgden met wisselende successen.

thumb|De ontmoeting van pater Jacobus Schink met Tula Door zijn rol in de opstand kreeg Tula, naast kapitein, de bijnaam ‘Rigaud’, naar de Franse generaal en leider van de slavenopstand in San Domingo, André Rigaud, die leidde tot de vrijheid van de slaven in Haïti.Dalhuizen p.xx Er werd zelfs beweerd dat Tula met hem in contact stond.'Hoe de slavenopstand van 1795 onderdrukt werd' in: Het Vaderland, januari 1930. Zijn medeslaven van Curaçao hoopten dat hij hen naar de vrijheid zou brengen, net zoals Rigaud.

Tula's dood thumb|De beschrijving van de marteling van Tula thumb|De beschrijving van de straf en executie van Tula

Op 18 september 1795 werd Tula verraden door een medeslaaf van Caspar Lodewijk van Uytrecht en ter dood veroordeeld nadat hij de valse verklaring had moeten afleggen dat zijn eigenlijke doel was om alle blanken op het eiland te vermoorden. Na langdurige martelingen bekende Tula dat hij zich had laten inspireren door de Franse Revolutie en de Haïtiaanse Revolutie (de bevrijding van de slaven in Saint-Domingue). Hierdoor zou hij vinden dat op Curaçao de slavernij afgeschaft moest worden door de blanke overheersing omver te werpen en zelf de regering over te nemen.Hielkema: Curaçao heeft nog steeds moeite met z’n slavenopstand

Op basis van deze gedwongen uitspraken werd Tula ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Hij werd vastgebonden aan een kruis, waarna vanonder zijn botten werden gebroken met een ijzeren staaf (levend geradbraakt). Daarna werd zijn gezicht geblakerd (verbrand) met fakkels en vervolgens werd hij onthoofd. Zijn hoofd werd samen met dat van Carpata op een stok gezet en diende vervolgens als afschrikmiddel op het galgenveld. De rest van het lichaam werd samen met die van medeleiders Bastiaan Carpata en Pedro Wacao met stenen verzwaard in zee gegooid.Paula p.166-167Amelunxen, C.P. De geschiedenis van Curaçao. Amsterdam: S. Emmering, 1929.

Nasleep en effect van de opstand Het feit dat de opstand hard neergeslagen en Tula veroordeeld werd, betekent niet dat het initiatief van Tula geen effect heeft gehad. Zijn opstand wordt gezien als een belangrijke eerste stap in de emancipatie van de zwarte bevolking van Curaçao. Na Tula’s dood zorgden de Nederlandse autoriteiten ervoor dat de planters hun personeel beter gingen behandelen om meer opstanden te voorkomen. Op 20 november 1795 werden nieuwe regels van het beruchte slavenreglement voor de behandeling van slaven bekendgemaakt, die streng werden nageleefd. De zondag werd bijvoorbeeld weer een vrije dag, er kwamen voorschriften voor een maximale werktijd en een minimale verstrekking van voedsel en kleding.Paula p.296-297 Het verzet van Tula en de opstanden die daardoor ontstaan zijn, droegen ertoe bij dat Nederland achtenzestig jaar later (in 1863, vele jaren na Engeland en Frankrijk, maar twee jaar voor de Verenigde Staten) de slavernij heeft afgeschaft.

Verschillende representaties van Tula Spelling van de naam In de originele documenten uit de achttiende eeuw wordt de naam van de slavenleider op verschillende manieren geschreven: Toela, Thoela, Toula of Thoula, wat het Frans-Nederlandse klimaat van die tijd aangeeft.Paula p.9 Lange tijd bestond er dus geen vaste schrijfwijze. Tegenwoordig is de gebruikelijke notatie van deze klanken 'Tula'. Belangrijker dan de spelling is echter de manier waarop de persoon Tula wordt beschreven in de verschillende soorten teksten. Door de jaren heen hebben namelijk grote verschuivingen in de beeldvorming plaatsgevonden.

Verslagen uit 1795: Tula als bloeddorstige rebel In de overgeleverde documenten uit 1795, zoals de journalen van Curaçao en de notulen van de extraordinaire politieraad, waarin verslag werd gedaan van de gebeurtenissen, wordt er naast de verschillende spellingen van de naam, meerdere malen gesproken over ‘de rebelleerende neeger’ of ‘opperhoofd der rebbellige negers’.Paula p.xx In de meerderheid van de gevallen wordt benadrukt dat het gaat om een ‘neeger’ en de ‘slaaf van de heer Casper Lodewijk van Uytrecht’ en daarmee om een minderwaardig persoon. In die tijd werden mensen met een donkere huidskleur sociaal immers als lager gezien. Meer specifiek wordt hij omschreven als ‘het hoofd, aanlijder, en aanvoerder van het moordzieke rot’Paula p.186 en ‘een zeer geveijnsd schurk’.Paula p.187 De raad-fiscaal P.Th. van Teylingen stelt zelfs voor om na de onthoofding van Tula boven zijn kop een inscriptie te plaatsen met: ‘het opperhoofd der moordenaars, plundering en brandstichters’.Paula p.199 Het gezag zorgde er zo voor dat Tula diende als afschrikmiddel: als iemand het in zijn hoofd haalde om weer in opstand te komen, dan zou diegene hetzelfde lot wachten als Tula.

Doorwerking Nederlandse beeldvorming