Telanthropus is een geslacht van de Hominidae. De enige benoemde soort is Telanthropus capensis. Deze soort wordt ook wel beschouwd als een Paranthropus capensis.

Vondst en naamgeving Robert Broom en John Talbot Robinson benoemden in 1949 de typesoort Telanthropus capensis op grond van een paar onderkaken, holotype SK 15 in april 1949 gevonden in de Swartkransgrot in de Swartkrans Member 2, welke laag 1,4 miljoen jaar oud is. Robinson blies de kaken met dynamiet uit de moederlaag. De geslachtsnaam betekent "verre mens" omdat men het taxon zag als een oude voorloper van Homo. De soortaanduiding verwijst naar Kaap de Goede Hoop, door Broom vaak gebruikt als een losse aanduiding voor het hele gebied van Zuid-Afrika.

In 1961 wees Robinson het exemplaar aan Homo erectus toe.

In 1968 stelde Milford Wolpoff dat de grotere lichaamsomvang ten opzichte van Australopithecus africanus een geval was van seksuele dimorfie. Het zou dus slechts om een grote man van A. africanus gaan.

Daarna werd het taxon meestal aan Homo ergaster toegewezen, voornamelijk wegens de kleine tanden. Er zijn echter duidelijke verschillen met Homo waaronder een wijde trog naast de kiezen, andere verhoudingen van de knobbels, een derde kies die groter is dan de tweede en een buitenwaartse buiging van de wortel van de derde kies als bij P. robustus. Desalniettemin zijn verwantschappen gesuggereerd met Homo habilis, Homo gautengensis en zelfs Homo naledi. Een alternatief is dat het taxon verwant is aan de andere tak die toen voorkwam, Paranthropus, wat Wolpoff al in 1970 opperde.

In 2022 bleek Clément Zanolli dat de wijze waarop het tandbeen aan het glazuur gehecht was het meest leek op de situatie bij Paranthropus. Hij besloot op dat kenmerk, alsmede op de kromming van de tandrij en de vorm van de onderste symfyse van de onderkaken een morfometrische analyse uit te voeren. Telanthropus viel daarbij in de variatie van Paranthropus uit. Clément Zanolli, Jean-Jacques Hublin, Ottmar Kullmer, Friedemann Schrenk, Lazarus Kgasi, Mirriam Tawane en Song Xing kozen er in 2025 voor een combinatio nova Paranthropus capensis te benoemen wat de nieuwe positie beklemtoont; naar keuze kan men het oorspronkelijke Telanthropus blijven gebruiken.

Twee specimina, SK 45 en SK 847, een schedel en een stuk onderkaak daterend uit de twee miljoen jaar oude Member 1, zijn ooit aan H. erectus toegewezen. Men zag ervan af die nu aan P. capensis toe te wijzen omdat deze exemplaren van te lage kwaliteit zijn om een goede vergelijking mogelijk te maken. Hetzelfde geldt voor de losse tanden SK 18a en SK 43.

Beschrijving SK 15 heeft een bewaarde lengte van zo'n tien centimeter. In grootte komt Telanthropus ongeveer overeen met vroege vormen van Homo, tegen de anderhalve meter lichaamslengte.

Er werd in 2026 geen lijst autapomorfieën gegeven, unieke afgeleide kenmerken. Men beperkte zich tot een reeks vergelijkingen op tien saillante punten uitgewerkt in een discussie over de betekenis voor de naamgeving.

Het eerste punt was het profiel van de tandrijen in bovenaanzicht. Dit is een klassiek kenmerk. Al in de negentiende eeuw viel het onderzoekers op dat moderne mensen een parabolische curve hebben en basale mensapen een rechthoek. Bij mensachtigen van anderhalf miljoen jaar oud zijn de verschillen overigens subtieler. Bij Telanthropus is de boog afgerond en langwerpig net als bij de twee paranthropussoorten waarmee vergeleken werd, P. robustus en Paranthropus boisei. Bij Homo habilis is de curve meer U-vormig en langwerpig. Bij Homo erectus s.l. (sensu lato, in ruime zin, dus inclusief Homo ergaster) was de curve afgerond maar kort.

Een tweede kenmerk is de vorm van de symfyse van de onderkaken. De meeste gewervelde dieren hebben gepaarde onderkaken. Bij de mens zijn deze vooraan vergroeid tot één structuur, de mandibula, die vaak simpelweg "de" onderkaak genoemd wordt. Het verbindingsvlak, de symfyse, heeft tussen de verschillende afstammingslijnen van de mensachtigen vaak een opvallend afwijkende vorm. Bij Telanthropus is de symfyse laag, dus verticaal kort, en van binnen naar buiten dik. Bij de twee paranthropussoorten is de symfyse ook kort en dik maar bij deze bevinden zich ook boven elkaar liggende versterkende opstaande beenringen, tori, op de binnenzijde. Die zijn vaak aanwezig bij P. robustus en soms bij P. boisei. Bij Telanthropus ontbreken ze geheel. Homo habilis lijkt op dit punt nog het meest op Telanthropus met een dikke en lage symfyse en een onderste torus die altijd ontbreekt. Een verschil is dat er soms een bovenste torus is. Homo erectus daarentegen is duidelijk anders gebouwd. De symfyse is hoog en dun en de tori zijn soms aanwezig.

Als derde werd een verschil in proporties van het corpus aangegeven, het "hoofdlichaam" dat van de symfyse af naar de hoek van de kaak loopt. Het corpus is bij Telanthropus laag en dik. Dat geldt ook voor Paranthropus. Bij H. habilis echter is het corpus typisch hoog en matig dik. H. erectus wijkt hier sterk van af: daar is het hoog en dun.

De volgende zeven punten betreffen het gebit. De kiezen van Telanthropus zijn matig groot. Dat verschilt fundamenteel van de situatie bij Paranthropus waar de molaren uitzonderlijk groot zijn. Bij H. habilis zijn ze ook matig groot. Bij H. erectus zijn ze matig groot tot klein.

Er ligt bij mensachtigen soms een protostylide op het glazuur van het protoconide aan de buitenzijde van de onderste kiezen. Bij Telanthropus ontbreekt een protostylide op de eerste en tweede kies terwijl het op de derde kies de vorm heeft van een kort plateau. Bij P. robustus is het protostylide een put of een plateau. Bij P. boisei varieert het sterk: soms is het afwezig, soms zeer uitgebreid. Bij Homo ontbreekt het of is matig ontwikkeld.

Er kan ook een protostylide zijn op het grensvlak van het tandbeen en het glazuur. Dat grensvlak volgt vaak niet het bovenprofiel van het glazuur. Bij Telanthropus heeft het protostylide daar de vorm van een kort plateau op alle kiezen. Bij P. robustus is het een plateau met een verlengde trog begrensd door een langwerpige kam aan de buitenzijde. P. boisei toont een trog of put, zelden een trog. H. habilis heeft een trog of put. Homo erectus heeft meestal helemaal geen protostylide maar soms een put of een zigzagprofiel.

Er kan een extra knobbel zijn op het grensvlak van het tandbeen van de eerste kies, aan de zijde van de tweede kies. Bij Telanthropus is die altijd aanwezig. P. robustus heeft hem vaak, P. boisei steeds. Homo habilis mist hem altijd, evenals Homo ergaster. Homo erectus s.s., dus de Aziatische tak, heeft hem vaak.

Er kan op het grensvlak van het tandbeen van de eerste kies ook een extra knobbel zijn aan de binnenzijde. Die ontbreekt bij Telanthropus en Paranthropus altijd. Bij Homo habilis is die altijd aanwezig, bij H. erectus vaak.

De laatste twee kenmerken gaan over de tandwortels. De wortels bij Telanthropus zijn kort en hun pulpae reiken niet ver naar boven, zodat ze "hypotaurodont" zijn, in zijaanzicht niet het profiel van een stierenkop hebbend. Bij P. robustus zijn alle wortels lang maar wel hypotaurodont. P. boisei heeft lange wortels bij de eerste en tweede kies maar korte bij de derde kies. Alle kiezen zijn hypotaurodont. Bij H. habilis zijn alle wortels kort en zijn de kiezen hypotaurodont. Bij Homo erectus zijn de wortels lang en de pulpae soms wat hoger, "mesotaurodont". Echte taurodontie duikt pas later in het Pleistoceen op, bij voorbeeld bij de Neanderthalers.

De wortels van de derde kies kunnen onderaan naar buiten gebogen zijn. Dat toont Telanthropus altijd, evenals P. robustus. Bij P. boisei en Homo ontbreekt dit kenmerk altijd.

Het bovenstaande is samengevat in een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. Kaak en tanden zijn kleiner dan bij P. robustus, P. boisei en P. aethiopicus. Het hoofdlichaam van de onderkaak is proportioneel lager en korter dan bij Homo en Australopithecus maar liggend in het bereik van Paranthropus. De kronen van de kiezen hebben een relatief eenvoudig kauwvlak zonder een uitgebreide protostylide, rimpels op de zijkanten of extra kammen op het buitenste glazuurvlak of het grensvlak met het tandbeen. De derde kies loopt minder taps toe dan bij P. robustus maar meer dan bij P. boisei. De wortels van de kiezen zijn relatief korter en robuuster dan bij P. robustus, en gelijkend op afgeronde wortelpunten bij P. boisei. Het uiteinde van de wortel van de derde kies is naar buiten gebogen.

Taxonomie Zelfs zonder exacte kladistische analyse werd in 2025 geconcludeerd dat SK 15 in afstamming dichter bij Paranthropus staat dan bij Australopithecus of Homo. Er zijn echter duidelijke verschillen met de gemeenlijk erkende soorten P. robustus, P. boisei en P. aethiopicus.

Hat meest fundamentele verschil is de tandgrootte. De kiezen van SK 15 zijn een volle drie standaardafwijkingen kleiner. Geen enkele bekende hominide soort heeft zo'n grote variatie. Dat maakt het vrijwel onmogelijk dat het specimen tot een al benoemde paranthropussoort behoort. De andere verschillen, hierboven aangegeven, zijn daarbij niet uit dat grootteverschil te verklaren via allometrie. SK 15 staat het dichtst bij P. robustus. Aangenomen werd dat Telanthropus zich daarvan meer dan twee miljoen jaar geleden had afgesplitst, nog voor een toeneming in grootte in de afstammingslijn. Het is moeglijk dat specimen SK 835 ook tot Telanthropus behoort.

Levenswijze SK 15 toont een zekere mate van tandbederf, een mogelijk gevolg van hoge suikerconsumptie door het veelvuldig eten van zoet fruit. Dit is ook van P. robustus bekend.

Literatuur Broom, R., Robinson, J.T., 1949. A new type of fossil man. Nature, 164(4164): 322-323 J.T. Robinson. 1961. "The australopithecines and their bearing on the origin of man and of stone toolmaking". South African Journal of Science. 57(1961): 3-13 Wolpoff, M. 1968. "'Telanthropus' and the single species hypothesis", American Anthropologist 70(3): 477-493 M.H. Wolpoff. 1970. "The evidence for multiple hominid taxa at Swartkrans". American Anthropologist 72 (1970): 576-607 Zanolli, C.; Hublin, J.-J.; Kullmer, O.; Schrenk, F.; Kgasi, L.; Tawane, M. & Song Xing. 2025. "Taxonomic revision of the SK 15 mandible based on bone and tooth structural organization". Journal of Human Evolution. 200: 103634

Categorie:Hominidae