De lijst van hoofdingenieurs is een onderdeel van de lijst van alle managers die leiding gegeven hebben aan een regionale of specialistische eenheid van Rijkswaterstaat. Tot aan 1848 werd niet gesproken van Rijkswaterstaat maar van de Waterstaat. Deze organisatie werkte zowel onder centraal gezag als onder de verantwoordelijkheid van het provinciaal bestuur. Na het tot stand komen van de Provinciewet in 1848 kregen de provincies het recht een eigen "waterstaat" op te richten. In de loop van 20 jaar gebeurde dat in alle provincies. Ter onderscheid van deze Provinciale Waterstaten werd de centrale organisatie aangeduid met 's Rijks Waterstaat, later aaneengeschreven als Rijkswaterstaat.
Deze lijst is een vervolg op de lijst van inspecteurs van de Waterstaat, die handelt over de periode 1798 - 1811. In de loop van de tijd heeft de organisatie veel verschillende organisatievormen gehad. De lijst van managers wordt daarom steeds voorafgegaan door een overzicht van de organisatievorm in de betreffende periode. De nummering van de managers is doorlopend.
In de eerste periode de regionale chefs aangeduid worden met de term inspecteur. De term hoofdingenieur verschijnt voor het eerst in de Franse vorm, l' ingenieur en chef, als in 1811 het Koninkrijk Holland ingelijfd wordt in het Franse Keizerrijk. De Franse en de Nederlandse vorm blijven naast elkaar bestaan in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Na 1839 wordt alleen nog gesproken over hoofdingenieur als hoofd van een regionale of specialistische eenheid; ook als betrokkene nog niet de rang van hoofdingenieur heeft werd gesproken van fungerend hoofdingenieur.
In de lijst zijn tevens de hoogste bazen van de organisatie opgenomen omdat zij doorgaans eerder in hun loopbaan een rol als regionale baas vervulden. Deze hoogste bazen zijn ook afzonderlijk vermeld in de lijst van directeuren-generaal Rijkswaterstaat.
16e Inspectie van de Service des Ponts et Chaussées de France (1811-1813) Na de inlijving van het Koninkrijk Holland in het Franse Keizerrijk werd de bestaande waterstaatsorganisatie onderdeel van de Franse Service de Ponts et Chaussėes met Parijs als centraal hoofdkwartier. De regionale indeling volgde de departementale indeling zoals het keizerrijk dat had ingesteld met namen gerelateerd aan rivieren. De Hollandse departementen boven de grote rivieren vormden samen het 16e inspectie van de Service des Ponts et Chausėes de France, verdeeld in twee divisies. Het betrof hier de departementen:
code departement departement plaats IG 1e Divisie J. Blanken ZZ Zuyderzee Zuiderzee Amsterdam A.H.J. van der Plaat BM Bouches de la Meuse Monden van de Maas 's Gravenhage A. Blanken Jzn. IS de l'Issel Supérieur Boven IJssel Arnhem W. van Ommeren IG 2e Divisie A.F. Goudriaan BI Bouches de l'Issel Monden van de IJssel Zwolle J.E. Wildeman FR Frise Friesland Leeuwarden J. Peereboom Eoc de l'Ems Occidental Wester Eems Groningen J.W. Karsten Eor de l'Ems Oriental Ooster Eems Aurich P. van Diggelen Buiten de 16e Inspectie: BR Bouches du Rhin Monden van de Rijn 's Hertogenbosch C.L.Brunings BE Bouches de l' Escaut Monden van de Schelde Middelburg A. Schraver
Organisatie in de overgangsperiode 1814-1816 Nadat Napoleon in 1813 was verslagen en Nederland onder de soeverein vorst Willem Frederik van Oranje naar een nieuwe staatsvorm zocht kende de waterstaatsorganisatie een overgangsperiode. In januari 1814 ontstond een Centrale Directie van de Waterstaat en enkele maanden daarna werd besloten dat het in functie zijnde personeel in afwachting van een definitieve reorganisatie ongewijzigd gehandhaafd zou blijven. Alleen werden vanwege het vervallen van de departementen provisionele districten ingesteld. De beide divisies bleven ook gehandhaafd met ieder een inspecteur-generaal aan het hoofd.
code departement district hoofdingenieur IG 1e Divisie J. Blanken 1 pr Zuyderzee 1e provisioneel district D. Mentz 2 pr Bouches de la Meuse 2e provisioneel district A. Blanken Jzn. 3 pr de l'Issel Supérieur 3e provisioneel district W. van Ommeren 5 pr Bouches de l' Escaut 5e provisioneel districtA. Schraver IG 2e Divisie A.F. Goudriaan 6 pr Bouches de l'Issel 6e provisioneel district J.E. Wildeman 7 pr Frise 7e provisioneel district J. Peereboom 8 pr de l'Ems Occidental 8e provisioneel district J.W. Karsten 4 pr Bouches du Rhin 4e provisioneel district C.L.Brunings Buiten Nederland: de l'Ems Oriëntal Aurich
Organisatie van het Corps Ingenieurs van de Waterstaat en der Publieke Werken 1817-1848 tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1830/1839) De vereniging van de Noordelijke met de Zuidelijke Nederlanden leidde tot een aanzienlijke uitbreiding van de waterstaatsorganisatie. Bij KB van 25 juli 1816 werd bepaald dat er per 1 januari 1817 vier afdelingen zouden zijn, bestaande uit districten met aan het hoofd een inspecteur. Boven de gehele organisatie zou één inspecteur-generaal staan. Artikel 7 van het KB. bepaalde: Het getal der tegenwoordig bestaande Inspecteuren-Generaal zal ingeval van retraite of overlijden tot één verminderd worden. Tot dat tijdstip toe zullen er slechts twee inspecteurs worden benoemd en zullen de Inspecteuren-Generaal de functie van de andere twee Inspecteurs waarnemen.
De organisatie zag er vanaf 1 januari 1817 als volgt uit:
IG Inspecteurs-generaal: J. Blanken en A.F. Goudriaan+ 1e Afdeling I1 Inspecteur: J. Blanken code district gebied NU 1e district Noord-Holland en Utrecht ZH 2e district Zuid-Holland NB 4e districtNoord-Brabant LL 16e districtLuik en Limburg+ 4e Afdeling I4 Inspecteur: W. van Ommeren code district gebied GL 3e district Gelderland OV 6e district Overijssel FR 7e districtFriesland GD 8e districtGroningen en Drenthe+ 2e Afdeling I2 Inspecteur: A.F. Goudriaan code district gebied ZL 5e district Zeeland en Staats-Vlaanderen AN 9e district Antwerpen Ovl 10e districtOost-Vlaanderen Wvl 11e districtWest-Vlaanderen+ 3e Afdeling I3 Inspecteur: L.A.C. baron van Delen code district gebied ZB 12e district Zuid-Brabant HN 13e district Henegouwen NM 14e districtNamen LX 15e districtLuxemburg Een bijzonderheid was dat in Zeeland twee hoofdingenieurs werkzaam waren; een voor Staats-Vlaanderen en een voor de rest van Zeeland. Gedurende de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd deze organisatie alleen gewijzigd in 1829 toen de drie gecombineerde districten werden gesplitst:
code gebied NH Noord-Holland UT Utrecht LK Luik LB Limburg GR Groningen DR Drenthe De Belgische afscheiding leidde in 1830 in het Zuiden tot chaotische toestanden. Noord-Nederlandse hoofdingenieurs, die dienstdeden in het zuiden verlieten hun post. Limburg was een bijzonder geval. Geheel Limburg was in handen van de Belgen, alleen de vesting Maastricht was een Noord-Nederlandse enclave in het gebied. Volgens de Maastrichtse archieven was de hoofdingenieur Semoise "...met medeneming van het ganse archief onverhoeds naar Tongeren vertrokken!". In Maastricht werd J.W.Conrad als waarnemer benoemd, terwijl J. Semoise in Tongeren vanuit België voor Limburg hoofdingenieur was; beide zijn als volgt in de schema's vermeld:
LB? Limburg
na de Belgische afscheiding De organisatie zag er vanaf 1839 als volgt uit:
IG Inspecteur-generaal: vakant+ 1e Inspectie I1 Inspecteur: A. Goekoop code gebied GL Gelderland OV Overijssel GR Groningen DR Drenthe NB Noord-Brabant LB Limburg+ 2e Inspectie I2 Inspecteur: D. Mentz code gebied NH Noord-Holland ZH Zuid-Holland UT Utrecht ZL Zeeland FR Friesland
Nadat in 1826 Jan Blanken met pensioen was gegaan en Adrianus Goudriaan in 1829 was overleden, werd de functie van inspecteur-generaal niet meer vervuld. Formeel bleef de functie wel bestaan.
Lijst van hoofdingenieurs geboren vóór 1800 In onderstaand schema zijn de verschillende mutaties aangegeven, waarbij de managers in volgorde van geboortejaar staan. De organisatie-eenheid, waarin ze in het betreffende jaar leiding aan gaven is weergegeven met een lettercode en een kleurcode, zoals aangegeven in bovenstaande tekst. De kleurcode blijft in de opvolgende schema's gelijk voor een bepaald geografisch gebied.
De nummering is een voortzetting van de lijst van inspecteurs van de Waterstaat; De nummers 5 tot en met 30 waren gedurende hun loopbaan achtereenvolgens inspecteur en hoofdingenieur.