thumb|Yi qi Yi qi is een theropode dinosauriër, behorend tot de Maniraptora, die in het middelste of late Jura leefde in het gebied van het huidige China. Yi is uniek als eerste bekende dinosauriër die vloog met behulp van een vlieghuid, ondersteund door een eigenaardig bot dat bij tot nu toe gevonden verwanten niet voorkomt.
Vondst en naamgeving In het begin van de eenentwintigste eeuw vond boer Wang Jianrong bij het dorp Mutoudeng in de prefectuur Qinlong in de provincie Hebei het fossiel van een kleine dinosauriër. In 2007 werd het exemplaar verworven door het Shandong Tianyu Museum of Nature en geprepareerd door Ding Xiaoqing. Dergelijke illegaal opgegraven fossielen willen nog weleens gecombineerd of verfraaid worden maar gedetailleerd onderzoek met röntgenfoto's toonde aan dat de verschillende delen van het exemplaar bij elkaar horen. left|thumb|STM 31-2 In 2015 benoemden en beschreven Xu Xing, Zheng Xiaoting, Corwin Sullivan, Wang Xiaoli, Xing Lida, Wang Yan, Zhang Xiaomei, Jingmai O’Connor, Zhang Fucheng en Pan Yanhong de typesoort Yi qi. De geslachtsnaam en soortaanduiding moeten als een geheel gelezen worden, als het Chinees yì qí , 翼奇, "vreemde (qi) vleugel (yi)", een verwijzing naar de bizarre en unieke vleugelstructuur. Overigens is de normale woordvolgorde 奇翼 maar die is omgedraaid omdat het gebruikelijk is dat de soortaanduiding fungeert als bijvoeglijk naamwoord. De geslachtsnaam was in 2015 de kortste die ooit aan een dinosauriër was gegeven. De soortnaam is de kortste die in principe mogelijk is daar artikels 11.8.1 en 11.9.1 van de Internationale Code voor Zoölogische Nomenclatuur voor zowel geslachtsnaam als soortaanduiding een minimale lengte van twee letters eisen. De soortnaam moet ongeveer worden uitgesproken als "Ie tsjie".
Het holotype, STM 31-2, is gevonden in een laag van de Tiaojishanformatie die dateert uit het Callovien-Oxfordien, ongeveer 160 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een samengedrukt vrij compleet skelet met schedel, gevonden op een plaat en tegenplaat, van een volwassen individu. Sommige botten zijn alleen als afdrukken bewaard gebleven. Uitgebreide resten van een verenkleed en membranen zijn zichtbaar.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken thumb|Yi in grootte vergeleken met een mens Yi is een klein dier met, exclusief mogelijke staartveren, een lengte van ongeveer twintig centimeter en een spanwijdte van zestig centimeter. Het gewicht is geschat op 380 gram.
De beschrijvers wisten enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen. Op de middenlijn tussen de neusbeenderen loopt een lage kam. Het zijvenster in de onderkaak is klein en relatief achterwaarts geplaatst. De tandkronen zijn in zijaanzicht symmetrisch en aanzienlijk breder dan hun wortels. Zowel het opperarmbeen als de ellepijp zijn langer dan het onderbeen, respectievelijk 16% en 8% langer. Het opperarmbeen heeft een kleine deltopectorale kam. Met de pols articuleert een lang staafvormig bot.
Het is dit laatste, "styliforme", element wat het meest bijzondere kenmerk van Yi vormt. Het is aan het uiteinde gebogen onder een hoek van 25° en loopt wat taps toe. Soortgelijke botten zijn verder binnen de Dinosauria onbekend. Het zou een, op zich alweer uiterst zeldzame, nieuwvorming kunnen zijn, een uitgegroeid polsbot of een verbening van bindweefsel. Dit laatste wordt door de beschrijvers als het meest waarschijnlijk gezien. Het is aan beide zijden van het lichaam bewaard gebleven, zij het in beide gevallen incompleet. De gereconstrueerde lengte overstijgt met 133,5 millimeter aanzienlijk die van de onderarm. Het lijkt aan de pols te ontspruiten aan de buitenzijde van de derde vinger. In de interpretatie van de beschrijvers vormt het een soort "vierde vinger" die een vlieghuid ondersteunt. Ze beklemtoonden wel dat het door de massiviteit van de bouw vermoedelijk niet de beweeglijkheid van een echter vinger bezat. De aanwezigheid van zo'n bot is dermate eigenaardig dat speciaal een chemische analyse is uitgevoerd van het gesteente ervan waaruit bleek dat het niet verschilde van dat van de andere botelementen. Het gaat dus vermoedelijk niet om toevallige verkleuringen, afwijkende weke delen, of stukken plant. De mogelijkheid dat het om een vierde middenhandsbeen zou kunnen gaan, is niet overwogen omdat Xu een aanhanger is van de minderheidspositie dat de vingers van Maniraptora de tweede, derde en vierde vertegenwoordigen in plaats van de eerste, tweede en derde.
Skelet De schedel van Yi is gedrongen en robuust met een korte snuit die 40% van de schedellengte beslaat. De fenestra antorbitalis is veel kleiner dan de oogkas. Het onderste slaapvenster is groot. left|thumb|Diagram van het skelet door Jaime Headden Het voorste snuitbeen, de praemaxilla, is goed ontwikkeld en steekt onder de rand van het vrij kleine bovenkaaksbeen uit. In iedere praemaxilla staan vier tanden die licht vooruit steken. De eerste tand is aanzienlijk groter dan de achterliggende tanden. Maxillaire tanden zijn niet zichtbaar. De snuit lijkt een kam te dragen die naar achteren oploopt. Boven de grote oogkas is het schedeldak gewelfd doordat het voorhoofdsbeen bol oploopt en het wandbeen bol afloopt. Het wandbeen is lang. Het jukbeen heeft een dunne tak onder de oogkas en een naar achteren hellende opgaande tak richting postorbitale. Het quadratojugale heeft een lange tak richting jukbeen.
De onderkaak is robuust. Het voorste uiteinde ervan kromt naar beneden en draagt dentaire tanden die sterk naar voren hellen. De tanden zijn smal in zijaanzicht.
De wervelkolom is slecht bekend door beschadigingen bij het fossiel. De nek is lang en flexibel. Er zijn negen halswervels. De voorste en middelste halswervels zijn tamelijk robuust, minder dan anderhalfmaal zo lang als hoog. De doornuitsteeksels van de halswervels hebben een brede basis in zijaanzicht, met deze breedte ongeveer gelijk aan de hoogte. Een grote massa dunne ribben is zichtbaar, waaronder ook buikribben. Van de staart is niets bewaardgebleven.
Het schouderblad is kort en robuust. De arm is lang en alle elementen ervan zijn langwerpig. Het opperarmbeen is lang en stevig, iets breder dan het dijbeen maar heeft een extra korte deltopectorale kam en het ondereind is maar weinig verbreed. De ellepijp heeft 93% van de lengte van het opperarmbeen en is maar iets breder dan het spaakbeen. De processus olecrani aan de achterste bovenkant van de ellepijp is matig sterk ontwikkeld, de schacht is recht en het onderste uiteinde iets verbreed. In de pols zijn twee carpalia zichtbaar, wellicht het radiale en het halvemaanvormige carpale. Het derde middenhandsbeen (het vierde in de interpretatie van Xu) is langer en zwaarder gebouwd dan het tweede. De bovenste kootjes van de derde vinger zijn extreem verlengd. De formule van de vingerkootjes is binnen de standaardinterpretatie 2-3-4-0-0, binnen die van Xu 0-2-3-4-0. De klauwtjes van de vingers zijn matig gekromd en hebben aan de onderkant van hun basis aanhechtingspunten voor de pezen van de buigende spieren die matig groot zijn. Bij de tweede en derde klauw zijn die punten iets naar het uiteinde verplaatst. De eerste klauw is de grootste en heeft een lipvormig uitsteeksel aan de bovenste basis. De derde klauw is verreweg het kleinst.
De achterpoten zijn lang met een langwerpig onderbeen en voet. Het scheenbeen heeft voor bovenaan een korte crista cnemialis, een teken dat de Yi geen snelle renner was. Het kuitbeen is dun maar reikt tot de enkel. De middenvoet heeft minder dan driekwart van de lengte van het dijbeen, wat relatief kort is voor een maniraptoor.
Weke delen thumb|Een reconstructie van de weke delen Het fossiel van Yi bewaart grote delen van een verenkleed. Kop, nek, rug, armen en benen toen een dichte bevedering die vermoedelijk nog op de originele positie aanwezig is, hoewel enkele losse veren over plaat en tegenplaat verspreid zijn. Deze veren lijken geen penveren te zijn maar of haren of pluimen. Dat is echter niet met volledige zekerheid te stellen daar penveren kort na het sterven van het dier gedegenereerd zouden kunnen zijn geraakt tot een meer sliertachtige structuur. De bewaarde filamenten zijn weinig gebogen en waren daarom kennelijk nogal stijf. De veren lijken in twee lagen te liggen. Het kan zijn dat dikkere schachten naar boven toe uitliepen in een toefje. In ieder geval zijn de veren tamelijk lang. De veren op de kop zijn het kortst met een lengte tot 12,4 millimeter. Achter de onderarm zijn ze ongeveer drie centimeter lang en achter de bovenarm en kuit ongeveer zes centimeter. Dit kan vergeleken worden met de totale romplengte van ongeveer tien centimeter. Bij de bovenarm worden de veren naar buiten toe langer. Ook bij de middenvoet zijn veren aangetroffen een patroon dat ook van andere maniraptoren bekend is, zoals Microraptor. thumb|left|De nauw verwante Epidexipteryx had lange staartveren Bij directe verwanten van Yi zijn langgerekte rechte lintvormige staartveren aangetroffen. In illustraties van het dier wordt het daar vaak mee uitgerust. In feite zijn de staartveren onbekend.
Behalve de veren zijn tussen de vingers onderling, bij de middenhandsbeenderen en in de buurt van het "styliforme" element resten van gerimpelde membranen zichtbaar. Die zouden volgens de beschrijvers als stukken huid of niet te determineren organisch materiaal zijn afgedaan ware het niet dat de vorm van het element suggereerde dat het diende als ondersteuning voor een membraan die als vlieghuid diende. De stukken membraan tonen soms lijnvormige rimpels die interne vezels kunnen vertegenwoordigen of wellicht een vouwen van de vlieghuid als gevolg van het uitdrogen of vergaan na de dood. Evenwijdig aan het hele eerste kootje van de tweede rechtervinger is een zes millimeter brede verkleurde baan te zien die als een deel van een membraan is geïnterpreteerd waarvan de rest nog in de matrix zou doorlopen. De membraanresten zijn vooral bij de rechterhand zichtbaar. De resten bij de linkerhand zijn beperkt maar onderscheiden zich omdat daar veerfilamenten zich op het membraan lijken te bevinden.
Op negen punten werden de veren, en op drie punten de membraanresten, met een elektronenmicroscoop gecontroleerd op de aanwezigheid van melanosomen, kleurende organellen. Op alle veren bleken melanosomen aanwezig te zijn maar op slechts één punt van een membraan. Op alle veren waren er ovale eumelanosomen die een zwarte kleur geven. Die op de kuitveren waren uitzonderlijk groot met een lengte van de lange as tot 2100 nanometer. Op de kop waren ook faiomelanosomen aanwezig die een geelbruine kleur opleveren. Hetzelfde type werd op de vlieghuid aangetroffen. In eerste instantie lijken deze gegevens erop te wijzen dat de kop donkerbruin was, het lichaam zwart en de vlieghuid lichtbruin. Uit onderzoek bij huidige vogels blijkt echter dat zulke resultaten maar weinig zeggen over de werkelijke kleurtekening van het dier. De meeste veren hebben een mengeling van beide typen, ook al zijn ze fel gekleurd door andere pigmenten of door irisering. Dat de kuitveren extra grote melanosomen hebben, kan een aanwijzing zijn dat die echt zwart gekleurd waren maar kan ook een aanpassing zijn om slijtage te voorkomen daar melanosomen de structuur van de veer versterken.
Fylogenie Yi is binnen de Maniraptora in de Scansoriopterygidae geplaatst. Deze groep werd door de studie als de meest basale klade in de Paraves gezien. Een cladistische analyse kon niet bepalen welke scansoriopterygiden, Yi, Epidexipteryx of Epidendrosaurus/Scansoriopteryx, het nauwst aan elkaar verwant waren. Er bestaat de mogelijkheid dat Scansoriopteryx, Epidexipteryx en Yi de groeireeks vertegenwoordigen van één enkele soort. Yi onderscheidt zich voornamelijk van Epidexipteryx, behalve wellicht in het styliforme, door de hogere neus, de langere voet en kennelijk de tandvorm.
Levenswijze thumb|De vlieghuid van de gewone vliegende eekhoorn heeft bij oude individuen soms een verbeende rand