thumb|De bordesscène van het kabinet-Van Agt II en koningin Beatrix in Paleis Huis ten Bosch, vlak na de beëdiging door de koningin Een kabinetsformatie vond plaats in Nederland na de Tweede Kamerverkiezingen van 26 mei 1981. De formatie resulteerde op 11 september in het aantreden van kabinet-Van Agt II, bestaande uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA), de Partij van de Arbeid (PvdA) en Democraten 66 (D'66). Nog voor de regeringsverklaring viel het kabinet, maar werd binnen drie weken gelijmd.
Achtergrond Kabinet-Van Agt I
De verkiezingen volgden aan het einde van de regeerperiode van het kabinet-Van Agt I, een kabinet van Christen-Democratisch Appèl (CDA) en Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Het kabinet was in 1977 tot stand gekomen na een recordlange kabinetsformatie. Tijdens die formatie werd eerst lange tijd geprobeerd een kabinet te vormen met de grootste partij, Partij van de Arbeid, het CDA en Democraten 66 (D'66). Toen dit in de eindfase mislukte, werd snel een kabinet van CDA en VVD geformeerd. De samenwerking verdeelde het CDA, waar een aantal fractieleden, de zogenaamde CDA-loyalisten, het kabinet slechts gedoogden. Ondanks de krappe meerderheid en de loyalisten wist het kabinet de termijn vol te maken.
De verhoudingen tussen CDA-premier Dries van Agt en VVD-vicepremier Hans Wiegel, die beiden weer lijsttrekker waren, was goed. De verhoudingen tussen van Agt en PvdA-leider Joop den Uyl waren al lange tijd verstoord. Dit was al het geval toen Van Agt minister was in het kabinet-Den Uyl (1973-1977), maar was verder verslechterd tijdens de formatie van 1977 en de oppositie van Den Uyl tegen het kabinet. Daarbij speelden hun karakters een grote rol. De katholieke Van Agt relativeerde de politiek, terwijl de uit een gereformeerd gezin afkomstige Den Uyl dit niet kon waarderen.
Verkiezingscampagne miniatuur|Den Uyl en Van Agt in debat tijdens de verkiezingscampagne De campagne was vrij lauw. De financiële en sociaaleconomische problemen na de oliecrisis van 1979 veroorzaakten een zekere apathie. Van Agt vroeg steun voor voortzetting van beleid en gaf voorkeur aan een kabinet van CDA, VVD en D'66. D'66-lijsttrekker Jan Terlouw sloot deze combinatie echter uit. Van Agt was eventueel bereid met de PvdA te regeren, zelfs onder leiding van Den Uyl. Andersom verklaarde de PvdA hetzelfde. De partij vreesde een herhaling van 1977 en matigde de polarisatiestrategie. De hoop op een links meerderheidskabinet vervloog toen D'66 samenwerking met de Communistische Partij Nederland (CPN) uitsloot. Anderzijds werd de Staphorster variant genoemd, waarbij CDA en VVD steun van kleine rechtse christelijke partijen zouden verkrijgen, hoewel Van Agt daarover zei dat "daar we het land niet mee [kunnen] regeren".
Verkiezingsuitslag miniatuur|De zetelverdeling van de nieuw gekozen Tweede Kamer gedurende de kabinetsformatie. Zie de lijst van Tweede Kamerleden 1981-1982 voor de precieze invulling.
De grote winnaar van deze verkiezingen was D'66. Die partij steeg van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA en de VVD verloren. Het CDA ging van 49 naar 48 zetels, de PvdA van 53 naar 44 en de VVD van 28 naar 26. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid. Winnaars waren verder de RPF (nieuw met twee zetels), de PSP (winst twee) en de CPN (winst één). De Boerenpartij (in 1981 deelnemend als Rechtse Volkspartij) en DS'70 verdwenen uit de Kamer.
Informateurs Lubbers en De Koning miniatuur|Koningin Beatrix arriveert op Paleis Lange Voorhout op 1 juni 1981 voor de formatie. Koningin Beatrix liet zich in de dagen na de verkiezingen adviseren door haar vaste adviseurs en de fractievoorzitters. Van Agt stelde voor twee CDA-informateurs aan te wijzen, vanwege de politieke complexiteit en de geboden haast. Hij dacht daarbij aan Eerste Kamerlid Piet Steenkamp aangevuld met fractievoorzitter Ruud Lubbers of minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan de Koning. Den Uyl, Terlouw en Wiegel vonden één CDA-informateur voldoende. De in 1980 aangetreden Beatrix liet zich ook adviseren door haar ministers van Staat, iets wat doorgaans alleen bij impasses later in formaties plaatsvond. Jaap Burger (PvdA), Marga Klompé (CDA) en Marinus Ruppert (ARP) waren voorstander van een coalitie van PvdA, CDA en D'66. Willem Drees (voormalig PvdA), waar Beatrix bij op bezoek ging, gaf als enige advies dat CDA'er Jelle Zijlstra weer premier moest worden. Op 30 mei benoemde Beatrix Lubbers en De Koning tot informateur. Dat op deze combinatie werd uitgekomen, was volgens een fractiemedewerker omdat Lubbers daarvoor had gelobbyd bij andere partijleiders en ministers van Staat.
miniatuur|Informateurs Lubbers en De Koning bij een persconferentie. De informateurs hadden als opdracht te onderzoeken welk kabinet, dat "mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging". Zij zagen meteen in dat de enige mogelijkheid daarvoor een kabinet van CDA, PvdA en D'66 was. Men begon met inhoudelijke onderhandelingen om te komen tot een regeerprogram. Ondanks verschillen verscheen op 25 juni het eerste conceptregeerakkoord. Voor 4 miljard gulden zou er omgebogen worden tot 1985. Het kabinet zou voorlopig geen kruisraketten plaatsen en wachten op de uitkomst van de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Van Agt omschreef het akkoord als "hetzelfde beleid als het vorige kabinet, met een scheutje PvdA erin'. Het kwam hem op kritiek van D'66 en zijn eigen partij te staan.
Premiersvraag De informateurs peilden tegelijkertijd bij de partijen wie de minister-president moest worden. Het CDA kandideerde daarvoor vanzelfsprekend Van Agt. Er waren ook stemmen binnen de partij om Van Agt de vervangen door bijvoorbeeld Lubbers, om zo de relatie met PvdA te redden, als Den Uyl dan ook zou opstappen. Voor PvdA was Van Agt onaanvaardbaar, hoewel ze wilden voorkomen dat net als in 1977 het zou mislukken op de positie van Van Agt. D'66 was eveneens tegen Van Agt, en hoopte als 'brugfunctie' tussen CDA en PvdA Terlouw naar voren te kunnen schuiven als premier. De partijraad van het CDA bevestigde echter op 20 juni vast te houden aan de kandidatuur van Van Agt. De informateurs stelden de premiersvraag daarom voortdurend uit.
De informateurs deden intussen een voorstel voor de portefeuilleverdeling. CDA en PvdA kregen beide zes ministersposten, terwijl D'66 er drie kreeg. Naast het premierschap kreeg het CDA Onderwijs, Justitie, Ontwikkelingssamenwerking, Financiën en Landbouw en Visserij. De PvdA kreeg Binnenlandse Zaken (gecombineerd met vicepremierschap), CRM, Buitenlandse Zaken, Sociale Zaken, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Als zesde kregen ze de optie voor Verkeer en Waterstaat of Volksgezondheid en Milieuhygiëne, de ander zou naar D'66 gaan. D'66 kreeg verder Economische Zaken en Defensie. Zowel PvdA als D'66 waren onaangenaam verrast. Doordat Binnenlandse Zaken gecombineerd was met het vicepremierschap, leek er geen ruimte voor Den Uyl die voor Binnenlandse Zaken nooit interesse had gehad. Terlouw was vooral bedroefd over Defensie en wilde liever Buitenlandse Zaken voor Laurens Jan Brinkhorst.
miniatuur|Van links naar rechts: informateur De Koning, Den Uyl, informateur Lubbers, Van Agt en Terlouw. Na het verschijnen van het akkoord deed Van Agt op 1 juli een voorstel, wat hij "de grote sprong voorwaarts" noemde. Het akkoord zou ongewijzigd geaccepteerd worden als de partijen akkoord gingen met hem als premier. Dit werd door Terlouw en Den Uyl afgewezen. Van Agt en CDA-voorzitter Piet Bukman probeerden op 3 juli alsnog een doorbraak te bereiken door Zijlstra over te halen premier te worden. Zijlstra weigerde echter om persoonlijke redenen en vanwege inhoudelijke bezwaren tegen het akkoord. Zelfs Klompé en Beatrix konden hem niet overhalen. Het CDA stelde vervolgens Den Uyl en Terlouw op de hoogte van de poging. Op 6 juli ging D'66 toen maar akkoord met Van Agt als premier, iets wat de PvdA zag als verraad. Voor het blok gezet stemde de PvdA-fractie vervolgens in met Van Agt als premier, hoewel elf leden tegen stemden. De PvdA moest dan wel meer binnenhalen in het regeerakkoord, betere portefeuilles krijgen en Ed van Thijn - die tegen het accepteren van Van Agt had gestemd - moest toegevoegd worden als informateur. Dit laatste weigerde Van Agt aanvankelijk, maar ging hier onder druk uiteindelijk mee akkoord.
Informateurs Lubbers, De Koning en Van Thijn miniatuur|Persconferentie met informateurs Van Thijn, Lubbers en De Koning (v.l.n.r). Op 10 juli werd Van Thijn benoemd tot informateur. Na een intermezzo van twee dagen werd er weer onderhandeld. Diverse geschilpunten moesten nog uitgewerkt worden, zoals kernenergie, kernwapens, minima en volkshuisvesting. Met name onderwijs bleek echter een probleem. CDA en PvdA waren het eens geworden over de door PvdA gewenste middenschool, maar claimden allebei het departement. Den Uyl claimde daarnaast Financiën en Terlouw Buitenlandse Zaken.
Op 20 juli kwamen de onderhandelaars en informateurs bijeen voor een beslissend beraad. Als oplossing werd op voorstel van Van Thijn Den Uyl minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, projectminister voor werkgelegenheid, integrerend minister voor de sociaaleconomische sector en verder belast met Antilliaanse Zaken. Zijn takenpakket werd in de Haagsche Courant als 'superminister' bestempeld. Het leidde tot ontsteltenis bij het CDA, die dit als nederlaag van Van Agt zagen. D'66 was daarnaast woest, omdat de aan Terlouw toebedeelde positie op Economische Zaken werd uitgekleed. Op Onderwijs kwam als oplossing een PvdA-minister. Twee CDA-staatssecretarissen werden dan als 'waakhonden' toegevoegd, wat voor Den Uyl onacceptabel was en vooruitgeschoven werd.
Fractieberaad miniatuur|Van Agt bij de fractievergadering op 28 juli. De volgende dag gingen de fracties van D'66 en PvdA akkoord met het onderhandelingsresultaat. De CDA-fractie vond het akkoord niks en vond dat te veel belangrijke posities waren weggegeven. Van Agt verdedigde het resultaat nauwelijks. De fractie kwam vervolgens met wijzigingsvoorstellen. De informateurs lieten op 27 juli echter weten dat ze weigerden het akkoord open te breken en dat het CDA moest kiezen. Een meerderheid was vervolgens bereid het akkoord te accepteren en eventuele geschilpunten onder leiding van een formateur te regelen. Twaalf leden, waaronder de loyalisten, gaven publiekelijk aan Van Agt niet wilden volgen. Pas op 30 juli ging de fractie akkoord met een brief waarin uitgesproken werd dat zij bereid waren tot formeren, mits de defensieparagraaf werd verwijderd uit het akkoord. Voor de sociaaleconomische paragraaf vonden ze dat advies ingewonnen moest worden in de formatiefase bij de president van De Nederlandsche Bank Jelle Zijlstra, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Jan de Pous en de directeur van het Centraal Planbureau Cees van den Beld, alle drie prominent CDA'ers. Dat laatste was wederom onacceptabel voor Den Uyl.
Ondanks de brief van het CDA stelden de informateurs hun eindverslag op en presenteerden het als een definitief akkoord. Van Agt had daar grote bezwaren tegen, maar de fractie wilde alsnog doorgaan. Dezelfde dag nam echter ook de D'66-fractie afstand van het akkoord, omdat zij het niet eens waren met de constatering van de informateurs dat de resterende problemen waren opgelost.
Formateurs Kremers en Van Thijn miniatuur|Formateurs Kremers (vooraan links) en Van Thijn (vooraan rechts) ontvangen Van Agt, Den Uyl, Terlouw (achteraan van links naar rechts).