Het dofpaars wolschijfje (Lachnella alboviolascens) is een schimmel behorend tot de familie Niaceae. Hij leeft saprotroof op takjes van loofbomen en dode stengels van (grotere) kruidachtige planten. Hij komt voor in loof- en gemengde bossen, ook in ruigtevegetaties.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken De vruchtlichamen zouden in eerste instantie voor een kleine, harige ascomyceet gehouden kunnen worden: het zijn kleine (tot ca. 3 mm diameter), kort gesteelde tot zittende schijfjes met een wit harige buitenkant en een gladde schijf. Die laatste is karakteristiek gekleurd: grijs, maar met een zweem paars er in. Bij grotere exemplaren ontstaat in het midden van die schijf vaak een toefje witte haren, vergelijkbaar met die aan de buitenkant. Dit proces, dat proliferatie genoemd wordt, is mogelijk een aanzet tot het vormen van lamellen.
Microscopische kenmerken Microscopisch zijn de cilindrische, over het hele oppervlak ruwe haren, en de grote, amandelvormige sporen (circa 10-14 × 9-11 µm) karakteristiek.
Ecologie Het wordt gevonden in bossen, botanische tuinen en parken. Het ontwikkelt zich op dode, gevallen of hangende takken van loofbomen. Hij is onder andere bekend van paardenkastanje, es, kamperfoelie, vlierbes, iep, wijnstok, wilg, oude stengels van kruidachtige planten en hazelnootomhulsels.
Verspreiding Deze soort komt voor in Noord-Amerika, Europa, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Hij is wijd verspreid in Europa en komt vrij algemeen voor op het Scandinavische schiereiland, maar wordt vanwege zijn kleine formaat zelden opgemerkt.
Synoniemen Cyphellopsis alboviolascens (Alb. & Schwein.) Donk 1931Donk (1931), In: Medded. Nedl. Mycol. Ver. 18–20:129 Cyphella pseudovillosa Henn. 1904Henn. (1904), In: Bot. Jb. 37:43 Chaetocypha stuppea (Berk. & Broome) Kuntze 1891Kuntze (1891), In: Revis. gen. pl. (Leipzig) 2:847 Chaetocypha alboviolascens (Alb. & Schwein.) Kuntze 1891 Chaetocypha dochmiospora (Berk. & Broome) Kuntze 1891 Cyphella stuppea Berk. & Broome 1878Berk. & Broome (1878), In: Ann. Mag. nat. Hist., Ser. 5 1:25 Corticium dubium Quél. 1878Quél. (1878), www.speciesfungorum.org Cyphella dochmiospora Berk. & Broome 1873Berk. & Broome (1873), In: Ann. Mag. nat. Hist., Ser. 4 11:343 Cyphella alboviolascens (Alb. & Schwein.) P. Karst. 1870P.A. Karsten (1870), In: Not. Sällsk. Fauna et Fl. Fenn. Förh. 11:221 Cyphella curreyi Berk. & Broome 1861Berk. & Broome (1861), In: Ann. Mag. nat. Hist., Ser. 3 7:379 Peziza fallax var. alboviolascens (Alb. & Schwein.) Pers. 1822Pers. (1822), In: Mycol. eur. (Erlanga) 1:266 Peziza fallax var. fallax Pers. 1822 Peziza fallax Pers. 1822 Peziza granuliformis Nees 1816Nees (1816), In: Syst. Pilze (Würzburg):67 Peziza alboviolascens var. alboviolascens Alb. & Schwein. 1805Alb. & Schwein. (1805), In: Consp. fung. (Leipzig):322 Peziza alboviolascens Alb. & Schwein. 1805Albertini & Schweinitz (1805), In: Consp. fung. (Leipzig):322 Peziza sclerotium sensu auct., non Donk (1959); fide Cannon, Hawksworth & Sherwood-Pike (1985).
Externe link Beschrijving met foto's Amandelvormige sporen
Categorie:Niaceae Categorie:Schimmelsoort