Mahmoud Abbas (Arabisch: , ) (Safed, 26 maart 1935), ook bekend als Abu Mazen (Arabisch: , ), is een Palestijns politicus en president van de Palestijnse Autoriteit, sinds 2013 aangeduid als de staat Palestina en een voormalige premier van de Palestijnse Autoriteit (maart tot september 2003). Hij werd verkozen als president, maar zijn mandaat eindigde formeel op 9 januari 2009. Hij verlengde eigenhandig zijn regeringstermijn met een jaar en ook na het verstrijken van nog eens ruim vijf jaar bleef hij steeds in functie. De belangrijkste rivaal van Fatah, Hamas, voert een meer extreme koers en heeft enige jaren geleden aangekondigd dat het de verlenging niet erkent en dat Abbas niet als rechtmatige president gezien kan worden.UPI, 9 januari 2009Abbas planning to extend his own term, Jerusalem Post, 14 december 2008Hamas: Abbas no longer heads PA, Jerusalem Post, 9 januari 2009

Op 22 augustus 2015 nam Abbas ontslag als leider van de PLO. Een maand later liet Abbas in een toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York weten dat hij de vredesovereenkomsten met Israël, zoals vastgelegd in de Oslo-akkoorden van 1993, wilde opzeggen, "aangezien en zolang Israël zich er niet aan houdt".Abbas zegt Oslo-akkoorden met Israël eenzijdig op, NOS, 30 september 2015. Gearchiveerd op 17 maart 2024. Hij werd opgevolgd door Saeb Muhammad Salih Erekat (1955-2020).

Loopbaan Abbas werd geboren in het Britse mandaatgebied Palestina in Safed, niet ver van Syrië en Libanon. Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 vluchtte hij met zijn familie toen het Israëlische leger Safed naderden.

Rechtenstudie en onafhankelijkheidsstrijder Later studeerde hij rechten in Egypte en promoveerde in Moskou, aan de voor buitenlandse studenten opgerichte Patrice Lumumba Universiteit van de Sovjet-Unie. Zijn proefschrift uit 1984 over de Geheime relaties tussen de Nazi's en de Zionisten leidde in 2003 bij zijn aantreden als premier tot een controverse omdat hij in die studie onder verwijzing naar Robert Faurisson en Raul Hilberg, kampstatistieken van het Rode Kruis en de Franse politicoloog Paul Rassinier, stelde dat er geen zes miljoen, maar "hooguit" 890.000 Joden omgebracht zouden zijn tijdens de Holocaust. Hij kwam door latere controverse als Holocaust-revisionist bekend te staan. Hoewel Abbas de inhoudelijke argumentatie van zijn proefschrift niet terugnam, zei hij in een vredesinterview met Haaretz, dat hij de moord op Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog niet geheel ontkent en elke moord op onschuldige burgers uitdrukkelijk veroordeelt.

In de jaren '50 werd hij in Qatar lid van een groep gevluchte Palestijnse onafhankelijkheidsstrijders. Hij rekruteerde diverse personen die later een leidende rol binnen de PLO zouden krijgen en was in 1957 betrokken bij de oprichting van al-Fatah. Gedurende de volgende decennia nam hij deel aan de leiding van de PLO. Hoewel hij weinig aandacht in de media kreeg, klom hij op tot secretaris van het dagelijks bestuur, en daarmee tot tweede man naast Yasser Arafat. Hij behoorde tot de gematigden, en wordt geacht een van de belangrijkste verantwoordelijken te zijn voor de Oslo-akkoorden in 1993.

Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, werden atleten van het Israëlische Olympische team gegijzeld door een Palestijnse terroristische organisatie: Zwarte September. Bij het gijzelingsdrama kwamen 11 Israëlische atleten, 5 terroristen en een Duitse politieagent om het leven. Deze aanslag was gepland door Abu Daoud, die in zijn autobiografie Memoires of a Palestinian Terrorist schreef dat Abbas verantwoordelijk was geweest voor de financiering van deze aanslag. In augustus 2022 werd Abbas door een journalist tijdens een persconferentie met de Duitse bondskanselier Olaf Scholz gevraagd of hij zich zou willen verontschuldigen voor de aanslag in München. Hij antwoordde dat "Als we het over het verleden willen hebben, ga je gang. Ik heb 50 slachtpartijen die Israël begaan heeft. Slachtpartijen door Israël ... 50 massamoorden, 50 slachtpartijen, 50 holocausts." In een interview nadien met de krant Bild veroordeelde Scholz Abbas' beweringen als trivialisering van de Holocaust. De opmerkingen werden ook veroordeeld door de minister van Buitenlandse Zaken van Israël. De Berlijnse politie begon een onderzoek naar de vraag of de Palestijnse president Abbas had aangezet tot haat tijdens de persconferentie in Berlijn.Zette Palestijnse president Abbas aan tot haat?, Het Nieuwsblad, 19 augustus 2022. Gearchiveerd op 9 oktober 2023.

Contacten met "Israëlisch Vredesberaad" In zijn column "Leader without Glory" (10-10-2015)Leader without Glory - Gush Shalom - Israeli Peace Bloc. Gearchiveerd op 7 februari 2023. vertelt Uri Avnery, stichter van de Israëlische vredesgroep Gush Shalom, over de vele contacten die hij, samen met generaal Matti Peled van het Israëlische defensieleger en Yaakov Arnon als leden van een officiële delegatie van een "Israëlisch Vredesberaad" Israëli Council for Israëli-Palestinian Peace, vanaf begin 1983 met Mahmoud Abbas in Tunis gehad heeft. Steevast spraken zij eerst met Abbas (Abu Mazen) en daarna met "de leider" (Arafat) erbij. Hij beschrijft Arafat als "flamboyant, extravert en spontaan", Abbas daarentegen als "introvert, op zijn hoede en een pietje precies".

Minister-president thumb|Abbas met Bush en Sharon tijdens de Rode Zee-top in Aqaba, 4 juni 2003 In 2003 verklaarden Israël en de Verenigde Staten niet langer bereid te zijn met Arafat te onderhandelen en een andere vertegenwoordiger voor de Palestijnen te zoeken. Zij noemden de naam van Abbas, als secretaris van de PLO de rechterhand van voorzitter Arafat. Abbas stond bekend als een pragmatische en tot onderhandelingen bereid zijnde Palestijn. Onder deze druk stelde Arafat op 30 april 2003 Abbas aan als de eerste premier van de Palestijnse Autoriteit.

Gedurende de volgende maanden onderhandelde Abbas met Israël en de Verenigde Staten over de door de Verenigde Staten in 2002 opgestelde routekaart naar vrede (Roadmap to Peace), met als hoogtepunt de top van Aqaba (Jordanië) in juni, waar premier Ariel Sharon van Israël beloofde een groot aantal Israëlische nederzettingen te ontruimen en Abbas beloofde te proberen de zelfmoordaanslagen te beëindigen. Toen ook Hamas een bestand aankondigde, leek de weg naar onderhandelingen open te liggen. Dat hield echter niet lang stand; een belangrijke oorzaak daarvan was dat (alleen) de Palestijnen zich zouden moeten ontwapenen, hun wapentuig in beslag genomen moest worden en dat er eventueel verzetsstrijders gearresteerd moesten worden.Dries van Agt, Een schreeuw om recht, De Bezige Bij, 2009, hoofdstuk 11, p. 130 e.v. Slechts enkele weken later waren Israël en Hamas opnieuw in acties en aanslagen verwikkeld.

Abbas lag ondertussen van diverse kanten onder vuur. Israël was het niet eens met zijn politiek om door middel van onderhandelingen (in plaats van daadwerkelijke actie) terroristische aanslagen te stoppen; de Palestijnen daarentegen waren van mening dat hij te toegeeflijk was ten opzichte van Israël zonder genoeg terug te krijgen. Daarnaast waren er doorlopend problemen met Arafat over de machtsverhoudingen tussen Arafat als president en Abbas als premier.

Op 4 augustus 2003 werd een motie van wantrouwen ingebracht in het Palestijnse parlement, maar op 6 augustus, toen deze in stemming zou komen, nam Abbas reeds zelf ontslag. Reden was de ruzie met Arafat: Abbas wilde dat Arafat de controle over de veiligheidsdiensten zou overgeven aan zijn regering, maar Arafat weigerde dit.

Presidentsverkiezingen 2005

Op 11 november 2004 overleed Arafat en besloot men nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Op 9 januari 2005 zouden die presidentsverkiezingen gehouden worden. Abbas werd door de PLO gekozen als hun presidentskandidaat, nadat Fatah-kopstuk Marwan Barghouti in een gevangenis in Israël, zijn kandidatuur - onder grote druk - had ingetrokken.Dries van Agt, Een schreeuw om recht, De Bezige Bij, 2009, chronologie, blz. 15 Op 14 december riep Abbas op tot het einde van de Al-Aqsa-Intifada en tot vrede met Israël. De grootste politieke rivaal van Fatah, Hamas, besloot de verkiezingen te boycotten, waardoor Abbas' overwinning verzekerd was. Abbas won de overigens rustig verlopen presidentsverkiezingen met 62,3% van de stemmen bij een opkomst van 66%, en volgde daarmee Arafat ook als president op. Abbas kondigde direct aan met Israël en andere landen te willen onderhandelen over het vredesproces.

Crisis tussen Hamas en Fatah

In januari 2006 werden er parlementsverkiezingen gehouden, en tot grote verbazing was de radicale beweging Hamas de grote winnaar van de verkiezingen. Ze behaalde zelfs een meerderheid in het parlement. Toen bleek dat geen enkele partij met Hamas een regering wilde vormen, besloot Hamas zelf een regering te vormen. Deze regering trad aan in maart 2006, onder leiding van Ismail Haniya. Omdat Hamas wordt gezien als een terroristische organisatie, besloten westerse regeringen met name de Verenigde Staten en de Europese Unie de contacten met deze regering te verbreken en het zou ook geen hulp meer leveren aan de regering. Hierdoor kwam de Palestijnse Staat al gauw in economische problemen, die werden verergerd door Operation Summer Rains in de zomer van 2006. Door dit offensief van Israël werd de infrastructuur van de Palestijnse gebieden ernstig beschadigd. Omdat de ambtenaren geen geld meer kregen, besloten ze te gaan staken, waardoor de crisis alleen nog maar erger werd.

Vanwege de grote onenigheid tussen Hamas en Fatah kondigde Abbas op 16 december 2006 vervroegde verkiezingen aan, zowel parlementaire- als presidentsverkiezingen. Dit leidde tot een grote crisis tussen Fatah en Hamas, die aan bijna 100 mensen het leven kostte, en waarbij meer dan 300 mensen gewond raakten. In februari 2007 werd er een akkoord gesloten tussen de partijen in Mekka, Saoedi-Arabië. Zij kwamen overeen "de tot dusver tot stand gekomen overeenkomsten te respecteren".Van Agt, Schreeuw om recht, hoofdstuk 14, blz. 154 Daarbij had Hamas substantiële concessies gedaan.ibidem blz. 155 Er werd een regering van nationale eenheid gevormd, die op 17 maart 2007 aantrad. Deze regering werd echter op 14 juni 2007 al ontbonden door Abbas, die tevens de noodtoestand afkondigde, in verband met de verovering van de Gazastrook door Hamas. Dit gebeurde na dagen van gevechten tussen aanhangers van Fatah en Hamas, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen.

Een dag later benoemde Abbas de voormalige minister van Financiën Salam Fayyad als de nieuwe minister-president. Fayyad is noch lid van Fatah noch van Hamas, en geldt als een gematigd persoon. Hij was als minister van Financiën verantwoordelijk voor de bestrijding de corruptie. Daarop zei Haniya dat hij de beslissing van Abbas om de regering te ontbinden niet aanvaardt. Daarom zal hij niet aftreden. Ook verklaarde hij dat hij zich niets zal aantrekken van de noodtoestand die president Abbas uitriep. Wel benadrukte hij dat Hamas er niet op uit is om een eigen staat op de Gazastrook te stichten. "De Gazastrook is een onafscheidelijk deel van het thuisland en een integraal deel van het Palestijnse volk."

De benoeming van Fayyad als vervanger van Haniya heeft voor veel discussie gezorgd, want in de Palestijnse Grondwet staat dat een president een premier wel mag ontslaan, maar geen nieuwe premier mag benoemen zonder de goedkeuring van de Palestijnse Wetgevende Raad. Volgens de wet is de oude premier gewoon nog de premier, totdat een nieuwe premier is benoemd. Aangezien de Palestijnse Wetgevende Raad nooit zijn goedkeuring heeft gegeven voor de benoeming van Fayyad, besloot Haniya om verder te regeren als de premier van de Palestijnse Autoriteit. Hij werd ook door vele Palestijnen erkend als de legitieme premier.