De West-Vlaamse gemeente Kortemark was een belangrijke locatie gedurende de Eerste Wereldoorlog. Dit niet alleen door de dichte ligging bij Diksmuide. Kortemark was ook het kruispunt van de spoorlijnen Ieper - Kortemark en De Panne - Gent.
Begin van de oorlog in Kortemark Situering Koning Albert I kondigde de algemene mobilisatie af. Op 3 augustus 1914 bracht de fanfare St. Cecilia een hulde aan de pas getrouwde dochter van hun voorzitter, René Jacques. Te midden van dit feest werd een van de muzikanten, Edward D'Hondt naar het gemeentehuis geroepen. Hij moest onmiddellijk de opgeroepenen verwittigen om zich bij hun eenheid te vervoegen. 's Morgens vroeg vertrok men met de eerste trein richting de grens van Duitsland. Onder hen waren de broers Emiel en Jules Hindriks en Achiel Van Damme. Tegelijkertijd werd de burgerwacht (brandweerlui en vrijwilligers) opgericht. Dit om spoorwegen, bruggen en strategische punten te bewaken en de Duitse verkenners met hun pinhelmen (ulanen) aan te vallen. De burgerwacht werd op 21 augustus 1914 ontbonden op hoger bevel omdat ze door de Duitsers als burgers-terroristen werden beschouwd. Deze situatie gaf reeds meerdere keren aanleiding tot Duitse gruweldaden tegenover de burgers. thumb|Kortemark Oorlogsgedenkteken Op 18 augustus 1914 sneuvelde Emiel Hindriks als eerste Kortemarkse soldaat in Sint-Margriete-Houtem nabij Tienen. Hierdoor werd Kortemark voor het eerst rechtstreeks geconfronteerd met de oorlog. Enkele dagen later (23 augustus 1914) sneuvelde ook Achiel Van Damme. Eveneens op 23 augustus 1914 kwamen in Kortemark Franse soldaten vanuit Duinkerke aan. Deze waren op weg naar de slagvelden in Oost-België. Het Belgische leger samen met de Fransen en de Engelsen trokken zich steeds verder terug.
Op 14 oktober 1914 werd Kortemark bezet door Belgische troepen. Die begonnen zich in te graven en zochten een plaats om te overnachten. Ze konden hiervoor terecht onder andere in de Koutermolen. Veel burgers sloegen op de vlucht richting IJzer en verder naar Frankrijk of Engeland. Om 22 uur kreeg iedereen het bevel zich terug te trekken achter de IJzer. Op 15 oktober 1914 vanaf 4 uur 's morgens verlieten de Belgische soldaten hun stellingen. Rond 17 uur verscheen de eerste Duitse bezetter in Kortemark.
In de nacht van 17 oktober 1914 op 18 oktober 1914 trokken de Duitsers, op bevel van het oppercommando terug in de richting van Torhout en Lichtervelde. De Franse troepen namen onmiddellijk hun plaatsen in en bereidden een tegenaanval voor.
Schuwe Maandag
19 oktober 1914. 's Ochtends trokken de Belgische en Franse eenheden in de aanval. Aanvankelijk bleek alles goed te verlopen, tot naar de avond toe. De Duitse soldaten gingen massaal in de tegenaanval. Er werd hevig gevochten, vooral in de omgeving van de Leenbossen. Hoeves werden in brand gestoken en er vielen heel wat slachtoffers bij zowel de geallieerden als bij de Duitsers. Ook heel wat burgers verloren hierbij het leven. Uiteindelijk veroverden de Duitsers Kortemark. Om 22 uur betrok de regimentsstaf van het 45e Reserve-Artillerie-Regiment zijn onderkomen. Bij de intocht van de Duitse regimenten, schuilden de overgebleven burgers van Kortemark in hun kelders, bang afwachtend voor wat er nog te gebeuren stond. Andere Duitse regimenten maakten hun kamp in de omgeving van Kortemark, dit om de volgende dag verder op te rukken.
's Nachts doorzochten de Duitse soldaten op een gewelddadige manier de Kortemarkse huizen. Hier waren ze op zoek naar de achtergebleven Franse en Belgische soldaten. Ze namen hierbij Pastoor Blancke mee, die de mensen moest kunnen overtuigen mee te werken. Bij geen medewerking zouden ze zelf neergeschoten worden.
Op 20 oktober 1914 waren de gevechten in Kortemark voorbij. Kortemark werd voor de rest van de oorlog een belangrijke garnizoensplaats.
Kortemark als garnizoensplaats thumb|Koutermolen Kortemark Kortemark was als garnizoensplaats een ideale locatie: dichte ligging bij het Front kruispunt van de spoorlijnen die uitmondden op zowel het Front van Langemark als op het Front van Diksmuide directe aansluiting van het station op de Amersveldestraat, wat de belangrijkste aanvoerweg was naar het Front Er werd een speciale loskaai in hout aangelegd tot aan de Grijspeerdbeek.
Als garnizoensplaats kreeg Kortemark allerlei voorzieningen van het Duitse leger: administratieve diensten in de Ortskommandantur, gelegen in de Handzamestraat verbindingseenheden, telefooncentrales in de Koutermolen en in de Stationsstraat vervoerseenheden en een paardenkliniek, gelegen in de Koutermolen wasserijen en ontluizingsinstallaties, Brouwerij Louwaege en Dugardijn sanitaire en verplegingseenheden, Margareta-Maria-Instituut militaire begraafplaatsen, Handzamestraat en Oude Markhovestraat bevoorradingseenheden, bakkerij en slagerij in de fabrieken van Talpe krijgsgevangenenkamp voor Russen, op de site Talpe munitiepark met gasvuurinstallatie, gelegen aan het station
Onderwijs in Kortemark tijdens de bezetting
Tijdens de eerste Oorlogswinter 1914-1915 was er geen sprake van het naar school gaan voor de Kortemarkse jeugd. Alle schoolgebouwen en parochiale zalen werden door het Duitse leger bezet. Leerkrachten waren gevlucht. Veel kinderen werden straatkinderen. Ze vergaten het weinige dat ze hadden geleerd en speelden onder elkaar soldaatje. De kinderen aapten daarbij de Duitsers na, ook in hun taalgebruik. Na een korte tijd werd hun taal een mengelmoes van West-Vlaams en Duits. Voorwerpen die de kinderen niet kenden - vb. een zaklamp - benoemden ze in hun eigen taaltje. Zaklamp in het Duits is taschenlampe dus werd de vertaling voor de kinderen taslamp. Tot op heden wordt taslamp nog altijd gebruikt in het West-Vlaams dialect.
De bezetter vond het niet langer een gezonde situatie dat de kinderen niet naar school konden en zomaar op straat leefden. Hij spoorde het gemeentebestuur aan om opnieuw onderwijs op te richten. Op 12 april 1915 openden de Zusters in de Handzamestraat hun school voor alle leerplichtige leerlingen van het basisonderwijs, zowel voor jongens als meisjes. Kinderen kregen wel gescheiden les. In de voormiddag was er les enkel voor de jongens, in de namiddag voor de meisjes.
Bij de gemeenteraadsbeslissing op 19 juli 1915 werd Joseph Schotte, een gevluchte onderwijzer uit Jonkershove, aangesteld als onderwijzer. De school werd ingericht in herberg Het Wit Peerd (voormalig drukkerij Vandenberghe). Ook de school van de Zusters verhuisde naar de nieuwe locatie. Op de benedenverdieping werd lesgegeven voor de jongens door dhr. Schotte, op de bovenverdieping werd lesgegeven voor de meisjes door de Zusters. De speeltijden vonden niet plaats op hetzelfde moment, zodat jongens en meisjes toch nog gescheiden op de kleine koer konden spelen.
In de winter 1915-1916 verhuisde de jongensschool naar de werkwinkel van timmerman Leon Hozee (op heden in Kortemark, winkel Schoenen Suppeene).
Op 1 mei 1916 openden de Zusters van de Handzamestraat een school voor lager middelbaar onderwijs.
In september 1917 moesten alle schoolactiviteiten noodgedwongen worden stilgelegd door de gedwongen ontruiming van de gemeente. De kinderen kunnen wel naar school in de steden of gemeenten waar men een onderkomen vindt.
Kortemark en de Frontbeweging
De taal van het Belgische leger was Frans. Er was een groeiend ongenoegen wegens die Franstaligheid van het leger. De Vlaamse soldaat voelde zich vernederd en misbruikt. Vanuit de Vlaamse kringen van hogeschoolstudenten groeide een Vlaams bewustzijn aan het front. Dit door studiekringen, uitgave van frontblaadjes, lectuur, vergaderingen en toespraken. Vanuit die beweging ontstond de Heldenhulde, die op de graven het AVV-VVK-kruis plaatsten.
De Vlaamse eisen werden steeds scherper, maar dit zinde de legerleiding niet. 11 februari 1917: alle privéverenigingen in het leger worden verboden 4 mei 1917: er wordt censuur ingesteld op de frontblaadjes
Op 11 juli 1917 werd een open brief gestuurd naar koning Albert I. Het was een verklaring van wantrouwen in de legeroverheden en de regering in Le Havre, gestaafd met een opsomming van alle beledigingen over de miskenning van de Vlaamse soldaten. "Wij zijn nog bereid om ons bloed te vergieten, maar wij eisen een uitdrukkelijke, geschreven, plechtige belofte die het Vlaamse volk volle gelijkheid, volle recht wordt gegeven onmiddellijk na de oorlog." De Koning reageerde daarop repressief. Hij bood de kopstukken van de beweging mooie postjes aan om de beweging de wind uit de zeilen te nemen. Zo bood hij een onderwijspost aan in de omgeving van Le Havre aan Adiel De Beuckelaere uit Handzame (de briefschrijver), maar zoals zovelen weigerde hij het aanbod. De Koning dreigde met tuchtstraffen, degradaties en zelfs de Krijgsraad. Daarop ging de Frontbeweging clandestien.
Enkele Kortemarkenaars speelden een belangrijke rol in deze Frontbeweging. Firmin Deprez Gustave Sap
De inkwartiering in Kortemark
Als garnizoensplaats zakten grote aantallen soldaten af naar Kortemark. Die soldaten moesten allemaal ingekwartierd worden. De inkwartiering gebeurde op verschillende manieren:
er werden rijen speciale soldatenbarakken gebouwd het volk van de vaste diensten werd bij de burgers ingekwartierd, hiervoor ontvingen de burgers een vergoeding frontsoldaten op rust werden ondergebracht in schuren en op zolders, waar ze konden slapen op stro
Naargelang de oorlog vorderde, groeide het vertrouwen tussen de burgers en de soldaten. Sommige gezinnen hadden geluk dat ze konden delen van de rantsoenen van hun ingekwartierde soldaten. Niet alleen soldaten verbleven in Kortemark, maar ook vluchtelingen uit de eerste maanden van de oorlog. Vanaf 22 maart 1915 bestond er in Kortemark een vluchtelingencomité. Zij behartigden het welzijn van de vluchtelingen die in Kortemark een onderkomen hadden gevonden.
Militaire begraafplaatsen Algemeen Soldaten die sneuvelden op het slagveld werden vaak ter plaatse begraven ofwel op het kerkhof van het meest nabij gelegen kerkhof. Sommige lijken werden ook pas na de oorlog teruggevonden.
De meeste en de grootste militaire begraafplaatsen bevonden zich tijdens de oorlog in de nabijheid van een militair hospitaal, verder van het front gelegen.
In Kortemark
De eerste Duitse soldaten werden begraven op het kerkhof rond de kerk.
In 1915 werd Ehrenfriedhof Kortemark I aangelegd. Dit was gelegen op de hoek van de Firmin Deprezstraat en de Handzamestraat (nu residentie Haegendoorn). Deze begraafplaats was dicht gelegen bij het militair hospitaal, dat was ingericht in de school in de Handzamestraat (Margareta-Maria-Instituut). De begraafplaats werd gebruikt tot eind september 1917. In totaal werden er 453 Duitse en 2 Britse soldaten begraven. De meeste van deze soldaten sneuvelden in de periode juli 1917 tot eind september 1917, niet toevallig tijdens de Derde Slag om Ieper.
Eind september 1917 werd Ehrenfriedhof Kortemark II in gebruik genomen langs de Oude Markhovestraat. De begraafplaats werd gebruikt tot het einde van de oorlog. In totaal werden er hier 1233 Duitse en 10 Britse soldaten begraven.
Het bestuur tijdens de bezetting van Kortemark Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd België ingedeeld in twee gebieden: bezet gebied (grootste deel van België) onder militair en burgerlijk gezag met aan het hoofd een generaal-gouverneur; etappegebied (grootste deel van West-Vlaanderen + deel van Henegouwen en Luxemburg) waar enkel de militaire overheid bevoegd was.
Het etappegebied werd nogmaals onderverdeeld in twee bijzondere regio's: operatiegebied: zone van ongeveer 25 km breed achter het front. In deze zone was Kortemark gelegen; spergebied: zone van ongeveer 5 km breed achter de voorste frontlinie. Hier werden geen burgers toegelaten.
Vanaf oktober 1914 werd in elke gemeente een Ortskommandantur ingericht.