Noord-Brabants is de naam voor een groep Nederlandse dialecten die in Noord-Brabant worden gesproken.

Afbakening Jo Daan en D. Blok 1969, Van Randstad tot Landrand. Bijdragen en Mededelingen der Dialectcommissie van de KNAW XXXVI, Amsterdam: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Met krt en grammofoonpl. (= Toelichting op kaartblad X-2 'Dialect en Naamkunde - Dialects and Onomastics', Atlas van Nederland, Staatsdrukkerij, 1963-1980) De hoofdafbakening aan de noord- en westzijde (Zeeuws, Westhoeks Zuid-Hollands en Utrechts-Alblasserwaards) is de jij/gij-isoglosse. De grens met het verwante Zuid-Gelders in het noordoosten is de zuidelijke heget- en doeget-vorm van "heeft" en "doet".Hol, A.R. (1965). De G in 'Hij heeft het' en in 'Ik, gij (enk.), hij en gij ( meerv.) doet het' en dergelijke ww-vormen. Taal en Tongval 17, 32-40 De oostgrens met de Brabants-Limburgse overgangsdialecten is bepaald door de diftongeringlijn (ijs/ies). De grens met het Limburgs is de Uerdingerlijn (ik/ich). Jo Daan liet de zuidgrens van het Noord-Brabants samenvallen met de rijksgrens.Jo Daan onderzocht de dialecten in België niet zelf, maar was hiervoor afhankelijk van correspondenten. Ten zuiden van de Rijksgrens werd het dialect Brabants genoemd.

Alternatieve indelingen

Het Woordenboek van de Brabantse Dialecten hanteert een meer gedetailleerde indeling van het Brabants die gebaseerd is op onderzoek van de Brabantse dialectwetenschapper Toon Weijnen; het Baronies (rond Breda) of het Markiezaats (rond Bergen op Zoom) was/is aan beide zijden van de grens nagenoeg hetzelfde, met name in een aantal gemeenten van de (Belgische) Noorderkempen. Samen met het Antwerps worden deze dialecten ook wel onder het Noordwest-Brabants geschaard.

Categorie:Brabants dialect Categorie:Taal in Noord-Brabant