thumb|Bioscoopjournaal uit 1963 over wintersport in Nederland. thumb|Big White, een typisch wintersporttafereel Wintersport is een verzamelnaam voor vormen van sport die als wedstrijdsport, recreatiesport of als vakantiebezigheid op het ijs of sneeuw worden uitgeoefend.
Geschiedenis De meeste wintersporten zijn ontstaan als alternatief transportmiddel in de wintermaanden als de wegen en vaarwegen niet meer op normale manier begaanbaar waren. Zo wordt er al eeuwen geschaatst en gepriksleed om ijsvlakten makkelijker te kunnen oversteken. In de verloop van de tijd begint men deze transportmiddelen ook voor recreatieve doeleinden te gebruiken. Zo werden de eerste kortebaanwedstrijden voor schaatsers al rond 1800 verreden en rond 1900 werden er al wedstrijden voor priksleeërs gehouden, vaak zelfs letterlijk voor spek en bonen.
In 1882 werd uiteindelijk de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) opgericht waar alle takken van de schaatssport onder vallen.
Het skiën ontstond vooral in de Alpenlanden en in de Scandinavische landen. Hierdoor is er dus ook een verschil ontstaan tussen het alpineskiën en noords skiën. Al wordt de ski ontwikkeling rond 1860 in de Noorse regio Telemark gezien als bakermat van het skiën als tak van sport. De toeristische wintersport ontstond vooral in de alpen om de rijke buitenlanders te vermaken, Sankt Moritz in Zwitserland wordt alom gezien als de bakermat van het wintertoerisme eind 19e eeuw. Een hotelier wist een aantal Engelse zomergasten te overtuigen ook in de winter te komen. Het wintersport toerisme is al jaren van groot belang voor de toeristische sector in de Alpenlanden en is al lang niet meer alleen voor de rijke burgers.
Overzicht van wintersporten Sneeuwsporten thumb|Skiën, Grande Motte in Tignes, Frankrijk Alpineskiën: Het alpineskiën onderscheidt zich van het skiën op de noordse wijze doordat men bij het alpineskiën met de gehele voet vast geklemd is aan de ski. Bij de noordse wijze is men alleen met de voorvoet bevestigd en zijn de hakken vrij. Binnen het alpineskiën zijn vijf disciplines te onderscheiden: de slalom, de reuzenslalom, de super G, de afdaling en de alpine-combinatie. Biatlon: Biatlon is een skisport, namelijk een langlaufwedstrijd waarbij de deelnemers na een bepaalde afstand vijf maal moeten schieten op een doel. Wordt dat doel gemist, dan betekent dit dat er voor elke misser een strafronde van 150 meter moet worden gelopen voor men op het eigenlijke parcours verder mag gaan. Dit is het geval bij het onderdeel sprint. Bij de lange afstand wordt er voor elk niet getroffen doel één minuut straftijd aangerekend. Het schieten wordt zowel liggend als staand uitgevoerd. Bij de sprint 1 maal liggend en 1 maal staand, bij de lange afstand 2 maal liggend en 2 maal staand. Naast de traditionele afstanden wordt ook in massastart, achtervolging en in estafettevorm gelopen. Freeride: Freeride (ook sidecountry-ski of off-piste-skiën) is een variatie op het traditionele on-piste-skiën (en snowboarden) en toerskiën. In tegenstelling tot tourskiën ligt de focus bij freeriden enkel op de afdaling. Freestyleskiën: Freestyleskiën is een vorm van skiën, waar zowel kracht, techniek als artistiek vermogen een belangrijke rol speelt. Het freestyleskiën bestaat uit vijf disciplines: de aerials, de moguls, de dual moguls, de halfpipe en de (freestyle)skicross. Koersen met slede-hondenspannen : Is het zo snel mogelijk afleggen van een route met een voor een slee gespannen hond (meestal husky's). Koersen met paardenspannen en sleden: Is het met een arrenslee zo snel mogelijk een bepaalde afstand door de sneeuw afleggen. Dit wordt vooral nog in het noorden van het land gedaan en dan met name in Friesland waar het belslydjeien wordt genoemd. Langlaufen: Op langlaufski's moet een traject zo snel mogelijk worden afgelegd. Er zijn verschillende afstanden en verschillende stijlen van lopen. Bekend is 'de klassieke stijl', hierbij zet men achterwaarts af met de ski, ondersteund door de stokken, men 'loopt' met de ski's. De 'vrije stijl' lijkt op de schaatstechniek; men zet zijwaarts af met de ski ondersteund door, of soms zonder, stokken. Een uitgezette route voor langlaufers heet een loipe. Bij de klassieke stijl zijn dat twee sporen, bij de vrije stijl een glad geprepareerde piste. Het langlaufen wordt op verschillende niveaus beoefend. De niveaus lopen uiteen van recreatief langlaufen tot volledige marathons, een Worldcupcircuit en de Olympische Spelen. Noords skiën: Noords skiën is de verzamelnaam voor twee uit Scandinavië afkomstige skidisciplines, namelijk het schansspringen en het langlaufen. De combinatie van deze sporten heet de Noordse combinatie. De volgorde van een wedstrijd in de noordse combinatie is eerst schansspringen, en dan langlaufen. Het langlaufen gebeurt steeds in de vrije stijl. Schansspringen: De deelnemers skiën van een schans af en proberen daarbij zo ver mogelijk te springen. Naast de springafstand wordt ook door een aantal juryleden de uitvoering van de sprong beoordeeld. Schansspringen wordt hoofdzakelijk individueel beoefend. Daarnaast zijn er landenwedstrijden waarbij vier springers per land om de beurt aan de start komen. Schansspringen is overigens niet langer een echte wintersport. In de zomermaanden worden steeds meer zomerwedstrijden gehouden om het officiële Wereldkampioenschap Zomerspringen waarbij de landing plaatsvindt op een grasveld en de ski's met speciale was geprepareerd zijn. Ski-Alpinisme: Ski-alpinisme is een sneeuwsport die het beklimmen en skiën van besneeuwde bergen omvat. De ski's worden voorzien van stijgvellen, waardoor tegen een berg opgelopen kan worden. Het is gebruikelijk op deze manier alpinetochten van een aantal dagen te maken. Skioriëntatie (Ski-O): een vorm van de oriëntatieloop in het langlaufen. Skivliegen: Skivliegen is een extreme vorm van schansspringen. Het is in feite hetzelfde als schansspringen, maar er wordt van een grotere schans gesprongen. Door de hogere snelheid (tot 110 km/uur) wordt er extreem ver gesprongen; meer dan 200 meter. Er bestaan slechts vijf voor het skivliegen goedgekeurde schansen. Snowboarden: Snowboarden is een sport waarbij men op een board met vastgemaakte schoenen afdaalt van een besneeuwde berghelling of piste. Bij het snowboarden kan men drie disciplines onderscheiden: freeride, freestyle, en alpineboarden. Speedskiën: Speedskiën is een tak van de skisport met als doel een zo hoog mogelijke snelheid te behalen op een uitgezet parcours. De totaalafstand van een speedski-parcours bedraagt 1.000 meter waarin een hoogteverschil van 450 meter wordt overbrugd. Telemarken: Telemarken is een vorm van skiën. Het verschil met het gebruikelijke alpineskiën is de bochtentechniek die mogelijk wordt gemaakt door een andere binding, waarbij slechts de voorvoet vast met de ski verbonden is, plus schoenen die in de voorvoet buigzaam zijn. Skibob: Een frame waaraan twee ski's, een zadel en een stuur zijn bevestigd.
IJssporten thumb|Shorttrack Cup - Coppa Italia 2007 Bandy: Bandy is een balsport die op het ijs wordt gespeeld. Het is een vorm van ijshockey, waarbij lichamelijk contact echter verboden is. In plaats van met een puck wordt er met een plastic balletje gespeeld; de sticks zijn ook kleiner. Bobsleeën: Bobsleeën is een sport waarbij een bochtig naar onderen lopend ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee. Voor de tweemansbobwedstrijden bestaat het team uit een remmer en een bestuurder. Voor de viermansbobraces worden hier nog twee extra duwers aan toegevoegd. Een race duurt ongeveer zestig seconden en de snelheden kunnen oplopen tot zo'n 150 km/uur. Curling: en Rolstoelcurling: Curling is een precisiesport die lijkt op bowls, petanque en bocce, maar op ijs wordt gespeeld met zware stenen in plaats van metalen (of plastic) ballen. Een curlingwedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen van vier spelers. De bedoeling is dat op het einde van een ronde een aantal stenen van het eigen team dichter bij het midden van het huis (de gekleurde stip aan het einde van de baan) ligt dan de stenen van de tegenpartij. IJshockey en sledgehockey: IJshockey is een teamsport die wordt gespeeld op het ijs. Waarbij het de bedoeling is de puck in de goal van de tegenstander te krijgen. Een ijshockeywedstrijd bestaat uit drie zogenaamde perioden. Het spel wordt gespeeld door twee teams. IJsklimmen: IJsklimmen is het beklimmen van opstaand ijs. Men doet dit op delen van gletsjers, maar ook op bevroren watervallen. IJsklimmen is wellicht de gevaarlijkste vorm van klimmen daar er regelmatig stukken ijs afbreken of ijsvallen instorten. Ice-speedway: ijsspeedway is een tak van de motorsport (baansport) waarbij met speciaal hiervoor gebouwde motoren op een ijsbaan wordt geracet. De races worden gehouden op een ijsbaan van 400 meter. Tijdens de race zijn er telkens vier coureurs tegelijkertijd op de baan, er wordt hierbij gebruikgemaakt van een afvalsysteem; de coureur die een race wint is weer een ronde verder. IJsvissen: IJsvissen is een vorm van vissen, waarbij men vissen probeert te vangen door een gat in het ijs, meestal op een bevroren meer. IJszeilen: IJszeilen is een vorm van zeilen op bevroren meren. Hierbij gebruikt men een boot waar speciale schaatsen onder zijn gemonteerd. De bootjes kunnen snelheden van ruim 100 km per uur behalen. Kortebaanschaatsen: Kortebaanschaatsen is schaatsen in wedstrijdverband over een korte afstand van 160 meter bij de heren en 140 meter bij de dames. Er zijn drie verschillende soorten wedstrijden bij het kortebaanschaatsen: de wedstrijd met afvalsysteem, de tijdwedstrijd, en een wedstrijdvorm die bestaat uit een combinatie van de twee vorige wedstrijden. Kunstrijden: Kunstrijden is een sportieve gebeurtenis waarbij solisten, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken die meestal onder begeleiding van muziek wordt uitgevoerd. Dit wordt de "kür" genoemd. De officiële onderdelen op deze kampioenschappen zijn solorijden voor mannen en vrouwen, paarrijden (man en vrouw) en ijsdansen (man en vrouw). Langebaanschaatsen: Het langebaanschaatsen is een discipline in het hardrijden op de schaats, een tak van de schaatssport. Langebaanschaatsen wordt beoefend op een ijsbaan van 400 meter. Binnen het langebaanschaatsen zijn verschillende disciplines met ieder hun eigen afstanden. De sprint bestaat uit de 500 en 1000 meter, de middenafstand de 1500 en de langere afstanden 3000, 5000 en 10.000 meter. De combinatie van deze afstanden wordt het allround schaatsen genoemd hierbij wordt van alle verreden afstanden een klassement opgesteld waarbij alle afstanden even zwaar meetellen. Daarnaast is er nog de ploegenachtervolging. Marathonschaatsen: Marathonschaatsen is een discipline van het hardrijden op de schaats. De wedstrijden worden meestal gereden op een ijsbaan met een lengte van 400 meter. De wedstrijden duren minimaal 25 ronden en maximaal 250 ronden. Ook worden er marathon wedstrijden op natuurijs verreden als het ijs sterk genoeg is. De bekendste marathon wedstrijd in Nederland is de Elfstedentocht. Dit is een tocht die niet bestaat uit rondjes van een bepaalde afstand, maar is echt een route van 200 km. De Elfstedentocht kan alleen verreden worden als het ijs op de gehele route sterk genoeg is. Priksleeën: Priksleeën is een sport waarbij de sleeër zich zo snel mogelijk met stokken over het ijs moet voortbewegen. Dit gebeurt doorgaans op een 400 meter baan en is daarom goed vergelijkbaar met het kortebaanschaatsen en het langebaanschaatsen.