Henry King (Christiansburg, 24 januari 1886 – Los Angeles, 29 juni 1982) was een Amerikaans filmregisseur.

Hij draaide meer dan 100 films, zeker de helft daarvan waren stomme films. In 1927 was hij een van de 36 stichters van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences die ieder jaar de Oscars uitreikt.

Leven en werk Afkomst en eerste stappen in de filmwereld Henry King werd geboren in Virginia, in een gezin dat voeling had gehad voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Als zoon van een advocaat groeide hij op in een methodistenfamilie. Na zijn middelbare school besloot hij zijn studies stop te zetten. Hij vertrok op tournee met een rondtrekkend circus. Hij deed wat ervaring op in de toneelwereld. In 1912 maakte hij zijn filmdebuut als acteur bij de Lubin Film Company in de studio in Los Angeles, net zoals zijn tijd- en latere vakgenoot Frank Borzage. Daarna werd hij aangeworven door stomme filmpionier en -producent Thomas H. Ince.

1915-1929: filmregisseur van stomme films Eerste bescheiden succes Vanaf 1915 begon hij te filmen, hij debuteerde met Who Pays, een vervolgverhaal in 12 episodes. In 1916 regisseerde hij zichzelf nog in de hoofdrol in twee van zijn eerste films. Daarmee was zijn acteurscarrière zo goed als afgelopen. In 1919 proefde hij als cineast een eerste keer van het succes dankzij de militaire komedie 23½ Hours' Leave.

Tweede succes In 1921 behaalde hij een tweede succes, zowel bij de critici als bij het grote publiek, met het in zijn geboortestreek gesitueerd plattelandsdrama Tol'able David. Die film was het eerste wapenfeit van Inspiration Films, de productiemaatschappij die hij samen met onder anderen hoofdacteur Richard Barthelmess in het leven had geroepen.

Succesvol Hollywoodregisseur Vanaf dan werd King geleidelijk een van de eerste belangrijke en commercieel succesvolle Hollywoodregisseurs. Voor zijn productiemaatschappij realiseerde hij ambitieuze dure films zoals de in Italië gesitueerde drama's The White Sister (1923) en Romola (1924), allebei met Lillian Gish en Ronald Colman in de hoofdrollen. Vermeldenswaardig waren ook nog het melodrama Stella Dallas (1925) en de western The Winning of Barbara Worth (1926) waarin niet alleen hoofdacteurs Ronald Colman-Vilma Banky uitgroeiden tot een van de meest romantische filmkoppels van de jaren twintig maar waarin ook Gary Cooper, na wat figuranten- en stuntwerk, zijn eerste rol van enige betekenis kreeg.

Drukke jaren dertig: de geluidsfilm Vroege jaren dertig: romantische films Vanaf de opkomst van de geluidsfilm ontpopte King zich tot een gedegen vakman die alle filmgenres beoefende. Hij werd gans zijn carrière lang een van de lievelingscineasten van Darryl F. Zanucks productiemaatschappij 20th Century Fox. In de vroege jaren dertig oogstte hij enkele successen met romantische films als Merely Mary Ann (1931), State Fair (1933) (in beide films speelde de toen heel populaire Janet Gaynor de hoofdrol) en Way Down East (1935), de tweede film van Henry Fonda.

Late jaren dertig: ontmoeting met Tyrone Power Zo kon hij werken aan big budgetfilms zoals het drama Lloyd's of London (1936) waarmee hij de pas in Hollywood gearriveerde Tyrone Power meteen zijn doorbraak bezorgde. Power, die in totaal elf films onder regie van King draaide, droeg ook de peperdure superproductie In Old Chicago (1937), een rampenfilm die zich afspeelt tegen de achtergrond van de grote brand van Chicago en de dramatische jazzfilm Alexander's Ragtime Band (1938). Die laatste film ontleende zijn titel aan een nummer van Irving Berlin en schetste de geschiedenis van de jazz vanaf de ragtime van het begin van de 20e eeuw tot de swing van de jaren dertig. Alexander's Ragtime Band werd in 1938 de grootste kaskraker in de Verenigde Staten.

Hij liet zijn fetisjacteur Power verder schitteren in Jesse James (1939), een heel veel succes oogstende western, opgenomen met prachtige technicolorbeelden. Power was eveneens te zien in de piratenfilm The Black Swan (1942) en in de historische avonturenfilms Captain from Castile (1947) en Untamed (1955) die ook op die manier werden opgenomen

Jaren veertig en vijftig Oorlogsfilms Hij realiseerde drie oorlogsfilms die zich allen afspeelden tijdens de Tweede Wereldoorlog. A Yank in the R.A.F. (1941) vertelde het verhaal van een Amerikaanse piloot die tot de Royal Air Force toetrad voor de Verenigde Staten betrokken raakten in de oorlog. Deze nochtans niet als propaganda bedoelde film was zeer succesrijk in de Verenigde Staten. A Bell for Adano (1945) had de landing op Sicilië als achtergrond. In het overtuigende Twelve O'Clock High (1949) deed King voor het eerst een beroep op Gregory Peck. Twelve O'Clock High bracht de bemanningen in beeld die de dagelijkse Amerikaanse luchtaanvallen op Nazi-Duitsland en bezet Frankrijk uitvoerden. In 1998 werd de film opgenomen in de National Film Registry, Tol'able David volgde op die lijst van Amerikaanse topfilms in 2007, de komische muziekfilm State Fair (1933) in 2014.

Religieuze films Hij draaide ook enkele religieus geïnspireerde films zoals het biografisch drama The Song of Bernadette (1943), naar de gelijknamige roman van Franz Werfel, en de epische Bijbelfilm David and Bathsheba (1951). In 1944 werd hij voor The Song of Bernadette bedacht met de allereerste Golden Globe voor beste regisseur.

Biopic Naast zijn filmische aandacht voor figuren als koning David, Cesare Borgia, Henry Morton Stanley, Bernadette Soubirous, Irving Berlin en Francis Scott Fitzgerald wijdde hij ook een biografische film aan Woodrow Wilson in Wilson (1944). Ondanks de behaalde Oscars en de bijval bij de filmcritici werd de film een flop.

Westerns Met Gregory Peck draaide hij nog 5 films, onder anderen de westerns The Gunfighter (1950) en The Bravados (1958).

Literatuurverfilmingen Tijdens de laatste tien jaar van zijn carrière tekende King voor enkele weelderige melancholische literatuurverfilmingen naar werk van Ernest Hemingway (The Snows of Kilimanjaro uit 1952 en The Sun Also Rises uit 1957) en van Francis Scott Fitzgerald (Tender Is the Night, 1962, zijn laatste film). In dit rijtje superbe (melo)drama's horen ook Love Is a Many-Splendored Thing (1955), de verfilming van de autobiografie van de Chinese in het Engels schrijvende artse en schrijfster Han Suyin, en de zijdelingse biografische film Beloved Infidel (1959) waarin Gregory Peck, voor het laatst in een King-film, Francis Scott Fitzgerald vertolkte.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was King als piloot plaatsvervangend commandant bij de kustpatrouillebasis van de Civil Air Patrol in Brownsville.

Henry King overleed op 96-jarige leeftijd in Toluca Lake, een buurt in de omgeving van Los Angeles.

Filmografie 1915 - Who Pays? 1915 - Should a Wife Forgive? 1916 - Little Mary Sunshine 1916 - Pay Dirt 1916 - Shadows and Sunshine 1916 - Joy and the Dragon 1917 - Twin Kiddies 1917 - Scepter of Suspicion 1917 - Told at Twilight 1917 - Vengeance of the Dead 1917 - Sunshine and Gold 1917 - Souls in Pawn 1917 - The Mainspring 1917 - The Bride's Silence 1917 - The Climber 1917 - Southern Pride 1917 - A Game of Wits 1917 - The Mate of the Sally Ann 1918 - Beauty and the Rogue 1918 - Powers That Prey 1918 - Hearts or Diamonds? 1918 - Social Briars 1918 - Up Romance Road 1918 - The Locked Heart 1918 - Hobbs in a Hurry 1918 - All the World to Nothing 1918 - King Social Briars 1919 - When a Man Rides Alone 1919 - Where the West Begins 1919 - Brass Buttons 1919 - Some Liar 1919 - A Sporting Chance 1919 - This Hero Stuff 1919 - Six Feet Four 1919 - 23½ Hours' Leave 1919 - A Fugitive from Matrimony 1919 - Haunting Shadows 1920 - The White Dove 1920 - Uncharted Channels 1920 - One Hour Before Dawn 1920 - Help Wanted – Male 1920 - Dice of Destiny 1921 - The Mistress of Shenstone 1921 - Salvage 1921 - The Sting of the Lash 1921 - Tol'able David 1922 - The Seventh Day 1922 - Sonny 1922 - The Bond Boy 1923 - Fury 1923 - The White Sister 1924 - Romola 1925 - Sackcloth and Scarlet 1925 - Any Woman 1925 - Stella Dallas 1926 - Partners Again 1926 - The Winning of Barbara Worth 1927 - The Magic Flame 1927 - The Woman Disputed 1929 - She Goes to War 1930 - Hell Harbor 1930 - The Eyes of the World 1930 - Lightnin' 1931 - Merely Mary Ann 1931 - Over the Hill 1932 - The Woman in Room 13 1933 - State Fair 1933 - I Loved You Wednesday 1934 - Carolina 1934 - Marie Galante 1935 - One More Spring 1935 - Way Down East 1936 - The Country Doctor 1936 - Ramona 1936 - Lloyd's of London 1937 - In Old Chicago 1937 - Seventh Heaven 1938 - Alexander's Ragtime Band 1939 - Jesse James 1939 - Stanley and Livingstone 1940 - Little Old New York 1940 - Maryland 1940 - Chad Hanna 1941 - A Yank in the R.A.F. 1941 - Remember the Day 1942 - The Black Swan 1943 - The Song of Bernadette 1944 - Wilson 1945 - A Bell for Adano 1946 - Margie 1947 - Captain from Castile 1948 - Deep Waters 1948 - Prince of Foxes 1949 - Twelve O'Clock High 1950 - The Gunfighter 1951 - I'd Climb the Highest Mountain 1951 - David and Bathsheba 1952 - Wait Till the Sun Shines, Nellie 1952 - The Snows of Kilimanjaro 1953 - King of the Khyber Rifles 1955 - Untamed 1955 - Love Is a Many-Splendored Thing 1956 - Carousel 1957 - The Sun Also Rises 1958 - The Bravados 1959 - This Earth Is Mine 1959 - Beloved Infidel 1962 - Tender Is the Night

Prijzen en nominaties Prijzen 1944 - The Song of Bernadette: Golden Globe voor beste regisseur 1955 - de George Eastman Award vanwege het George Eastman House voor zijn aanzienlijke bijdrage tot de filmkunst Nominaties 1943 - The Song of Bernadette: Oscar voor Beste Regisseur 1944 - Wilson: Oscar voor Beste Regisseur 1949 - Twelve O'Clock High: Oscar voor Beste Film

Categorie:Amerikaans filmregisseur Categorie:Amerikaans scenarioschrijver Categorie:Amerikaans filmacteur