De leges Horatiae Valeriae waren Romeinse wetten (leges) van de consuls Marcus Horatius Barbatus en Lucius Valerius Poplicola Potitus uit 449 v.Chr..Livius, Ab Urbe condita III 55. Vgl. Dionysius van Halicarnassus, Antiquitates Romanae XI 22-23, 38-39, 44-46.

1) ut, quod tributim plebs iussisset, populum teneret ("opdat, wat tribusgewijs het plebs had bevolen, het volk naleefde").Livius, Ab Urbe condita III 55.3. Dit zou betekenen dat een plebiscitum kracht van wet had voor heel het Romeinse volk (inclusief patriciërs) (zie verder ivm. twijfels over de authenticiteit van deze wet).

2) lex Horatia Valeria de provocatione, dat geen nieuw overheidsambt (magistratus) zonder provocatio (recht op beroep) in het leven zou worden geroepen, op straffe des doods Livius, Ab Urbe condita 55.4-5. (sacratio capitis; dit gold ook voor de laatste wet).

3) dat de tribuni plebis (volkstribunen), de aediles (mogelijk enkel de plebejische aedilen) en de iudices decemviri (vermoedelijk worden hier de decemviri stlitibus iudicandis bedoeld) sacrosancti (onschendbaar) zouden zijn.Livius, Ab Urbe condita 55.7-8.

Dit zijn vermoedelijk geen eigenlijke wetten (leges) geweest, maar de voorwaarden, waarop de eendracht tussen patres en plebs werd hersteld. Bovendien is de eerste wet, evenals de lex Publilia Philonis van 339 v.Chr. volgens sommigen een anticipatie van de lex Hortensia van 287 v.Chr. Aan het bestaan van de derde wet wordt door sommige geleerden getwijfeld. Noten

Referenties , Rome in the Fifth Century, II: The Citizen Community, in (edd.), The Cambridge Ancient History. VII. Part 2. The Rise of Rome to 220 BC, Cambridge, 1990², pp. 227-228. art. Leges Valeriae Horatiae, in - trad. ed. , Classisch Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, Rotterdam, 1857, p. 539. art. Horatiae Valeriae (leges), in , Woordenboek der Grieksche en Romeinsche Oudheid, Haarlem, 19203, p. 322. Horatiae Valeriae